Rechtspraak
Parket bij de Hoge Raad
2023-12-05
ECLI:NL:PHR:2023:1226
Strafrecht
681 tokens
Conclusie
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979,
hierna: de verdachte
1Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 12 juli 2021 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens (in de zaak met parketnummer 02-984812-10) onder 5 “medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder A van de Opiumwet gegeven verbod” en (in de zaak met parketnummer 02-984839-12) “medeplegen van om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden of te bevorderen, zich of een ander gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat feit trachten te verschaffen en voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit”, veroordeeld tot een gevangenisstraf van 32 maanden.
1.2
Er bestaat samenhang met de zaken 21/03043, 21/03019, 21/02994, 21/03079, 21/02959, 21/03282, 21/03101 en 21/03103. In de laatste twee zaken is reeds arrest gewezen. In de overige zaken zal ik vandaag ook concluderen.
2Ontvankelijkheid van het beroep
2.1
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. De aanzegging als bedoeld in art. 435 lid 1 Sv is blijkens de akte van uitreiking op 3 mei 2022 uitgereikt aan een huisgenoot op het BRP-adres van de verdachte. De in het tweede lid van art. 437 Sv gestelde termijn van twee maanden liep af op 4 juli 2022. Echter, naar aanleiding van een verzoek van de raadsvrouw is een nadere termijn tot het indienen van een schriftuur houdende middelen van cassatie verleend. Deze termijn liep tot en met 23 maart 2023. Gedurende deze termijn is geen cassatieschriftuur binnengekomen.
2.2
Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, kan hij ingevolge art. 437 lid 2 Sv niet in zijn cassatieberoep worden ontvangen.
Conclusie
3.1
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de verdachte niet-ontvankelijk zal verklaren in het ingestelde cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Blijkens de BRP-bevraging van de Hoge Raad van 6 februari 2022 was de verdachte van 22 augustus 2018 ingeschreven op het in de akte genoemde adres Weegbladtuin 29 (4824 PZ) Breda. Sinds 1 november 2022 staat de verdachte ingeschreven op het Noorweegse adres Åkebergveien 11 (0650) Oslo.