Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2025-12-16
ECLI:NL:PHR:2025:1373
Strafrecht
539 tokens
Inleiding
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 25/00657
Zitting 16 december 2025
ROLCONCLUSIE
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,
hierna: de verdachte
1Het cassatieberoep
1.1
De rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, heeft bij vonnis van 11 oktober 2024 de verdachte vrijgesproken van – kort gezegd – het voorhanden hebben van onveraccijnsde rooktabak. Daarbij heeft de rechtbank de op de beslaglijst onder de nummers 1 en 4 vermelde dozen tabak en de onder de nummers 9 en 10 vermelde gereedschappen onttrokken aan het verkeer verklaard.
1.2
Tegen dit vonnis van de rechtbank staat voor de verdachte ten aanzien van de onttrekking aan het verkeer beroep in cassatie open. L.C. de Lange, advocaat te Utrecht, heeft op 25 oktober 2024 namens de verdachte beroep in cassatie ingesteld.
2Hoger beroep
2.1
Tegen het vrijsprekend vonnis van de rechtbank staat voor het openbaar ministerie hoger beroep open. De officier van justitie heeft op 24 oktober 2024 hoger beroep ingesteld.
3Schorsing van de behandeling van het cassatieberoep
3.1
In deze situatie – waarin gelijktijdig een cassatieberoep van de verdachte en een hoger beroep van het openbaar ministerie tegen hetzelfde vonnis van de rechtbank aanhangig zijn – is art. 427 lid 4 Sv van toepassing. Dat betekent dat door het hoger beroep de rechtsgevolgen van het cassatieberoep zijn geschorst. Hierbij past dat ook de behandeling van het cassatieberoep wordt geschorst.
3.2
Conclusie
5. Deze rolconclusie strekt tot schorsing van de behandeling van het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G
Vgl. HR 14 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9420.
Vgl. HR 22 april 2025, ECLI:NL:HR:2025:610.