Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-04-02
ECLI:NL:PHR:2024:348
Strafrecht
905 tokens
Conclusie
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[opgeëiste persoon],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de opgeëiste persoon.
Inleiding
1. Bij uitspraak van 2 november 2023 heeft de rechtbank Rotterdam de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika (hierna de V.S.) toelaatbaar verklaard ter strafvervolging “van de feiten zoals omschreven in het uitleveringsverzoek en de daarbij gevoegde Affidavit”. In de bestreden uitspraak heeft de rechtbank uiteengezet dat het gaat de volgende strafbare feiten:
“1. samenzwering om gereguleerde stoffen in de Verenigde Staten van Amerika te importeren, in strijd met Titel 21, United States Code, Sectie 963;
2. import van een gereguleerde stof in de Verenigde Staten van Amerika en medeplichtigheid en aanzetting hiertoe, in strijd met Titel 21, United States Code, Sectie 952(a), 960(a)(1), en 960(b)(3), en Titel 18, United States Code, Sectie 2;
3. productie en distributie, en bezit met het doel om te produceren en distribueren van gereguleerde stoffen, met het oogmerk en bedoeling en met redelijke reden om aan te nemen dat de gereguleerde stoffen zouden worden geïmporteerd in de Verenigde Staten van Amerika en medeplichtigheid en aanzetting hiertoe, in strijd met Titel 21, United States Code, Sectie 959(a), 960(a)(3), en 960(b)(3) en Titel 18, United States Code, Sectie 2;
4. samenzwering om te distribueren en te bezitten met het doel om een gereguleerde stof te distribueren, in strijd met Titel 21, United States Code, Sectie 846; en
5. samenzwering om geld te witwassen, en medeplichtigheid en aanzetting hiertoe, in strijd met Titel 18, United States Code, Sectie 1956(h) en 2”.
2. Namens de opgeëiste persoon heeft D.J.M. Dammers, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
Het uitleveringsverzoek
3. Bij Diplomatic Note No. 062/22 van 16 november 2022 hebben de Amerikaanse autoriteiten om uitlevering van de opgeëiste persoon verzocht.
4. Op 25 maart 2024 is bij de Hoge Raad een schriftelijke mededeling van D.J.M. Dammers, advocaat van de opgeëiste persoon, binnengekomen, inhoudende dat het uitleveringsverzoek door de Amerikaanse autoriteiten inmiddels is ingetrokken. Als bijlage daarbij is gevoegd een afschrift van de Diplomatic Note van 11 maart 2024, No. 021/24 van de Amerikaanse autoriteiten, waarin wordt aangegeven dat het verzoek om uitlevering van de opgeëiste persoon van 16 november 2022 wordt ingetrokken.
5. Op 26 maart 2024 is een bevestiging van de intrekking van het uitleveringsverzoek ontvangen van [betrokkene 1], juridisch adviseur, Afdeling Internationale Aangelegenheden en Rechtshulp in Strafzaken (AIRS) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, onder verwijzing naar een afschrift van het intrekkingsbericht van de Amerikaanse autoriteiten.
6. Uit het voorgaande valt op te maken dat de Amerikaanse autoriteiten het hiervoor bedoelde uitleveringsverzoek hebben ingetrokken. Daaruit vloeit voort dat de officier van justitie niet kan worden ontvangen in de vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.
7. Gelet op het voorgaande behoeft het middel geen bespreking.
Conclusie
8. Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in zijn inleidende vordering tot het in behandeling nemen van het uitleveringsverzoek.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG