Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-09-17
ECLI:NL:PHR:2024:959
Strafrecht
614 tokens
Conclusie
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,
hierna: de verdachte
1Het cassatieberoep
1.1
De enkelvoudige strafkamer van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, heeft bij arrest van 10 juni 2022 het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, van 22 mei 2019 vernietigd en de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het verzet tegen de strafbeschikking van 29 november 2018 onder het CJIB-nummer 2132542003431887.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaken 22/02159, 22/02160, 22/02161 en 22/02162. In die zaken concludeer ik vandaag ook.
1.3
Het cassatieberoep is op 14 juni 2022 ingesteld namens de verdachte. S.F.W. van ‘t Hullenaar, advocaat te Arnhem, heeft één middel van cassatie voorgesteld dat zich richt tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het verzet tegen de strafbeschikking.
2Het middel
2.1
In het middel wordt geklaagd dat het oordeel van het hof dat de verdachte “door betaling van de bij de strafbeschikking opgelegde boete afstand heeft gedaan van de bevoegdheid tot het doen van verzet”, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting, althans dat “de beslissing van het hof tot niet-ontvankelijkverklaring van [de verdachte] in het verzet tegen de strafbeschikking – in het licht van hetgeen door de raadsman van [de verdachte] is aangevoerd [A-G: over de onderbewindstelling van de verdachte en de betaling van de aan hem opgelegde geldboete door de bewindvoerder] – niet begrijpelijk [is].”
2.2
Het middel slaagt om de redenen die ik daarvoor heb opgegeven in mijn conclusie in de zaak tegen de verdachte onder het griffienummer 22/02159.
Conclusie
3.1
Het middel slaagt.
3.2
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.3
Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G