Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2026-03-18
ECLI:NL:OGHACMB:2026:50
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Bodemzaak
6,064 tokens
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 text/xml public 2026-03-20T10:59:50 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-18 SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Uitspraak Bodemzaak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl CFN 2026/20 met annotatie van - http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 text/html public 2026-03-19T15:26:43 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-03-2026 / SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Klacht dat USZV niet tijdig uitvoering geeft aan de uitspraak van het Gerecht, is niet gericht tegen de uitspraak van het Gerecht. Artikelen 97 tot en met 99 van de Lar. Hoger beroepen niet-ontvankelijk. SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Datum uitspraak: 18 maart 2026 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op de hoger beroepen van: La Palapa N.V. (hierna: La Palapa), appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 22 december 2025 in zaak nr. SXM202401048, in het geding tussen: appellante en het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV) Procesverloop Bij beschikkingen van 25 november 2022 en 5 mei 2023 heeft USZV aan La Palapa naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering opgelegd over de jaren 2017 tot en met 2021. Bij beschikkingen van 22 augustus 2024 heeft USZV de daartegen door La Palapa gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen over de betreffende jaren verminderd (hierna: de bestreden beschikkingen). Bij uitspraak van 22 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door La Palapa ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en USZV opgedragen om binnen acht weken na zijn uitspraak opnieuw op de bezwaren te beslissen. Tegen deze uitspraak heeft La Palapa, vertegenwoordigd door K.A. Luckert, directeur, hoger beroepen ingesteld. Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar. Overwegingen Relevante feiten en omstandigheden La Palapa heeft in haar eerste hoger beroep van 8 januari 2026 toegelicht dat zij hoger beroep instelt tegen de uitspraak van het Gerecht, om haar beroepsrechten veilig te stellen in het geval USZV de door het Gerecht opgelegde verplichting om uiterlijk op 16 februari 2026 opnieuw op de bezwaren te beslissen, niet nakomt. Het Hof heeft La Palapa op 9 januari 2026 een nadere termijn van vier weken gegeven om een aanvullend hogerberoepschrift in te dienen, waarbij het Hof heeft vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als dat niet wordt gedaan. La Palapa heeft het hoger beroep nader gemotiveerd, waarbij zij betoogt dat USZV geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Gerecht. La Palapa heeft het Hof verzocht om USZV instructies te geven conform de uitspraak van het Gerecht. Het Hof heeft La Palapa op 18 februari 2026 bericht dat deze nadere motivering zich beperkt tot de klacht dat USZV niet tijdig uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Gerecht en dat voor een dergelijke klacht een andere rechtsgang openstaat dan het instellen van hoger beroep bij het Hof. Het Hof heeft La Palapa gewezen op de artikelen 97 en 98 van de Lar en heeft daarbij toegelicht dat La Palapa, indien zij het eens is met de uitspraak van het Gerecht en alleen wenst dat USZV de opdracht van het Gerecht uitvoert, een daartoe strekkend verzoek kan indienen bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan. Het Hof heeft ook verzocht om aan te geven of dit aanleiding vormt om de procedure bij het Hof in te trekken. Op 23 februari 2026 heeft La Palapa opnieuw hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht. Naar aanleiding daarvan heeft het Hof dhr. Luckert telefonisch voorzien van extra uitleg over de procedure, waarop hij verklaarde met zijn advocaat te willen overleggen voordat hij reageert op het bericht van het Hof van 18 februari 2026. Dhr. Luckert heeft gereageerd op 27 februari 2026 en aangegeven dat La Palapa het inhoudelijk niet eens is met de uitspraak van het Gerecht en dat zij daarom op 23 februari 2026 opnieuw hoger beroep heeft ingesteld tegen die uitspraak. Dhr. Luckert heeft tevens aangegeven dat La Palapa het hoger beroep niet intrekt en verzoekt om een inhoudelijke behandeling. In het hogerberoepschrift van 23 februari 2026 stelt La Palapa dat USZV niet heeft voldaan aan de opdracht van het Gerecht om La Palapa binnen acht weken te horen over de bezwaren. Verder is het hoger beroep volgens La Palapa tijdig ingesteld omdat de hogerberoepstermijn opnieuw zou zijn gaan lopen na verloop van de beslistermijn van acht weken. La Palapa verzoekt het Hof om USZV op te dragen haar te horen en om de bestreden beschikkingen te vernietigen conform de uitspraak van het Gerecht en om USZV opnieuw op te dragen om een nieuwe beslissing te nemen. Beoordeling Omdat La Palapa persisteert in de ingestelde hoger beroepen tegen de uitspraak van het Gerecht en, ondanks daarop te zijn gewezen en expliciet daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verzoek heeft ingediend bij het Gerecht als bedoeld in de artikelen 97 tot en met 99 van de Lar, merkt het Hof de ingestelde rechtsmiddelen aan als hoger beroepen in de zin van hoofdstuk 5 van de Lar tegen de uitspraak van het Gerecht van 22 december 2025. Het Hof is bevoegd te oordelen op de ingestelde hoger beroepen. In het kader van de vraag of La Palapa kan worden ontvangen in haar hoger beroepen overweegt het Hof als volgt. La Palapa heeft in het eerste hoger beroep, met zaak nr. SXM2026H00002, niet uiteengezet met welke overwegingen van de uitspraak van het Gerecht zij zich niet kan verenigen en waarom dat zo is. Aldus heeft zij niet de gronden vermeld waarop het hoger beroep berust en heeft zij niet voldaan aan het vereiste uit artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Lar, gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid. Het Hof stelt vast dat La Palapa geen gebruik heeft gemaakt van de op 9 januari 2026 aan haar geboden herstelmogelijkheid om de gronden aan te voeren tegen de uitspraak van het Gerecht. Ook de nadere motivering van het hoger beroep bevat geen gronden tegen de uitspraak van het Gerecht en dat geldt ook voor de nadien ontvangen correspondentie van dhr. Luckert. Het Hof komt daarom tot de conclusie dat het eerste hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het tweede hoger beroep, met zaak nr. SXM2026H00027, is niet binnen de daarvoor geldende termijn ingesteld. Voor het instellen van hoger beroep bij het Hof geldt een termijn van zes weken na verzending van de aangevallen uitspraak (artikel 76 van de Lar). La Palapa heeft niet aangetoond dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan haar toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat het hoger beroep zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden is ingesteld (artikel 16, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 77, eerste lid, van de Lar). La Palapa heeft aangevoerd dat de termijn om hoger beroep in te stellen (opnieuw) is gaan lopen op het moment dat de door het Gerecht aan USZV gestelde termijn voor het nemen van een nieuw besluit is verlopen. Het Hof volgt La Palapa hierin niet; die termijn geldt alleen voor het indienen van een verzoek bij het Gerecht om te bepalen dat het bestuursorgaan alsnog uitvoering geeft aan een uitspraak van het Gerecht, en niet voor het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van het Gerecht bij het Hof. Ook het tweede hoger beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 text/xml public 2026-05-08T12:49:55 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-18 SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Uitspraak Bodemzaak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl CFN 2026/20 met annotatie van - http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 text/html public 2026-03-19T15:26:43 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-03-2026 / SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Klacht dat USZV niet tijdig uitvoering geeft aan de uitspraak van het Gerecht, is niet gericht tegen de uitspraak van het Gerecht. Artikelen 97 tot en met 99 van de Lar. Hoger beroepen niet-ontvankelijk. SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Datum uitspraak: 18 maart 2026 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op de hoger beroepen van: La Palapa N.V. (hierna: La Palapa), appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 22 december 2025 in zaak nr. SXM202401048, in het geding tussen: appellante en het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV) Procesverloop Bij beschikkingen van 25 november 2022 en 5 mei 2023 heeft USZV aan La Palapa naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering opgelegd over de jaren 2017 tot en met 2021. Bij beschikkingen van 22 augustus 2024 heeft USZV de daartegen door La Palapa gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen over de betreffende jaren verminderd (hierna: de bestreden beschikkingen). Bij uitspraak van 22 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door La Palapa ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en USZV opgedragen om binnen acht weken na zijn uitspraak opnieuw op de bezwaren te beslissen. Tegen deze uitspraak heeft La Palapa, vertegenwoordigd door K.A. Luckert, directeur, hoger beroepen ingesteld. Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar. Overwegingen Relevante feiten en omstandigheden La Palapa heeft in haar eerste hoger beroep van 8 januari 2026 toegelicht dat zij hoger beroep instelt tegen de uitspraak van het Gerecht, om haar beroepsrechten veilig te stellen in het geval USZV de door het Gerecht opgelegde verplichting om uiterlijk op 16 februari 2026 opnieuw op de bezwaren te beslissen, niet nakomt. Het Hof heeft La Palapa op 9 januari 2026 een nadere termijn van vier weken gegeven om een aanvullend hogerberoepschrift in te dienen, waarbij het Hof heeft vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als dat niet wordt gedaan. La Palapa heeft het hoger beroep nader gemotiveerd, waarbij zij betoogt dat USZV geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Gerecht. La Palapa heeft het Hof verzocht om USZV instructies te geven conform de uitspraak van het Gerecht. Het Hof heeft La Palapa op 18 februari 2026 bericht dat deze nadere motivering zich beperkt tot de klacht dat USZV niet tijdig uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Gerecht en dat voor een dergelijke klacht een andere rechtsgang openstaat dan het instellen van hoger beroep bij het Hof. Het Hof heeft La Palapa gewezen op de artikelen 97 en 98 van de Lar en heeft daarbij toegelicht dat La Palapa, indien zij het eens is met de uitspraak van het Gerecht en alleen wenst dat USZV de opdracht van het Gerecht uitvoert, een daartoe strekkend verzoek kan indienen bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan. Het Hof heeft ook verzocht om aan te geven of dit aanleiding vormt om de procedure bij het Hof in te trekken. Op 23 februari 2026 heeft La Palapa opnieuw hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht. Naar aanleiding daarvan heeft het Hof dhr. Luckert telefonisch voorzien van extra uitleg over de procedure, waarop hij verklaarde met zijn advocaat te willen overleggen voordat hij reageert op het bericht van het Hof van 18 februari 2026. Dhr. Luckert heeft gereageerd op 27 februari 2026 en aangegeven dat La Palapa het inhoudelijk niet eens is met de uitspraak van het Gerecht en dat zij daarom op 23 februari 2026 opnieuw hoger beroep heeft ingesteld tegen die uitspraak. Dhr. Luckert heeft tevens aangegeven dat La Palapa het hoger beroep niet intrekt en verzoekt om een inhoudelijke behandeling. In het hogerberoepschrift van 23 februari 2026 stelt La Palapa dat USZV niet heeft voldaan aan de opdracht van het Gerecht om La Palapa binnen acht weken te horen over de bezwaren. Verder is het hoger beroep volgens La Palapa tijdig ingesteld omdat de hogerberoepstermijn opnieuw zou zijn gaan lopen na verloop van de beslistermijn van acht weken. La Palapa verzoekt het Hof om USZV op te dragen haar te horen en om de bestreden beschikkingen te vernietigen conform de uitspraak van het Gerecht en om USZV opnieuw op te dragen om een nieuwe beslissing te nemen. Beoordeling Omdat La Palapa persisteert in de ingestelde hoger beroepen tegen de uitspraak van het Gerecht en, ondanks daarop te zijn gewezen en expliciet daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verzoek heeft ingediend bij het Gerecht als bedoeld in de artikelen 97 tot en met 99 van de Lar, merkt het Hof de ingestelde rechtsmiddelen aan als hoger beroepen in de zin van hoofdstuk 5 van de Lar tegen de uitspraak van het Gerecht van 22 december 2025. Het Hof is bevoegd te oordelen op de ingestelde hoger beroepen. In het kader van de vraag of La Palapa kan worden ontvangen in haar hoger beroepen overweegt het Hof als volgt. La Palapa heeft in het eerste hoger beroep, met zaak nr. SXM2026H00002, niet uiteengezet met welke overwegingen van de uitspraak van het Gerecht zij zich niet kan verenigen en waarom dat zo is. Aldus heeft zij niet de gronden vermeld waarop het hoger beroep berust en heeft zij niet voldaan aan het vereiste uit artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Lar, gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid. Het Hof stelt vast dat La Palapa geen gebruik heeft gemaakt van de op 9 januari 2026 aan haar geboden herstelmogelijkheid om de gronden aan te voeren tegen de uitspraak van het Gerecht. Ook de nadere motivering van het hoger beroep bevat geen gronden tegen de uitspraak van het Gerecht en dat geldt ook voor de nadien ontvangen correspondentie van dhr. Luckert. Het Hof komt daarom tot de conclusie dat het eerste hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het tweede hoger beroep, met zaak nr. SXM2026H00027, is niet binnen de daarvoor geldende termijn ingesteld. Voor het instellen van hoger beroep bij het Hof geldt een termijn van zes weken na verzending van de aangevallen uitspraak (artikel 76 van de Lar). La Palapa heeft niet aangetoond dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan haar toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat het hoger beroep zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden is ingesteld (artikel 16, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 77, eerste lid, van de Lar). La Palapa heeft aangevoerd dat de termijn om hoger beroep in te stellen (opnieuw) is gaan lopen op het moment dat de door het Gerecht aan USZV gestelde termijn voor het nemen van een nieuw besluit is verlopen. Het Hof volgt La Palapa hierin niet; die termijn geldt alleen voor het indienen van een verzoek bij het Gerecht om te bepalen dat het bestuursorgaan alsnog uitvoering geeft aan een uitspraak van het Gerecht, en niet voor het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van het Gerecht bij het Hof. Ook het tweede hoger beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
Volledig
ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 text/xml public 2026-03-20T10:59:50 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2026-03-18 SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Uitspraak Bodemzaak Hoger beroep NL Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht Rechtspraak.nl CFN 2026/20 met annotatie van - http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 text/html public 2026-03-19T15:26:43 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGHACMB:2026:50 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-03-2026 / SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Klacht dat USZV niet tijdig uitvoering geeft aan de uitspraak van het Gerecht, is niet gericht tegen de uitspraak van het Gerecht. Artikelen 97 tot en met 99 van de Lar. Hoger beroepen niet-ontvankelijk. SXM2026H00002 en SXM2026H00027 Datum uitspraak: 18 maart 2026 gemeenschappelijk hof van jusTitie van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, na vereenvoudigde behandeling (artikel 79, eerste en vierde lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak, hierna: Lar), op de hoger beroepen van: La Palapa N.V. (hierna: La Palapa), appellante, tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 22 december 2025 in zaak nr. SXM202401048, in het geding tussen: appellante en het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekosten Verzekeringen (hierna: USZV) Procesverloop Bij beschikkingen van 25 november 2022 en 5 mei 2023 heeft USZV aan La Palapa naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering opgelegd over de jaren 2017 tot en met 2021. Bij beschikkingen van 22 augustus 2024 heeft USZV de daartegen door La Palapa gemaakte bezwaren gegrond verklaard en de naheffingsaanslagen over de betreffende jaren verminderd (hierna: de bestreden beschikkingen). Bij uitspraak van 22 december 2025 heeft het Gerecht het daartegen door La Palapa ingestelde beroep gegrond verklaard, de bestreden beschikkingen vernietigd en USZV opgedragen om binnen acht weken na zijn uitspraak opnieuw op de bezwaren te beslissen. Tegen deze uitspraak heeft La Palapa, vertegenwoordigd door K.A. Luckert, directeur, hoger beroepen ingesteld. Het Hof heeft een behandeling op een zitting achterwege gelaten met toepassing van artikel 79, eerste en vierde lid, van de Lar. Overwegingen Relevante feiten en omstandigheden La Palapa heeft in haar eerste hoger beroep van 8 januari 2026 toegelicht dat zij hoger beroep instelt tegen de uitspraak van het Gerecht, om haar beroepsrechten veilig te stellen in het geval USZV de door het Gerecht opgelegde verplichting om uiterlijk op 16 februari 2026 opnieuw op de bezwaren te beslissen, niet nakomt. Het Hof heeft La Palapa op 9 januari 2026 een nadere termijn van vier weken gegeven om een aanvullend hogerberoepschrift in te dienen, waarbij het Hof heeft vermeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als dat niet wordt gedaan. La Palapa heeft het hoger beroep nader gemotiveerd, waarbij zij betoogt dat USZV geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Gerecht. La Palapa heeft het Hof verzocht om USZV instructies te geven conform de uitspraak van het Gerecht. Het Hof heeft La Palapa op 18 februari 2026 bericht dat deze nadere motivering zich beperkt tot de klacht dat USZV niet tijdig uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van het Gerecht en dat voor een dergelijke klacht een andere rechtsgang openstaat dan het instellen van hoger beroep bij het Hof. Het Hof heeft La Palapa gewezen op de artikelen 97 en 98 van de Lar en heeft daarbij toegelicht dat La Palapa, indien zij het eens is met de uitspraak van het Gerecht en alleen wenst dat USZV de opdracht van het Gerecht uitvoert, een daartoe strekkend verzoek kan indienen bij het Gerecht dat de uitspraak heeft gedaan. Het Hof heeft ook verzocht om aan te geven of dit aanleiding vormt om de procedure bij het Hof in te trekken. Op 23 februari 2026 heeft La Palapa opnieuw hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van het Gerecht. Naar aanleiding daarvan heeft het Hof dhr. Luckert telefonisch voorzien van extra uitleg over de procedure, waarop hij verklaarde met zijn advocaat te willen overleggen voordat hij reageert op het bericht van het Hof van 18 februari 2026. Dhr. Luckert heeft gereageerd op 27 februari 2026 en aangegeven dat La Palapa het inhoudelijk niet eens is met de uitspraak van het Gerecht en dat zij daarom op 23 februari 2026 opnieuw hoger beroep heeft ingesteld tegen die uitspraak. Dhr. Luckert heeft tevens aangegeven dat La Palapa het hoger beroep niet intrekt en verzoekt om een inhoudelijke behandeling. In het hogerberoepschrift van 23 februari 2026 stelt La Palapa dat USZV niet heeft voldaan aan de opdracht van het Gerecht om La Palapa binnen acht weken te horen over de bezwaren. Verder is het hoger beroep volgens La Palapa tijdig ingesteld omdat de hogerberoepstermijn opnieuw zou zijn gaan lopen na verloop van de beslistermijn van acht weken. La Palapa verzoekt het Hof om USZV op te dragen haar te horen en om de bestreden beschikkingen te vernietigen conform de uitspraak van het Gerecht en om USZV opnieuw op te dragen om een nieuwe beslissing te nemen. Beoordeling Omdat La Palapa persisteert in de ingestelde hoger beroepen tegen de uitspraak van het Gerecht en, ondanks daarop te zijn gewezen en expliciet daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen verzoek heeft ingediend bij het Gerecht als bedoeld in de artikelen 97 tot en met 99 van de Lar, merkt het Hof de ingestelde rechtsmiddelen aan als hoger beroepen in de zin van hoofdstuk 5 van de Lar tegen de uitspraak van het Gerecht van 22 december 2025. Het Hof is bevoegd te oordelen op de ingestelde hoger beroepen. In het kader van de vraag of La Palapa kan worden ontvangen in haar hoger beroepen overweegt het Hof als volgt. La Palapa heeft in het eerste hoger beroep, met zaak nr. SXM2026H00002, niet uiteengezet met welke overwegingen van de uitspraak van het Gerecht zij zich niet kan verenigen en waarom dat zo is. Aldus heeft zij niet de gronden vermeld waarop het hoger beroep berust en heeft zij niet voldaan aan het vereiste uit artikel 15, vijfde lid, aanhef en onder c, van de Lar, gelezen in verbinding met artikel 77, eerste lid. Het Hof stelt vast dat La Palapa geen gebruik heeft gemaakt van de op 9 januari 2026 aan haar geboden herstelmogelijkheid om de gronden aan te voeren tegen de uitspraak van het Gerecht. Ook de nadere motivering van het hoger beroep bevat geen gronden tegen de uitspraak van het Gerecht en dat geldt ook voor de nadien ontvangen correspondentie van dhr. Luckert. Het Hof komt daarom tot de conclusie dat het eerste hoger beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. Het tweede hoger beroep, met zaak nr. SXM2026H00027, is niet binnen de daarvoor geldende termijn ingesteld. Voor het instellen van hoger beroep bij het Hof geldt een termijn van zes weken na verzending van de aangevallen uitspraak (artikel 76 van de Lar). La Palapa heeft niet aangetoond dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan haar toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat het hoger beroep zo spoedig als redelijkerwijs verlangd kon worden is ingesteld (artikel 16, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 77, eerste lid, van de Lar). La Palapa heeft aangevoerd dat de termijn om hoger beroep in te stellen (opnieuw) is gaan lopen op het moment dat de door het Gerecht aan USZV gestelde termijn voor het nemen van een nieuw besluit is verlopen. Het Hof volgt La Palapa hierin niet; die termijn geldt alleen voor het indienen van een verzoek bij het Gerecht om te bepalen dat het bestuursorgaan alsnog uitvoering geeft aan een uitspraak van het Gerecht, en niet voor het instellen van hoger beroep tegen een uitspraak van het Gerecht bij het Hof. Ook het tweede hoger beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.