Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2026-04-15
ECLI:NL:OGHACMB:2026:69
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bodemzaak
1,663 tokens
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:69 text/xml public 2026-04-16T16:10:50 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-04-15 CUR2026H00021 Uitspraak Bodemzaak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:69 text/html public 2026-04-16T16:09:37 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:69 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 15-04-2026 / CUR2026H00021 Hoger beroep te laat ingesteld, niet-ontvankelijk. CUR2026H00021 Datum uitspraak: 15 april 2026 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op het hoger beroep van: [naam appellante], appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 10 december 2025 in zaak nr. CUR202501494, in het geding tussen: appellante en de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) Procesverloop Bij ongedateerde beschikking, door appellante ontvangen in de week van 7 april 2025, heeft de SVB bepaald dat appellante geen recht heeft op tegemoetkomingen op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering. Bij uitspraak van 10 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar. Overwegingen Appellante heeft op 22 januari 2026 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht van 10 december 2025. Dat is een dag na het verstrijken van de termijn uit artikel 76 van de Lar. Het Hof heeft appellante op 4 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een reden te geven voor deze termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop niet gereageerd. Gelet op artikel 76 van de Lar, gelezen in samenhang met artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar ziet de voorzitter van het Hof hierin aanleiding om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier. w.g. Van Ettekoven voorzitter w.g. Buntjer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026. Partijen worden conform artikel 79, tweede lid, van de Lar, in verbinding met artikel 80, eerste lid, van de Lar, er op gewezen dat zij binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen schriftelijk verzet kunnen doen bij het Hof.
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:69 text/xml public 2026-04-16T16:10:50 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-04-15 CUR2026H00021 Uitspraak Bodemzaak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:69 text/html public 2026-04-16T16:09:37 2026-04-16 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:69 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 15-04-2026 / CUR2026H00021 Hoger beroep te laat ingesteld, niet-ontvankelijk. CUR2026H00021 Datum uitspraak: 15 april 2026 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op het hoger beroep van: [naam appellante], appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 10 december 2025 in zaak nr. CUR202501494, in het geding tussen: appellante en de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) Procesverloop Bij ongedateerde beschikking, door appellante ontvangen in de week van 7 april 2025, heeft de SVB bepaald dat appellante geen recht heeft op tegemoetkomingen op grond van de Landsverordening Ongevallenverzekering. Bij uitspraak van 10 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door appellante ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikking vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft appellante hoger beroep ingesteld. Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar. Overwegingen Appellante heeft op 22 januari 2026 hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht van 10 december 2025. Dat is een dag na het verstrijken van de termijn uit artikel 76 van de Lar. Het Hof heeft appellante op 4 februari 2026 in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken een reden te geven voor deze termijnoverschrijding. Appellante heeft daarop niet gereageerd. Gelet op artikel 76 van de Lar, gelezen in samenhang met artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar ziet de voorzitter van het Hof hierin aanleiding om het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De SVB hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing De voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba: verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk. Aldus vastgesteld door mr. B.J. van Ettekoven, in tegenwoordigheid van mr. M. Buntjer, griffier. w.g. Van Ettekoven voorzitter w.g. Buntjer griffier Uitgesproken in het openbaar op 15 april 2026. Partijen worden conform artikel 79, tweede lid, van de Lar, in verbinding met artikel 80, eerste lid, van de Lar, er op gewezen dat zij binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak daartegen schriftelijk verzet kunnen doen bij het Hof.