Rechtspraak 1999-02-22
ECLI:NL:ORBBNAA:1999:BU9652
Beschikking van 22 februari 1999, nr. 1998/140. DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Sint Maarten, inzake: belanghebbende tegen de Inspecteur der Belastingen 1. Procesverloop 1.1. Appellante heeft op 14 augustus 1997 van de Eilandsontvanger een sommatie ontvangen tot betaling van een bedrag van Naf. 11.488,79 aan nog te betalen retributies over de jaren 1991 tot en met 1996 ter zake van het in het bezit zijn van een vestigingsvergunning d.d. 19 augustus 1981. 1.2.. Appellante heeft tegen de sommatie een bezwaarschrift ingediend, bij verweerder (hierna: het Bestuurscollege) ingekomen op 26 augustus 1997. 1.3. Bij beschikking van 18 juni 1998, nr. 987, heeft het Bestuurscollege het bezwaarschrift niet ontvankelijk verklaard en de heffingsaanslagen over de jaren 1989 tot en met 1996 aldus gecorrigeerd, dat over 1989 tot en met 1991 niets meer is verschuldigd, over 1992, 1993 en 1994 telkens Naf. 1.000 en over 1995 en 1996 telkens Naf. 1.250. 1.4. Bij beroepschrift, bij de Raad ingekomen op 11 augustus 1998 en mitsdien tijdig heeft appellante beroep ingesteld tegen de beschikking van het Bestuurscollege op haar bezwaarschrift. 1.5. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad op Sint Maarten op 17 november 1998. Verschenen zijn de gemachtigde van appellante, vergezeld van Z, alsmede het Bestuurscollege, vertegenwoordigd door A, vergezeld van B. Beide partijen hebben gepleit overeenkomstig een door hen overgelegde pleitnota. De pleitnota van het Bestuurscollege is aangeduid als vertoogschrift en is vergezeld van een drietal bijlagen, tegen de overlegging waarvan de wederpartij geen bezwaar heeft gemaakt. 2. Vaststaande feiten 2.1. Bij Besluit van 19 augustus 1981, nr. 661, heeft het Bestuurscollege aan appellante op de voet van de Landsverordening Vestigingsregeling voor Bedrijven, PB 1946, no. 43, een vestigingsvergunning verleend. 2.2. Op dat moment gold de Retributieverordening Sint Maarten 1975, zoals gewijzigd en in haar geheel herschreven bij de Eilandsverordening van 30 januari 1986, Ab 1986, nr. 1. Art. 3 van die Eilandsverordening luidt: Ten bate van het eilandgebied Sint Maarten worden voor de hierna vermelde, vanwege het eilandgebied uit te geven vergunningen, onder de naam “leges” retributies geheven naar de volgende grondslagen en tarieven. 1. Enz. XIV. VESTIGINGSVERGUNNINGEN 1. Voor de afgifte van een vergunning: a. tot het vestigen en drijven van een zaak, verleend aan een naamloze maatschappij: bij een maatschappelijk kapitaal bij oprichting van f. 10.000,-- tot f. 100.000 f. 1000,-- 2. enz. 3. Boven de retributies genoemd onder 1 wordt jaarlijks voor het hebben van een vergunning een retributie in rekening gebracht. Het tarief voor die retributie is gelijk aan dat, neergelegd in lid 1 van dit artikel. 2.3. Ingevolge art. 19 van de verordening kan een belanghebbende binnen twee weken nadat hij van een aan hem opgelegde heffing kennis heeft gekregen, doch uiterlijk binnen een maand na de dagtekening van de mededeling of aanslag bezwaar maken bij het Bestuurscollege. Art. 20 bepaalt dat een belanghebbende binnen twee weken na ontvangst van de beschikking op het bezwaarschrift in beroep kan komen bij de Eilandsraad, die in hoogste instantie beslist. 2.4. De Retributieverordening Sint Maarten 1975 is met ingang van 1 oktober 1994 vervangen door de Precario- en Retributieverordening 1994, AB 1994, nr. 12. De van belang zijnde bepalingen zijn: Artikel 1 1. Enz. 2. Onder de naam “Retributie” worden rechten geheven ter zake van het gebruik of genot van de voor de openbare dienst bestemde werken, bezittingen, of inrichtingen, dan wel door of vanwege het eilandgebied bewezen diensten. Artikel 6 Het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel. Artikel 17 1. Hij die bezwaar heeft tegen een heffingsaanslag als bedoeld in de artikelen 5, 7 en 8 of tegen een ingevolge enige bepaling van de verordening do