Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2024-11-12
ECLI:NL:PHR:2024:1149
Strafrecht
2,389 tokens
Conclusie
M.E. van Wees
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 28 april 2023 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens "openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen", veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, waarvan 60 uren onderscheidenlijk 30 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.
1.2
In eerste aanleg is de verdachte vrijgesproken.
1.3
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte en A. Darrazi, advocaat in Tilburg, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
2.1
Het middel bevat de klacht dat het hof ontoereikend gemotiveerd heeft gerespondeerd op een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. Dit standpunt had betrekking op de betrouwbaarheid van een proces-verbaal waarin de verdachte wordt herkend als een van de bij het openlijk geweld betrokken relschoppers.
Bewezenverklaring en bewijsvoering
2.2
De verdachte is veroordeeld voor - kort gezegd - hooligangeweld, bestaande uit “het gooien van stenen en/of stukken tegel in de richting van een of meer personen/supporters en/of leden van de Mobiele Eenheid”.
2.3
De bewijsconstructie komt kort gezegd op het volgende neer. Tijdens en na afloop van de wedstrijd RKC - Willem II op 21 september 21 zijn rellen ontstaan. Hierbij zijn door de politie foto’s en camerabeelden gemaakt. Hierover is geverbaliseerd en delen daarvan zijn door het hof als bewijsmiddel opgenomen. Een van de bij de rellen betrokken personen is hierop aangeduid als ‘persoon 8’. Centraal staat in cassatie bewijsmiddel 3. Dit betreft het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar, tevens supportersbegeleider, waarin deze relateert ‘persoon 8’ op de gemaakte fotopresentatie te herkennen als de verdachte:
“3. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 19 december 2021, dossierpagina’s 8-9, voor Zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 1] :
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , werkzaam vanuit de politie als supportersbegeleider bij wedstrijden van RKC heb de fotopresentatie bekeken. Deze fotopresentatie is opgemaakt naar aanleiding van de supportersrellen tussen RKC en Willem II op 21 september 2021. Deze supportersrellen vonden tijdens en na de wedstrijd plaats rondom het stadion van RKC. Tijdens het bekijken van de foto's herkende ik enkele supporters ambtshalve. Deze supporters herkende ik vanwege het feit dat ik sinds 2019 supportersbegeleider ben. Vanuit de rol als supportersbegeleider heb je direct contact met supporters. Het doel is om contact te maken met de supporters om ongeregeldheden te voorkomen. De diensten van een supportersbegeleider bestaan uit het onopvallend aanwezig zijn tijdens de wedstrijden. Hierbij staan wij tussen de supporters. Op 21 september was ik zelf ook werkzaam als supportersbegeleider tijdens de wedstrijd. In de fotopresentatie, welke ik toevoeg aan dit proces-verbaal van bevindingen, zijn de te herkennen personen met een nummer aangegeven.
De herkenningen kan ik als volgt omschrijven:
(...)
In de fotopresentatie herkende ik de persoon, welke met nummer 8 is aangegeven. Ik herkende hem niet alleen van de foto's uit de presentatie. Op dezelfde avond werd herkenning gevraagd vanuit de commandoruimte van een persoon wiens foto aan ons door de commandant via Whatsapp werd verstrekt. Daarnaast zag ik deze dag dat [verdachte] in het stadion rondliep met een zwarte capuchon, een zonnebril en een heuptasje. Tegelijkertijd is [verdachte] de enige van onze doelgroep die rondliep met een zwart heuptasje. Ik herkende [verdachte] direct aan zijn kleding en specifiek aan zijn neus. [verdachte] heeft namelijk een kromming op zijn neus. Deze kromming viel mij in de eerdere wedstrijden van dit seizoen direct op: In de week voorafgaand aan de wedstrijd tegen Willem II moest RKC tegen Vitesse voetballen, ook toen waren er ongeregeldheden. Tijdens deze ongeregeldheden zag ik dat [verdachte] onderdeel uitmaakte van de onrust, mede vanwege deze waarnemingen herkende ik direct [verdachte] en weet ik voor 100 procent zeker dat het hem is.”
2.4
Voor de volledige bewezenverklaring en bewijsvoering verwijs ik naar het (ook op rechtspraak.nl (ECLI:NL:GHSHE:2023:1608) gepubliceerde) arrest.
Het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt en de reactie daarop van het hof
2.5
Ter zitting - alwaar de verdachte in persoon aanwezig was - is door de raadsman van de verdachte verweer gevoerd overeenkomstig zijn pleitnota (p. 4, proces-verbaal van de zitting van het hof). Hierin is onder meer de betrouwbaarheid van de hiervoor bedoelde herkenning op de korrel genomen. Kort gezegd wordt aangevoerd dat (i) de foto’s niet scherp genoeg zijn (randnummer 8-9); dat (ii) de verdachte naar zijn eigen oordeel en dat van zijn raadsman niet lijkt op de foto’s (randnummer 9-10); dat (iii) de herkenning onvoldoende “specifieke onderscheidende persoonskenmerken” noemt (randnummer 11-14 en in gelijke zin 24-26); en (iv) gesuggereerd dat een mogelijk “strafrechtelijk verleden” van de verdachte onbewust zou kunnen bijdragen aan een ‘herkenning’, in welk verband een punt wordt gemaakt van het feit dat dezelfde opsporingsambtenaar de verdachte ook al had herkend bij eerdere voetbalgerelateerde rellen, na afloop van de wedstrijd RKC - Vitesse (randnummer 15). Een en ander mondt uit in de conclusie dat het proces-verbaal waarin de herkenning is opgenomen niet voor het bewijs zou kunnen worden gebruikt (randnummer 27).
2.6
Het hof heeft dit verweer als volgt verworpen:
“Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling of een herkenning voldoende betrouwbaar is om tot het bewijs te bezigen, verschillende factoren van belang zijn. Zo is onder meer relevant of de herkenning heeft plaatsgevonden op basis van specifieke, onderscheidende persoonskenmerken, maar ook of door de kwaliteit (in de zin van duidelijkheid en scherpte) van de foto of videobeelden voldoende uiterlijke kenmerken van de verdachte kunnen worden weergegeven en of de herkenning op basis daarvan in redelijkheid heeft kunnen plaatsvinden. In het verlengde daarvan kan van belang zijn of (en in welke hoedanigheid) de verbalisant en de persoon die door de verbalisant wordt herkend, elkaar eerder hebben getroffen, met welke frequentie zij elkaar eerder hebben getroffen en wanneer zij elkaar laatstelijk hebben getroffen.
Naar het oordeel van het hof kan worden gesproken van een betrouwbare herkenning door verbalisant [verbalisant 1] die kan worden gebezigd tot het bewijs. Daartoe overweegt het hof dat verbalisant [verbalisant 1] , sinds 2019 werkzaam vanuit de politie als supportersbegeleider bij RKC, in het proces-verbaal van bevindingen heeft gerelateerd dat hij tijdens het bekijken van de foto’s enkele supporters ambtshalve heeft herkend. Daarnaast relateert de verbalisant dat hij op 24 september zelf ook werkzaam was als supportersbegeleider tijdens de wedstrijd. De diensten van een supportersbegeleider bestaan uit het contact maken met supporters, onopvallend aanwezig zijn en tussen de supporters staan.
Hij zag dat de verdachte op deze dag rondliep in het stadion met een zwarte capuchon, een zonnebril en een heuptasje en dat hij de verdachte om die reden direct op de foto herkende aan zijn kleding. Hij relateert dat de verdachte de enige van de doelgroep was die rondliep met een zwart heuptasje. Hij herkende de verdachte ook aan de kromming aan zijn heus, die hem in de eerdere wedstrijden van het seizoen direct opviel.
Beoordeling
2.10
Anders dan de steller van het middel, meen ik niet dat het hof in het geheel niet heeft gereageerd op de genoemde argumenten onder (i; scherpte van de foto) en (ii; gelijkenis met de verdachte). De gemotiveerde weerlegging hiervan ligt immers duidelijk besloten in het arrest zoals hiervoor aangehaald. Voor wat betreft de genoemde argumenten onder (iii; specifieke kenmerken) en (iv; beïnvloeding), meen ik dat het hof hierop toereikend gemotiveerd heeft gereageerd. Daarbij merk ik nog op dat juist vanwege de notie waar ook door de steller van het middel naar wordt verwezen, het niet altijd zinvol is om te proberen de herkenning uitputtend in objectieve bewoordingen tot uitdrukking te brengen (al heeft het hof die weg ook bewandeld). Het feit dat de betrokken opsporingsambtenaar de verdachte al kende uit hoofde van zijn werk als supportersbegeleider, geeft gelet op die notie juist meer steun aan (de betrouwbaarheid van) zijn herkenning. Het gegeven dat het hof in zijn motivering ook hieraan aandacht heeft besteed maakt de weerlegging van het gevoerde verweer daarom sterk en aldus geenszins onbegrijpelijk en/of ontoereikend.
2.11
Het middel faalt.
Afronding
3.1
Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
3.2
Deze conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
plv. AG