Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-12-17
ECLI:NL:PHR:2024:1433
Strafrecht
792 tokens
=== CONCLUSIE ===
D.J.C. Aben
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte
1. De verdachte is bij arrest van 16 januari 2024 door het gerechtshof Amsterdam (bij verstek) met toepassing van art. 416 lid 2 Sv niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 september 2023.
2. Het cassatieberoep is op 16 januari 2024 ingesteld namens de verdachte. I.M. Takens en T.P.A.M. Wouters, beiden advocaat te Amsterdam, hebben een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel komt op tegen de niet-ontvankelijkverklaring door het hof van de verdachte in zijn hoger beroep.
4. Het hof heeft de verdachte – bij verstek – niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep en heeft daartoe overwogen:
“Door of namens de verdachte is geen schriftuur houdende grieven ingediend. Evenmin zijn mondeling bezwaren tegen het vonnis opgegeven. Ook overigens is niet gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend, met enig onderzoek van de zaak. Om die reden wordt de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het ingestelde hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.”
5. Bij de aan de Hoge Raad toegezonden stukken bevindt zich een "akte instellen hoger beroep", inhoudende dat op 12 oktober 2023 door mr. T.P.A.M. Wouters namens de verdachte hoger beroep is ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 28 september 2023 met parketnummer 13-178323-23.
6. In de toelichting op het middel wordt gesteld dat het hof geen acht heeft geslagen op de inhoud van het door de raadsman van verdachte per e-mail verzonden schrijven van 17 oktober 2023 waarin grieven zijn opgenomen.
7. In het proces-verbaal van het hof van 16 januari 2024 is de volgende noot opgenomen:
“Na de terechtzitting is gebleken dat de raadsman op 17 oktober 2023 een appelschriftuur heeft ingediend bij de rechtbank Amsterdam, welke op het moment van het uitspreken van het arrest niet bij het hof bekend was. De raadsheer heeft de Verkeerstoren van het hof gevraagd om na te gaan of de rechtbank de appelschriftuur heeft ontvangen en wat de reden is waarom dit niet bij het hof bekend was.”
8. Tussen de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv toegezonden stukken van het geding bevindt zich een appelschriftuur van mr. T.P.A.M. Wouters, gedateerd 17 oktober 2023.
9. Gelet op het voorgaande is de beslissing van het hof om de verdachte op de voet van art. 416, tweede lid, Sv niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, niet begrijpelijk.
10. Het middel slaagt.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG