ECLI:NL:PHR:2001:AB0198
Rolnr.: C99/166 mr. Wesseling-van Gent
Zitting: 8 december 2000 Conclusie inzake:
W.B. DE GREVE
tegen
MR E.N. MULLER, (voormalig)
curator
in het faillissement van
W.B. de Greve
Edelhoogachtbaar College,
>
1.1 Deze zaak is inhoudelijk gelijk is aan de parallelle
rekestprocedure met het nummer R99/075, waarin heden eveneens
wordt geconcludeerd. De feiten en het procesverloop zijn in
beide zaken dezelfde, met dien verstande dat De Greve in de
onderhavige zaak bij dagvaarding van 29 april 1999 zowel tegen
de homologatiebeschikking als tegen de (herstel)beschikking van
5 maart 1999 beroep in cassatie heeft ingesteld.
De voormalig curator heeft onder overlegging van zijn
verweerschrift in de zaak R99/075 geconcludeerd tot verwerping
van het beroep. De Greve heeft het beroep nog schriftelijk doen
toelichten.
2. Ontvankelijkheid van het beroep
2.1 Namens De Greve is één middel van cassatie voorgesteld,
dat is opgebouwd uit drie onderdelen. De onderdelen 1 en 2
komen op tegen de vaststelling van het salaris van de (voor
malig) curator. Onderdeel 3 bestrijdt de herstelbeschikking van
5 maart 1999.
2.2 De bestreden uitspraken betreffen een beslissing waarbij
de rechtbank op de voet van art. 150-153 een akkoord heeft
<
?
>
gehomologeerd. Art. 71 lid 2 F schrijft voor dat de rechtbank
daarbij tevens het salaris van de curator dient vast te
stellen. Hoewel de artikelen 71 lid 2 F en 159 F spreken van
"het vonnis van homologatie" gaat het daarbij om een
beschikking (art. 153 F), zowel waar het de homologatie van het
akkoord als de vaststelling van het salaris betreft<(2) Polak-Wessels, Het akkoord, 1999, blz. 49-50, onder verwijzing naar de
MvT, te kennen uit Kortmann/Faber, Geschiedenis van de Faillissementswet
2-II (heruitgave Van der Feltz), blz. 187-188; Polak-Polak, blz. 202; zie
ook het citaat uit de MvT (Van der Feltz II, blz. 145) in A.D.W. Soedira,
De inhoud van een akkoord, in: De curator, een octopus, 1996, blz. 221.
>. Ook het
herstel van de foutieve datum heeft - terecht - bij beschikking
plaatsgevonden<(3) Zie hierover A-G Bakels in zijn conclusie voor HR 15 mei 1998, NJ 1999,
672 en de noot van H.J. Snijders bij dat arrest.
>. Dit betekent dat het onderhavige cassatieberoep
ten onrechte bij dagvaarding is ingesteld.
2.3 De conclusie op grond van het voorgaande is dan ook dat De
Greve niet-ontvankelijk is in zijn beroep. Het middel behoeft
daarmee verder geen bespreking.
Deze strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van De Greve in
zijn beroep in cassatie.
De Procureur-Generaal
bij de
Hoge Raad der
Nederlanden,
A-G