Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2026-03-31
ECLI:NL:OGHACMB:2026:66
Civiel recht
Hoger beroep
4,055 tokens
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:66 text/xml public 2026-04-02T16:14:28 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-31 AUA2025H00132 Uitspraak Hoger beroep NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:66 text/html public 2026-04-02T16:13:13 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:66 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 31-03-2026 / AUA2025H00132 Aruba. Project tot ontwikkeling van appartementen. Executieveiling. Joint venture agreement. Burgerlijke zaken over 2026 Zaaknummers: AUA202304546 – AUA2025H00132 Uitspraak: 31 maart 2026 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba B E S C H I K K I N G in de zaak van: [APPELLANTEN 1 TOT EN MET 5], allen wonende in Nederland, in eerste aanleg verzoekers, thans appellanten, gemachtigde: mr. E. Bokkes, tegen [GEÏNTIMEERDEN 1A TOT EN MET 6H], in eerste aanleg verweerders, thans geïntimeerden. Geïntimeerden 3d, 3i, 3j, 5a, 5b, 6a1 en 6e zijn niet verschenen. Gemachtigde van de overige geïntimeerden: mr. G. Rep. 1 De zaak in het kort Dit geding betreft de vraag wie tot vereffenaar benoemd dient te worden in een nalatenschap. Het Gerecht heeft de advocaat mr. J.M. de Cuba in die hoedanigheid benoemd. Appellanten zijn het daar niet mee eens. Het Hof bevestigt de bestreden beschikking. 2 Het verloop van de procedure 2.1 Bij op 13 juni 2025 ingekomen beroepschrift, met producties, zijn appellanten in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gegeven en op 13 mei 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. Hierbij hebben appellanten drie grieven tegen de beschikking aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof de beschikking zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, hun verzoeken alsnog zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de proceskosten in beide instanties. 2.2 Bij beschikking van 2 september 2025, zaaknummer AUA2025H00130, heeft het Hof het verzoek van appellanten afgewezen om de tenuitvoerlegging van de beschikking van het Gerecht te schorsen. 2.3 Bij op 2 februari 2026 ingekomen verweerschrift in hoger beroep, met producties, hebben de verschenen geïntimeerden de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal bevestigen, met veroordeling van appellanten in de proceskosten in hoger beroep. 2.4 Bij e-mail van 5 februari 2026 heeft mr. J.M. de Cuba (die bij de bestreden beschikking tot vereffenaar is benoemd) toegezonden: a. een brief van mr. De Cuba aan het Hof van 26 juni 2025 (geschreven in het kader van de schorsingsprocedure); b. een concept van een vereffeningsverslag per 15 januari 2026; c. de geactualiseerde boedelbeschrijving in concept. 2.5 De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 9 februari 2026. Verschenen zijn appellante 1, appellante 2, appellante 3, appellant 4 (via videoverbinding), [belanghebbende] (zoon van geïntimeerde 2; via videoverbinding), geïntimeerde 3c, geïntimeerde 3h en mrs. Bokkes, Rep en De Cuba. Verder is verschenen mr. D.W.L. Cloots, advocaat te Bergen op Zoom, gemachtigde van appellanten 1 en 4 (via videoverbinding). Mrs. Bokkes en Rep hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, waarvan zij exemplaren hebben overgelegd. Mr. De Cuba heeft het woord gevoerd. Een deel van de verschenen partijen heeft ook het woord gevoerd. 2.6 Beschikking is bepaald op vandaag. 2.7 Na de mondelinge behandeling zijn nog e-mails ingekomen op 23 februari 2026, 10 maart 2026 en 11 maart 2026. 3 De beoordeling Feiten 3.1 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 3.1.1 Bij vonnis van 22 augustus 2018, zaaknummer AUA201600736, heeft het Gerecht mr. De Cuba benoemd tot (beheers)executeur van de nalatenschap van [de erflater], overleden op 20 december 2005 (hierna: de erflater). 3.1.2 Bij brief van 27 maart 2019 heeft mr. De Cuba een boedelbeschrijving aan het Gerecht aangeboden. Bij brief van 22 augustus 2019 heeft hij een gewijzigde boedelbeschrijving aan het Gerecht aangeboden. De wijziging houdt verband met een aanschrijving en een overleg met de Directie Infrastructuur en Planning van het Land Aruba (hierna: DIP) met betrekking tot een niet gerealiseerd hotel aan de [adres]. 3.1.3 Bij beschikking van 15 juli 2019, zaaknummer AUA201600736, heeft het Gerecht het door mr. De Cuba als (beheers)executeur ingediende honorarium goedgekeurd: Afl. 23.115,75 aan loon, Afl. 804,50 aan verschotten en Afl. 6.678,00 aan overige kosten. Verzoeken bij het Gerecht 3.2 In dit geding hebben verzoekers (thans appellanten) het Gerecht verzocht, verkort weergegeven: a. mr. Bokkes en [appellante 1] (thans appellante 1) te benoemen tot vereffenaars, althans executeurs van de nalatenschap, b. althans een andere vereffenaar te benoemen, en c. mr. De Cuba te ontslaan als executeur, met nevenverzoeken. Beslissingen van het Gerecht 3.3 Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht mr. De Cuba, voor zover vereist, ontslagen als (beheers)executeur en benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap, met verdere beslissingen. Verzoeken bij het Hof 3.4 In hoger beroep hebben appellanten het Hof verzocht, verkort weergegeven: a. primair: mr. Bokkes en [appellante 1] (appellante 1) gezamenlijk te benoemen tot vereffenaars, b. subsidiair: een andere vereffenaar te benoemen dan mr. De Cuba, in overleg met de erfgenamen. Beoordeling door het Hof 3.5 Bij de mondelinge behandeling hebben appellanten hun primaire verzoek (benoeming van mr. Bokkes en [appellante 1]) ingetrokken. Ter beoordeling staat dus nog slechts het subsidiaire verzoek (benoeming van een andere vereffenaar dan mr. De Cuba). 3.6 Het Hof zal eerst onderzoeken of de bezwaren van appellanten tegen benoeming van mr. De Cuba objectief gerechtvaardigd zijn. Hierbij zal het Hof de bezwaren langslopen die genoemd staan in de brief van appellante 2 van 21 mei 2025 (productie 21 bij het beroepschrift). 3.6.1 Volgens de brief van 21 mei 2025 heeft mr. De Cuba een honorarium in rekening gebracht voor het ongewijzigd overnemen van een door de accountant van appellanten opgestelde boedelbeschrijving. Deze klacht levert geen objectief gerechtvaardigd bezwaar op. In zijn brief van 26 juni 2025 heeft mr. De Cuba zijn werkzaamheden omschreven (onder 2-9 en onder 12). Het Gerecht heeft zijn honorarium op 15 juli 2019 goedgekeurd (zie 3.1.3 hiervoor). In het licht hiervan hebben appellanten onvoldoende hun stelling onderbouwd dat mr. De Cuba een door een ander opgestelde boedelbeschrijving ongewijzigd heeft overgenomen. Ook voor het overige hebben zij onvoldoende onderbouwd dat mr. De Cuba kosten in rekening heeft gebracht voor niet verrichte werkzaamheden of anderszins excessief heeft gedeclareerd. 3.6.2 Volgens de brief van 21 mei 2025 heeft mr. De Cuba de belangen van de erfgenamen onvoldoende in acht genomen door te weigeren mee te werken aan een plan tot ontwikkeling van een perceel tot een hotel. Ook deze klacht levert geen objectief gerechtvaardigd bezwaar op. In zijn aangepaste boedelbeschrijving van 22 augustus 2019 heeft mr. De Cuba de aanpassing toegelicht met verwijzing naar een aanschrijving van en een overleg met DIP (zie 3.1.2 hiervoor). In het licht van die toelichting is het verwijt aan mr. De Cuba dat hij zich laat leiden door persoonlijke voorkeuren of belangen onvoldoende onderbouwd. Ook voor het overige hebben appellanten onvoldoende hun stelling onderbouwd dat mr. De Cuba onvoldoende rekening houdt met gerechtvaardigde belangen van erfgenamen. 3.6.3 Volgens de brief van 21 mei 2025 heeft mr. De Cuba niet goed met appellanten gecommuniceerd. Ook deze klacht levert geen objectief gerechtvaardigd bezwaar op. In zijn brief van 26 juni 2025 heeft mr. De Cuba zijn contacten met [appellante 1] omschreven (onder 4 en onder 9). In het licht daarvan hebben appellanten de klacht dat mr. De Cuba niet goed heeft gecommuniceerd, onvoldoende onderbouwd.
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:66 text/xml public 2026-04-02T16:14:28 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-31 AUA2025H00132 Uitspraak Hoger beroep NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:66 text/html public 2026-04-02T16:13:13 2026-04-02 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:66 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 31-03-2026 / AUA2025H00132 Aruba. Project tot ontwikkeling van appartementen. Executieveiling. Joint venture agreement. Burgerlijke zaken over 2026 Zaaknummers: AUA202304546 – AUA2025H00132 Uitspraak: 31 maart 2026 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba B E S C H I K K I N G in de zaak van: [APPELLANTEN 1 TOT EN MET 5], allen wonende in Nederland, in eerste aanleg verzoekers, thans appellanten, gemachtigde: mr. E. Bokkes, tegen [GEÏNTIMEERDEN 1A TOT EN MET 6H], in eerste aanleg verweerders, thans geïntimeerden. Geïntimeerden 3d, 3i, 3j, 5a, 5b, 6a1 en 6e zijn niet verschenen. Gemachtigde van de overige geïntimeerden: mr. G. Rep. 1 De zaak in het kort Dit geding betreft de vraag wie tot vereffenaar benoemd dient te worden in een nalatenschap. Het Gerecht heeft de advocaat mr. J.M. de Cuba in die hoedanigheid benoemd. Appellanten zijn het daar niet mee eens. Het Hof bevestigt de bestreden beschikking. 2 Het verloop van de procedure 2.1 Bij op 13 juni 2025 ingekomen beroepschrift, met producties, zijn appellanten in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gegeven en op 13 mei 2025 uitgesproken beschikking van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba. Hierbij hebben appellanten drie grieven tegen de beschikking aangevoerd en toegelicht. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof de beschikking zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, hun verzoeken alsnog zal toewijzen, met veroordeling van geïntimeerden in de proceskosten in beide instanties. 2.2 Bij beschikking van 2 september 2025, zaaknummer AUA2025H00130, heeft het Hof het verzoek van appellanten afgewezen om de tenuitvoerlegging van de beschikking van het Gerecht te schorsen. 2.3 Bij op 2 februari 2026 ingekomen verweerschrift in hoger beroep, met producties, hebben de verschenen geïntimeerden de grieven bestreden. Hun conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal bevestigen, met veroordeling van appellanten in de proceskosten in hoger beroep. 2.4 Bij e-mail van 5 februari 2026 heeft mr. J.M. de Cuba (die bij de bestreden beschikking tot vereffenaar is benoemd) toegezonden: a. een brief van mr. De Cuba aan het Hof van 26 juni 2025 (geschreven in het kader van de schorsingsprocedure); b. een concept van een vereffeningsverslag per 15 januari 2026; c. de geactualiseerde boedelbeschrijving in concept. 2.5 De mondelinge behandeling van het hoger beroep heeft plaatsgehad op 9 februari 2026. Verschenen zijn appellante 1, appellante 2, appellante 3, appellant 4 (via videoverbinding), [belanghebbende] (zoon van geïntimeerde 2; via videoverbinding), geïntimeerde 3c, geïntimeerde 3h en mrs. Bokkes, Rep en De Cuba. Verder is verschenen mr. D.W.L. Cloots, advocaat te Bergen op Zoom, gemachtigde van appellanten 1 en 4 (via videoverbinding). Mrs. Bokkes en Rep hebben het woord gevoerd aan de hand van pleitaantekeningen, waarvan zij exemplaren hebben overgelegd. Mr. De Cuba heeft het woord gevoerd. Een deel van de verschenen partijen heeft ook het woord gevoerd. 2.6 Beschikking is bepaald op vandaag. 2.7 Na de mondelinge behandeling zijn nog e-mails ingekomen op 23 februari 2026, 10 maart 2026 en 11 maart 2026. 3 De beoordeling Feiten 3.1 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 3.1.1 Bij vonnis van 22 augustus 2018, zaaknummer AUA201600736, heeft het Gerecht mr. De Cuba benoemd tot (beheers)executeur van de nalatenschap van [de erflater], overleden op 20 december 2005 (hierna: de erflater). 3.1.2 Bij brief van 27 maart 2019 heeft mr. De Cuba een boedelbeschrijving aan het Gerecht aangeboden. Bij brief van 22 augustus 2019 heeft hij een gewijzigde boedelbeschrijving aan het Gerecht aangeboden. De wijziging houdt verband met een aanschrijving en een overleg met de Directie Infrastructuur en Planning van het Land Aruba (hierna: DIP) met betrekking tot een niet gerealiseerd hotel aan de [adres]. 3.1.3 Bij beschikking van 15 juli 2019, zaaknummer AUA201600736, heeft het Gerecht het door mr. De Cuba als (beheers)executeur ingediende honorarium goedgekeurd: Afl. 23.115,75 aan loon, Afl. 804,50 aan verschotten en Afl. 6.678,00 aan overige kosten. Verzoeken bij het Gerecht 3.2 In dit geding hebben verzoekers (thans appellanten) het Gerecht verzocht, verkort weergegeven: a. mr. Bokkes en [appellante 1] (thans appellante 1) te benoemen tot vereffenaars, althans executeurs van de nalatenschap, b. althans een andere vereffenaar te benoemen, en c. mr. De Cuba te ontslaan als executeur, met nevenverzoeken. Beslissingen van het Gerecht 3.3 Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht mr. De Cuba, voor zover vereist, ontslagen als (beheers)executeur en benoemd tot vereffenaar van de nalatenschap, met verdere beslissingen. Verzoeken bij het Hof 3.4 In hoger beroep hebben appellanten het Hof verzocht, verkort weergegeven: a. primair: mr. Bokkes en [appellante 1] (appellante 1) gezamenlijk te benoemen tot vereffenaars, b. subsidiair: een andere vereffenaar te benoemen dan mr. De Cuba, in overleg met de erfgenamen. Beoordeling door het Hof 3.5 Bij de mondelinge behandeling hebben appellanten hun primaire verzoek (benoeming van mr. Bokkes en [appellante 1]) ingetrokken. Ter beoordeling staat dus nog slechts het subsidiaire verzoek (benoeming van een andere vereffenaar dan mr. De Cuba). 3.6 Het Hof zal eerst onderzoeken of de bezwaren van appellanten tegen benoeming van mr. De Cuba objectief gerechtvaardigd zijn. Hierbij zal het Hof de bezwaren langslopen die genoemd staan in de brief van appellante 2 van 21 mei 2025 (productie 21 bij het beroepschrift). 3.6.1 Volgens de brief van 21 mei 2025 heeft mr. De Cuba een honorarium in rekening gebracht voor het ongewijzigd overnemen van een door de accountant van appellanten opgestelde boedelbeschrijving. Deze klacht levert geen objectief gerechtvaardigd bezwaar op. In zijn brief van 26 juni 2025 heeft mr. De Cuba zijn werkzaamheden omschreven (onder 2-9 en onder 12). Het Gerecht heeft zijn honorarium op 15 juli 2019 goedgekeurd (zie 3.1.3 hiervoor). In het licht hiervan hebben appellanten onvoldoende hun stelling onderbouwd dat mr. De Cuba een door een ander opgestelde boedelbeschrijving ongewijzigd heeft overgenomen. Ook voor het overige hebben zij onvoldoende onderbouwd dat mr. De Cuba kosten in rekening heeft gebracht voor niet verrichte werkzaamheden of anderszins excessief heeft gedeclareerd. 3.6.2 Volgens de brief van 21 mei 2025 heeft mr. De Cuba de belangen van de erfgenamen onvoldoende in acht genomen door te weigeren mee te werken aan een plan tot ontwikkeling van een perceel tot een hotel. Ook deze klacht levert geen objectief gerechtvaardigd bezwaar op. In zijn aangepaste boedelbeschrijving van 22 augustus 2019 heeft mr. De Cuba de aanpassing toegelicht met verwijzing naar een aanschrijving van en een overleg met DIP (zie 3.1.2 hiervoor). In het licht van die toelichting is het verwijt aan mr. De Cuba dat hij zich laat leiden door persoonlijke voorkeuren of belangen onvoldoende onderbouwd. Ook voor het overige hebben appellanten onvoldoende hun stelling onderbouwd dat mr. De Cuba onvoldoende rekening houdt met gerechtvaardigde belangen van erfgenamen. 3.6.3 Volgens de brief van 21 mei 2025 heeft mr. De Cuba niet goed met appellanten gecommuniceerd. Ook deze klacht levert geen objectief gerechtvaardigd bezwaar op. In zijn brief van 26 juni 2025 heeft mr. De Cuba zijn contacten met [appellante 1] omschreven (onder 4 en onder 9). In het licht daarvan hebben appellanten de klacht dat mr. De Cuba niet goed heeft gecommuniceerd, onvoldoende onderbouwd.