Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-03-17
ECLI:NL:PHR:2026:259
Strafrecht
8,118 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:259 text/xml public 2026-03-19T14:11:26 2026-03-15 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-03-17 24/00245 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:259 text/html public 2026-03-19T14:10:43 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:259 Parket bij de Hoge Raad , 17-03-2026 / 24/00245 Conclusie AG. Opz. h.i.s.m. art. 3.C Ow. Falende bewijsklacht over bewijs wetenschap aanwezigheid drugs in kliko. Ambtshalve: overschrijding r.t. in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer24/00245 Zitting 17 maart 2026 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de verdachte Inleiding 1. De verdachte is bij arrest van 24 januari 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (parketnr. 20-002640-21) wegens " opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel ", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien dagen, met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sr, en een taakstraf voor de duur van honderd dagen, subsidiair vijftig dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof in beslag genomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Ik merk op dat de verdachte van het ten laste gelegde voor zover dat in hoger beroep aan de orde was, in eerste aanleg was vrijgesproken. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld. 3. Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van in totaal 2018,4 gram hennep. De bewezenverklaring en de bewijsvoering 4. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezen verklaard dat: “ hij op 20 juli 2021 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [a-straat 1] ) een grote hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2018,4 gram hennep (2.019 gram), zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II”. 5. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 29-31, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] : Op 20 juli 2021 was ik belast met onderzoek naar handel in verdovende middelen op het adres, [a-straat 1] te [plaats] . Diezelfde dag trad ik, met zes andere collega's, de woning binnen. In de woonkamer op de bank werd [verdachte] aangetroffen. Op de eerste verdieping in een slaapkamer werd verdachte [medeverdachte] aangetroffen. (...) Vervolgens hebben we de woning doorzocht. De woning betreft een hoekwoning met een begane grond, eerste verdieping en een zolderruimte. De woning heeft een achtertuin welke door een schutting is afgeschermd. De poort van deze schutting was bij aankomst dicht maar niet afgesloten. [verbalisant 2] doorzocht de woonkamer. In de woonkamer op de bank, naast [verdachte] , lag een bakje met hennep. Na wegen betrof dit 12.3 gram hennep. Op de grond in de woonkamer lag de inhoud van een omgevallen kartonnen doos. Hiertussen lag een in plastic gewikkelde bol geperste hennep. Na wegen betrof dit 30.7 gram hennep. [verbalisant 3] zag in de woning en naast de voordeur henneptoppen op de vensterbank liggen. Na weging betrof dit 8.4 gram. [verbalisant 4] doorzocht een kastje wat in de bijkeuken stond. Dit kastje had een glazen schuifdeurtje. In dit kastje stond een potje met henneptoppen. Na weging hadden de henneptoppen een gewicht van 38.5 gram. [verbalisant 5] doorzocht, de slaapkamer op de eerste verdieping van verdachte [medeverdachte] . In deze kamer werd verdachte [medeverdachte] op bed aangetroffen bij het betreden van de woning. Op het nachtkastje stond een potje met henneptoppen. Onder een kussen wat op het bed lag, lag één joint en twee henneptoppen. De henneptoppen in het potje hadden een gewicht van 75 gram, de twee henneptoppen hadden een gewicht van 0.6 gram. [verbalisant 6] doorzocht een zwartkleurige kliko container die in de achtertuin stond. Hierin zat een draagtas van Splenter schoenen. In deze tas zaten twee zakken met henneptoppen. Na weging betrof één zak 830 gram, de ander 838 gram. Verder werd in deze kliko een tas van de Aldi aangetroffen met hierin een plastic tasje van Carrefour. Hierin zaten henneptoppen met een gewicht van 253 gram. Voorts werd een tas van de Spar aangetroffen. Hierin zat een doosje met munitie: 50 patronen met kaliber 9mm, merk Magtech. Alle verdovende middelen zijn gewogen op een geijkte weegschaal. Alle genoemde gewichten zijn NETTO gewichten uitgedrukt in gram. Totaal zijn dus de volgende goederen in beslag genomen: Woonkamer - 12,3 gram hennep - 30,7 gram hennep Hal - 8,4 gram hennep Bijkeuken - 38,5 gram hennep Slaapkamer - Joint - 7,5 gram hennep - 0,6 gram hennep Achtertuin - 830 gram hennep - 838 gram hennep - 253 gram hennep Ik, [verbalisant 1] , heb alle genoemde goederen gezien. Ik heb alles bekeken. De in beslag genomen hennep, alle hoeveelheden, herkende ik aan de geur, kleur en samenstelling als hennep afkomstig van de Cannabis plant. Ik herkende dit doordat ik opgeleid ben als drugstester en al jarenlang drugsonderzoeken doe. 2. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 39-40, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 3] : Op 20 juli 2021 bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 6] , ons in de tuin van perceel [a-straat 1] te [plaats] . Wij zagen dat er op enkele meters afstand van de achtergevel van de betrokken woning een zwarte kliko in de tuin stond. Ik, [verbalisant 6] , zag dat deze kliko was voorzien van een sticker van de [reinigingsdienst] met daarop een barcode en het adres [a-straat 1] [plaats] . Ik, [verbalisant 6] , openende het deksel en ik, zag dat er zich een zwarte boodschappentas, voorzien van het opschrift de Splenter schoenen in de kliko bevond. Ik zag dat er zich in deze boodschappentas een tweetal grote gripzakken bevond welke waren gevuld met gedroogde henneptoppen, welke ik ambtshalve als zodanig herkende. Vervolgens nam ik, [verbalisant 6] , deze boodschappentas compleet met de gevulde gripzakken in beslag. Na weging bleek dat de inhoud van de gripzakken met hennep, respectievelijk 838 en 830 gram wogen. (…) Ik, [verbalisant 3] , trof tevens nog een plastic boodschappentas aan van de Aldi. Ik, [verbalisant 3] , zag dat er zich in de deze boodschappentas een plastic zak bevond van de Carrefour met daarin diverse gedroogde henneptoppen, welke ik als zodanig ambtshalve herkende. Vervolgens nam ik, [verbalisant 3] deze boodschappentas compleet met de gevulde zak van de Carrefour in beslag. Na weging bleek dat de inhoud van deze zak met hennep, 253 gram woog. 3. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2021, dossierpagina 41, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] : Op 20 juli 2021 was ik, [verbalisant 1] , belast met het onderzoek naar de handel in verdovende middelen door verdachten [verdachte] en [medeverdachte] . Vervolgens hoorde ik dat er in de achtertuin kogelpatronen werden aangetroffen, 50 stuks 9 mm. De patronen werden aangetroffen door collega [verbalisant 6] . De patronen lagen in een klikobak in de achtertuin. In dezelfde kliko werden ook grote hoeveelheden hennep aangetroffen. Daar ik [verdachte] aanhield voor handel dan wel bezit verdovende middelen vertelde ik hem direct dat ik hem ook aanhield voor de aangetroffen munitie. Ik hoorde hem vervolgens het volgende verklaren: "Ik ga alles bekennen, ik neem alle schuld op me. Het is alles voor mijn rekening. Die patronen waren gestolen, ik moest deze in opdracht terughalen. Vervolgens heb ik ze dus terug gestolen." In de woning werd door [verbalisant 2] een bol geperste hennep aangetroffen. Dit was geperste hennep in plastic folie gewikkeld.
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:259 text/xml public 2026-04-10T16:50:02 2026-03-15 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-03-17 24/00245 Conclusie NL Strafrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:259 text/html public 2026-03-19T14:10:43 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:259 Parket bij de Hoge Raad , 17-03-2026 / 24/00245 Conclusie AG. Opz. h.i.s.m. art. 3.C Ow. Falende bewijsklacht over bewijs wetenschap aanwezigheid drugs in kliko. Ambtshalve: overschrijding r.t. in cassatie. Conclusie strekt tot vernietiging bestreden uitspraak, maar uitsluitend voor wat betreft de hoogte van de opgelegde taakstraf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige. PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer24/00245 Zitting 17 maart 2026 CONCLUSIE D.J.C. Aben In de zaak [verdachte] , geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988, hierna: de verdachte Inleiding 1. De verdachte is bij arrest van 24 januari 2024 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch (parketnr. 20-002640-21) wegens " opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel ", veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zestien dagen, met aftrek van voorarrest als bedoeld in artikel 27 lid 1 Sr, en een taakstraf voor de duur van honderd dagen, subsidiair vijftig dagen hechtenis. Daarnaast heeft het hof in beslag genomen voorwerpen onttrokken aan het verkeer. Ik merk op dat de verdachte van het ten laste gelegde voor zover dat in hoger beroep aan de orde was, in eerste aanleg was vrijgesproken. 2. Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. J.J.J. van Rijsbergen, advocaat in Breda, heeft een middel van cassatie voorgesteld. 3. Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van een hoeveelheid van in totaal 2018,4 gram hennep. De bewezenverklaring en de bewijsvoering 4. Ten laste van de verdachte heeft het hof bewezen verklaard dat: “ hij op 20 juli 2021 te [plaats] , opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [a-straat 1] ) een grote hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2018,4 gram hennep (2.019 gram), zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II”. 5. De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen: “1. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 29-31, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] : Op 20 juli 2021 was ik belast met onderzoek naar handel in verdovende middelen op het adres, [a-straat 1] te [plaats] . Diezelfde dag trad ik, met zes andere collega's, de woning binnen. In de woonkamer op de bank werd [verdachte] aangetroffen. Op de eerste verdieping in een slaapkamer werd verdachte [medeverdachte] aangetroffen. (...) Vervolgens hebben we de woning doorzocht. De woning betreft een hoekwoning met een begane grond, eerste verdieping en een zolderruimte. De woning heeft een achtertuin welke door een schutting is afgeschermd. De poort van deze schutting was bij aankomst dicht maar niet afgesloten. [verbalisant 2] doorzocht de woonkamer. In de woonkamer op de bank, naast [verdachte] , lag een bakje met hennep. Na wegen betrof dit 12.3 gram hennep. Op de grond in de woonkamer lag de inhoud van een omgevallen kartonnen doos. Hiertussen lag een in plastic gewikkelde bol geperste hennep. Na wegen betrof dit 30.7 gram hennep. [verbalisant 3] zag in de woning en naast de voordeur henneptoppen op de vensterbank liggen. Na weging betrof dit 8.4 gram. [verbalisant 4] doorzocht een kastje wat in de bijkeuken stond. Dit kastje had een glazen schuifdeurtje. In dit kastje stond een potje met henneptoppen. Na weging hadden de henneptoppen een gewicht van 38.5 gram. [verbalisant 5] doorzocht, de slaapkamer op de eerste verdieping van verdachte [medeverdachte] . In deze kamer werd verdachte [medeverdachte] op bed aangetroffen bij het betreden van de woning. Op het nachtkastje stond een potje met henneptoppen. Onder een kussen wat op het bed lag, lag één joint en twee henneptoppen. De henneptoppen in het potje hadden een gewicht van 75 gram, de twee henneptoppen hadden een gewicht van 0.6 gram. [verbalisant 6] doorzocht een zwartkleurige kliko container die in de achtertuin stond. Hierin zat een draagtas van Splenter schoenen. In deze tas zaten twee zakken met henneptoppen. Na weging betrof één zak 830 gram, de ander 838 gram. Verder werd in deze kliko een tas van de Aldi aangetroffen met hierin een plastic tasje van Carrefour. Hierin zaten henneptoppen met een gewicht van 253 gram. Voorts werd een tas van de Spar aangetroffen. Hierin zat een doosje met munitie: 50 patronen met kaliber 9mm, merk Magtech. Alle verdovende middelen zijn gewogen op een geijkte weegschaal. Alle genoemde gewichten zijn NETTO gewichten uitgedrukt in gram. Totaal zijn dus de volgende goederen in beslag genomen: Woonkamer - 12,3 gram hennep - 30,7 gram hennep Hal - 8,4 gram hennep Bijkeuken - 38,5 gram hennep Slaapkamer - Joint - 7,5 gram hennep - 0,6 gram hennep Achtertuin - 830 gram hennep - 838 gram hennep - 253 gram hennep Ik, [verbalisant 1] , heb alle genoemde goederen gezien. Ik heb alles bekeken. De in beslag genomen hennep, alle hoeveelheden, herkende ik aan de geur, kleur en samenstelling als hennep afkomstig van de Cannabis plant. Ik herkende dit doordat ik opgeleid ben als drugstester en al jarenlang drugsonderzoeken doe. 2. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 39-40, voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 3] : Op 20 juli 2021 bevonden wij, verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 6] , ons in de tuin van perceel [a-straat 1] te [plaats] . Wij zagen dat er op enkele meters afstand van de achtergevel van de betrokken woning een zwarte kliko in de tuin stond. Ik, [verbalisant 6] , zag dat deze kliko was voorzien van een sticker van de [reinigingsdienst] met daarop een barcode en het adres [a-straat 1] [plaats] . Ik, [verbalisant 6] , openende het deksel en ik, zag dat er zich een zwarte boodschappentas, voorzien van het opschrift de Splenter schoenen in de kliko bevond. Ik zag dat er zich in deze boodschappentas een tweetal grote gripzakken bevond welke waren gevuld met gedroogde henneptoppen, welke ik ambtshalve als zodanig herkende. Vervolgens nam ik, [verbalisant 6] , deze boodschappentas compleet met de gevulde gripzakken in beslag. Na weging bleek dat de inhoud van de gripzakken met hennep, respectievelijk 838 en 830 gram wogen. (…) Ik, [verbalisant 3] , trof tevens nog een plastic boodschappentas aan van de Aldi. Ik, [verbalisant 3] , zag dat er zich in de deze boodschappentas een plastic zak bevond van de Carrefour met daarin diverse gedroogde henneptoppen, welke ik als zodanig ambtshalve herkende. Vervolgens nam ik, [verbalisant 3] deze boodschappentas compleet met de gevulde zak van de Carrefour in beslag. Na weging bleek dat de inhoud van deze zak met hennep, 253 gram woog. 3. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 juli 2021, dossierpagina 41, voor zover inhoudende als relaas van [verbalisant 1] : Op 20 juli 2021 was ik, [verbalisant 1] , belast met het onderzoek naar de handel in verdovende middelen door verdachten [verdachte] en [medeverdachte] . Vervolgens hoorde ik dat er in de achtertuin kogelpatronen werden aangetroffen, 50 stuks 9 mm. De patronen werden aangetroffen door collega [verbalisant 6] . De patronen lagen in een klikobak in de achtertuin. In dezelfde kliko werden ook grote hoeveelheden hennep aangetroffen. Daar ik [verdachte] aanhield voor handel dan wel bezit verdovende middelen vertelde ik hem direct dat ik hem ook aanhield voor de aangetroffen munitie. Ik hoorde hem vervolgens het volgende verklaren: "Ik ga alles bekennen, ik neem alle schuld op me. Het is alles voor mijn rekening. Die patronen waren gestolen, ik moest deze in opdracht terughalen. Vervolgens heb ik ze dus terug gestolen." In de woning werd door [verbalisant 2] een bol geperste hennep aangetroffen. Dit was geperste hennep in plastic folie gewikkeld.
Volledig
Desgevraagd verklaarde [verdachte] dat dit bestemd was voor smokkel in de gevangenis. 4. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 197-204, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte] : V: Waar woont u en met wie? A: [a-straat 1] [plaats] . V: Met wie woont u daar? A: Met mijn zoon, omdat hij geen plek heeft, hij zou binnenkort verhuizen naar zijn eigen huis. V: Welke zoon bedoelt u? A: [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). (...) V: Hoe lang woont [verdachte] al bij u? A: [verdachte] logeert bij mij, hij niet ingeschreven. V: Hoelang logeert hij al? A: Sinds hij zijn huis vorig jaar heeft verlaten. (...) V: De spullen zijn aangetroffen in de kliko, wat kun je daarover verklaren? A: Heb ik geen idee van, heb ik niet gezien. V: Over welke container heeft u het? A: De groene. V: En de zwarte? A: Paar dagen geleden heeft [verdachte] die naar buiten gebracht. 5. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 217-224, voor zover inhoudende als verklaring van de [verdachte] : V: Waar woon je en met wie? A: Ik woon aan de [a-straat 1] in [plaats] . Ik woon daar met mijn moeder. (…) V: In de woonkamer op de bank werd een bakje met hennep aangetroffen. Dit betrof 12,3 gram netto. Wat kan je hierover verklaren? A: Dat heb ik zelf ingeleverd. V: Van wie is de hennep? A: Van mij. V: In de woning naast de voordeur werden henneptoppen op de vensterbank aangetroffen. Dit betrof 8,4 gram netto. Wat kan je hierover verklaren? A: Het zou kunnen. V: Van wie zijn die henneptoppen? A: Van mij. V: In een kastje in de bijkeuken werd een potje met henneptoppen aangetroffen met een gewicht van 38,5 gram netto. Wat kan je hierover verklaren? A: Ook van mij. V: In de slaapkamer van jouw moeder stond een potje met henneptoppen (7,5 gram netto), lag er onder een kussen op het bed 1 joint en twee henneptoppen (0,6 gram netto). Wat kan je hierover verklaren? A: Dat zij af en toe een jointje rookt. V: Van wie zijn deze verdovende middelen? A: Van mij. 6. Een geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 244-245: Plaats: [a-straat 1] , [plaats] . 7. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 27 oktober 2021, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: De wapens waren van mij ontvreemd en moesten terug naar de eigenaar. Die zaten toen in een tas met veel andere spullen. Ik was niet op de hoogte dat er kogels bijzaten. (...) Ik heb de tas toen in de kliko gegooid.” 6. Het arrest bevat de volgende bewijsoverwegingen: “ De raadsman van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is samengevat aangevoerd dat ook de moeder in woning verbleef en dat niet uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de aangetroffen hennep in de kliko. De verdediging stelt dat de kliko vrij toegankelijk was en dat onderzoek aan de kliko niet eenduidig in de richting van de verdachte wees. Het is aldus onduidelijk van wie de aangetroffen hennep in de kliko was. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de verdachte voorafgaand en ten tijde van het aantreffen van de hennep op 20 juli 2021 woonachtig was op het adres [a-straat 1] in [plaats] , dat de kliko behorend bij deze woning, waarin de hennep werd aangetroffen, in de tuin op enkele meters afstand van de achtergevel van de woning stond en dat de poort van de schutting in de tuin niet was afgesloten, maar wel dicht zat. Verder heeft de verdachte verklaard dat de hennep in de woning van hem was en dat hij de tas met kogelpatronen - welke tas tezamen met de tassen met hennep op 20 juli 2021 in de kliko is aangetroffen - zelf in de kliko heeft gegooid. [medeverdachte] , de moeder van de verdachte, heeft voorts in haar verhoor van 20 juli 2021 verklaard dat de verdachte de betreffende kliko een paar dagen geleden naar buiten heeft gebracht. Het hof is op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat geen sprake is van een begin van aannemelijkheid dat een ander dan de verdachte de hennep in de kliko heeft gelegd. Nog los van het feit dat het volstrekt onaannemelijk is dat een ander deze hoeveelheid hennep met een aanzienlijke waarde in een kliko in de omheinde tuin van verdachte zou deponeren. Naar het oordeel van het hof staat de wetenschap en beschikkingsmacht van de verdachte met betrekking tot de hennep in de zwarte kliko in de tuin behorend bij de woning waar hij op dat moment woonachtig was, onder deze omstandigheden vast. Nu de raadsman integrale vrijspraak heeft bepleit, en aldus, zo begrijpt het hof, ook vrijspraak heeft willen bepleiten voor de in de woning aangetroffen hennep, overweegt het hof dat dit verweer zijn weerlegging vindt in de door het gebezigde bewijsmiddelen, zodat dit verweer geen (nadere) bespreking behoeft. Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals in de bewezenverklaring is vermeld.” Het middel en de toelichting daarop 7. Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 2018,4 gram hennep. 8. De steller van het middel betoogt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte de hennep in de zwarte afvalcontainer opzettelijk aanwezig heeft gehad. Daartoe wordt in de eerste plaats aangevoerd dat de verdachte, die in de woning van zijn moeder verbleef, heeft bekend dat de aangetroffen hennep in die woning van hem was, maar niet heeft bekend dat (ook) de in de afvalcontainer aangetroffen hennep aan hem toebehoorde. In de tweede plaats wordt aangevoerd dat niet is komen vast te staan wanneer de hennep in de afvalcontainer is gedeponeerd, terwijl de bewijsmiddelen de mogelijkheid openlaten dat dit door een ander is gedaan. De bespreking van het middel 9. Het hof heeft het volgende vastgesteld. De verdachte bewoonde de woning waarin de hennep is aangetroffen. In de afvalcontainer die bij deze woning behoorde zijn meerdere tassen aangetroffen. Twee van deze tassen waren gevuld met henneptoppen en een andere tas met kogelpatronen. Het is de verdachte geweest die de tas met kogelpatronen in de afvalcontainer heeft gedeponeerd en, enkele dagen vóór 20 juli 2021 (dat is de in de bewezenverklaring genoemde datum), de afvalcontainer naar buiten heeft gebracht. Uit deze feiten en omstandigheden heeft het hof afgeleid dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de in de afvalcontainer aangetroffen hennep. Het verweer van de raadsman ter zitting in hoger beroep, inhoudende dat de afvalcontainer vrij toegankelijk was, waardoor het niet is uitgesloten dat de hennep aan een ander toebehoorde, heeft het hof vervolgens gemotiveerd weerlegd. Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden en de hoeveelheid hennep die in de afvalcontainer is aangetroffen, heeft het hof “ volstrekt onaannemelijk ” geacht dat iemand anders dan de verdachte de hennep in die container zou hebben gelegd. 10. Het oordeel dat de verdachte aldus in totaal 2018,4 gram hennep opzettelijk voorhanden heeft gehad, heeft het hof m.i. uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden en is niet-onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat de verdachte niet (ook) heeft bekend dat de in de afvalcontainer aangetroffen hennep aan hem toebehoorde. Slotsom 11. Het middel faalt. Het middel gaat over het bewijs van een feit waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en daarom ligt afdoening op de voet van artikel 81 lid 1 RO niet voor de hand. 12. Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Daarmee is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM geschonden. Dit dient te leiden tot strafvermindering.
Volledig
Desgevraagd verklaarde [verdachte] dat dit bestemd was voor smokkel in de gevangenis. 4. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 197-204, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte [medeverdachte] : V: Waar woont u en met wie? A: [a-straat 1] [plaats] . V: Met wie woont u daar? A: Met mijn zoon, omdat hij geen plek heeft, hij zou binnenkort verhuizen naar zijn eigen huis. V: Welke zoon bedoelt u? A: [verdachte] (het hof begrijpt: de verdachte). (...) V: Hoe lang woont [verdachte] al bij u? A: [verdachte] logeert bij mij, hij niet ingeschreven. V: Hoelang logeert hij al? A: Sinds hij zijn huis vorig jaar heeft verlaten. (...) V: De spullen zijn aangetroffen in de kliko, wat kun je daarover verklaren? A: Heb ik geen idee van, heb ik niet gezien. V: Over welke container heeft u het? A: De groene. V: En de zwarte? A: Paar dagen geleden heeft [verdachte] die naar buiten gebracht. 5. Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 juli 2021, dossierpagina’s 217-224, voor zover inhoudende als verklaring van de [verdachte] : V: Waar woon je en met wie? A: Ik woon aan de [a-straat 1] in [plaats] . Ik woon daar met mijn moeder. (…) V: In de woonkamer op de bank werd een bakje met hennep aangetroffen. Dit betrof 12,3 gram netto. Wat kan je hierover verklaren? A: Dat heb ik zelf ingeleverd. V: Van wie is de hennep? A: Van mij. V: In de woning naast de voordeur werden henneptoppen op de vensterbank aangetroffen. Dit betrof 8,4 gram netto. Wat kan je hierover verklaren? A: Het zou kunnen. V: Van wie zijn die henneptoppen? A: Van mij. V: In een kastje in de bijkeuken werd een potje met henneptoppen aangetroffen met een gewicht van 38,5 gram netto. Wat kan je hierover verklaren? A: Ook van mij. V: In de slaapkamer van jouw moeder stond een potje met henneptoppen (7,5 gram netto), lag er onder een kussen op het bed 1 joint en twee henneptoppen (0,6 gram netto). Wat kan je hierover verklaren? A: Dat zij af en toe een jointje rookt. V: Van wie zijn deze verdovende middelen? A: Van mij. 6. Een geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 244-245: Plaats: [a-straat 1] , [plaats] . 7. Het proces-verbaal van de terechtzitting van de rechtbank Zeeland-West-Brabant d.d. 27 oktober 2021, voor zover inhoudende als verklaring van de verdachte: De wapens waren van mij ontvreemd en moesten terug naar de eigenaar. Die zaten toen in een tas met veel andere spullen. Ik was niet op de hoogte dat er kogels bijzaten. (...) Ik heb de tas toen in de kliko gegooid.” 6. Het arrest bevat de volgende bewijsoverwegingen: “ De raadsman van de verdachte heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is samengevat aangevoerd dat ook de moeder in woning verbleef en dat niet uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de aangetroffen hennep in de kliko. De verdediging stelt dat de kliko vrij toegankelijk was en dat onderzoek aan de kliko niet eenduidig in de richting van de verdachte wees. Het is aldus onduidelijk van wie de aangetroffen hennep in de kliko was. Het hof overweegt dienaangaande als volgt. Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat de verdachte voorafgaand en ten tijde van het aantreffen van de hennep op 20 juli 2021 woonachtig was op het adres [a-straat 1] in [plaats] , dat de kliko behorend bij deze woning, waarin de hennep werd aangetroffen, in de tuin op enkele meters afstand van de achtergevel van de woning stond en dat de poort van de schutting in de tuin niet was afgesloten, maar wel dicht zat. Verder heeft de verdachte verklaard dat de hennep in de woning van hem was en dat hij de tas met kogelpatronen - welke tas tezamen met de tassen met hennep op 20 juli 2021 in de kliko is aangetroffen - zelf in de kliko heeft gegooid. [medeverdachte] , de moeder van de verdachte, heeft voorts in haar verhoor van 20 juli 2021 verklaard dat de verdachte de betreffende kliko een paar dagen geleden naar buiten heeft gebracht. Het hof is op grond van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden van oordeel dat geen sprake is van een begin van aannemelijkheid dat een ander dan de verdachte de hennep in de kliko heeft gelegd. Nog los van het feit dat het volstrekt onaannemelijk is dat een ander deze hoeveelheid hennep met een aanzienlijke waarde in een kliko in de omheinde tuin van verdachte zou deponeren. Naar het oordeel van het hof staat de wetenschap en beschikkingsmacht van de verdachte met betrekking tot de hennep in de zwarte kliko in de tuin behorend bij de woning waar hij op dat moment woonachtig was, onder deze omstandigheden vast. Nu de raadsman integrale vrijspraak heeft bepleit, en aldus, zo begrijpt het hof, ook vrijspraak heeft willen bepleiten voor de in de woning aangetroffen hennep, overweegt het hof dat dit verweer zijn weerlegging vindt in de door het gebezigde bewijsmiddelen, zodat dit verweer geen (nadere) bespreking behoeft. Het hof verwerpt mitsdien het tot vrijspraak strekkende verweer van de verdediging. Resumerend acht het hof, op grond van het vorenoverwogene en de gebezigde bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan zoals in de bewezenverklaring is vermeld.” Het middel en de toelichting daarop 7. Het middel komt op tegen de bewezenverklaring van het opzettelijk aanwezig hebben van in totaal 2018,4 gram hennep. 8. De steller van het middel betoogt dat uit de bewijsmiddelen niet kan volgen dat de verdachte de hennep in de zwarte afvalcontainer opzettelijk aanwezig heeft gehad. Daartoe wordt in de eerste plaats aangevoerd dat de verdachte, die in de woning van zijn moeder verbleef, heeft bekend dat de aangetroffen hennep in die woning van hem was, maar niet heeft bekend dat (ook) de in de afvalcontainer aangetroffen hennep aan hem toebehoorde. In de tweede plaats wordt aangevoerd dat niet is komen vast te staan wanneer de hennep in de afvalcontainer is gedeponeerd, terwijl de bewijsmiddelen de mogelijkheid openlaten dat dit door een ander is gedaan. De bespreking van het middel 9. Het hof heeft het volgende vastgesteld. De verdachte bewoonde de woning waarin de hennep is aangetroffen. In de afvalcontainer die bij deze woning behoorde zijn meerdere tassen aangetroffen. Twee van deze tassen waren gevuld met henneptoppen en een andere tas met kogelpatronen. Het is de verdachte geweest die de tas met kogelpatronen in de afvalcontainer heeft gedeponeerd en, enkele dagen vóór 20 juli 2021 (dat is de in de bewezenverklaring genoemde datum), de afvalcontainer naar buiten heeft gebracht. Uit deze feiten en omstandigheden heeft het hof afgeleid dat de verdachte wetenschap had van en beschikkingsmacht had over de in de afvalcontainer aangetroffen hennep. Het verweer van de raadsman ter zitting in hoger beroep, inhoudende dat de afvalcontainer vrij toegankelijk was, waardoor het niet is uitgesloten dat de hennep aan een ander toebehoorde, heeft het hof vervolgens gemotiveerd weerlegd. Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden en de hoeveelheid hennep die in de afvalcontainer is aangetroffen, heeft het hof “ volstrekt onaannemelijk ” geacht dat iemand anders dan de verdachte de hennep in die container zou hebben gelegd. 10. Het oordeel dat de verdachte aldus in totaal 2018,4 gram hennep opzettelijk voorhanden heeft gehad, heeft het hof m.i. uit de bewijsmiddelen kunnen afleiden en is niet-onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Daaraan doet niet af dat de verdachte niet (ook) heeft bekend dat de in de afvalcontainer aangetroffen hennep aan hem toebehoorde. Slotsom 11. Het middel faalt. Het middel gaat over het bewijs van een feit waarvan de verdachte in eerste aanleg is vrijgesproken en daarom ligt afdoening op de voet van artikel 81 lid 1 RO niet voor de hand. 12. Ambtshalve merk ik op dat de Hoge Raad uitspraak zal doen nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Daarmee is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM geschonden. Dit dient te leiden tot strafvermindering.