Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2026-02-20
ECLI:NL:PHR:2026:186
Civiel recht; Verbintenissenrecht
24,020 tokens
Volledig
ECLI:NL:PHR:2026:186 text/xml public 2026-04-18T00:00:38 2026-02-17 Raad voor de Rechtspraak nl Parket bij de Hoge Raad 2026-02-20 25/00603 Conclusie NL Civiel recht; Verbintenissenrecht Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2026:668 Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:PHR:2026:186 text/html public 2026-02-25T15:02:37 2026-02-26 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:PHR:2026:186 Parket bij de Hoge Raad , 20-02-2026 / 25/00603 Verbintenissenrecht. Uitleg koop- en licentieovereenkomst m.b.t. software waarvan broncode gedeeltelijk overlapt met andere software van verkoper/licentienemer. Omvang auteursrechtelijke overdracht aan koper. Impliciet contractueel gebruiksrecht op overlappende onderdelen voor verkoper/licentienemer. Toerekening van wetenschap aan medekopers. Proceskostenveroordeling ex art. 1019h Rv? PROCUREUR-GENERAAL BIJ DE HOGE RAAD DER NEDERLANDEN Nummer 25/00603 Zitting 20 februari 2026 CONCLUSIE G.R.B. van Peursem In de zaak 1. Payingit B.V. 2. Payingip B.V. 3. NRD Holding B.V. 4. CMC Holding B.V. 5. [eiser 5] 6. [eiser 6] , eisers tot cassatie tegen Workrate Holding B.V., verweerster in cassatie Eisers tot cassatie worden hierna gezamenlijk aangeduid als Payingit c.s. of Kopers, afzonderlijk als PayingIT, PayingIP, NRD, CMC, [eiser 5] en [eiser 6] , verweerster in cassatie als Workrate of Verkoper. Workrate heeft vanaf 2008 drie softwarepakketten ontwikkeld (Workstate, Workmate en Academy), die een zekere verwevenheid hebben. Workrate wilde één van die applicaties, Workmate, extern commercieel gaan exploiteren. De naam van die applicatie is veranderd in Usemate en daartoe is in 2013 Usemate B.V. opgericht. De aandelen in Usemate B.V. werden aanvankelijk gehouden door (onder meer) Workrate en (de holdingvennootschap van) [eiser 5] , destijds werkzaam bij Workrate. Vervolgens is Usemate B.V. verzelfstandigd, zodat het pakket Usemate onafhankelijk van Workrate kon worden geëxploiteerd. Bij koopovereenkomst uit 2016 met Workrate als verkoper en (de holdingvennootschappen van) [eiser 5] en [eiser 6] en een derde als kopers zijn de aandelen van Workrate in Usemate B.V. verkocht en daarnaast werd software verkocht en geleverd aan PayingIP. Daarbij is toen een licentie verleend aan Workrate om de overgedragen software onder bepaalde voorwaarden intern te gebruiken. Vervolgens is de naam van Usemate B.V. gewijzigd in PayingIT. De zaak gaat over de uitleg van de koopovereenkomst tot levering van bedoelde software en de licentieovereenkomst waarin een gebruiksrecht aan Workrate is verleend met betrekking tot die software. Geschilpunt is onder meer in welke omvang het auteursrecht op die software aan kopers is overgedragen en tot welke exploitatiehandelingen de verkoper/licentienemer Workrate (nog) bevoegd is. Kernprobleem is daarbij dat er overlappende delen (broncode)software zitten in de pakketten Workstate en Workmate/Usemate, de intentie was dat alleen Usemate over zou worden gedragen/ ‘terug’gelicentieerd voor intern gebruik, maar dat de transacties de exploitatie van Workstate door Workrate verder ongemoeid zou laten. Rechtbank en hof komen ‘Haviltexend’ tot de uitleg dat er een stilzwijgende licentie is verleend door Payingit c.s. aan Workrate om de overlappende delen (broncode)software te blijven gebruiken in het kader van haar exploitatie van Workstate en dat iets soortgelijks geldt voor het gebruik van KlasseNet door een derde. Daarbij is ook van belang geacht dat partijen in verschillende branches opereren (Workrate in beveiliging, Payingit c.s. in onder meer payrolling). Ik zie het cassatieberoep geen doel treffen. Payingit c.s. doet bij mondeling pleidooi en s.t. een poging de impliciete licentie te construeren als een Unierechtelijk niet-toegestane beperking op de aan haar overgedragen auteursrechten op software (wegens strijd met de driestappentoets uit art. 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn (Arl), de Softwarerichtlijn en het EU-Handvest). Daargelaten dat daarvoor geen aanknopingspunten zijn te vinden in het cassatiemiddel, ook niet in subonderdeel 1.5 (in verbinding met subonderdeel 1.3.c), zoals Payingit c.s. ten onrechte stelt, gaat deze zaak niet om al dan geen toegestane beperking op auteursrechten. Het gaat om uitleg van de betreffende overeenkomsten, waarin deze professionele partijen zelf auteursrechten hebben overgedragen en een licentieverhouding hebben gecreëerd. Contractsvrijheid moet niet worden verward of vermengd met het gesloten stelsel van wettelijke beperkingen in het auteursrecht. 1. Feiten Partijen 1.1 Workrate houdt zich bezig met datacenterbeveiliging en ondersteunt klanten bij het volgen van de juiste beveiligingsprocessen. Bij Workrate zijn (ten tijde van het geschil) onder anderen werkzaam [betrokkene 1] , (indirect) aandeelhouder en bestuurder (hierna: [betrokkene 1] ) en [betrokkene 2] , (indirect) aandeelhouder en bestuurder (hierna: [betrokkene 2] ). 1.2 PayingIT is actief op het gebied van ‘business to business’ verkopen van software en aanverwante serviceproducten, waaronder software(diensten) op het gebied van payrolling, personeelsplanning en salarisadministratie. PayingIT heette tot 2016 Usemate B.V. De aandelen in Usemate B.V. werden (onder meer) gehouden door Workrate, [eiser 5] en [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3] ). [eiser 5] was van 2011 tot 2016 werkzaam bij Workrate. [eiser 5] is via NRD (indirect) aandeelhouder en bestuurder van PayingIT. [eiser 6] is via CMC (indirect) aandeelhouder en bestuurder van PayingIT. [betrokkene 3] is voormalig (indirect) aandeelhouder en bestuurder van PayingIT. PayingIP is opgericht op 5 juli 2016 en is de contractuele wederpartij van Workrate bij de hierna te noemen Licentieovereenkomst. Software 1.3 Workrate biedt een softwarepakket aan voor het managen van processen en het borgen van compliance onder de naam Workstate. Rond 2008 heeft Workrate software ontwikkeld onder de naam Workmate, ten behoeve van het automatiseren van planning van haar professionals, training, urenregistratie, werkinstructies, functioneren en andere HR-zaken. De Workmate software wordt nu geëxploiteerd door PayingIT onder de naam Usemate. 1.4 In totaal zijn er vanaf 2008 door Workrate (althans door aan haar gelieerde vennootschappen) drie softwareapplicaties ontwikkeld: de hiervoor genoemde Usemate en Workstate software, en Academy, een softwareapplicatie ten behoeve van e-learning. Deze drie applicaties draaiden op het [softwarebedrijf] Portal Framework, ontwikkeld door [betrokkene 4] , eigenaar van het [softwarebedrijf] (hierna: [betrokkene 4] ). De softwareapplicaties hebben een zekere verwevenheid doordat de applicaties op bepaalde punten dezelfde functionaliteiten zoals ‘interfaces’, ‘rechtenbeheer’ en ‘instellingenbeheer’ bieden. Voor die gemeenschappelijke onderdelen worden dezelfde onderliggende coderegels aangeroepen. Door partijen worden deze gemeenschappelijke functionaliteiten ook wel aangeduid als ‘interfaces’ en/of ‘shared modules’. 1.5 Omstreeks 2010 heeft Workrate aan KlasseStudent B.V. (hierna: KlasseStudent) ontwikkelrechten gegeven met betrekking tot de broncode van onder meer de Workmate software. Op 19 november 2012 heeft KlasseStudent een volledige aftakking (‘fork’/kopie) gemaakt van de Workrate-code, inclusief Workmate (hierna: de 2012-kopie). KlasseStudent heeft vanaf dat moment enkel doorontwikkeld op deze 2012-kopie, door haar genoemd Klassenet. Verzelfstandigen van Usemate B.V. (nu PayingIT) 1.6 In de periode 2010-2013 is binnen Workrate het idee ontstaan om de Workmate software commercieel te gaan exploiteren. Op 28 augustus 2013 is daartoe Usemate B.V. opgericht door [eiser 5] , handelend als enig bestuurder van NRD, en [betrokkene 3] , handelend als enig bestuurder van DENDER Holding B.V. (hierna: DENDER). Op dezelfde dag hebben NRD en DENDER 49% van de aandelen in het kapitaal van Usemate B.V. verkocht en geleverd aan Workrate. Op of omstreeks die datum is de naam van het softwarepakket Workmate veranderd in Usemate. 1.7 Op enig moment hebben [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] enerzijds en Workrate anderzijds besloten Usemate B.V. te verzelfstandigen, zodat Usemate B.V.
Volledig
de Usemate software onafhankelijk van Workrate zou kunnen exploiteren. Partijen hebben vervolgens onderhandeld over een koop- en licentieovereenkomst. Correspondentie voorafgaand aan het sluiten van de koop- en licentieovereenkomst 1.8 Op 25 februari 2016 heeft [betrokkene 1] aan [eiser 5] een e-mail gestuurd over het maken van een kopie van de Usemate software voordat partijen uit elkaar zouden gaan. [betrokkene 1] heeft hierin, voor zover relevant, geschreven: ‘(…) Omdat de code gemerged is kan je pas weer nieuwe zaken ontwikkelen als je dat op de nieuwe codebase doet! We willen niet dat er verschillende versies ontstaan. Dit klinkt hard, maar we moeten zo snel mogelijk over en de code splitten zodat we niet meer afhankelijk zijn van elkaars processen, dit is daarbij een essentiele stap! (…)’ 1.9 [betrokkene 4] heeft daarop codebase in een SVN-systeem opgeslagen (in het eindvonnis van de rechtbank aangeduid als de ‘2015-kopie’). 1.10 [eiser 5] heeft op 29 maart 2016 een e-mail gestuurd aan [betrokkene 1] , waarin onder meer staat: ‘(…) WR [Workrate, A-G] kan doorontwikkelen op dezelfde code. (…)’ 1.11 Op 4 mei 2016 heeft [eiser 5] een e-mail gestuurd aan [betrokkene 7] , de advocaat die de bij de koop van de software behorende transactiedocumentatie heeft opgesteld (hierna: [betrokkene 7] ), met een omschrijving van de Workstate en Usemate software. 1.12 Op 6 mei 2016 heeft [betrokkene 7] vervolgens een concept van de licentieovereenkomst verspreid, met daarin ook de door [eiser 5] voorgestelde omschrijving van de software. Daarbij was in de licentieovereenkomst onder de definitie van de software die in licentie werd gegeven, niet alleen de Usemate software genoemd, maar ook de Workstate software: ‘(…) b) software voor het voeren van operationele activiteiten bij particuliere beveiligingsbedrijven, waaronder incident rapportages, toegangsregistraties en de registratie van rondes onder de merknaam ‘WorkState’, waaronder begrepen alle updates of nieuwe releases van deze software van tijd tot tijd. de software onder paragraaf (a) en (b) gezamenlijk hierna genoemd de Software . Op de datum van deze overeenkomst bestaat de software in ieder geval uit de modules zoals opgenomen in de Bijlage bij deze overeenkomst.’ [betrokkene 1] heeft vervolgens in het concept bij onderdeel b) van die bepaling de volgende opmerking geplaatst: ‘Kan verwijderd worden, is volledig in eigendom van Workrate en heeft dus niets met Usemate te maken’. 1.13 [betrokkene 7] heeft op 26 mei 2016 een aangepaste versie van de licentieovereenkomst gestuurd, waarin de passage over de Workstate-software is verwijderd: 1.14 Op 30 mei 2016 heeft [betrokkene 4] een e-mail gestuurd aan [betrokkene 1] met als bijlage een document met de beschrijving van software van Workrate (hierna: het [betrokkene 4] -document). In de begeleidende tekst staat, voor zover van belang: ‘(…) In deze specificatie is aangegeven welke softwaremodules eigendom zijn van Workrate B.V. (…). Bij de overdracht van de eigendom van de softwaremodules van de Workrate Portal kun je deze specificatie als uitgangspunt gebruiken: alle modules waarbij Workrate B.V. als eigenaar van het auteursrecht is vermeld, zal Paying IT de nieuwe rechthebbende worden. Het auteursrecht van de overige softwaremodules (framework e.a.) zal ongewijzigd blijven. (…)’ De bijlage ziet er als volgt uit: 1.15 [betrokkene 1] heeft deze e-mail doorgestuurd aan [betrokkene 7] , [betrokkene 2] en [eiser 5] , met de vraag of zij hiermee akkoord zijn. 1.16 Op 31 mei 2016 heeft [betrokkene 7] in een e-mail aan [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [eiser 5] , die betrekking heeft op het [betrokkene 4] -document, voor zover van belang het volgende geschreven: ‘(…) Vanuit juridische optiek is dit voldoende om de auteursrechten op de software duidelijk af te bakenen. [betrokkene 1] [ [betrokkene 1] , A-G], kun jij [betrokkene 4] nog vragen om per e-mail te bevestigen dat de auteursrechten van Workrate zoals deze volgen uit dit overzicht niet zijn bezwaard; dat door [softwarebedrijf] B.V. ten aanzien van de auteursrechten van Workrate op de genoemde software geen rechten aan derden zijn toegekend of toegezegd. [eiser 5] [ [eiser 5] , A-G], kun jij nog bevestigen dat jullie ook akkoord zijn met dit overzicht? We kunnen vervolgens in de koopovereenkomst naar dit overzicht verwijzen in verband met de overdracht van de software door Workrate. Ik stel voor om dit overzicht ook aan te hechten als bijlage bij de koopovereenkomst. (…)’ 1.17 [betrokkene 1] heeft de vraag diezelfde dag doorgestuurd aan [betrokkene 4] met de vraag of hij het kon bevestigen. 1.18 Op 1 juni 2016 heeft [betrokkene 7] een nieuw concept van de koopovereenkomst aan partijen gestuurd. In zijn begeleidende e-mail van 10.44 uur heeft hij geschreven, voor zover relevant: ‘(…) voorstel is om de softwarekoop uit de koopovereenkomst te laten en in de licentieovereenkomst schriftelijk vast te stellen dat de genoemde software is ingebracht door Workrate en eigendom is van Payingit. Koopprijs van EUR 300.000 zou dan alleen zien op de aandelen (en daarmee indirect de waarde van de ingebrachte software). (…)’ 1.19 Op 1 juni 2016 om 17.34 uur heeft [betrokkene 7] nogmaals een nieuw concept van de koopovereenkomst gestuurd, en in deze e-mail staat, voor zover relevant: ‘(…) Verder heb ik in overleg met Workrate de eigendomsoverdracht van de software uit de koopovereenkomst gelaten. Ik begrijp dat Workrate de software als aandeelhouder heeft ingebracht in Usemate B.V. na oprichting maar dat hierover niets is vastgelegd. Dit betekent dat de software op dit moment eigenlijk niet wordt verkocht/gekocht nu Usemate B.V. al eigenaar zou moeten zijn, maar hierover niet is vastgelegd. We kunnen hiertoe in de licentieovereenkomst verwijzen naar de inbreng door Workrate van de software op haar aandelen in Usemate B.V. en partijen laten bevestigen dat het eigendom (auteursrecht) van de software nu wordt gehouden door Usemate B.V. De waarde van de software is dan indirect verdisconteerd in de koopprijs voor de aandelen. (…)’ 1.20 [betrokkene 4] heeft op 28 juni 2016 om 12.40 uur de e-mail met de vraag van [betrokkene 1] van 30 mei 2016 (zie hiervoor in 1.17) beantwoord. Over eventuele rechten van derden heeft hij geschreven: ‘(…) De e-learning module is destijds als maatwerk ontwikkeld, in eerste instantie voor Klassestudent, maar als onderdeel van de Workmate [Usemate, A-G]. Zij zouden in zekere zin een “derde” kunnen zijn; zij noemen hun applicatie “KlasseNet” – terwijl het feitelijk een (oude) versie van de Workmate/Usemate is. (…)’ 1.21 [betrokkene 1] heeft in reactie hierop geantwoord: ‘Ok duidelijk. Dan is het dus van KlasseStudent en niet van usemate. Nee geen aanvullende voorwaarden, immers voor al onze deelnemingen geldt dat ze onder de regeling vallen.’ 1.22 Op basis daarvan heeft [betrokkene 4] op 28 juni 2016 om 14.04 uur een aangepaste versie van het [betrokkene 4] -document gestuurd. In zijn begeleidende e-mail staat onder meer: ‘(…) Op de broncode-bestanden die in deze bijlage zijn gespecificeerd, waarbij het bedrijf “Workrate BV” is vermeld in de kolom “Huidige eigenaar Auteursrecht (Licentie)”, zijn verder geen rechten aan derden toegekend. (…)’ De bijlage ziet er als volgt uit: 1.23 [betrokkene 1] heeft de in 1.20 tot en met 1.22 bedoelde correspondentie dezelfde dag, op 28 juni 2016, doorgestuurd aan [eiser 5] , [eiser 6] , [betrokkene 2] en [betrokkene 7] . 1.24 In de laatste versie van de koopovereenkomst is het [betrokkene 4] -document niet als bijlage opgenomen. [eiser 5] heeft op 5 juli 2016, de dag voor het tekenen van de koopovereenkomst aan [betrokkene 7] gevraagd of het [betrokkene 4] -document niet als bijlage moest worden opgenomen. [betrokkene 7] heeft in zijn e-mail van 5 juli 2016 geantwoord: ‘(…) De Software hebben we op zichzelf voldoende duidelijk omschreven in de overeenkomsten. Deze omschrijving is mede gebaseerd op dit overzicht van [betrokkene 4] . Hier is verder weinig discussie over geweest en met het overzicht heeft iedereen ingestemd dus wat mij betreft hoeven we dit overzicht niet nog apart aan te hechten.
Volledig
(…)’ 1.25 Eerder die dag (5 juli 2016) mailde [betrokkene 7] aan onder anderen [eiser 5] en [betrokkene 1] het volgende: ‘Bijgaand de tekenversies van de licentieovereenkomst en de koopovereenkomst. (…) In de koopovereenkomst is conform de e-mail van [betrokkene 5] in artikel 3 de verkoop van de software aan PayingIP B.V. toegevoegd. Ik heb PayingIP B.V. daartoe partij gemaakt bij de koopovereenkomst. (…)’. Koopovereenkomst 1.26 Op 6 juli 2016 hebben NRD, DENDER en CMC (Kopers) een overeenkomst gesloten met Workrate (Verkoper) ter zake van de koop, respectievelijk verkoop en levering van alle aandelen van Workrate in Usemate B.V. en verkoop en levering van ‘de Software’ aan PayinglP (hierna: de Koopovereenkomst). In de Koopovereenkomst is voor zover relevant het volgende geregeld: ‘(…) OVERWEGENDE (…) C. De Verkoper en de Kopers hebben definitieve overeenstemming bereikt ter zake de koop respectievelijk verkoop en levering van de Aandelen door de Verkoper aan de Kopers met als doel het voortzetten van de Onderneming door de Kopers, en de verkoop en levering van de Software door de Verkoper aan PayingIP, op de voorwaarden zoals neergelegd in deze Overeenkomst (de “ Transactie ”). (…) (…) 1. INTERPRETATIE (…) Groepsmaatschappijen betekent gezamenlijk alle rechtspersonen waarin de Verkoper Overwegende Zeggenschap uitoefent (…) Onbezwaard betekent vrij van enige last, beperking of vorm van bezwaring, met inbegrip van doch niet beperkt tot hypotheek, pandrecht, last, zekerheidsrecht, deposito of cessie bij wijze van zekerheid, koopovereenkomst, optie of voorkeursrecht, economische eigendom (inclusief vruchtgebruik en vergelijkbare rechten), ieder conservatoir beslag en ieder ander belang of recht gehouden door, of vordering die zou kunnen worden ingesteld door, een derde; (…) Overwegende Zeggenschap betekent het uitoefenen van overwegende zeggenschap binnen een rechtspersoon door middel van het houden van een meerderheid van de aandelen, de benoeming van bestuurders of commissarissen, of het anderszins in overwegende mate beïnvloeden van de bedrijfsvoering; (…) Software betekent software voor het plannen van personeel, het bijhouden van personeelszaken en het voeren van de backoffice, waaronder automatisering op financieel gebied en koppelingen naar financiële pakketten, zoals boekhoudpakketten en verloningspakketten en alle management rapportages onder de merknaam “Usemate”, waaronder begrepen alle updates of nieuwe releases van deze software van tijd tot tijd, met uitzondering van maatwerkmodules; (…) 3.2 Bij de levering wordt de Software Onbezwaard geleverd door middel van bezitsverschaffing door de Verkoper aan PayingIP van de Software (zowel de broncode als de machinecode) en het verschaffen van toegang tot alle data bases, bestanden en overige administratie die verband houden met de Software. (…) 5.3 Op de Leveringsdatum zullen Partijen de volgende handelingen verrichten, of er zorg voor dragen dat die handelingen worden verricht: (…) e. de Verkoper zal de Koper het bezit verschaffen van de Software (zowel de broncode als de machinecode) en toegang verlenen tot alle data bases, bestanden en overige administratie die verband houden met de Software; (…) (…) 8 NON-CONCURRENTIE 8.1 In verband met de in deze Overeenkomst beschreven Transactie verbindt zich ieder van de Kopers, [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] zich jegens de Verkoper ertoe om ervoor zorg te dragen dat noch zij noch enige aan hen Verbonden Persoon (waaronder persoonlijke holding(s) van tijd tot tijd), in welke vorm of hoedanigheid dan ook, direct, gedurende een periode van 3 jaar na de datum van deze Overeenkomst, anders dan met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Verkoper: a) Wereldwijd software te (laten) ontwikkelen, uitwerken, verkopen of anderszins commercieel exploiteren, die bestemd of specifiek gericht is op operationeel gebruik door beveiligingsbedrijven of anderszins op registraties die door beveiligers worden uitgevoerd tijdens hun werkzaamheden anders dan in overeenstemming met deze overeenkomst; of b. financieel of anderszins betrokken zullen zijn bij activiteiten bedoeld onder Artikel 8.1a, gedurende dezelfde periode. 8.2 In verband met de in deze Overeenkomst beschreven Transactie verbindt ieder van de Verkoper, [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 6] zich jegens de koper ertoe om ervoor zorg te dragen dat noch zij noch enige aan hen verbonden Persoon (waaronder hun persoonlijke holding(s) van tijd tot tijd), in welke vorm of hoedanigheid dan ook, direct of indirect, gedurende een periode van 3 jaar na de datum van deze Overeenkomst, anders dan met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Koper: a. wereldwijd de Software zullen verkopen of anderszins commercieel zullen exploiteren anders dan in overeenstemming met deze Overeenkomst; b. in Nederland diensten of producten zullen aanbieden of leveren op het gebied van payrolling, anders dan payrolling diensten of producten aan klanten in de sectoren bouw, logistiek, petrochemie, onderwijs, technische of zakelijke dienstverlening, technische services, aviation, en informatie technologie (waaronder begrepen data centers en beveiligingssystemen). Voor alle duidelijkheid, in verband met Artikel 8.2. (b) wordt begrepen onder “payrolling” (…) c. klanten zullen benaderen voor de levering van producten en/of diensten gelijk aan de producten/diensten die worden geleverd door de Vennootschap voor zover zij klanten van de Vennootschap waren op de Leveringsdatum; en d. financieel of anderszins betrokken zullen zijn bij activiteiten bedoeld onder Artikel 8.2a, gedurende dezelfde periode. (…).’ Licentieovereenkomst 1.27 Op 6 juli 2016 hebben PayingIP en Workrate ook een licentieovereenkomst gesloten, die als bijlage bij de Koopovereenkomst is opgenomen (hierna: de Licentieovereenkomst). In de Licentieovereenkomst is onder meer het volgende bepaald: ‘(…) 2.1 De Licentiegever [PayingIP, A-G] verleent hierbij aan Licentienemer [Workrate, A-G] en aan haar Groepsmaatschappijen, gelijk de Licentienemer hierbij aanvaardt, onder de voorwaarden uiteengezet in deze overeenkomst, het onherroepelijke niet-exclusieve wereldwijde recht om niet (royalty free) (de Licentie) voor het interne gebruik en externe gebruik overeenkomstig Artikel 2.2 door de Licentienemer en de Groepsmaatschappijen van door Licentiegever ontwikkelde of nog te ontwikkelen software voor het plannen van personeel, het bijhouden van personeelszaken en het voeren van de backoffice, waaronder automatisering op financieel gebied en koppelingen naar financiële pakketten, zoals boekhoudpakketten en verloningspakketten en alle management rapportages onder de merknaam “Usemate”, waaronder begrepen alle updates of nieuwe releases van deze software van tijd tot tijd, met uitzondering van maatwerkmodules specifiek ontwikkeld door Licentiegever voor klanten (de Software ). Op de datum van deze overeenkomst bestaat de Software in ieder geval uit de modules zoals opgenomen in de Bijlage bij deze overeenkomst. (…) 2.2 De Licentienemer heeft het recht (maar niet de verplichting) om op enig moment gedurende de looptijd van deze Overeenkomst de Software commercieel te exploiteren aan derden als distributeur van de Licentiegever. (…) 2.4 De Licentienemer is te allen tijde gerechtigd om de Licentiegever schriftelijk te verzoeken om applicaties te ontwikkelen voor, of aanpassingen of uitbreidingen aan te brengen op, de Software die door de Licentiegever (…) zullen worden beheerd ( Workrate Aanpassingen ).
Volledig
(…) 3 Levering Services 3.1 De Licentiegever zal aan de Licentienemer in verband met de Software om niet gedurende de looptijd van deze overeenkomst: (a) tijdig (zoals bedoeld in artikel 6) en volledig alle updates en nieuwe releases leveren (het Onderhoud ) (…) 4 Kwaliteitseisen 4.1 De Licentiegever zal ervoor zorgdragen en ervoor instaan jegens de Licentienemer dat de Software en de Services (…) te allen tijde (i) ten minste gelijk zijn in kwaliteit en beschikbaarheid aan dezelfde of vergelijkbare software en services die Licentiegever levert aan haar eigen klanten en (ii) ten minste voldoende zijn in kwaliteit en beschikbaarheid voor de voortzetting van de normale bedrijfsvoering van de Licentienemer in materiaal opzicht zoals deze bedrijfsvoering op basis van de Software en Services wordt gevoerd op de datum van deze overeenkomst en zoals gewijzigd van tijd tot tijd (…) De Licentiegever zal niet gehouden zijn om meer kwaliteit en beschikbaarheid te leveren om niet dan op grond van de voorgaande kwaliteitseisen geldt. 4.2 Daarnaast zullen Partijen alle toepasselijke wet- en regelgeving met betrekking tot de kwaliteit van de Software naleven en daarvan een deugdelijke administratie bijhouden voor zover dit op grond van de toepasselijke wet- en regelgeving vereist is. (…) 5 Intellectuele eigendomsrechten 5.1 Niettegenstaande artikel 6.4, komen alle intellectuele eigendomsrechten op (verbeteringen, uitbreidingen of aanpassingen op) de Software toe aan de Licentiegever, tenzij Partijen anders overeenkomen. 5.2 De broncode van de Software is en blijft het intellectueel eigendom van de Licentiegever en de Licentienemer is niet gerechtigd om de broncode van de Software op enigerlei wijze commercieel te exploiteren. (…) 6 Niet-nakoming 6.1 In de navolgende gevallen is in ieder geval sprake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de Licentiegever in de artikelen 2 en, 3 en 4 (een Tekortkoming ): (a) de Software (waaronder begrepen de updates en nieuwe releases) wordt niet geleverd aan de Licentienemer binnen 2 werkdagen nadat de Software of het betreffende onderdeel daarvan is uitgebracht aan klanten van de Licentiegever; en (b) de Software (waaronder begrepen de updates en nieuwe releases) wordt niet geleverd aan de Licentienemer overeenkomstig het vereiste in artikel 4.1 (ii) binnen 2 werkdagen na schriftelijk kennisgeving daartoe van de Licentienemer (…) (…) 6.3 De Licentiegever zal zich er maximaal toe inspannen om een Tekortkoming (voor zover mogelijk) zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 5 werkdagen na de termijnen genoemd in de artikelen 6.1(a) en 6.1(b) (de Herstelperiode ) en op eigen kosten te verhelpen. Indien de Licentiegever op eerste verzoek van de Licentienemer niet kan aantonen dat zij zich maximaal heeft ingespannen om de Tekortkoming te verhelpen binnen de Herstelperiode dan is de Licentiegever aan de Licentienemer een eenmalige boete verschuldigd van EUR 10.000 voor iedere tekortkoming, vermeerderd met EUR 2.000 voor iedere dag dat de Tekortkoming na de uiterste hersteldatum voortduurt met een maximum bedrag van EUR 50.000 (…) 6.4 Indien zich een tekortkoming voordoet ten aanzien van de Software (dus niet ten aanzien van de Services) en deze niet is hersteld binnen de Herstelperiode en hiervoor reeds het maximale boetebedrag overeenkomstig artikel 6.2 is verbeurd, dan wel duidelijk is na de Herstelperiode dat de Tekortkoming niet kan worden verholpen (een Terugvalmoment ), dan geldt het volgende: (a) indien het Terugvalmoment zich voordoet tussen de datum van deze overeenkomst en de datum die ligt vier (4) jaar na de datum van deze overeenkomst, dan is de Licentiegever gedurende een periode van achttien (18) maanden vanaf het Terugvalmoment op eerste schriftelijke verzoek van de Licentienemer verplicht om het eigendom van de Software en alle daarmee verband houdende intellectuele eigendomsrechten zo spoedig mogelijk en om niet over te dragen aan de Licentiegever. (…) (b) indien het Terugvalmoment zich voordoet na de datum die ligt vier (4) jaar na de datum van deze overeenkomst, dan is de Licentiegever op eerste schriftelijke verzoek van de Licentienemer verplicht om gedurende een periode van achttien (18) maanden vanaf het Terugvalmoment het eigendom van de Software en alle daarmee verband houdende intellectuele eigendomsrechten zo spoedig mogelijk over te dragen aan de Licentiegever tegen betaling van de Terugvalkoopprijs (…) (…) 9 Non-concurrentie 9.1 In verband met de in deze overeenkomst beschreven rechten en verplichtingen verbinden ieder van de Licentiegever, [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] zich jegens de Licentienemer ertoe om ervoor zorg te dragen dat noch zij noch enige aan hen verbonden persoon (…), in welke vorm of hoedanigheid dan ook, direct of indirect, gedurende een periode van vijf (5) jaar na de datum van deze overeenkomst, anders dan met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Licentienemer: (a) wereldwijd software (laten) ontwikkelen, uitwerken, verkopen of anderszins commercieel exploiteren, die bestemd of specifiek gericht is op operationeel gebruik door beveiligingsbedrijven of anderszins op registraties die door beveiligers worden uitgevoerd tijdens hun werkzaamheden, anders dan in overeenstemming met deze overeenkomst; (…) 9.2 In verband met de in deze overeenkomst beschreven rechten en verplichtingen verbinden ieder van de Licentienemer, [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [betrokkene 6] zich jegens de Licentiegever ertoe om ervoor zorg te dragen dat noch zij noch enige aan hen verbonden persoon (…), in welke vorm of hoedanigheid dan ook, direct of indirect, gedurende de looptijd van deze overeenkomst, anders dan met voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Licentiegever: (a) wereldwijd de Software zullen verkopen of anderszins commercieel exploiteren anders dan in overeenstemming met deze overeenkomst; (b) in Nederland diensten of producten zullen aanbieden of leveren op het gebied van payrolling, anders dan payrolling diensten of producten aan klanten in de sectoren bouw, logistiek, petrochemie, onderwijs, technische en zakelijke dienstverlening, technische services, aviation en informatie technologie (waaronder begrepen data centers en beveili[gi]ngssystemen). Voor alle duidelijkheid, in verband met dit artikel 9.2 (b) wordt begrepen onder “payrolling”: de verloning van werknemers op expliciet en rechtstreeks verzoek van een derde welke derde zelf in de werving en selectie van dergelijke werknemers voorziet; (…)’ 1.28 In de bijlage bij de Licentieovereenkomst staat het volgende: ‘SOFTWARE De volgende modules voor de Software zijn beschikbaar op de datum van deze overeenkomst: /src/portal/portlets/workrate /www/portal/templates/workmate Op deze softwaremodules zijn de volgende licenties van toepassing: /src/portal/portlets/workrate WorkMate/UseMate Copyright (c) 2014 Payingit Holding B.V. Licentie: Maatwerk’ 1.29 Na ondertekening van de Koop- en Licentieovereenkomst op 6 juli 2016 is de naam van Usemate B.V. gewijzigd in PayingIT. Eerdere procedures 1.30 Op 13 juni 2019 hebben PayingIT en PayingIP een voorlopig getuigenverhoor verzocht bij de rechtbank Amsterdam om duidelijkheid en/of bewijs te krijgen over de wijze van gebruik van de Usemate software door Workrate, teneinde vast te kunnen stellen of sprake was van contract- en auteursrechtinbreuk. Na toewijzing (op 1 oktober 2019) zijn op 17 januari 2020, 31 augustus 2020, 25 november 2020 en 22 juni 2021 [betrokkene 8] , [betrokkene 9] , [betrokkene 10] (allen werkzaam bij Equinix ), [betrokkene 4] en [betrokkene 11] (werkzaam bij KlasseStudent) als getuigen gehoord. 1.31 PayingIT en PayingIP zijn ook een kort geding gestart tegen Workrate. Bij kortgedingvonnis van 27 mei 2020 (ECLI:NL:RBAMS:2020:5391) zijn hun vorderingen om Workrate te verbieden inbreuk te maken op de Licentieovereenkomst en de auteursrechten van PayingIT afgewezen. Auteursrechtschending was naar voorlopig oordeel van de Amsterdamse voorzieningenrechter onvoldoende gebleken. Tegen dit vonnis is geen hoger beroep ingesteld.
Volledig
1.32 In een volgend kort geding is bij vonnis van 30 december 2020 (niet gepubliceerd op rechtspraak.nl) de vordering van PayingIP om Workrate te veroordelen tot overdracht van de auteursrechten op de Usemate software aan PayingIP toegewezen. De auteursrechten op de Usemate software zoals beschreven in het [betrokkene 4] -document van 28 juni 2016 zijn per datum vonnis overgedragen aan PayingIP. Zowel PayingIP als Workrate hebben hiertegen geappelleerd, waarin [ten tijde van het wijzen van het bestreden arrest en voor zover ik heb kunnen nagaan ook nog niet ten tijde van het nemen van deze conclusie, A-G] nog geen arrest is gewezen. Correspondentie tussen partijen na ontstaan geschil 1.33 Workrate heeft Payingit c.s. meerdere e-mails en/of brieven gestuurd over de door haar vastgestelde tekortkomingen en het daardoor in te roepen Terugvalmoment als bedoeld in art. 6.4 Licentieovereenkomst. 1.34 Op 27 november 2020 heeft Workrate aan PayingIP een brief gestuurd met als onderwerp ‘Akte Overdracht auteursrecht’. In deze brief staat, voor zover relevant: ‘(…) Workrate Holding B.V. heeft nog steeds de bereidheid om de auteursrechten over te dragen. In dat kader heeft Workrate Holding B.V. besloten om (…) alle intellectuele eigendomsrechten door middel van de onderhavige akte over te dragen. Deze overdracht vindt plaats onder de volgende voorwaarden: Door ondertekening van de onderhavige akte draagt Workrate Holding B.V. hierbij aan Paying IP B.V. over alle rechten van intellectuele eigendom van Workrate Holding B.V. op de Usemate-software, anders dan de rechten van intellectuele eigendom van Workrate Holding B.V. op (onderdelen van) Workstate of Academy. Onder de Usemate-software wordt begrepen software voor het plannen van personeel, het bijhouden van personeelszaken en het voeren van de backoffice, waaronder automatisering op financieel gebied en koppelingen naar financiële pakketten, zoals boekhoudpakketten en verloningspakketten en alle management rapportages onder de merknaam “UseMate”, waaronder begrepen alle updates of nieuwe releases van deze software van tijd tot tijd, met uitzondering van maatwerkmodules en waarvan de softwarecode zich op 6 juli 2016 bevond in de mappen met de vermelding ‘Workmate’ gespecificeerd in het document van [betrokkene 4] d.d. 28 juni 2016 (bijlage), exclusief de onderdelen van de softwarecode en databestanden die gebruikt worden door Workstate en Academy. Ter voorkoming van misverstanden: uitgesloten van deze overdracht zijn de intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot (i) de onderdelen die toebehoren aan het [softwarebedrijf] Portal framework (en de overige in het door [betrokkene 4] in zijn document van 28 juni 2016 (bijlage) genoemde derden); (ii) de onderdelen van de softwarecode en databestanden die gebruikt worden door Workstate en Academy, ongeacht of deze softwarecode en databestanden zich op 6 juli 2016 al dan niet bevonden in de mappen met de vermelding ‘WorkMate’ gespecificeerd in het document van [betrokkene 4] d.d. 28 juni 2016 (…)’. Deskundigen 1.35 Payingit c.s. heeft [IT-deskundige 1] onderzoek laten doen naar de verwevenheid tussen het softwarepakket van Usemate en Workstate. In zijn verklaring van 5 mei 2021 heeft [IT-deskundige 1] dit per map uit het [betrokkene 4] -document toegelicht. 1.36 Vervolgens heeft Workrate, om de verwevenheid tussen Workstate en Usemate inzichtelijk te maken, de [IT-deskundige 2] in juni 2021 verzocht om ook onderzoek te doen. [IT-deskundige 2] heeft in zijn rapport van 5 juli 2021 beschreven dat er enkele verwevenheden tussen beide systemen bestaan. 1.37 Daarna heeft [IT-deskundige 1] in zijn verklaring van 19 augustus 2021 aangegeven dat Usemate en Workstate geen losstaande applicaties zijn en dat als bijvoorbeeld broncode uit map 5 (van het [betrokkene 4] -document) wordt verwijderd, de Usemate software niet meer functioneert. 1.38 [IT-deskundige 2] heeft in zijn nadere deskundigenbericht van 20 oktober 2021 zijn bericht van 5 juli 2021 aangevuld. 1.39 Payingit c.s. heeft vervolgens [IT-deskundige 3] en [IT-deskundige 4] onderzoek laten doen naar de verwevenheid tussen Usemate en Workstate, waarover zij hebben gerapporteerd op 21 oktober 2021. Ook zij concluderen dat er een sterke verwevenheid tussen beide softwarepakketten is. 1.40 In reactie daarop heeft [IT-deskundige 2] nog een aanvullend rapport uitgebracht op 30 augustus 2022. 1.41 Vervolgens heeft [informaticadeskundige] in opdracht van Payingit c.s. een rapport van 1 december 2023 uitgebracht, waarop [IT-deskundige 2] bij brief van 7 februari 2024 nog heeft gereageerd. [informaticadeskundige] heeft daar weer op gereageerd bij bericht van 26 augustus 2024. 2. Procesverloop 2.1 Workrate heeft in eerste aanleg, na wijziging van eis, een declaratoir gevorderd dat zij geen auteursrechtinbreuk maakt of in de nakoming van haar contractuele verplichtingen tekortschiet door haar gebruik en exploitatie van onderdelen van de Workstate software die ook in de Usemate software voorkomen (vorderingen I tot en met IV). Daarnaast heeft zij vorderingen ingesteld (onder meer) gebaseerd op diverse gestelde tekortkomingen van PayinglP in de nakoming van de Licentieovereenkomst (vorderingen V tot en met XV), alles kosten rechtens ex art. 1019h Rv (vordering XVI) . 2.2 Payingit c.s. heeft in reconventie, na wijziging van eis, primair gevorderd een verklaring voor recht dat op grond van de Koopovereenkomst het auteursrecht op de software in de zes in het [betrokkene 4] -document vermelde mappen inclusief bewerkingen is overgedragen, Workrate inbreuk maakt op die auteursrechten en/of tekortschiet in de nakoming van op haar rustende verbintenissen en boetes heeft verbeurd en dat het gebruiksrecht om niet van Workrate is vervallen waardoor zij een licentievergoeding verschuldigd is (vorderingen I tot en met V). Tevens vorderde Payingit c.s. schadevergoeding, winstafdracht, een bevel om de auteursrechtinbreuken en tekortkomingen te staken, kopieën van de software te verwijderen en informatie over de inbreuken (afnemers, winst etc.) te verstrekken, en een bevel tot rectificatie (vorderingen VI tot en met XI). Daarnaast heeft Payingit c.s. subsidiair en meer subsidiair vorderingen ingesteld voor het geval de rechtbank zou oordelen dat niet het gehele auteursrecht op de in het [betrokkene 4] -document genoemde broncode is overgedragen . 2.3 De rechtbank heeft voor recht verklaard dat Workrate geen inbreuk maakt op de auteursrechten met betrekking tot Usemate of in strijd handelt met de Licentieovereenkomst door gebruik van de interfaces en coderegels, gebruik en bezit van de 2015-kopie, gebruik door Equinix en het maken van de 2012-kopie (rov. 6.1-6.4), onder afwijzing van de overige vorderingen van Workrate (rov. 6.6) en integrale afwijzing van de reconventionele vorderingen (rov. 6.7). Dat geldt ook voor een in eerste aanleg nog ingestelde incidentele vordering tot inzage in bescheiden aangaande de Koop- en Licentieovereenkomst (rov. 6.9), onder compensatie van kosten in conventie en reconventie (rov. 6.5 en 6.8) en met veroordeling van Payingit c.s. in de proceskosten van het 843a Rv-incident (rov. 6.10-6.11). 2.4 Payingit c.s. heeft in hoger beroep geconcludeerd dat het hof het vonnis gedeeltelijk zal vernietigen en uitvoerbaar bij voorraad alsnog de in eerste aanleg toegewezen (conventionele) vorderingen van Workrate zal afwijzen, en de gewijzigde (reconventionele) vorderingen van Payingit c.s. zal toewijzen, evenals een in hoger beroep aanvullend ingestelde vordering tot veroordeling van Workrate om mee te werken aan een door het hof te gelasten deskundigentraject over de verwevenheid van de Usemate en Workstate software en het gebruik daarvan door Workrate, een en ander met veroordeling van Workrate in de kosten van het geding in beide instanties ex art. 1019h Rv met nakosten en rente. 2.5 Het hof heeft het vonnis van de rechtbank grotendeels bekrachtigd. De grieven van Payingit c.s. treffen uitsluitend doel voor zover in het vonnis de primair onder I gevorderde verklaring voor recht is afgewezen.
Volledig
Op dat punt heeft het hof het vonnis vernietigd en opnieuw recht gedaan door voor recht te verklaren dat de auteursrechten op de software opgenomen in de zes mappen uit het [betrokkene 4] -document van 28 juni 2016 inclusief alle bewerkingen daarvan op grond van de Koopovereenkomst per 6 juli 2016 aan PayingIP zijn overgedragen – en voor het overige is het vonnis door het hof bekrachtigd (rov. 6.1). Het hof heeft Payingit c.s., uitvoerbaar bij voorraad, veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep, die door het hof onder toepassing van art. 1019h Rv zijn vastgesteld op € 40.783, te vermeerderen met nakosten en rente (rov. 6.2-6.3). Het meer of anders gevorderde is door het hof afgewezen (rov. 6.4). Het hof heeft daartoe onder meer als volgt overwogen: ‘ Omvang van het hoger beroep (…) 5.2. Verder is ter gelegenheid van de mondelinge behandeling in hoger beroep van de zijde van Workrate toegelicht dat zij afstand heeft gedaan van haar in eerste aanleg ingenomen standpunt, dat met de Koopovereenkomst niet rechtsgeldig auteursrechten op Usemate software zijn overgedragen en die overeenkomst niet als een akte in de zin van artikel 2 lid 3 Aw kan worden aangemerkt. Wel betwist zij nog steeds dat die overdracht ook rechten op de met de Workstate software gemeenschappelijke delen van de software (zoals de interfaces en shared modules) omvat. 5.3. Tot slot is van de zijde van Payingit c.s. ter zitting bevestigd dat zij geen grieven heeft gericht tegen (…) de afwijzing van haar vorderingen gebaseerd op de stelling dat de ‘NMBRS-koppeling’ een schending vormt van artikel 9.2 van de Licentieovereenkomst. (…). Omvang van de auteursrechtoverdracht 5.4. Tussen partijen staat vast dat de broncode van het door Workrate geëxploiteerde softwareprogramma Workstate gedeeltelijk overlapt (verweven is) met de broncode van de Usemate software. In deze zaak gaat het om de vraag in hoeverre Workrate na de verkoop en licentieverlening ten aanzien van die gemeenschappelijke delen in de Workstate en Usemate-software nog tot het verrichten van gebruiks- en exploitatiehandelingen bevoegd is. Het antwoord op die vraag hangt af van wat partijen in de Koop- en Licentieovereenkomsten hebben afgesproken. Dit moet door uitleg van deze overeenkomsten worden bepaald. Daarbij komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over een weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De grieven 1 tot en met 6 en 10 komen op tegen het hierover door de rechtbank gegeven oordeel en lenen zich voor gezamenlijke behandeling. 5.5. Zoals onder 5.1 [lees: 5.2, A-G] aangegeven, is niet langer in geschil dat op grond van de Koopovereenkomst het auteursrecht op de Usemate software (rechtsgeldig) is overgedragen. Wel houdt partijen verdeeld wat de omvang van het werk is waarop het (gehele) auteursrecht is overgegaan. 5.6. Naar het oordeel van het hof zijn partijen bij het sluiten van de Koopovereenkomst overeengekomen dat daarmee de (auteurs)rechten op de in het [betrokkene 4] document vermelde mappen 1 en 3 tot en met 7 aan PayinglP werden overgedragen. [betrokkene 4] heeft voor [betrokkene 1] (kennelijk op diens verzoek) ten behoeve van de voorgenomen verkoop in zijn onder 3.15 genoemde e-mail met bijlage [zie 1.14, A-G], onder het kopje ‘eigendom software’ gespecificeerd ‘welke softwaremodules eigendom zijn van Workrate BV’ en daarbij vermeld: ‘alle modules waarbij Workrate BV als eigenaar van het auteursrecht is vermeld, zal Paying IT de nieuwe rechthebbende worden’. In de bijgevoegde specificatie is bij de modules 1 en 3 tot en met 7 Workrate BV als eigenaar genoemd. [betrokkene 1] heeft deze e-mail zonder kanttekeningen of voorbehoud doorgestuurd aan [betrokkene 7] , [betrokkene 2] en [eiser 5] , met de vraag of zij hiermee akkoord zijn. Daarmee diende [betrokkene 1] te begrijpen dat kopers ervan zouden uitgaan dat Workrate zelf al met deze in haar opdracht opgestelde specificatie van de te leveren (rechten op de) software akkoord was. Blijkens de nadien door [eiser 5] aan [betrokkene 7] gestelde vraag of het [betrokkene 4] -document niet aan de Koopovereenkomst moest worden gehecht, blijkt dat [eiser 5] ervan uitging dat de rechten op de genoemde zes softwaremodules zouden overgaan. [betrokkene 7] antwoordde dat de software met het ( [betrokkene 4] -)document juridisch voldoende omschreven was en dat het niet nodig was het nog als bijlage op te nemen. 5.7. Op grond van de voorgaande correspondentie diende Workrate te begrijpen dat Kopers ervan uit zouden gaan dat zij de rechten op de broncode als gespecificeerd in het [betrokkene 4] -document zouden verwerven en mochten Kopers daarop ook gerechtvaardigd vertrouwen. Daargelaten of [betrokkene 7] bij de onderhandelingen namens Workrate optrad – dit is tussen partijen in geschil – kan uit het enkele feit dat dit document vervolgens op zijn voorstel niet aan de overeenkomst is gehecht, niet worden afgeleid dat Kopers redelijkerwijs moesten begrijpen dat Workrate zich (bij nader inzien) toch niet aan de doorgestuurde specificatie van de over te dragen (rechten op de) broncode gebonden achtte. De conclusie is dan ook dat aan PayinglP op grond van de Koopovereenkomst, uitgelegd aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en redelijkerwijs mochten verwachten, de rechten op de broncode als gespecificeerd in de zes mappen in het [betrokkene 4] -document zijn verkocht en geleverd. Het hof tekent hierbij nog aan dat sprake is van een business-to-business transactie, waarin geen plaats is voor toepassing van de regel dat een auteursrechtoverdracht restrictief, ten gunste van de (natuurlijke) maker, moet worden uitgelegd (artikel 2 lid 5 Aw). Gebruiksrecht voor gemeenschappelijke onderdelen van de broncode 5.8. Volgens Payingit c.s. mocht zij ervan uitgaan dat de Usemate-software voorafgaand aan de koop van Workstate zou worden ‘gesplitst’ waardoor op het moment van levering van enige verwevenheid tussen de beide software-toepassingen geen sprake meer zou zijn. Ook uit het beding dat de software onbezwaard zou worden geleverd volgt dat zij de rechten daarop ‘schoon’ zou verkrijgen, zonder dat daar nog gebruiksrechten van anderen op rustten. [eiser 5] was destijds op grond van de in kopie aan hem gestuurde e-mails niet ervan op de hoogte dat de software niet zou worden gesplitst maar dat de codebase ervan, die draaide op het GIT-systeem (ook wel de GIT-versie), zou worden gedupliceerd in op het SVN-systeem draaiende versie (ook wel: de SVN-versie). Nu achteraf gebleken is dat splitsing op de door haar gestelde wijze niet heeft plaatsgevonden en Workstate een met Usemate gemeenschappelijke broncode gebruikt, levert de voorgezette exploitatie van Workstate een schending op van Payingit c.s.’ auteursrecht en de overeengekomen licentievoorwaarden, aldus nog steeds Payingit c.s. 5.9. Workrate heeft betwist dat was toegezegd de applicaties op de door Payingit c.s. gestelde wijze los te koppelen. Volgens haar was met splitsen (‘splitten’) bedoeld dat een afzonderlijke kopie van de codebase zou worden gemaakt zodat iedere partij in een eigen codebase kon werken en daarin code zou kunnen updaten. [eiser 5] was daarvan ook op de hoogte, althans moest dat zijn, op grond van diverse aan hem (cc) gestuurde e-mails, waaronder een e-mail van de dag voor de contractsluiting, waaruit bleek dat de codebase was gesplitst in twee codebases die draaiden in verschillende omgevingen (GIT en SVN), aldus Workrate. 5.10. Het hof overweegt als volgt. De onderhandelingen over de Koopovereenkomst vonden plaats tussen enerzijds [betrokkene 1] en [betrokkene 2] en anderzijds [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] . De onderhandelingen werden begeleid door [betrokkene 7] . Payingit c.s. heeft niet betwist dat wetenschap van [eiser 5] aan Kopers kan worden toegerekend. Vast staat dat [eiser 5] geheel op de hoogte was van het bestaan van Workstate en het gegeven dat Workrate deze software-applicatie extern, zoals bij haar grootste klant Equinix (waarvoor [eiser 5] accountmanager was), exploiteerde.
Volledig
Verder wist [eiser 5] dat Workstate en Usemate onderdelen van de broncode deelden. Bovendien had [eiser 5] begrepen (althans moeten begrijpen) dat er twee (aanvankelijk identieke) versies waren van de (codebase) van de software: GIT (Usemate) en SVN (Workrate) en dat Workstate de SVN versie bleef gebruiken voor Workstate en daarop ook zelf ontwikkelde, hetgeen voldoende duidelijk was uit verschillende door [betrokkene 4] (al dan niet cc) aan [eiser 5] gestuurde e-mails (van 5 juli 2016 aan [eiser 5] cc (EP8), 20 april 2016 aan [eiser 5] cc (EP 92) en 30 augustus 2018 aan [eiser 5] (EP9). 5.11. Ter zitting van het hof is door [eiser 5] ook bevestigd dat alle partijen wisten dat Workrate haar Workstate software extern exploiteerde, onder meer door deze aan derden als Equinix ter beschikking te stellen, en dat iedereen ervan uitging dat de Koopovereenkomst daarin geen verandering zou brengen. Het hof leidt hieruit af dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst er niet vanuit zijn gegaan dat de exploitatie van Workstate onder de voorwaarden van de Licentieovereenkomst zou vallen. Op grond van die voorwaarden was Workrate immers slechts bevoegd de gelicentieerde software intern te gebruiken of in hoedanigheid van distributeur van PayingIP en/of met voorafgaande schriftelijke toestemming van Paying IP extern te exploiteren. Zulke gebruiksbeperkingen zijn onverenigbaar met de (externe) exploitatie van de Workstate-software die, waarvan alle betrokkenen uitgingen, onverminderd door zou lopen. Ook uit het in de Licentieovereenkomst opgenomen non-concurrentiebeding blijkt dat partijen elkaar in hun respectieve branches (beveiliging respectievelijk payrolling) niet in de weg wilden zitten. Payingit c.s. heeft ook niet gesteld dat de bedoeling was dat eventuele overlappende software onderdelen van Workstate onder de bepalingen van de Licentieovereenkomst zouden vallen. 5.12. Weliswaar moesten partijen uit de hiervoor onder 3.17 weergegeven e-mail van [betrokkene 7] aan [betrokkene 1] , [betrokkene 2] en [eiser 5] van 31 mei 2016 [zie 1.16, A-G] begrijpen dat de clausule op grond waarvan de software ‘onbezwaard’ zou worden geleverd (artikel 3.2 van de Koopovereenkomst), (mede) inhield dat Workrate geen auteursrechtlicenties aan derden mocht hebben verstrekt. Daaruit volgt echter niet dat partijen hiermee tevens beoogden dat daarmee (eventueel) gebruik door Workrate van overlappende delen van de verkochte software bij de, eenieder bekende, doorlopende exploitatie van de Workstate-applicatie zou (kunnen) worden verboden. 5.13. Partijen hebben in de Koop- en Licentieovereenkomst niet (expliciet) geregeld wat heeft te gelden voor zover (zou blijken dat) Workstate gebruik zou maken van (overlappende) onderdelen van de aan PayingIP in het kader van de Usemate-applicatie verkochte broncode. Dat zulk gebruik van gemeenschappelijke delen van de broncode zou vallen onder de licentievoorwaarden voor gebruik van Usemate kan niet worden aanvaard. Zoals hiervoor is overwogen zijn deze voorwaarden immers onverenigbaar met de bij alle partijen bekende doorlopende exploitatie van Workstate en daarvoor ook niet bedoeld. Nu alle partijen er evenwel van uitgingen dat de overeenkomsten geen verandering in de exploitatie van Workstate zouden brengen, is het hof met de rechtbank van oordeel dat Payingit c.s. dit gebruik moet dulden en Workrate een desbetreffend (impliciet) contractueel gebruiksrecht toekomt. 5.14. Het hof betrekt hierbij dat ter zitting van het hof desgevraagd door beide partijen is verklaard dat, omdat zij in geheel verschillende branches actief zijn, het door de rechtbank geformuleerde gebruiksrecht in de praktijk geen (afgrenzings)problemen veroorzaakt, ook niet voor de uitoefening van de bepalingen in de Licentieovereenkomst op grond waarvan Workrate PayingIP in het kader van haar gebruik van Usemate om aanpassingen van (al dan niet ook door Workstate gebruikte delen van de) broncode dient te verzoeken en daarvoor moet betalen. Het hof gaat dan ook voorbij aan de bij memorie van grieven ingenomen andersluidende stelling van Payingit c.s. dat de door de rechtbank vastgestelde impliciete gebruikslicentie om die redenen in de praktijk niet werkbaar zou zijn. 5.15. Het betoog van Payingit c.s. dat het aannemen van een dergelijk (impliciet) gebruiksrecht in strijd zou zijn met de drie stappentoets van artikel 5 lid 5 Auteursrechtrichtlijn, ziet eraan voorbij dat de driestappentoets geen rol speelt bij de uitleg van een tussen twee partijen overeengekomen (impliciet) gebruiksrecht. 5.16. De hiervoor gegeven uitleg is verder ook niet in strijd met de ten laste van Workrate in de overeenkomsten opgenomen non-concurrentiebedingen. Daarin is de onthoudingsverplichting telkens toegespitst op het gebruik van de “software” overeenkomstig de in de overeenkomsten daarvan opgenomen functionele/branchegerichte omschrijving. 5.17. Dit leidt tot de volgende (tussen)conclusies. Aan PayingIP zijn de auteursrechten op de in het [betrokkene 4] -document gespecificeerde broncode overgedragen. Workmate mag de Usemate-applicatie onder de in de Licentieovereenkomst neergelegde voorwaarden intern gebruiken en dient PayingIP in te schakelen indien zij aanpassingen wenst op de Usemate-software. Voor zover onderdelen van de verkochte broncode ook voorkomen in de Workstate-applicatie doet dat niet af aan de bevoegdheid van Workrate deze applicatie inclusief zulke gemeenschappelijke onderdelen zelfstandig verder te exploiteren en binnen die applicatie door te ontwikkelen. 5.18. Bij deze stand van zaken is niet beslissend wat de precieze omvang is van de overlap tussen beide software-applicaties en de al dan niet ondergeschiktheid van de gemeenschappelijke onderdelen van de broncode. Het voorgaande geldt namelijk ook indien daarbij wordt uitgegaan van hetgeen Payingit c.s. hierover heeft gesteld. Evenmin is beslissend of, en zo ja in hoeverre, de gemeenschappelijke onderdelen van de broncode auteursrechtelijk beschermd zijn. Hierdoor bestaat geen belang bij een nader deskundigenonderzoek naar de precieze mate van overlap en de auteursrechtelijke bescherming van de desbetreffende delen van de broncode. De aanvullende vordering in hoger beroep van Payingit c.s. om Workrate te bevelen mee te werken aan een door het hof te gelasten nader deskundigenbericht zal daarom worden afgewezen. Daarbij komt dat de rechter niet tot het gelasten van een deskundigenbericht verplicht is (HR 6 december 2022, ECLI:NL:HR:2002:AE8457). 5.19. Uit het voorgaande volgt dat de grieven 1 tot en [met] 6 en 10 gegrond zijn voor zover daarin is betoogd dat met de Koopovereenkomst de (auteursrechten op de) in het [betrokkene 4] document gespecificeerde broncode zijn verkocht en geleverd aan Paying IP en falen voor zover daarin wordt uitgegaan van een andere uitleg van de overeenkomsten dan hiervoor is gegeven. Omdat Workrate bevoegd is (gebleven) haar Workstate-software applicatie extern te exploiteren en binnen die applicatie door te ontwikkelen, leveren die handelingen geen auteursrechtinbreuk of tekortkoming in de nakoming van de Koop- en Licentieovereenkomst op. Ook de grieven 8 en 9 falen. Klassenet 5.20. Grief 7 keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat Workrate ervan mocht uitgaan dat KlasseStudent toestemming had voor het voortgezet gebruik van de door haar sinds 2010 gebruikte versie van Usemate. 5.21. Vast staat dat het Kopers ten tijde van de contractsluiting bekend was dat KlasseStudent gebruik maakte van een oude versie van Usemate ten behoeve van haar KlasseNet-applicatie en dat Workrate deelnam in KlasseStudent. [betrokkene 1] heeft voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten in zijn aan [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 7] doorgestuurde e-mail van 28 juni 2016 het standpunt ingenomen dat KlasseStudent van de aan Workrate en haar groepsmaatschappijen te verlenen licentie gebruik zou kunnen maken en dat de door KlasseStudent gebruikte oude versie van de software “van KlasseStudent is en niet van usemate”.
Volledig
Onder die omstandigheden hebben [eiser 5] en [eiser 6] , wier wetenschap ook hier aan Kopers moet worden toegerekend, in redelijkheid moeten begrijpen dat het de bedoeling van Workrate was dat de transactie geen verandering zou brengen in het gebruik dat KlasseStudent toen al jaren maakte van de oude versie van de Usemate software en dat de tussen partijen uitonderhandelde definitie van Groepsmaatschappij hiervoor niet doorslaggevend zou zijn. Daarbij komt dat de definitie van Groepsmaatschappij en het daarbij gehanteerde criterium ‘overwegende mate van zeggenschap’ zoals dat door partijen is aangevuld met het betrekkelijk ruime criterium “of het anderszins in overwegende mate beïnvloeden van de bedrijfsvoering” enige interpretatieruimte laat. Ook om die reden kan niet worden aanvaard dat partijen met de definitie van ‘Groepsmaatschappij’ een zodanig strakke regeling hebben willen treffen dat KlasseStudent daar (mogelijk) buiten zou kunnen vallen, althans dat Workrate dat redelijkerwijs zou hebben moeten begrijpen. 5.22. Naar het oordeel van het hof mocht Workrate onder deze omstandigheden redelijkerwijs ervan uitgaan dat Kopers ermee instemden dat KlasseStudent hoe dan ook haar reeds lang bestaande gebruik van KlasseNet zou mogen voortzetten. Daarmee behoeft geen beoordeling meer of KlasseStudent ook los van het voorgaande op grond van artikel 45j Aw bevoegd zou zijn om KlasseNet te gebruiken en Workrate om die reden geen tekortkoming zou kunnen worden verweten, zoals Workrate nog heeft betoogd. Grief 7 faalt. Vorderingen 5.23. In dit arrest is geoordeeld dat op 6 juli 2016 aan PayinglP de software als vermeld in de zes mappen van het [betrokkene 4] document is overgedragen. Dit betekent dat de subsidiaire en meer subsidiaire vorderingen van Payingit c.s., ingesteld voor het geval het hof hier anders over zou oordelen, geen bespreking behoeven. Van de primaire vorderingen van Payingit c.s. is toewijsbaar de onder I gevorderde verklaring voor recht dat de auteursrechten op de software opgenomen in de zes mappen uit het [betrokkene 4] document van 28 juni 2016 inclusief alle (naar het hof begrijpt: tot de datum van levering bestaande) bewerkingen daarvan op grond van de Koopovereenkomst per 6 juli 2016 aan (bedoeld zal zijn) PayinglP zijn overgedragen. 5.24. Verder is in dit arrest geoordeeld dat Workrate bevoegd is (gebleven) haar Workstate software, inclusief de (eventueel) met de verkochte Usemate-software overlappende onderdelen van de broncode, binnen de Workstate-applicatie door te ontwikkelen en dat KlasseStudent haar in 2010 aangevangen gebruik van Klassenet heeft mogen voortzetten. Daardoor falen de grieven gericht tegen de toewijzing door de rechtbank in conventie van de sub I tot en met IV door Workrate gevorderde (negatieve) verklaringen voor recht. Het vonnis in conventie zal daarom worden bekrachtigd. Dat geldt ook voor zover in reconventie de overige primaire vorderingen (II tot en met XI) zijn afgewezen. Die vorderingen zijn immers alle gebaseerd op de hiervoor verworpen stelling dat Workrate auteursrechtinbreuk pleegt dan wel tekortschiet in haar verplichtingen uit de Licentieovereenkomst door haar Workstate-applicatie te gebruiken, extern te exploiteren en door te ontwikkelen. (…) Proceskosten 5.27. Uit het voorgaande volgt dat het vonnis zal worden bekrachtigd, behoudens voor zover daarin de primair door Payingit c.s. gevorderde verklaring voor recht is afgewezen. Bij deze uitkomst is, anders dan grief 11 betoogt, een kostenveroordeling in eerste aanleg ten laste van Workrate niet aan de orde. Het oordeel van de rechtbank dat de kosten in conventie en reconventie moeten worden gecompenseerd is door Workrate niet bestreden en het hof ziet geen aanleiding voor een ander oordeel, zodat het hof het vonnis ook in zoverre zal bekrachtigen. 5.28. In hoger beroep is Payingit c.s. de overwegend in het ongelijk gestelde partij en dient de kosten daarvan te dragen. Workrate heeft gevorderd dat Payingit c.s. in de volledige proceskosten van het hoger beroep ex artikel 1019h Rv wordt veroordeeld en heeft daartoe twee kostenspecificaties (met bijlagen) overgelegd tot een totaalbedrag van € 72.393,84 (inclusief griffierecht). Payingit c.s. heeft de kostenopgave van Workrate niet betwist. Het hof is van oordeel dat het geschil in hoger beroep betrekking heeft op de handhaving van IE-rechten zodat artikel 1019h Rv van toepassing is. Het hof zal de vordering toewijzen tot het (maximum) bedrag van het indicatietarief voor een complexe bodemzaak (€ 40.000,- te vermeerderen met het griffierecht van € 783,-) Slotoverweging 5.29. De grieven treffen uitsluitend doel voor zover in het bestreden vonnis de primair onder I gevorderde verklaring voor recht is afgewezen en falen voor het overige. Het vonnis waarvan beroep zal worden bekrachtigd behoudens voor zover die vordering daarin was afgewezen. Payingit c.s. zal worden veroordeeld in de proceskosten in hoger beroep.’ 2.6 Payingit c.s. heeft tijdig cassatieberoep ingesteld. Workrate heeft verweer gevoerd. Op 10 oktober 2025 heeft een mondeling pleidooi plaatsgevonden. De pleitnota’s van beide partijen zijn na afloop van het pleidooi via het portaal ingediend. Beide partijen hebben hun standpunten eveneens schriftelijk laten toelichten. Ten slotte heeft Payingit c.s. gerepliceerd en heeft Workrate gedupliceerd. 3 Bespreking van het cassatiemiddel Inleiding 3.1 Het middel heeft drie onderdelen met subonderdelen. Onderdeel 1 klaagt in de kern dat het hof ten onrechte en onbegrijpelijkerwijs heeft geoordeeld dat wetenschap van [eiser 5] aan Kopers kan worden toegerekend en dat Workrate een (impliciet) contractueel gebruiksrecht heeft. Volgens onderdeel 2 heeft het hof ten onrechte geoordeeld dat Kopers instemden met voortgezet gebruik van KlasseNet. Onderdeel 3 beklaagt zich over de proceskostenveroordeling van Payingit c.s. op de voet van art. 1019h Rv naar indicatietarief ‘complex’. Het middel wordt afgesloten met een voortbouwklacht . Onderdeel 1: toerekening van wetenschap en (impliciet) contractueel gebruiksrecht 3.2 Onderdeel 1 is gericht tegen rov. 5.8-5.19. De klacht is dat het hof bij de uitleg van de Koop- en Licentieovereenkomst ten onrechte en onbegrijpelijkerwijs tot uitgangspunt heeft genomen, als een door Payingit c.s. niet betwiste stelling van Workrate, dat wetenschap van [eiser 5] aan Kopers kan worden toegerekend. Naar het oordeel van het hof wist [eiser 5] dat Workstate en Usemate onderdelen van de broncode deelden en was hij geheel op de hoogte van het bestaan van Workstate en dat Workrate deze softwareapplicatie extern exploiteerde, zoals bij haar klant Equinix waarvoor [eiser 5] accountmanager was (rov. 5.10). Daarvan uitgaande leidde het hof uit [eiser 5] bevestiging ter zitting in appel ten onrechte en onbegrijpelijkerwijs af dat partijen bij het sluiten van de overeenkomst er niet van zijn uitgegaan dat de exploitatie van Workstate onder de voorwaarden van de Licentieovereenkomst zou vallen om de in rov. 5.11-5.12 vermelde redenen en concludeerde het hof in rov. 5.13 e.v. dat Payingit c.s. de doorlopende exploitatie van Workstate moet dulden en dat Workrate een desbetreffend (impliciet) contractueel gebruiksrecht toekomt. Deze algemene klacht is uitgewerkt in vijf subonderdelen. 3.3 Subonderdeel 1.1 klaagt dat het hof met het oordeel in rov. 5.10 dat wetenschap van [eiser 5] aan Kopers kan worden toegerekend, in strijd met art. 24 Rv de feitelijke grondslag van het verweer van Workrate in hoger beroep heeft aangevuld. Voor zover het hof op grond van de stellingname van Workrate in mva 8.1 e.v. ervan is uitgegaan dat kennis voorafgaand aan de koop van Usemate in 2016 bij [eiser 5] als bestuurder van PayingIT aanwezig was en daarmee kan worden toegerekend aan Kopers, heeft te gelden dat feitelijke grondslag mist dat Payingit c.s. Workrate’s stelling niet heeft betwist dat wetenschap van [eiser 5] kan worden toegerekend aan Kopers. Workrate heeft dat niet als zodanig aangevoerd, waarmee het hof op ontoelaatbare wijze buiten de rechtsstrijd van partijen in appel is getreden.
Volledig
Voor zover het hof zijn oordeel alleen baseert op mva 8.1, is dat onbegrijpelijk omdat de desbetreffende passage geen andere lezing wettigt dan dat kennis van [eiser 5] als bestuurder aan PayingIT als vennootschap kan worden toegerekend en niet dat die kennis valt toe te rekenen aan Kopers. Laatstgenoemde lezing en strekking was voor Payingit c.s. niet voldoende kenbaar, ook niet op grond van de toelichting bij mva 8.2-8.9. 3.4 De klacht treft volgens mij in geen van beide lezingen doel. Het bestreden oordeel in rov. 5.10 is dat ‘Payingit c.s. niet [heeft] betwist dat wetenschap van [eiser 5] aan Kopers kan worden toegerekend’. De wetenschap van [eiser 5] waar het hier om gaat, is door het hof in rov. 5.10 en 5.11 uiteengezet. Het betreft [eiser 5] wetenschap over met name de externe exploitatie van Workstate door Workrate en de verwevenheid tussen de Workstate en Usemate software. [eiser 5] had hier weet van omdat hij in de periode voor het sluiten van de Koopovereenkomst werkzaam is geweest bij Workrate (van 2011 tot 2016; zie rov. 3.3). In rov. 3.10 overweegt het hof ook dat [eiser 5] accountmanager was voor Equinix, de grootste klant van Workrate. Daarnaast overweegt het hof dat [eiser 5] via zijn persoonlijke holdingvennootschap NRD (indirect) aandeelhouder en bestuurder was van PayingIT (rov. 3.3), in 2013 mede door hem opgericht en toen nog Usemate genaamd (rov. 3.7). Het hof heeft de desbetreffende wetenschap van [eiser 5] toegerekend aan ‘Kopers’ – met hoofdletter ‘K’. Dat is een verwijzing naar de Koopovereenkomst uit 2016 tussen, zoals weergegeven in rov. 3.27: ‘NRD, DENDER en CMC (Kopers)’ en ‘Workrate (Verkoper)’ . NRD, DENDER en CMC zijn de persoonlijke holdings van [eiser 5] , [betrokkene 3] en [eiser 6] (rov. 3.3 en 3.7) en in de Koopovereenkomst wordt met ‘Kopers’ overigens ook gedoeld op [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] (zie bijv. art. 8.1 geciteerd in rov. 3.27). In rov. 5.10 heeft het hof vastgesteld dat de onderhandelingen over de Koopovereenkomst plaatsvonden tussen enerzijds [betrokkene 1] en [betrokkene 2] voor Verkoper en anderzijds [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] voor Kopers. 3.5 Bij mva 8.1 stelt Workrate het volgende over de wetenschap van [eiser 5] : ‘8.1 Payingit was voorafgaand aan de koop van Usemate in 2016 al op de hoogte van de verwevenheid van Usemate en Workstate en het gebruik van KlasseNet door KlasseStudent. Die kennis was in ieder geval aanwezig bij [eiser 5] , directeur van Payingit en kan daarom aan Payingit worden toegerekend.’ 3.6 Hoewel dit bij eerste lezing een toerekeningstelling kan lijken te zijn van [eiser 5] kennis aan de vennootschap PayingIT, ligt dat bij nadere beschouwing bepaald niet voor de hand. PayingIT was immers geen partij bij de Koopovereenkomst, die de verkoop en levering regelde van de aandelen van Verkoper in PayingIT (toen nog: Usemate B.V.) aan Kopers (rov. 3.27). De mva verstaat onder ‘Payingit’ niet alleen de vennootschap PayingIT in enge zin, maar ook Payingit c.s., dus PayingIT, PayingIP, NRD, CMC, [eiser 5] en [eiser 6] gezamenlijk. Die laatste ruime aanduiding van Payingit in de zin van Payingit c.s. hanteert Payingit c.s. zelf ook bij grieven. Dat het hof bij die stand van zaken de toerekeningstelling aan ‘Payingit’ uit mva 8.1 leest als aan ‘Payingit c.s.’, is in dat licht een feitelijke en niet onbegrijpelijke uitleg. 3.7 Dat één van de Kopers, de persoonlijke holdingvennootschap DENDER van [betrokkene 3] , niet onder het verzamelbegrip ‘Payingit’ valt, kan Payingit c.s. hier volgens mij niet baten; DENDER en [betrokkene 3] zijn als voormalig (indirect) aandeelhouder en bestuurder van PayingIT (zie rov. 3.3 en 3.7) geen partij in deze zaak. Dat neemt niet weg dat Workrate al bij inl. dagv. 11.24 heeft gesteld dat ook [betrokkene 3] over de desbetreffende wetenschap beschikte: ‘De heren van PayingIT en PayinglP ( [eiser 5] , [eiser 6] en [betrokkene 3] ) waren ten tijde van het sluiten van de Licentieovereenkomst door en door bekend met het gebruik dat Workrate van de software maakte’. Dat het hof de in de klacht gewraakte toerekening niet uitsluitend op mva 8.1 heeft gebaseerd, blijkt verder uit rov. 5.11 waarin het hof heeft geconstateerd dat [eiser 5] ter zitting in appel ‘ook’ heeft bevestigd dat ‘alle partijen’ over de desbetreffende wetenschap beschikten en dat ‘iedereen ervan uitging’ dat de Koopovereenkomst geen verandering zou brengen in de externe exploitatie van Workstate door Workrate. Dat ‘iedereen’ omvat dus ook [betrokkene 3] en zijn persoonlijke holdingvennootschap DENDER als één van de kopers. 3.8 Op dit alles stuiten deze klachten af. 3.9 Subonderdeel 1.2 klaagt dat het toerekeningsoordeel van wetenschap van [eiser 5] als bestuurder van PayingIT aan DENDER en CMC als ‘Kopers’, rechtens onjuist en onbegrijpelijk is. Vaststaat dat [eiser 5] als bestuurder van NRD en (indirect) aandeelhouder/bestuurder van PayingIT optrad en [eiser 6] en [betrokkene 3] optraden als bestuurder van CMC respectievelijk DENDER. Het hof heeft niet vastgesteld dat [eiser 5] in andere hoedanigheid bij de onderhandelingen optrad, als (interne) functionaris of als gevolmachtigde (art. 3:66 lid 2 BW) van CMC en DENDER. De wetenschap van [eiser 5] valt daarom niet aan de andere kopers (CMC en DENDER) toe te rekenen. Verder is het oordeel dat wetenschap van [eiser 5] aan alle Kopers kan worden toegerekend innerlijk tegenstrijdig met de vaststelling dat [eiser 6] en [betrokkene 3] bij de onderhandelingen over de Koopovereenkomst betrokken zijn geweest en in hun hoedanigheid van bestuurders van hun holdings hebben getekend. Althans is hier sprake van ontoereikende motivering omdat uit rov. 5.10 niet blijkt in welke hoedanigheid [eiser 5] namens Kopers in de onderhandelingen optrad op grond waarvan zijn wetenschap ook aan CMC en DENDER valt toe te rekenen. 3.10 De klacht mist feitelijke grondslag voor zover deze aanvoert dat het hof wetenschap van [eiser 5] als bestuurder van PayingIT als zodanig en zonder meer heeft toegerekend aan DENDER en CMC. [eiser 5] wist als gezegd van de hoed en de rand omdat hij in de jaren voorafgaand aan de koop (van 2011 tot 2016) werkzaam is geweest voor Workrate (rov. 3.3), onder meer als accountmanager voor de grootste klant van Workrate (rov. 3.10) . De persoonlijke holdingvennootschap van [eiser 5] , NRD, is één van de kopers. De klacht bestrijdt (terecht) niet dat de wetenschap waarover [eiser 5] in deze hoedanigheid beschikte aan ‘zijn’ vennootschap NRD als één van de kopers kan worden toegerekend. Hoe heeft dan de toerekening aan de medekopers CMC en DENDER plaatsgevonden? Het klopt dat [eiser 5] niet als (interne) functionaris of als gevolmachtigde van CMC en DENDER (art. 3:66 lid 2 BW) is opgetreden. Het hof heeft evenwel in rov. 5.10 vastgesteld dat de onderhandelingen van Koperszijde niet alleen zijn gevoerd door [eiser 5] , maar ook door [eiser 6] en [betrokkene 3] . [eiser 6] en [betrokkene 3] werden aldus, als medeonderhandelaars aan Koperszijde, geacht over dezelfde wetenschap te beschikken als [eiser 5] (vgl. art. 3:35 BW). Overigens is niet gesteld of gebleken dat [eiser 6] en [betrokkene 3] niet over deze wetenschap beschikten. Integendeel; door [eiser 5] is ter zitting bij het hof juist bevestigd dat ‘alle partijen’ over de desbetreffende wetenschap beschikten (rov. 5.11). Via [eiser 6] , de bestuurder van diens holdingvennootschap CMC, kon de wetenschap aan medekoper CMC worden toegerekend en via [betrokkene 3] , de bestuurder van diens holdingvennootschap DENDER, aan medekoper DENDER. Van een onjuist, innerlijk tegenstrijdig of ontoereikend gemotiveerd oordeel is dan ook geen sprake. 3.11 Subonderdeel 1.2 ketst daar op af. 3.12 Subonderdeel 1.3 formuleert de algemene klacht dat het hof op grond van (alleen) hetgeen in rov. 5.10 in rov.
Volledig
5.11-5.14 is overwogen ten onrechte en in het licht van de gedingstukken onbegrijpelijkerwijs heeft geoordeeld dat partijen er bij het sluiten van de overeenkomst niet van uitgingen dat de exploitatie van Workstate onder (gebruiksbeperkende) voorwaarden van de Licentieovereenkomst zou vallen op grond waarvan Workrate slechts bevoegd was de gelicentieerde software intern te gebruiken of in hoedanigheid van distributeur van PayinglP en/of met voorafgaande schriftelijke toestemming van PayinglP extern te exploiteren (rov. 5.11), dat partijen met de clausule in art. 3.2 Koopovereenkomst dat de software ‘onbezwaard’ zou worden geleverd niet beoogden dat daarmee gebruik door Workrate zou (kunnen) worden verboden (rov. 5.12) en dat partijen ervan uitgingen dat de Koop- en Licentieovereenkomst geen verandering in de exploitatie van Workstate zouden brengen, zodat Payingit c.s. dit gebruik moet dulden en Workrate een (impliciet) contractueel gebruiksrecht toekomt (rov. 5.12). Deze klacht is uitgewerkt in vier subklachten. 3.13 De subklacht onder a (rechtsklacht) is dat het hof de Haviltex -maatstaf heeft miskend. Het gaat er niet om wat partijen volgens het hof als (impliciet) contractueel gebruiksrecht zouden kunnen zijn overeengekomen, maar om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten toekennen aan de uit te leggen bepalingen in de Koop- en Licentieovereenkomst en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs, over en weer, van elkaar mochten verwachten . 3.14 Deze klacht lijkt mij tevergeefs voorgesteld. Het hof heeft eerst door middel van uitleg vastgesteld wat partijen in de Koop- en Licentieovereenkomst hebben afgesproken. Op basis van die uitleg constateert het hof een leemte die moet worden aangevuld. Die leemte is dat partijen niet (expliciet) hebben geregeld wat heeft te gelden voor zover (zou blijken dat) Workstate gebruik zou maken van (overlappende) onderdelen van de aan PayingIP in het kader van de Usemate-applicatie verkochte broncode. Het hof is, met de rechtbank, van oordeel dat deze leemte aldus moet worden aangevuld dat aan Workrate hier een impliciet contractueel gebruiksrecht toekomt (rov. 5.13). In de niet bestreden rov. 5.4 neemt het hof daarbij de Haviltex -maatstaf tot uitgangspunt. Dit is geheel volgens het boekje. De rechtspraak waarop de klacht zich beroept, kan Payingit c.s. hier niet baten. Het Misverstand -arrest betrof een casus waarin partijen die een overeenkomst wensten te sluiten een voor misverstand vatbare uitdrukking hadden gehanteerd, die zij ieder in verschillende zin hadden opgevat. Beslist werd daarin dat of al dan niet een overeenkomst tot stand was gekomen, moet worden uitgemaakt aan de hand van wat inmiddels de Haviltex -maatstaf heet . Zo’n situatie doet zich in de onderhavige zaak niet voor. In het Flexabram/Iprem -arrest is uitgemaakt dat bij de uitleg van een overeenkomst geen rol is weggelegd voor de zogeheten hypothetische partijbedoeling (wat partijen zouden zijn overeengekomen indien zij een bepaalde situatie voor ogen zouden hebben gehad) . Bij de aanvulling van een leemte dient de rechter zich ook niet te laten leiden door de hypothetische partijbedoeling (wat partijen veronderstellenderwijze zouden zijn overeengekomen, wanneer zij zelf in de leemte zouden hebben voorzien) maar door aard, doel en strekking van de overeenkomst, de gerechtvaardigde belangen van partijen en het wettelijke stelsel . Dat heeft het hof in het bestreden oordeel volgens mij niet miskend . 3.15 Subklacht b vervolgt vanuit de lezing dat het hof de Haviltex -maatstaf niet heeft miskend. Dan is ten onrechte en onbegrijpelijkerwijs geoordeeld dat de (enkele) situatie dat partijen wisten dat Workrate Workstate software extern exploiteerde en ervan uitgingen dat de Koopovereenkomst dit niet veranderde de uitleg rechtvaardigt dat zij bij sluiting van de overeenkomsten er niet van zijn uitgegaan dat de exploitatie van Workstate onder de Licentieovereenkomst zou vallen (rov. 5.11) en Workrate een (impliciet) contractueel gebruiksrecht kreeg (rov. 5.13). Gelet op de in cassatie onbestreden oordelen in rov. 5.4, 5.6 en 5.7 (auteursrechten op broncode Usemate software als gespecificeerd in de zes mappen van het [betrokkene 4] -document overgedragen, welke broncode deels overlapt met de Workstate software) is het hof in rov. 5.11 en 5.13 ten onrechte en onbegrijpelijkerwijs tot het oordeel gekomen dat niet (kan worden aanvaard dat) het voortgezet gebruik van (overlappende) delen van de aan PayinglP in het kader van de Usemate-applicatie verkochte broncode als gemeenschappelijke onderdelen van de broncode (ook) onder de licentievoorwaarden voor gebruik van Usemate vallen, op de grond dat dit onverenigbaar is met de bij partijen bekende ‘doorlopende exploitatie’ van Workstate, dat daarvoor niet is bedoeld, omdat alle partijen ervan uitgingen dat de overeenkomsten geen verandering zouden brengen in de exploitatie van Workstate. Daarmee is niet (kenbaar) onderzocht en beoordeeld welke ‘zin’ alle partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs mochten toekennen aan de uit te leggen bepalingen in de Koop- en Licentieovereenkomst en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar, over en weer, mochten verwachten. Daarvoor is de motivering in rov. 5.10 t/m 5.16 ontoereikend omdat die ‘zin’ daaruit niet blijkt. 3.16 Deze subklacht zie ik ook geen doel treffen; dit is feitelijke en niet onbegrijpelijke uitleg van de overeenkomsten door het hof. De grenzen tussen uitleg en aanvulling zijn vloeiend . Het hof heeft met toepassing van de Haviltex -maatstaf geoordeeld dat Payingit c.s. niet van de uitleg mocht uitgaan dat de door Workrate voortgezette exploitatie van Workstate met de gedeeltelijk met Usemate overlappende broncode een schending oplevert van het auteursrecht van Payingit c.s. op de Usemate software en van de overeengekomen licentievoorwaarden. Dat is met andere woorden niet de ‘zin’ die Payingit c.s. volgens het hof in de gegeven omstandigheden mocht toekennen aan de uit te leggen contractsbepalingen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van Workrate mocht verwachten. Dat in hoge mate feitelijke oordeel laat zich in cassatie niet op juistheid toetsen en is bepaald goed te volgen. Die uitleg berust immers niet alleen op [eiser 5] verklaring ter zitting dat alle partijen wisten dat Workrate haar Workstate software extern exploiteerde en iedereen ervan uitging dat de Koopovereenkomst daarin geen verandering zou brengen. In het vervolg van rov. 5.11 staat het hof ook stil bij de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen van de door Payingit c.s. voorgestane uitleg. Die zou erop neerkomen dat Workrate slechts bevoegd zou zijn de gelicentieerde software intern te gebruiken of in hoedanigheid van distributeur van PayingIP en/of die software alleen met voorafgaande schriftelijke toestemming van PayingIP extern zou mogen exploiteren. Dat acht het hof geen aannemelijke redelijke uitleg, omdat die niet verenigbaar is met het uitgangspunt van partijen dat (externe) exploitatie van de Workstate software onverminderd zou doorlopen. Daarbij neemt het hof ook in aanmerking het non-concurrentiebeding uit de Licentieovereenkomst. Daaruit volgt dat partijen elkaar in hun respectieve branches (beveiliging respectievelijk HR en payrolling; zie ook plta cassatie Workrate 9) niet in de weg wilden zitten. Ook noteert het hof dat Payingit c.s. niet hebben gesteld dat de bedoeling was de eventuele overlappende sotwaredelen van Workstate onder de Licentieovereenkomst te laten vallen. Het is ook niet onbegrijpelijk dat het hof in de motivering van het oordeel over de aanvulling in rov. 5.13 weer terugkoppelt naar het uitlegoordeel, nu de beide stappen (uitleg en aanvulling) als gezegd in elkaar overvloeien. Dit alles in aanmerking genomen zijn rov. 5.10 t/m 5.16 toereikend gemotiveerd. 3.17 De subklacht onder c klaagt dat rov. 5.11 en 5.13 onbegrijpelijk zijn in de zin van niet-concludent. De (enkele) omstandigheid dat partijen wisten van de externe exploitatie van de Workstate software waarin de koopovereenkomst geen verandering zou brengen, kan als als zodanig de gevolgtrekking uit rov.
Volledig
5.11 niet dragen dat partijen er niet van zijn uitgegaan dat de Workstate-exploitatie niet onder de Licentieovereenkomst zou vallen. Dat is onbegrijpelijk in het licht van de stellingen van Payingit c.s. dat aan PayinglP de volledige Usemate software ‘onbezwaard’ is overgedragen, het gebruik van de elementen van de Usemate software bij de onderhandelingen voorafgaand aan sluiting van de overeenkomsten aan de orde is geweest, waardoor Payingit c.s. vanwege de toen afgesproken ‘splitsing’ van de Workstate en Usemate software ervan uitging dat ze onafhankelijk zouden opereren en er daarom vanuit mocht gaan dat de onbezwaard overgedragen broncode de ‘gesplitte’ Usemate software betrof, waarvan Workrate Usemate-onderdelen alleen intern en niet zonder toestemming extern zou gebruiken binnen de Workstate software . Tegen de achtergrond van deze (essentiële) stellingen is onbegrijpelijk dat het hof in rov. 5.10 tot uitgangspunt heeft genomen dat [eiser 5] wist dat Workstate en Usemate onderdelen van de broncode deelden en uit de door Workrate overgelegde mails had begrepen/moeten begrijpen dat er twee (aanvankelijk identieke) versies waren van de codebase: GIT (Usemate) en SVN die Workrate bleef gebruiken en ontwikkelen (Workstate). De klacht verwijst in dat verband naar een verklaring van [eiser 5] kenbaar uit het zittings-p-v . [eiser 5] verklaring zou eerder de stelling van Payingit c.s. onderbouwen dat was overeengekomen dat Workrate vooraf de Usemate en Workstate broncodes zodanig zou ‘splitten’ dat na overdracht de broncodes ook niet deels op onderdelen zouden overlappen of verweven zouden zijn. Het slagen van deze motiveringsklachten tast ook de daarop voortbouwende oordelen in rov. 5.12 en 5.13 aan. 3.18 Voor zover de klacht tot uitgangspunt neemt dat het bestreden oordeel alleen is gebaseerd op [eiser 5] verklaring ter zitting in hoger beroep, gaat het uit van een te beperkte lezing van rov. 5.11, zo is al besproken bij de vorige subklacht. 3.19 De stellingen waar de klacht zich op beroept, scharnieren rond de begrippen ‘onbezwaard’ en ‘splitsing’/‘splitting’. Het standpunt van Payingit c.s. daarover zet het hof in rov. 5.8 voorop. Vanaf rov. 5.10 verwerpt het hof die argumentatie van Payingit c.s. In wezen beoogt de klacht een herbeoordeling daarvan ten faveure van zichzelf, maar daartoe is in cassatie geen ruimte. Over de stelling dat de software ‘onbezwaard’ zou worden geleverd, beslist het hof in rov. 5.12 dat daaruit niet volgt dat partijen hiermee ook bedoelden dat daarmee gebruik van overlappende delen van de verkochte software bij de doorlopende exploitatie van de Workstate-applicatie zou (kunnen) worden verboden. Met betrekking tot die overlappende onderdelen was immers sprake van een leemte in de overeenkomst (rov. 5.13). Wat het ‘splitten’ of ‘splitsen’ betreft blijkt uit rov. 5.10 dat het hof daarin het in rov. 5.9 weergegeven standpunt van Workrate heeft gevolgd. Voor zover hier al sprake is van essentiële stellingen van Payingit c.s., maken die het uitlegoordeel van het hof niet onbegrijpelijk. Het hof heeft de desbetreffende stellingen in de genoemde overwegingen ook op voldoende kenbare wijze in zijn beoordeling betrokken. Voor zover de klacht nog aanvoert dat het hof deze stellingen in het midden heeft gelaten waardoor in cassatie veronderstellenderwijs van de juistheid ervan moet worden uitgegaan, berust dat op een verkeerde lezing, nu het hof de stellingen voldoende kenbaar gemotiveerd heeft verworpen. 3.20 Uit het p-v van de mondelinge behandeling in appel blijkt dat [eiser 5] onder meer het volgende heeft verklaard (p. 4): ‘U vraagt mij of ik in 2016 heb begrepen dat het toen de bedoeling van Workrate was dat zij ook na het sluiten van de koopovereenkomst zonder problemen gebruik zou kunnen blijven maken van Workstate. Ik denk wel dat dat haar bedoeling was. Ik was ermee bekend dat Workrate de Workstate software onder andere aan Equinix ter beschikking had gesteld. (…) U vraagt mij of ik bekend was met de op GIT geplaatste kopie in 2015. U wijst mij erop dat Workrate e-mails heeft overgelegd, waaruit volgens haar blijkt dat ik op de hoogte was van de correspondentie die het bestaan van deze kopie bevestigt. Ik antwoord dat wij nooit toestemming hebben gegeven voor het maken van een kopie van Usemate of daarmee akkoord zijn gegaan. Workrate mocht slechts gebruikmaken van een gesplitste versie. De overgelegde e-mails zeggen mij verder niets. Payingit c.s. heeft slechts een licentie verstrekt aan Workrate voor intern gebruik.’ 3.21 Op de eerste geciteerde alinea heeft het hof de passage in rov. 5.11 gebaseerd dat door [eiser 5] ter zitting in appel is bevestigd dat alle partijen wisten dat Workrate haar Workstate-software extern exploiteerde, onder meer door deze aan derden als Equinix ter beschikking te stellen, en dat iedereen ervan uitging dat de Koopovereenkomst daarin geen verandering zou brengen. Die uitleg, voorbehouden aan het hof als feitenrechter, is niet onbegrijpelijk. De tweede geciteerde alinea houdt verband met het oordeel in rov. 5.10 dat vast staat dat [eiser 5] geheel op de hoogte was van het bestaan van Workstate en het gegeven dat Workrate deze software-applicatie extern exploiteerde, zoals bij haar grootste klant Equinix (waarvoor [eiser 5] accountmanager was), dat hij verder wist dat Workstate en Usemate onderdelen van de broncode deelden en dat hij had begrepen (althans moeten begrijpen) dat er twee (aanvankelijk identieke) versies waren van de (codebase) van de software: GIT (Usemate) en SVN (Workrate) en dat Workstate de SVN-versie bleef gebruiken voor Workstate en daarop ook zelf ontwikkelde. Dat was volgens het hof voldoende duidelijk uit verschillende door [betrokkene 4] (al dan niet cc) aan [eiser 5] gestuurde e-mails (van 5 juli 2016 aan [eiser 5] cc (EP8), 20 april 2016 aan [eiser 5] cc (EP 92) en 30 augustus 2018 aan [eiser 5] (EP9). De verklaring van [eiser 5] ter zitting dat hij ‘geen toestemming’ heeft gegeven etc. en dat deze e-mails hem ‘verder niets zeggen’, doet niet af aan de begrijpelijkheid van het nu aangevallen oordeel in rov. 5.10. Deze verklaring van [eiser 5] ter zitting in appel staat immers niet in de weg aan de door het hof uit de genoemde e-mails afgeleide wetenschap van [eiser 5] . Voor een feitelijke herwaardering van dat oordeel is, als gezegd, geen plaats in cassatie. Daarmee valt het doek voor deze subklacht en in het kielzog daarvan ook de voortbouwende klacht over rov. 5.12 en 5.13, die geen nadere bespreking behoeft. 3.22 De subklacht onder d klaagt over de begrijpelijkheid van de slotzin van rov. 5.11, dat Payingit c.s. ‘ook’ niet heeft gesteld dat de bedoeling was dat eventuele overlappende software onderdelen van Workstate onder de bepalingen van de Licentieovereenkomst zouden vallen. Dat is onbegrijpelijk gelet op de toelichting op grief 4 van Payingit c.s. . Verder bevat subonderdeel d een motiveringsklacht tegen de voorlaatste zin van rov. 5.11: dat uit het non-concurrentiebeding in de Licentieovereenkomst blijkt dat partijen elkaar in hun branches (beveiliging respectievelijk HR en payrolling) niet in de weg wilden zitten, is op zich juist, maar hier is sprake van ontoereikende motivering vanwege de door Payingit c.s. gestelde bedoeling dat zij tijdelijk niet direct zouden concurreren met dezelfde soort software op de beveiligingsmarkt. Het slagen van deze motiveringsklachten raakt ook de daarop voortbouwende oordelen van het hof in rov. 5.14 en 5.16. 3.23 De klacht tegen de slotzin van rov. 5.11 kan al niet tot cassatie leiden, omdat deze is gericht tegen een niet-dragende overweging (‘ook’). De aangehaalde passages uit de toelichting op grief 4 maken het oordeel overigens niet onbegrijpelijk. Ik geef de betreffende passages hier weer: ‘101.
Volledig
Gelet op het feit dat Workrate nadrukkelijk heeft bevestigd dat de Usemate software onbezwaard aan Payingit zou worden overgedragen én Workrate heeft aangegeven dat de Usemate en Workstate software voorafgaand aan de verkoop van de Usemate software zou worden gesplitst en partijen dus niet meer afhankelijk zouden zijn van elkaars processen, mocht Payingit er gerechtvaardigd op vertrouwen dat Workrate in de toekomst ook geen gebruik meer zou maken van (onderdelen van) de Usemate software (tenzij dit op grond van de Licentieovereenkomst nadrukkelijk was toegestaan). (…) 111. Payingit heeft de Usemate software gekocht, voornamelijk om diensten te verrichten voor het aanbieden van roostersoftware bij beveiligingsbedrijven. Het non-concurrentiebeding beoogt ervoor te zorgen dat Payingit niet ook diensten gaat aanbieden op het gebied van het vastleggen van operationele beveiligingshandelingen. 112. Aangezien de Usemate software na de splitsing nog steeds onderdelen bevat die Workrate ook voor haar Workstate software gebruikt, zou Payingit theoretisch gezien (redelijk eenvoudig) een vergelijkbare softwareapplicatie kunnen ontwikkelen op het gebied van operationele beveiligingshandelingen. Partijen zijn het non-concurrentiebeding overeengekomen om ervoor te zorgen dat Payingit (voor een periode) niet direct met Workrate gaat concurreren met dezelfde soort software op de beveiligingsmarkt. Het non-concurrentiebeding heeft dus wel degelijk zin, juist als de volledige broncode van de Usemate software zoals gespecificeerd in de zes mappen van het [betrokkene 4] -document aan Payingit zijn overgedragen. Payingit ging de Usemate software enkel aanbieden aan bedrijven actief in de beveiligingsbranche. Met het concurrentiebeding werd Payingit gekaderd (voor een bepaalde periode) welke software zij wel en niet mocht aanbieden aan bedrijven in de beveiligingsbranche.’ 3.24 Een ondubbelzinnige stelling dat het de bedoeling van Payingit c.s. was dat eventuele overlappende software-onderdelen van Workstate onder de bepalingen van de Licentieovereenkomst zouden vallen, hoefde het hof hierin bepaald niet te lezen. Ik betrek daarbij dat de zinsnede waarop de klacht de nadruk legt door die te cursiveren, ‘tenzij dit op grond van de Licentieovereenkomst was toegestaan’, bij mvg 101 tussen haakjes staat. Verder geldt ook hier dat de uitleg van gedingstukken is voorbehouden aan het hof als feitenrechter. De eerste motiveringsklacht is dan ook tevergeefs. 3.25 Dat geldt ook voor de tweede motiveringsklacht tegen de voorlaatste zin van rov. 5.11. De door Payingit c.s. gestelde bedoeling dat zij tijdelijk niet direct zou concurreren met dezelfde soort software op de beveiligingsmarkt, lijkt met name te zijn ontleend aan een ook in de klacht geciteerde stelling uit mvg 112 waarin de zinsnede ‘voor een periode’ tussen haakjes staat. Dat het non-concurrentiebeding qua duur tijdelijk was, brengt bovendien nog niet de door Payingit c.s. gewenste uitleg mee. 3.26 De voortbouwende klacht gericht tegen rov. 5.14 en 5.16 kan dan ook niet slagen. 3.27 Subonderdeel 1.3 faalt integraal. Ik plaats daarbij de kanttekening dat de gekozen formuleringen in de Koop- en Licentieovereenkomsten (zoals wel vaker in IT-contracten) mogelijk minder omslachtig hadden kunnen worden gekozen. Dat vermindert juist het risico op vergissingen en misverstanden – waar deze zaak ook een voorbeeld van lijkt te zijn. Zij is niet ingestoken met een beroep op dwaling of misverstand, maar partijen hadden blijkbaar divergerende visies op wat nu precies de werking was van de ‘terug’-licentie voor intern gebruik na overdracht van de software en het ongemoeid laten van de verdere Workstate exploitatie door Workrate. Ondanks de complexe contractsteksten was nu juist dát element niet afdoende geregeld, zoals de rechters in feitelijke instantie hebben geconstateerd. 3.28 Subonderdeel 1.4 klaagt dat het hof in rov. 5.10-5.19 het verbod van wijziging ten ongunste ( reformatio in peius ) heeft geschonden. Anders dan de door de rechtbank in rov. 5.19-5.21 van het vonnis geformuleerde (beperkte) ‘impliciete gebruikslicentie’ stelt het hof, buiten de door de grieven van Payingit c.s. omlijnde rechtsstrijd in appel, als ‘(impliciet) contractueel gebruiksrecht’ een ruimere, niet-geclausuleerde, bevoegdheid van Workrate vast (rov. 5.13) en mag zij de Workstate-applicatie zelfstandig extern verder exploiteren en doorontwikkelen zonder dat dit auteursrechtinbreuk of een tekortkoming oplevert in de nakoming van de koop- en licentieovereenkomst (rov. 5.17-5.19, 5.24). Aldus is sprake van verboden wijziging ten ongunste (verslechtering). 3.29 Dit gaat niet op, omdat het hof Payingit c.s. niet in een slechtere positie heeft gebracht dan waarin zij voor het hoger beroep verkeerde. Het verbod van reformatio in peius ziet namelijk op het dictum en niet op de motivering . Het hof heeft in rov. 6.1 van het dictum slechts één wijziging aangebracht en wel ten gunste van Payingit c.s. . Subonderdeel 1.4 kan dan ook niet tot cassatie leiden. 3.30 Subonderdeel 1.5 klaagt dat het hof gelet op de eerdere klachten van onderdeel 1 ten onrechte net als de rechtbank in rov. 5.11-5.18 tot de slotsom is gekomen dat alle partijen ervan uitgingen dat de overeenkomsten geen verandering zouden brengen in de exploitatie van Workstate, partijen in de Koop- en Licentieovereenkomst niet (expliciet) hadden geregeld wat heeft te gelden voor zover Workstate gebruik zou maken van (overlappende) onderdelen van de aan PayinglP in het kader van de Usemate-applicatie verkochte broncode, Workrate daartoe een (impliciet) contractueel gebruiksrecht toekomt en Payingit c.s. dit gebruik moet dulden, waardoor Workrate bevoegd is om de Workstate-applicatie inclusief de gemeenschappelijke onderdelen van de verkochte broncode zelfstandig verder te exploiteren en binnen die exploitatie door te ontwikkelen, ongeacht de precieze omvang van de overlap met de Usemate-applicatie en of en in hoeverre de gemeenschappelijke onderdelen van de broncode auteursrechtelijk beschermd zijn. Kennelijk en ten onrechte ging het hof er hier niet van uit ‘dat sprake is van een business-to-business transactie, waarin geen plaats is voor toepassing van de regel dat een auteursrechtoverdracht restrictief, ten gunste van de (natuurlijke) maker, moet worden uit gelegd (artikel 2 lid 5 Aw)’ (rov. 5.7, slot). Daarmee is het hof in rov. 5.15 ten onrechte van oordeel dat, anders dan Payingit c.s. hebben aangegeven, het door contractsuitleg bepaalde gebruiksrecht van Workrate niet in strijd is met het Unierecht c.q. art. 5 (lid 5) Auteursrechtrichtlijn nr. 2001/29/EG, terwijl dat een zeer omvangrijke beperking op de auteursrechten van PayinglP onder Softwarerichtlijn nr. 2009/24/EG en art. 17 EU-Handvest oplevert, zonder tijdsbepaling of enige vergoeding, waardoor zij niet haar exclusieve verbodsrecht kan uitoefenen jegens Workrate en haar klanten . 3.31 Het eerste deel van de klacht is een herhaling van zetten van de voorafgaande subonderdelen van onderdeel 1 en is niet succesvol op grond van de bespreking van die klachten. 3.32 Het vervolg van de klacht dat het hof zou hebben miskend dat het hier een zakelijke transactie betrof tussen professionele partijen, kan ik moeilijk plaatsen. In rov. 5.4-5.7 oordeelt het hof (ook blijkens het kopje boven deze passages) over de omvang van de auteursrechtoverdracht op de software van Workrate aan Payingit c.s. door de betreffende overeenkomsten volgens de Haviltex- maatstaf uit te leggen. Dat mondt in rov. 5.7 uit in de ‘conclusie […] dat aan PayingIP op grond van de Koopovereenkomst, uitgelegd aan de hand van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en redelijkerwijs mochten verwachten, de rechten op de broncode als gespecificeerd in de zes mappen in het [betrokkene 4] -document zijn verkocht en geleverd.’ Blijkens de daaropvolgende laatste zin van rov. 5.7 is hier volgens het hof geen ruimte voor een restrictieve uitleg van de overdracht ten gunste van de natuurlijke maker volgens art. 2 lid 5 Aw , kort gezegd omdat het hier een business-to-business transactie betreft. In rov.