Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-09-03
ECLI:NL:PHR:2024:874
Strafrecht
611 tokens
Conclusie
D.J.C. Aben
In de zaak
[betrokkene] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,
hierna: de betrokkene.
Inleiding
1. De betrokkene is bij arrest van 7 juni 2022 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
2. Er bestaat samenhang met de zaak 22/02232. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
3. Het cassatieberoep is ingesteld namens de betrokkene. R. Zilver, advocaat te Utrecht, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
4. Het middel richt zich tegen het oordeel van het hof dat het door de betrokkene ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard.
5. Alhoewel dit niet als zodanig door mr. Zilver in de schriftuur wordt opgemerkt, gaat het in deze ontnemingszaak en in de samenhangende strafzaak zoals genoemd in randnummer 2, om dezelfde kwestie op dezelfde feitelijke grondslag. Om die reden volsta ik met mutatis mutandis te verwijzen naar de in de strafzaak door mij weergegeven processtukken en beschouwingen.
Ambtshalve opmerking over de redelijke termijn in cassatie
6. Volledigheidshalve merk ik hier ambtshalve op dat namens de betrokkene cassatie is ingesteld op 20 juni 2022. Dat betekent dat de Hoge Raad uitspraak doet nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Daarmee is de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM overschreden.
7. Hieraan behoeven op dit moment nog geen consequenties te worden verbonden, gelet op hetgeen ik concludeer ten aanzien van het middel en de gevolgen die ik daaraan hierna verbind voor wat betreft de vernietiging van de bestreden uitspraak en de terugwijzing van de zaak.
Conclusie
8. Op de gronden zoals door mij genoemd in mijn conclusie in de strafzaak kom ik ook hier tot de conclusie dat het middel slaagt.
9. Andere gronden (dan genoemd in randnummer 6) die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven, heb ik niet aangetroffen.
10. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG