Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-07-02
ECLI:NL:PHR:2024:1257
Strafrecht
591 tokens
Conclusie
P.M. Frielink
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2002,
hierna: de verdachte
1Het cassatieberoep
1.1
De verdachte is bij arrest van 1 september 2022 door het gerechtshof Amsterdam voor een viertal gevoegde zaken veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren, en een taakstraf van 200 uur, subsidiair 100 dagen jeugddetentie, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr. De bewezenverklaarde feiten leveren op in zaak A onder 1. "met iemand van wie hij weet dat hij in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam”, en onder 2. “diefstal”, in zaak B “schuldheling” en in de zaken C en D “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, meermalen gepleegd",
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. H.G. Kersting, advocaat te Amsterdam, heeft twee middelen van cassatie voorgesteld.
2De ontvankelijkheid van het cassatieberoep
2.1
De aanzegging ingevolge artikel 435 lid 1 Sv is op 28 maart 2023 betekend. Artikel 437 lid 2 Sv schrijft voor dat, op straffe van niet-ontvankelijkheid, binnen twee maanden na betekening van de aanzegging als bedoeld in artikel 435 lid 1 Sv, door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie wordt ingediend. In de onderhavige zaak is die schriftuur eerst binnengekomen op 30 juni 2023. Dat is niet binnen twee maanden, maar bijna drie maanden na betekening van de aanzegging.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van artikel 437 lid 2 Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
Conclusie
Deze conclusie strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
A-G