Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-05-26
ECLI:NL:PHR:2026:519
Strafrecht
4,058 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:519 text/xml public 2026-05-28T09:27:41 2026-05-23 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-05-26 24/00031 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:519 text/html public 2026-05-28T09:27:01 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:519 Parket bij de Hoge Raad , 26-05-2026 / 24/00031 Conclusie AG. Diefstal door middel van verbreking. Slagend middel over het bewijs van 'verbreking'. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer24/00031 Zitting 26 mei 2026 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, hierna: de verdachte Inleiding 1. Het gerechtshof Amsterdam (enkelvoudige kamer) heeft bij arrest van 19 december 2023 (parketnr. 23-001291-23) het vonnis van de politierechter bevestigd, waarbij de verdachte wegens “ diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking ”, is veroordeeld tot een taakstraf van honderdtwintig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van voorarrest. Het bevestigde vonnis bevat verder een beslissing op de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.S. Nan, advocaat in Den Haag, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3. Het middel bevat een rechtsklacht en een motiveringsklacht over de bewezenverklaring van de strafverzwarende omstandigheid van diefstal, te weten dat ‘de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’. De bewezenverklaring en bewijsmotivering 4. De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte: “ op 10 januari 2023 te [plaats] een motorfiets met [kenteken] , die geheel aan [benadeelde] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen motorfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. ” 5. De bewezenverklaring steunt op deze bewijsmiddelen: “ 1. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] (incl. bijlage goederen) onder nummer PL1300-2023007173-2 gedateerd 10 januari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 5 tot en met 9: Ik doe aangifte van diefstal van mijn motorfiets op 10 januari 2023. Het betreft een motorfiets van het merk Honda, voorzien van [kenteken] . De motorfiets stond voor de deur van mijn woning in [plaats] . De motor stond enkel op stuurslot. Ik hoorde gerommel afkomstig van de voorzijde van onze woning. Ik hoorde de regenhoes die over de motor zat en hoorde schoenen over het grind gaan. Samen met mijn vader ben ik naar buiten gelopen en toen zag ik dat de motorfiets was verdwenen. Mijn vader zag een witkleurig busje de straat uitrijden. Dit was het enige voertuig wat in de straat reed. Ik ben in de auto gestapt en achter het busje aangereden. Uiteindelijk heeft de politie het busje gestopt. Ik zag dat er één persoon in het busje zat. Een agent opende het busje en ik zag dat mijn motor daarin lag. 2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2023007173-6 gedateerd 10 januari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 10 tot en met 12: Op 10 januari 2023 bevond ik mij in mijn dienstvoertuig in [plaats] , na een melding over een diefstal van een motorfiets met [kenteken] die in een busje werd geladen. Ik zag een wit busje rijden en zag dat er naast de bestuurder geen ander personen in het voertuig zaten. Ik zag dat het voertuig stopte. De bestuurder bleek te zijn: [verdachte] . Ik zag dat in het witte busje een omgevallen motorfiets lag met het [kenteken] . Ik hoorde de eigenaar van de motorfiets zeggen: “ Ja, dat is mijn motorfiets! ” De eigenaar van de motorfiets bleek te zijn: [benadeelde] . ” 6. Het (bevestigde) vonnis bevat de volgende bewijsoverwegingen: “ De politierechter acht op basis van de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een motorfiets door middel van verbreking. De aangever heeft verklaard gerommel te hebben gehoord op de plek waar de motorfiets zich bevond, waarop hij een witkleurig busje de straat uit zag rijden. Dit gebeurde met hoge snelheid, wat indicatief is voor een wegnemingshandeling. Korte tijd na het inladen van de motorfiets in het busje, wordt verdachte als bestuurder van het betreffende voertuig aangehouden. In het busje wordt de gestolen motorfiets aangetroffen. De politierechter is om die reden van oordeel dat verdachte degene is geweest die de motorfiets heeft weggenomen. De verklaring van verdachte wordt door de politierechter ongeloofwaardig geacht, aangezien verdachte niet concreet kon benoemen waarheen en in opdracht van wie hij iets zou moeten vervoeren. ” Een nadere omschrijving van het middel 7. Het middel houdt als rechtsklacht in dat de bewezenverklaring blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, namelijk een te ruime uitleg van de wettelijke termen ‘het weg te nemen goed onder zijn bereik brengen door middel van verbreking’, omdat voor verbreking ex artikel 311 Sr is vereist dat zij door de dader is verricht om het goed onder diens bereik te brengen . Daarvan is hier geen sprake. De motiveringsklacht houdt in dat de bewezenverklaring van ‘verbreking’, ik begrijp: het forceren van het stuurslot van de motor, niet steunt op wettige bewijsmiddelen. De bespreking van het middel 8. De motiveringsklacht is terecht voorgesteld. De bewijsmotivering kan inderdaad niet het oordeel dragen dat de verdachte de weg te nemen motor onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. De bewijsmiddelen houden niet meer in dan dat de motor op het stuurslot stond voordat deze werd weggenomen, en dat de motor vervolgens is aangetroffen in het busje waarin de verdachte reed. Ook in de aanvullende bewijsoverweging zijn niet, althans niet met verwijzing naar de wettige bewijsmiddelen waaraan zij zijn ontleend, de feiten en omstandigheden aangeduid die reden geven voor het oordeel dat het stuurslot van de motor is geforceerd. Slotsom 9. Het middel slaagt. 10. Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak aangetroffen. 11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, zodat deze opnieuw kan worden berecht en afgedaan. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG In deze zaak heeft de officier van justitie op het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg opgemerkt dat: “ Uit het in opdracht van de benadeelde partij opgemaakte expertiserapport blijkt dat het stuurslot is geforceerd. ” Hoewel de aard van het stuk zich daartegen op zichzelf niet verzet (zie HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:91), heeft het hof van dit expertiserapport géén gebruik gemaakt voor de motivering van het bewijsoordeel. Aangezien bij het wegnemen van de motor is gebruikgemaakt van een bestelbus, is het, onder de omstandigheden zoals vastgesteld door het hof, technisch mogelijk dat de motor is ingeladen zonder dat het stuurslot eerst is verbroken. Ik heb me nog afgevraagd of de verdachte voldoende belang heeft bij vernietiging en bij terugwijzing van de zaak. Voor zover dit (door de steller van het middel wél toegelichte) belang is gelegen in de hoogte van de straf, merk ik op dat de klachten niet strekken tot vernietiging van de bewezenverklaring van diefstal en dat de opgelegde straf (ruimschoots) zijn grondslag kan vinden in de wettelijke strafbaarstelling van diefstal. In de strafmotivering vind ik echter onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen verdedigen dat de strafverzwarende omstandigheid voor de strafoplegging van ondergeschikte betekenis is geweest. Vgl. HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1432 (geen belang).
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:519 text/xml public 2026-05-28T09:27:41 2026-05-23 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-05-26 24/00031 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:519 text/html public 2026-05-28T09:27:01 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:519 Parket bij de Hoge Raad , 26-05-2026 / 24/00031 Conclusie AG. Diefstal door middel van verbreking. Slagend middel over het bewijs van 'verbreking'. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer24/00031 Zitting 26 mei 2026 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, hierna: de verdachte Inleiding 1. Het gerechtshof Amsterdam (enkelvoudige kamer) heeft bij arrest van 19 december 2023 (parketnr. 23-001291-23) het vonnis van de politierechter bevestigd, waarbij de verdachte wegens “ diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking ”, is veroordeeld tot een taakstraf van honderdtwintig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met aftrek van voorarrest. Het bevestigde vonnis bevat verder een beslissing op de vordering van de benadeelde partij, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.S. Nan, advocaat in Den Haag, heeft één middel van cassatie voorgesteld. Het middel 3. Het middel bevat een rechtsklacht en een motiveringsklacht over de bewezenverklaring van de strafverzwarende omstandigheid van diefstal, te weten dat ‘de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking’. De bewezenverklaring en bewijsmotivering 4. De bewezenverklaring houdt in dat de verdachte: “ op 10 januari 2023 te [plaats] een motorfiets met [kenteken] , die geheel aan [benadeelde] toebehoorde, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen motorfiets onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. ” 5. De bewezenverklaring steunt op deze bewijsmiddelen: “ 1. Het proces-verbaal van aangifte van [benadeelde] (incl. bijlage goederen) onder nummer PL1300-2023007173-2 gedateerd 10 januari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 1] , doorgenummerde pagina’s 5 tot en met 9: Ik doe aangifte van diefstal van mijn motorfiets op 10 januari 2023. Het betreft een motorfiets van het merk Honda, voorzien van [kenteken] . De motorfiets stond voor de deur van mijn woning in [plaats] . De motor stond enkel op stuurslot. Ik hoorde gerommel afkomstig van de voorzijde van onze woning. Ik hoorde de regenhoes die over de motor zat en hoorde schoenen over het grind gaan. Samen met mijn vader ben ik naar buiten gelopen en toen zag ik dat de motorfiets was verdwenen. Mijn vader zag een witkleurig busje de straat uitrijden. Dit was het enige voertuig wat in de straat reed. Ik ben in de auto gestapt en achter het busje aangereden. Uiteindelijk heeft de politie het busje gestopt. Ik zag dat er één persoon in het busje zat. Een agent opende het busje en ik zag dat mijn motor daarin lag. 2. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PL1300-2023007173-6 gedateerd 10 januari 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant 2] , doorgenummerde pagina’s 10 tot en met 12: Op 10 januari 2023 bevond ik mij in mijn dienstvoertuig in [plaats] , na een melding over een diefstal van een motorfiets met [kenteken] die in een busje werd geladen. Ik zag een wit busje rijden en zag dat er naast de bestuurder geen ander personen in het voertuig zaten. Ik zag dat het voertuig stopte. De bestuurder bleek te zijn: [verdachte] . Ik zag dat in het witte busje een omgevallen motorfiets lag met het [kenteken] . Ik hoorde de eigenaar van de motorfiets zeggen: “ Ja, dat is mijn motorfiets! ” De eigenaar van de motorfiets bleek te zijn: [benadeelde] . ” 6. Het (bevestigde) vonnis bevat de volgende bewijsoverwegingen: “ De politierechter acht op basis van de aangifte en het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van een motorfiets door middel van verbreking. De aangever heeft verklaard gerommel te hebben gehoord op de plek waar de motorfiets zich bevond, waarop hij een witkleurig busje de straat uit zag rijden. Dit gebeurde met hoge snelheid, wat indicatief is voor een wegnemingshandeling. Korte tijd na het inladen van de motorfiets in het busje, wordt verdachte als bestuurder van het betreffende voertuig aangehouden. In het busje wordt de gestolen motorfiets aangetroffen. De politierechter is om die reden van oordeel dat verdachte degene is geweest die de motorfiets heeft weggenomen. De verklaring van verdachte wordt door de politierechter ongeloofwaardig geacht, aangezien verdachte niet concreet kon benoemen waarheen en in opdracht van wie hij iets zou moeten vervoeren. ” Een nadere omschrijving van het middel 7. Het middel houdt als rechtsklacht in dat de bewezenverklaring blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting, namelijk een te ruime uitleg van de wettelijke termen ‘het weg te nemen goed onder zijn bereik brengen door middel van verbreking’, omdat voor verbreking ex artikel 311 Sr is vereist dat zij door de dader is verricht om het goed onder diens bereik te brengen . Daarvan is hier geen sprake. De motiveringsklacht houdt in dat de bewezenverklaring van ‘verbreking’, ik begrijp: het forceren van het stuurslot van de motor, niet steunt op wettige bewijsmiddelen. De bespreking van het middel 8. De motiveringsklacht is terecht voorgesteld. De bewijsmotivering kan inderdaad niet het oordeel dragen dat de verdachte de weg te nemen motor onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. De bewijsmiddelen houden niet meer in dan dat de motor op het stuurslot stond voordat deze werd weggenomen, en dat de motor vervolgens is aangetroffen in het busje waarin de verdachte reed. Ook in de aanvullende bewijsoverweging zijn niet, althans niet met verwijzing naar de wettige bewijsmiddelen waaraan zij zijn ontleend, de feiten en omstandigheden aangeduid die reden geven voor het oordeel dat het stuurslot van de motor is geforceerd. Slotsom 9. Het middel slaagt. 10. Ambtshalve heb ik geen grond voor vernietiging van de uitspraak aangetroffen. 11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, zodat deze opnieuw kan worden berecht en afgedaan. De procureur-generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden AG In deze zaak heeft de officier van justitie op het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg opgemerkt dat: “ Uit het in opdracht van de benadeelde partij opgemaakte expertiserapport blijkt dat het stuurslot is geforceerd. ” Hoewel de aard van het stuk zich daartegen op zichzelf niet verzet (zie HR 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:91), heeft het hof van dit expertiserapport géén gebruik gemaakt voor de motivering van het bewijsoordeel. Aangezien bij het wegnemen van de motor is gebruikgemaakt van een bestelbus, is het, onder de omstandigheden zoals vastgesteld door het hof, technisch mogelijk dat de motor is ingeladen zonder dat het stuurslot eerst is verbroken. Ik heb me nog afgevraagd of de verdachte voldoende belang heeft bij vernietiging en bij terugwijzing van de zaak. Voor zover dit (door de steller van het middel wél toegelichte) belang is gelegen in de hoogte van de straf, merk ik op dat de klachten niet strekken tot vernietiging van de bewezenverklaring van diefstal en dat de opgelegde straf (ruimschoots) zijn grondslag kan vinden in de wettelijke strafbaarstelling van diefstal. In de strafmotivering vind ik echter onvoldoende aanknopingspunten om te kunnen verdedigen dat de strafverzwarende omstandigheid voor de strafoplegging van ondergeschikte betekenis is geweest. Vgl. HR 15 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1432 (geen belang).