Rechtspraak 1997-09-15
ECLI:NL:ORBBNAA:1997:BU5513
Beschikking van 15 september 1997, nr. 1995-137 DE RAAD VAN BEROEP VOOR BELASTINGZAKEN zitting houdende in Aruba, inzake: belanghebbende tegen de Inspecteur der Belastingen 1. Loop van het geding 1.1. Aan appellante is voor het jaar 1993 een op 19 juli 1995 gedagtekende aanslag in de grondbelasting opgelegd ten bedrage van Af. 15.760,-- naar een belastbare waarde van Af. 3.940.000,--. Tegen deze aanslag is appellante op 7 augustus 1995 in bezwaar gekomen bij de Inspecteur. Bij beschikking van 24 oktober 1995 heeft de Inspecteur de aanslag gehandhaafd. 1.2. Tegen die beschikking is appellante bij beroepschrift van 24 november 1995, ingekomen bij de Raad op 4 december 1995, in beroep gekomen bij de Raad. De Inspecteur heeft een vertoogschrift ingediend. 1.3. De eerste mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad op Aruba op 5 november 1996. Aldaar zijn verschenen de gemachtigde van appellante, alsmede de Inspecteur. Ter zitting heeft de Raad de Inspecteur mondeling een bewijsopdracht gegeven. 1.4. Ter uitvoering van die bewijsopdracht heeft de Inspecteur bij brief van 29 november 1996 verscheidene bewijsmiddelen in het geding gebracht en toegelicht. Appellante heeft daarop gereageerd bij brief van 24 maart 1997. 1.5. De tweede mondelinge behandeling van de zaak heeft plaatsgehad op Aruba op 25 april 1997. Aldaar zijn verschenen de gemachtigde van appellante, alsmede de Inspecteur. De Inspecteur heeft ter zitting een pleitnota ingediend en voorgedragen. 2. Vaststaande feiten Op grond van de stukken van het geding en het ter zitting verhandelde is, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door één van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende komen vast te staan: 2.1. Bij verzoekschrift van 25 oktober 1988 heeft N.V. A een verzoek ingediend om haar onderneming aan te merken als een bedrijf in de zin van de Landsverordening industrievestiging en hotelbouw voor wat betreft het ontwikkelen en exploiteren van een zogenaamde XX world. Bij brief van 16 maart 1989 lichtte N.V. A haar verzoek desgevraagd als volgt toe. “Dit project zal voornamelijk een XX world zijn bestaande uit o.a. een 150 meter strekkend aquarium met tropische vissen, levende koralen, schildpadden, flamingo’s, pelikanen etc. met daarnaast een aantal basins met dolfijnen, haaien en grotere vissoorten. Dit project zal mede bestaan uit een XX en maritiem museum (….). De basins zullen een afmeting hebben van 100 m2 per stuk. Er zullen 3 basins komen op het Park, welke ingericht zullen worden als volgt. Basin I : seaturtles, loggerhead turtles, kemp’s ridley turtles, hawksbill turtles. Op het Eiland zullen als attractie pelikanen komen. Basin II: wit met rose flamingo’s uit midden-Afrika en rose flamingo’s uit Cuba. Basin III: vier zeehonden uit Mexico. Dit moet de grote attractie en trekpleister worden (….). Verder komen er 54 aquariums met allerlei verschillende soorten koralen. (….). In de resterende aquariums zullen honderden vissoorten, waaronder haaien, benevens slangen, kreeften, schelpdieren, krabben en dergelijke uit de wateren rondom Aruba worden vertoond; alsook worden geïmporteerde vissoorten uit (de) hele wereld vertoond. Het bouwen en exploiteren van dit Park is voornamelijk bestemd als toeristische attractie (…..)”. 2.2. Bij Landsbesluit van 12 april 1989, no. 29 (hierna: Landsbesluit I) heeft de Gouverneur van Aruba dat verzoek ingewilligd en besloten: “I. Te verklaren dat N.V. A, ten aanzien van het door haar op Aruba te ontwikkelen en exploiteren van een “XX World” voor de duur van ten hoogste zeven jaren wordt aangemerkt als een bedrijf in de zin van de Landsverordening bevordering industrievestiging en hotelbouw: II. Te bepalen dat de sub I verleende belastingvrijstelling van toepassing is op de exploitatie van het “XX World” alsmede de daarbij behorende zaken voorzover zij een onderdeel vormen van het “XX World”, zijnde het hoofdmotief ter verlening van de faciliteiten, met uitsluiting van alle