Rechtspraak 2026-02-24
ECLI:NL:OGHACMB:2026:32
Burgerlijke zaken over 2026 Zaaknummers: SXM202201310 - SXM2024H00007 Uitspraak: 24 februari 2026 (in Curaçao) GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba V O N N I S in de zaak van: de vennootschap naar buitenlands recht MHCS, gevestigd te Epernay, Frankrijk, in eerste aanleg eiseres, thans appellante, gemachtigde: mr. L.F. Herben, tegen de naamloze vennootschap [GEÏNTIMEERDE] N.V., gevestigd in Sint Maarten, in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigden: mr. J.G. Snow. Partijen worden hierna MHCS en [geïntimeerde] genoemd. 1 De zaak in het kort In dit geding verzet een merkhouder van alcoholhoudende drank zich ertegen dat een detailhandelaar gedecodeerde flessen drank onder het merk van de merkhouder aanbiedt aan het publiek. Het Gerecht heeft alle vorderingen van de merkhouder afgewezen met verwijzing naar eerdere rechtspraak over parallelimport in het Caribisch deel van het Koninkrijk. In dit hoger beroep beoordeelt het Hof de vorderingen opnieuw. 2 Het verloop van de procedure 2.1 Bij op 5 januari 2024 ingekomen akte van appel is MHCS in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 28 november 2023 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten. 2.2 Bij op 16 februari 2024 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft MHCS vier grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en haal vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van [geïntimeerde], uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten in beide instanties. 2.3 Bij op 28 maart 2024 ingekomen memorie van antwoord heeft [geïntimeerde] de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal bevestigen, met veroordeling van MHCS in de proceskosten in hoger beroep. 2.4 Op 9 september 2025 is in de volgende zaken een gelijktijdige pleitzitting gehouden ten overstaan van het Hof: BON2024H00050 Hennessy, MHSC en Polmos/[naam] en Zhung Kong CUR2024H00005 Hennessy, MHCS en Polmos/Penha CUR2024H00006 Hennessy, MHCS en Polmos/Lunapark CUR2024H00007 Hennessy, MHCS en Polmos/Goisco CUR2024H00008 Hennessy/Bottles en Brands Imex SXM2024H00007 MHCS/[geïntimeerde] (deze zaak) SXM2024H00008 MHCS/[geïntimeerde] 2.5 Vooraf is van de zijde van MHCS toegezonden: - producties 1 tot en met 8 (zonder producties 3E en 3F, die ook later niet zijn toegezonden), met een usb-stick; - akte houdende herroeping deel van grief 3. In deze zaken zijn bij het pleidooi van 9 september 2025 verschenen: Zijdens MHCS: mr. Herben, mr. N. Mulder, advocaat te Amsterdam, [directeur], directeur bij MHCS en [deskundige], deskundige. Zijdens [geïntimeerde]: mr. Snow (via videoverbinding). Aan beide zijden is de zaak bepleit aan de hand van pleitnotities, waarvan exemplaren zijn overgelegd. Zijdens MHCS is een filmpje getoond. Vragen van het Hof zijn beantwoord. Een tweede spreektermijn is gegeven en benut. 2.6 Vonnis is nader bepaald op vandaag. 3 De beoordeling Feiten 3.1 Het Hof gaat uit van de volgende feiten. 3.1.1 MHCS heeft merkrechten in verband met Veuve Clicquot champagne. Deze rechten hebben ook gelding in de Caribische delen van het Koninkrijk. 3.1.2 De flessen champagne die MHCS op de markt brengt, zijn gecodeerd. 3.1.3 [ [geïntimeerde] heeft een winkel onder de naam Friendly Duty Free aan de [adres] te Philipsburg, Sint Maarten. Op 24 september 2022 is daar volgens MHCS een fles Veuve Clicquot champagne aangetroffen die gedecodeerd was. 3.1.4 Op 25 oktober 2022 heeft MHCS met verlof van het Gerecht getracht conservatoire derdenbeslagen onder banken te doen leggen ten laste van [geïntimeerde]. Vorderingen 3.2 In dit geding heeft MHCS gevorderd, na vermindering van eis bij memorie van grieven, verkort weergegeven: 1. bevel om iedere inbreuk op de merkrechten van MHCS in Sint Maarten te staken en gestaakt te houden, en verbod aan [geïntimeerde] om het Landsbesluit etikettering van levensmidde Een verdere discordantie trad aan de dag toen in Nederland onder vigeur van de Merkenrichtlijn de wereldwijde uitputting beperkt werd tot Europese uitputting. In de jaren tachtig ontstond er in de Nederlandse Antillen belangstelling voor vernieuwing van het merkenrecht. Dit leidde in 1988 en 1995 tot ontwerpen die in overwegende mate geschoeid waren op de leest van de (toenmalige) Benelux-Merkenwet. De Nota van Wijziging van 1996 maakte echter een geheel andere keuze: de ontwerpers keerden terug naar wereldwijde uitputting. 3.10 Art. 23 van de Merkenlandsverordening Nederlandse Antillen 1995 (PB 1996 nr. 188, in werking getreden op 1 januari 2001 bij PB 2000 nr. 166; hierna: Mlv) luidt (onder meer): 1. Onverminderd de toepassing van het gemene recht betreffende de aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad kan de merkhouder zich op grond van zijn uitsluitend recht verzetten tegen: a. elk gebruik, dat in het economisch verkeer van het merk wordt gemaakt voor de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven; b. elk gebruik, dat in het economisch verkeer van het merk of een overeenstemmend teken wordt gemaakt voor de waren of diensten waarvoor het merk is ingeschreven of voor soortgelijke waren of diensten, indien daardoor de mogelijkheid bestaat dat bij het publiek een associatie wordt gewekt tussen het teken en het merk; c. elk gebruik, dat zonder geldige reden in het economisch verkeer van een binnen de Nederlandse Antillen bekend merk of een overeenstemmend teken wordt gemaakt voor waren of diensten, die niet soortgelijk zijn aan die waarvoor het merk is ingeschreven, indien door dat gebruik ongerechtvaardigd voordeel kan worden getrokken uit of afbreuk kan worden gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk; d. elk gebruik dat zonder geldige reden in het economisch verkeer van een merk of een overeenstemmend teken wordt gemaakt anders dan ter onderscheiding van waren of diensten, indien door dat gebruik ongerechtvaardigd voordeel kan worden getrokken uit of afbreuk kan worden gedaan aan het onderscheidend vermogen of de reputatie van het merk. 2. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder gebruik van een merk of een overeenstemmend teken met name verstaan: a. het aanbrengen van het teken op de waren of op hun verpakking; b. het aanbieden, in de handel brengen of daartoe in voorraad hebben van waren onder het teken; c. het in- en uitvoeren van waren onder het teken; behalve wanneer het betreft invoer met de kennelijke bestemming van wederuitvoer; d. het gebruik van het teken in stukken voor zakelijk gebruik en in de reclame. (…) 8. Het uitsluitend recht omvat niet het recht zich te verzetten tegen het gebruik van het merk voor waren, die onder het merk door de houder of met diens toestemming in het verkeer zijn gebracht, tenzij er voor de houder gegronde redenen zijn zich te verzetten tegen verdere verhandeling van de waren, met name wanneer de toestand van de waren, nadat zij in het verkeer zijn gebracht, gewijzigd of verslechterd is. 9. Indien een merk in verschillende Staten aan verschillende merkhouders toebehoort, kan de merkhouder in de Nederlandse Antillen zich niet verzetten tegen de invoer van waren die hetzelfde merk of een overeenstemmend teken dragen en die uit een andere staat afkomstig zijn, noch schadevergoeding eisen voor deze invoer, wanneer het merk in die andere staat door de merkhouder of met zijn goedkeuring is aangebracht. (…) 3.11 De wetsgeschiedenis laat geen misverstand bestaan over de (alsnog) bewust gemaakte keuze van de wetgever van de Nederlandse Antillen voor wereldwijde uitputting. Dit blijkt onder meer uit de toelichting in de Nota van wijziging, Staten van de Nederlandse Antillen, Zitting 1996-1997, 1747, nr. 6, p. 3: In 1988 is in de toenmalige ontwerp-landsverordening op het merkenrecht gekozen voor landelijke uitputting. Deze keuze is ook overgenomen in de in 1995 ingediende ontwerp-landsverordening. Thans evenwel is de ondergetekende van mening dat het de 3.17 De Merkenlandsverordening 1995 is in hoofdopzet gebaseerd op dat van de Benelux-Merkenwet, als geharmoniseerd door de Europese Merkenrichtlijn 89/104/EEG, maar de wetgever van de Nederlandse Antillen heeft uitdrukkelijk gekozen voor handhaving van wereldwijde uitputting, in plaats van territoriaal/regionaal beperkte uitputting. Het concordantiebeginsel brengt mee dat deze keuze gerespecteerd moet worden. 3.18 De bewoordingen omtrent de uitzondering op de (wereldwijde) uitputting, te weten ‘gegronde redenen (…), met name wanneer de toestand van de waren, nadat zij in het verkeer zijn gebracht, gewijzigd of verslechterd is’ zijn in art. 23 lid 8 Mlv 1995 zo goed als identiek aan die in de Benelux-merkenwetgeving en in Merkenrichtlijn 89/104/EG. Het concordantiebeginsel brengt echter niet mee dat die uitzonderingsbepalingen door de Caribische rechter in die zin uitgelegd zouden moeten worden, dat die uitleg geheel concordant is met de uitleg die door het HvJ EG, het Benelux Gerechtshof en de Hoge Raad voor Europa, respectievelijk voor de Benelux, respectievelijk voor Europees Nederland gegeven wordt aan de Richtlijn respectievelijk de Benelux-merkenwetgeving. Hetgeen door Benelux- respectievelijk EU-organen in Europa (mede) voor het in Europa gelegen deel van het Koninkrijk wordt beslist, is voor het Caribische deel van het Koninkrijk slechts maatgevend, voor zover de Hoge Raad bij de uitleg van Caribische rechtsregels tot het oordeel komt dat óók die (Brusselse of Luxemburgse) uitleg zich met het concordantiebeginsel verdraagt. Daarbij blijven verschillen tussen de maatschappelijke opvattingen en afwijkende keuzen van de wetgevers van het Koninkrijk van belang. Verder is van belang dat de uitzonderingen op het uitputtingsbeginsel in de relevante wetsbepalingen geformuleerd zijn als open normen, ook waar het gaat om de norm of de toestand van de waren ‘gewijzigd of verslechterd’ is. 3.19 In Diageo/[naam] heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het Hof geen toepassing behoefde te geven aan HvJ EU 18 juni 2009, NJ 2009/576 (hierna: de zaak l’Oréal/Bellure). Reden hiervoor was dat de wetgever van de Nederlandse Antillen bij de regeling van de uitputting van merkrechten een welbewust keuze heeft gemaakt voor een regime dat afwijkt van dat van Nederland. De Hoge Raad overwoog verder dat daarmee niet is gezegd dat de in dat Europese arrest genoemde functies van het merkrecht geen rol kunnen spelen bij de beantwoording van de vraag of een merkhouder in een bepaald geval een gegronde reden heeft voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv. De enkele omstandigheid dat aan een van die functies in enigerlei mate afbreuk wordt gedaan, noopt naar het oordeel van de Hoge Raad niet tot de gevolgtrekking dat de merkhouder een gegronde reden heeft voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv. Dit had het Hof naar het oordeel van de Hoge Raad niet miskend. Gegronde reden voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv - belangenafweging 3.20 In Diageo/Esperamos (een kort geding) heeft het Hof, verkort weergegeven, geoordeeld: - voorshands is onaannemelijk dat de identificatienummers zijn aangebracht met het oog op het tegengaan van namaak; - voorshands is onaannemelijk dat de identificatienummers zijn aangebracht met het oog op de mogelijkheid van recall van gebrekkige producten; - het aanbrengen van identificatienummers is niet wettelijk verplicht; en - het lijkt veeleer waarschijnlijk dat de identificatienummers zijn aangebracht met het (vrijwel) uitsluitende doel om parallelimport onmogelijk te maken. 3.21 In die zaak heeft de Hoge Raad geoordeeld dat dit oordeel van het Hof niet onbegrijpelijk is en voor het overige in cassatie niet op juistheid kan worden onderzocht. 3.22 In Diageo/[naam] (een bodemzaak) heeft het Hof, verkort weergegeven, geoordeeld: - het enkele verwijderen, afplakken of anderszins onleesbaar maken van coderingen moet niet als merkinbreuk worden aangemerkt; - de aangebrachte wijzigingen zijn zeer gering en doen geen noemenswaa De schriftelijke verklaring van 27 augustus 2025 van [minister], voormalig minister van justitie van Sint Maarten en het nieuwsbericht van 14 juli 2019 op een website over [statenlid], destijds statenlid in Sint Maarten, zijn onvoldoende voor een ander oordeel. Ook de strafbaarstelling in 2011 in Curaçao van doorvoer van namaakgoederen via de Vrije Zone (wat daarvan zij) wijst er niet op dat de opvatting van de wetgevers is gewijzigd over uitputting van merkrechten en de daarbij betrokken belangen, zoals die ten grondslag liggen aan de Mlv. Hetzelfde geldt voor de regelgeving inzake etikettering (die overigens deels in 1998 in werking is getreden en in zoverre ouder is dan de Mlv die in 2001 in werking is getreden). Acties van de gezondheidsinspectie, de douane en het Openbaar Ministerie zijn geen acties van de wetgever en wijzen dus ook niet op een wijziging van opvatting van de wetgever. 3.30 Aangenomen moet worden dat de maatschappelijke opvattingen over wereldwijde uitputting van merkrechten en de belangen die gediend worden met parallelimport, ten tijde van de invoering van de Mlv niet afweken van de opvattingen van de wetgever daarover. Ook moet worden aangenomen dat zij sindsdien niet daarvan zijn gaan afwijken. Onvoldoende is gesteld om anders aan te nemen. De omstandigheid dat er in het Caribische deel van het Koninkrijk congressen worden georganiseerd over de bestrijding van counterfeit, is onvoldoende voor een ander oordeel. Zie hierna voor een bespreking van de stellingen over recente opvattingen over de gevaren van alcoholhoudende drank. 3.31 Zoals hiervoor is vermeld, heeft de Hoge Raad uitdrukkelijk geoordeeld dat het Hof geen toepassing behoefde te geven aan de uitspraak van het HvJ EU in de zaak l’Oréal/Bellure. Verder wijkt het beoordelingskader dat in 3.7 is vermeld af van het beoordelingskader dat in 3.23 is vermeld. Hieruit blijkt dat het Hof ook niet rechtstreeks toepassing behoeft te geven aan de uitspraken van het HvJ EG in de zaak [naam]/Ballantine. Aan geen enkele uitspraak van het HvJ EG of het HvJ EU over uitputting van merkrechten behoeft het Hof rechtstreeks toepassing te geven. Dus ook niet aan HvJ EU 27 oktober 2022, C 197/21, ECLI:EU:C:2022:834 (Sodastream). Het hoeft ook niet als de uitspraak is gegeven in een geval waarin een regime van wereldwijde uitputting geldt (zoals opnieuw de zaak [naam]/Ballantine). Wel dienen de in de rechtspraak van HvJ EG en het HvJ EU genoemde functies van het merkrecht een rol te spelen bij de beoordeling van de vraag of MHCS in deze zaak een gegronde reden heeft voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv. 3.32 Anders dan MHCS heeft aangevoerd, hoeven [geïntimeerde] niet te bewijzen dat de flessen die MHCS bij hen heeft aangetroffen “door de houder of met diens toestemming in het verkeer zijn gebracht” als bedoeld in de hoofdzin van art. 23 lid 8 Mlv. Het Hof neemt dat aan op de grond dat MHCS dat onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. MHCS heeft immers zelf uitgebreid toegelicht hoe in veel gevallen originele flessen met inhoud die door hen in het verkeer zijn gebracht, worden bewerkt (gedecodeerd) om ze vervolgens door middel van parallelimport verder te verhandelen. De enkele omstandigheid dat van een aangetroffen fles de originele codering ontbreekt, levert daarom geen voldoende gemotiveerde betwisting op van de stelling dat die fles door of met toestemming van MHCS in het verkeer is gebracht. 3.33 Ter beantwoording van de vraag of MHCS in dit geval een gegronde reden heeft voor verzet als bedoeld in art. 23 lid 8 Mlv, zal het Hof zich begeven in een belangenafweging (zie 3.23 hiervoor). Bij het toekennen van gewicht aan de diverse belangen zal het Hof aandacht besteden aan het partijdebat zoals het in deze zaak is gevoerd. Het belang bij het mogelijk maken van parallelimport 3.34 Aangenomen moet worden dat ondernemingen in detailhandel in de Caribische gebiedsdelen van het Koninkrijk van tijd tot tijd van importeurs en groothandels partijen aangeboden krij De stelling is daarvoor te algemeen en onvoldoende ter zake doende. Waar het om gaat, is dat parallelimport van gedecodeerde flessen kan bijdragen aan de verkrijgbaarheid van goedkopere partijen alcoholhoudende drank op de Caribische markt. Voor zover MHCS dat heeft betwist, heeft zij die betwisting onvoldoende onderbouwd. Functies van de identificatiecodes 3.40 MHCS heeft aangevoerd, verkort weergegeven, dat de door hen gebruikte identificatiecodes een praktische en tastbare uitwerking zijn van de wezenlijke functie van hun merken, namelijk de herkomstfunctie, omdat zij het enige middel zijn aan de hand waarvan de herkomst kan worden achterhaald van flessen, waar ter wereld zij ook worden aangetroffen. Daarnaast hebben de identificatiecodes een kwaliteitsgarantiefunctie, die direct voortvloeit uit de herkomstfunctie, en vormen zij een instrument ter bescherming van de consument. MHCS is ook wettelijk verplicht om haar waren van een identificatiecode te voorzien, aldus MHCS. 3.41 Dit is een algemeen betoog dat op zichzelf nog niet de conclusie rechtvaardigt dat het belang bij parallelimport (met de rol van decodering daarbij) moet wijken voor de belangen van MHCS. De uitwerking die MHCS aan dit betoog heeft gegeven, zal hieronder nader beoordeeld worden. Problemen en gevaren met gedecodeerde flessen Kwaliteit van de drank in het algemeen 3.42 MHCS heeft gesteld dat van flessen waarvan de identificatiecodes verwijderd zijn, de kwaliteit niet gegarandeerd is. 3.43 De stelling dat MHCS de kwaliteit van haar gecodeerde waren wel kan garanderen en die van haar gedecodeerde waren niet, is te zwart-wit. Wel is aannemelijk dat codering MHCS aanzienlijk helpt bij haar inspanningen om te bevorderen dat haar waren de consument in goede kwaliteit bereiken. Dit levert op zichzelf een legitiem belang van MHCS op dat pleit tegen het toestaan van decodering. Het gewicht van dat belang moet echter minder groot worden geacht dan MHCS verdedigt. Aangenomen moet worden dat in verreweg de meeste gevallen de kwaliteit van de drank in de gedecodeerde flessen gelijk is aan de kwaliteit van de drank in niet-gedecodeerde flessen, omdat het decoderingsproces de samenstelling van de drank in het geheel niet heeft veranderd. 3.44 Volgens MHCS zien gedecodeerde flessen er slordig en bewerkt uit. 3.45 De flessen die MHCS aan het Hof getoond heeft (op foto’s en in het echt ter zitting), zien er naar het oordeel van het Hof geen van alle slordig uit. In veel gevallen is gemakkelijk zichtbaar dat er een zwarte sticker (netjes) is aangebracht op het etiket. Soms is met goed kijken zichtbaar dat er kleine gaatjes in de capsule zitten. Soms is zichtbaar dat er geschuurd of geslepen is op een of meer kleine oppervlakken van de glazen fles (als een doffe vlek op de plek waar de code ingegraveerd was, om die onleesbaar te maken). Het is aannemelijk dat sommige consumenten zich daaraan zullen storen en de voorkeur zullen geven aan gecodeerde flessen, onder meer vanwege het door MHCS nagestreefde luxe-imago van hun merken. Het aantreffen van een gedecodeerde fles kan dan leiden tot enige aantasting van de reputatie van MHCS. In veel gevallen zal de consument echter niet opmerken dat de fles is gedecodeerd. Decodering van geprinte code in de flessenhals 3.46 MHCS heeft aangevoerd dat om de identificatiecode onder de capsule te verwijderen, kleine naaldgaatjes in de capsule kunnen worden gemaakt waarna een vloeistof in het gaatje kan worden gespoten om de daar met inkjet printing aangebrachte identificatiecode te verwijderen (dat hebben zij bij het pleidooi ook aan het hof getoond). Personeel van MHCS (of aan hen gelieerde bedrijven) spreken van ‘glue with unkown composition’. Het rapport van American Glass Research van 9 februari 2024 (productie 2 bij memorie van grieven) vermeldt dat een ‘ketone based chemical solvent is typically used’ voor het verwijderen van ‘the most common inks used for these type of ink-jet applications’. MHCS spreekt van ‘een sterk chemisch opl De drukbestendigheid is gemeten van dertig flessen met door de onderzoeker op dezelfde twee plaatsen aangebrachte schuurmarkeringen (met schuurpapier met een korrelgrootte van 150 grit) en een referentiegroep van dertig flessen zonder schuurmarkeringen (p. 4). Op p. 6 van het rapport staat een ‘discussion of results’. Een statistische berekening die uitgaat van een worst case scenario, namelijk langdurige opslag bij hoge temperatuur (in de samenvatting van het rapport aangeduid als: de laagst verwachte drukbestendigheid in een grotere populatie) leidt tot het in de samenvatting genoemde resultaat van een mogelijke reductie van de drukbestendigheid van 60%. 3.52 Bij pleidooi in hoger beroep zijn ook nadere rapporten van [senior scientist] van American Glass Research in het geding gebracht. Bij het pleidooi is een filmpje getoond waarin deze onderzoeker een tekst voorleest ter ondersteuning van zijn rapporten. 3.53 Het voorgaande levert op zichzelf een legitiem belang van MHCS op bij verzet tegen verdere verhandeling van flessen waarvan het glasoppervlak is aangetast. Bij de beoordeling van de vraag welk gewicht aan dit belang moet worden gehecht, slaat het Hof acht op het volgende. 3.54 American Glass Research moet in dit geding worden aangemerkt als een partijdeskundige. Dat is reden voor behoedzaamheid. Het rapport vermeldt niet dat het aanbrengen van schuurmarkeringen een reductie in de drukbestendigheid van 60%‘veroorzaakt’ (kennelijk berekend als 100% x (1 - 9,7/23,7), afgerond naar boven), maar slechts dat het deze ‘kan veroorzaken’. Het genoemde percentage van 60% is gebaseerd op een statistische berekening. Dat is ook reden voor behoedzaamheid, te meer nu het Hof de aan die berekening ten grondslag liggende uitgangspunten niet kan toetsen. Die behoedzaamheid wordt vergroot doordat niet duidelijk is waarom andere scenario’s dan het worst case scenario niet in de beoordeling zijn betrokken, hoewel aannemelijk is dat die ook van belang zijn om het risico van decodering door beschadiging van het glasoppervlak goed te kunnen beoordelen. 3.55 Op p. 6 (bij de bespreking van de resultaten) vermeldt het rapport onder meer (letters toegevoegd door het Hof): (a) More than half of the samples in both sample groups survived at the maximum test pressure of 62.0 kg/cm2. In our experience, this is an expected result for this type of Champagne bottle. The high carbonation content of Champagne necessitates a bottle design with increased glass thicknesses in order to achieve a high pressure resistance. (b) Nonetheless in the Reference Group, 11 samples failed during testing and the average pressure resistance for these 11 sampled was 55.4 kg/cm2. These bottles failed at the friction damage that was applied to the outside glass surface using the AGR LineSim. (c) In the Abraded Group, 13 samples failed during testing, 5 samples failed at the abraded laser codes and the remaining 8 samples failed at the friction damage applied to the outside glass surface using the AGR LineSim. (d) The average pressure resistance for the samples in the Abraded Group that failed at friction damage is with 53.6 kg/cm2 comparable to the 55.4 kg/cm2 of the Reference Group, indicating a similar severity of friction damage for both sample groups. (e) The average pressure resistance for the samples in the Abraded Group that failed at the abraded laser codes is with 40.7 kg/cm2 more than 36% less than the average pressure resistance of the friction damage in the Reference Group. Thus, it can be concluded that the removal of laser codes has a significant negative effect on the ability of the bottle to withstand pressure. Het Hof leidt hieruit het volgende af. Een tamelijk groot aantal flessen is bij de test niet gebroken (alinea (a)). Het aantal gebroken flessen met schuurmarkeringen (dertien) is weliswaar groter dan het aantal gebroken flessen zonder schuurmarkeringen (elf), maar niet zo veel groter (alinea’s (b) en (c)). Van de dertien gebroken flessen met schuurma 3.63 De verschillende producties waaruit blijkt dat entiteiten zoals Verallia en Saint Gobain-emballage spreken van gevaar en personeel van MHCS zelfs van ‘bommetjes’ e.d. (producties 4 en 5 bij memorie van grieven) maken het voorgaande niet anders. 3.64 Bij pleidooi in hoger beroep is nog een rapport van 23 april 2015 overgelegd van Critt Materiaux Alsace, maar zonder toelichting, die ontbreekt, maakt dat rapport het voorgaande evenmin anders. 3.65 Al met al komt het Hof tot de slotsom dat MHCS onvoldoende heeft gesteld om aan te nemen dat het risico dat schuurmarkeringen op een champagnefles leiden tot ontploffing van de fles en, daaraan gekoppeld, tot verwondingen, zo onverantwoord hoog is dat het de doorslag moet geven voor de beoordeling in deze zaak. Andere wijzen van decodering 3.66 MHCS spreekt nog van het wegsnijden van codes en etiketten en het zwartmaken van etiketten (memorie van grieven nrs. 16 en 31), maar voor zover zij daarmee andere wijzen van decodering op het oog hebben dan hiervoor besproken, is dat onvoldoende duidelijk tot uitdrukking gebracht, en in elk geval is onvoldoende duidelijk dat en waarom die andere vormen van decodering een bedreiging vormen voor de volksgezondheid of de veiligheid van personen. Het tegengaan van namaak 3.67 Bij [geïntimeerde] zijn geen gedecodeerde flessen Belverdere wodka aangetroffen. Het gevaar van namaak-wodka speelt in de zaak tegen [geïntimeerde] dus niet. Ten overvloede gaat het Hof toch in op dat gevaar. 3.68 Bij het pleidooi in hoger beroep heeft MHCS flessen namaak-Belvedere-wodka getoond die moeilijk van echt zijn te onderscheiden en die volgens MHCS afkomstig zijn van een partij flessen die (veelal dezelfde) niet-bestaande of valse identificatiecode (of lotcode) hadden. 3.69 In sommige gevallen zullen namaakproducten gevaarlijk voor de volksgezondheid kunnen zijn. Er kunnen ook andere goede redenen zijn om namaak tegen te gaan. De identificatiecodes kunnen helpen om namaak op te sporen. Aangenomen moet echter worden dat in verreweg de meeste gevallen de gedecodeerde flessen van MHCS die in de Caribische winkels worden aangeboden, dezelfde, originele drank bevatten als de gecodeerde flessen, en dat bij het decoderingsproces de kwaliteit van de drank niet is aangetast. MHCS heeft onvoldoende gesteld om iets anders aan te nemen. haar stelling dat de stap van het ‘manipuleren’ van flessen naar ‘het bewerken van de inhoud’ van flessen klein is, is nauwelijks een feitelijke stelling en in elk geval onvoldoende onderbouwd. Daarom legt het risico van namaak met de daaraan verbonden gevaren slechts een beperkt gewicht in de schaal. 3.70 MHCS heeft bij memorie van grieven, productie 17, een bericht van [public health physician], toenmalig public health physician op Sint Eustatius, van 24 juli 2019 in het geding gebracht, waarin onder meer staat: It has recently come to the attention of the public health department, that there are counterfeit bottles of Hennessy in circulation on the island. 3.71 Zonder toelichting over welke ‘counterfeit bottles’ hier worden bedoeld, legt dit bericht geen gewicht in de schaal. Niet is gebleken dat de flessen waarop dit bericht betrekking heeft, nader zijn onderzocht en zo ja, wat dit onderzoek uitwijst. Het nut van recall 3.72 Ook de stelling dat MHCS een recall kan doen van gecodeerde waren, maar niet van gedecodeerde waren, is te zwart-wit. Wel is aannemelijk dat indien er een exemplaar van een product met een probleem of gevaar blijkt te bestaan (zoals wanneer flessen met gesmokkelde MDMA of crystal meth worden aangetroffen), codering een gerichte recall vergemakkelijkt, doordat men aan de hand van de codering kan vaststellen tot welke partij het exemplaar behoort, terwijl codering ook het houden van een stille recall (dus zonder publicatie) vergemakkelijkt. Als men geen code heeft, zal een recall doorgaans minder gericht zijn en niet zo gemakkelijk op stille wijze kunnen geschieden. 3.73 MHCS heeft echter onvoldoende gesteld om een groot