Rechtspraak 2026-08-18
ECLI:NL:OGHACMB:2026:259
Algemene voorwaarden geldig. Redelijke mogelijkheid ervan kennis te nemen door opslaan. Artikel 6:234 lid 2 BW. Artikel 6 lid 1 Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg. Risico van witwassen en terrorismefinanciering. Risico van valsspelen door verslaafde spelers. Cessieverbod en verbod “duplicate accounts” zijn niet kennelijk onredelijk. Cessieverbod heeft goederenrechtelijke werking. Ook lastgeving ter incasso is niet geldig. Afwijzing vordering wegens cessieverbod. Niet-toepasselijkheid van artikel 7A:1807 e.v. BW inzake spel en weddenschap GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA Eindvonnis in de zaak : de naamloze vennootschap GAMING SERVICES PROVIDER N.V., gevestigd in Curaçao, hierna: GSP, oorspronkelijk (mede)gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigden: mrs. A.C. van Hoof en E. Frins, tegen de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN ONLINE KANSSPELEN , gevestigd in Curaçao, hierna: SBGOK, oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk. 1 Het verdere verloop van de procedure 1.1. Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnis van 24 maart 2026. 1.2. Op 21 april 2026 hebben zowel GSP als SBGOK een akte, met producties, genomen. 1.3. Op 19 mei 2026 hebben beide partijen een antwoordakte genomen. 1.4. Vonnis is bepaald op heden. 2 Verdere beoordeling Feiten 2.1. Het Gerecht heeft onder 2 van het bestreden vonnis de volgende feiten vastgesteld: 2.1. GSP beschikt over een door het land Curaçao verleende vergunning tot het exploiteren van wat in de Landsverordening wordt genoemd buitengaatse hazardspelen en nu bekend staat als online casino's. GSP heeft deze vergunning in gebruik (verder ook: sub-licentie) gegeven aan AK. 2.2 AK, de sub-licentiehouder, exploiteert op haar beurt onder de vergunning van GSP het online [website] (verder ook: het casino). 2.3 [ speler] (verder ook: de speler) heeft in januari 2023 een account geopend bij het casino. Hij heeft verschillende stortingen in Bitcoin gedaan en opnames van zijn speelwinst. Toen hij op 2 maart 2023 een opname wilde doen, werd hem door het casino meegedeeld dat deze mogelijkheid tijdelijk was geblokkeerd en dat zijn speelgedrag werd geanalyseerd. Later werd ook het online contact geblokkeerd door het casino. Het saldo op zijn account bedroeg toen 4.5108572 Bitcoin, omgerekend US$ 135.000. 2.4 Een sommatiebrief van zijn gemachtigde van 21 april 2023 heeft niet tot betaling aan de speler geleid, wel tot een reactie van GSP. Daarin wordt een betalingsverplichting betwist en het blokkeren van de account van de speler gerechtvaardigd met een beroep op een intern onderzoek waaruit blijkt van frauduleus spel, met name arbitrage betting. 2.5 Bij onderhandse akte van 1 juli 2023 heeft de speler zijn vordering op het casino overgedragen aan de stichting ( SBGOK, Hof ). 2.2. De medegedaagde in eerste aanleg, ‘sublicenceholder’ AK Global N.V. (het onlinecasino), is niet in hoger beroep gegaan. Zij verkeert in staat van faillissement. Vordering en beslissingen van het Gerecht 2.3. SBGOK vordert de hoofdelijke veroordeling van GSP (en van het onlinecasino) om aan haar 4.5108572 Bitcoin althans de tegenwaarde daarvan in Caribische guldens te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 maart 2023. Aan de vordering ligt ten grondslag dat het onlinecasino krachtens de overeenkomst met de speler verplicht is het saldo van zijn account uit te betalen, voor welke verplichting GSP als vergunninghouder krachtens de Landsverordening buitengaatse hazardspelen hoofdelijk aansprakelijk is. 2.4. Het Gerecht heeft de vordering toegewezen. Hiertegen richt zich het hoger beroep van GSP. Curaçaose recht toepasselijk 2.5. Artikel 14 lid 3 aanhef en onder j van de bij landsbesluit door het Land Curaçao vastgestelde vergunningsvoorwaarden luidt: 3. In de voorwaarden wordt in ieder geval aangegeven: (…) j. dat de wetgeving van Curaçao van toepassing is. 2.6. Het Hof zal daarom het Curaçaose recht toepassen. De geciteerde voorwaarde uit het landsbesluit is bindend voor zowel de vergunninghouder (GSP) als de ‘sublicenceholders’ (de onlinecasino’s) en kan niet door een eventueel (ongeoorloofd) rechtskeuzebeding in algemene voorwaarden opzij gezet worden. Toepasselijkheid van de algemene voorwaarden 2.7. In het tussenvonnis van 24 maart 2026 heeft het Hof onder meer ter zake van de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden de volgende vragen gesteld aan partijen: 2.7. Het Hof begrijpt uit de stellingen van GSP dat de speler bij het aanmaken van een account (waarbij hij zich moet registreren door onder meer zijn emailadres, geslacht en geboortedatum in te vullen) een vakje (tickbox) moet aanvinken waarmee de speler akkoord gaat met de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Zonder het aanvinken van de tickbox is het niet mogelijk een account te maken. Op dezelfde pagina bevindt zich ook een link waarmee de algemene voorwaarden zichtbaar worden, waarna de tekst van de voorwaarden kan worden geprint en ook kan worden opgeslagen. 2.8. Het Hof vraagt partijen: a. of deze procedure steeds gevolgd moest worden door de spelers, zo dat zij niet konden spelen in de onlinecasino’s als zij niet alle stappen van deze procedure doorlopen hadden; b. of dit gedurende de periode waarop de vordering ziet vaste praktijk was in de onlinecasino’s waarvoor GSP verantwoordelijk is; c. of deze praktijk in, voor, of na de periode waarover de vorderingen zich uitstrekken gewijzigd is; d. of het onlinecasino al dan niet: ‘voor de totstandkoming van de overeenkomst aan de wederpartij … bekend gemaakt heeft waar van de voorwaarden langs elektronische weg kan worden kennisgenomen’ (artikel 6:234 lid 2, gecursiveerde bepaling, BW); e. of de wettelijke eis van het ‘door haar kunnen worden opgeslagen en voor haar toegankelijk zijn ten behoeve van latere kennisneming’ (eerste in de wettekst genoemde situatie), wel geldt omdat in dit geval de tweede in de wettekst genoemde situatie (gecursiveerd door het Hof) van toepassing lijkt te zijn; f. of artikel 6:227a BW van toepassing is in deze zaak of dat het regiem van de algemene voorwaarden een apart regiem is met eigen beschermende regels; g. of de algemene voorwaarden, zoals door de speler aangeklikt, voortdurend op de website door de speler geraadpleegd kunnen worden? 2.8. De vragen a en b zijn door GSP in haar akte van 21 april 2026, onder 44 e.v., bevestigend beantwoord en vraag c ontkennend 2.9. Dat de door GSP beschreven procedure gevolgd moest worden door de spelers en dat deze anders niet konden spelen in het online casino is door SBGOK. beaamd, in elk geval onvoldoende weerlegd. SBGOK betwist echter dat de mogelijkheid van opslaan van de algemene voorwaarden in de desbetreffende periode bestond. Mogelijkheid van opslaan van algemene voorwaarden 2.10. De vragen d tot en met f strekken er toe een antwoord te krijgen op de vraag of het wel wettelijk vereist is dat de algemene voorwaarden door de wederpartij kunnen worden opgeslagen. In haar akte van 21 april 2026, onder 30 heeft SBGOK een beroep gedaan op artikel 6 lid 1 van de Landsverordening overeenkomsten langs elektronische weg , luidende: De aanbieder van commerciële communicatie stelt de wederpartij de voorwaarden die de door hem te sluiten overeenkomsten langs elektronische weg beheersen, met inbegrip van eventuele algemene voorwaarden, langs elektronische weg ter beschikking op een wijze dat de wederpartij in staat is deze op te slaan en later weer te geven dan wel verstrekt hem deze schriftelijk. 2.11. Hieruit volgt reeds dat het kunnen opslaan van de algemene voorwaarden een wettelijke voorwaarde is. 2.12. Hier komt bij dat aan de voorwaarde ‘indien dit redelijkerwijs niet mogelijk is’ in artikel 6:234 lid 2 BW (het door het Hof in het tussenvonnis van 24 maart 2026 gecursiveerde gedeelte) niet is voldaan. Niet valt in te zien waarom het bieden van de mogelijkheid van opslaan, hetgeen – zo is inmiddels wel gebleken – tegenwoordig standaardpraktijk is, redelijkerwijs niet mogelijk was in de desbetreffende periode. 2.13. GSP stelt in haar akte van 21 april 2026, onder 47: Alle terms & conditions van de online casino's in de onderhavige procedures konden worden opgeslagen en bewaard worden. Dat is bewezen omdat GSP en SBGOK die jaren later immers nog hard-copy in rechte hebben kunnen overleggen. 2.14. Deze stelling is door SBGOK onvoldoende weerlegd. Het ontbreken van een ‘save’ of ‘print button’ of PDF-downloadlink maakt de algemene voorwaarden niet vernietigbaar, al is zoiets wel wenselijk en tegenwoordig steeds vaker gebruikelijk, ook bij GSP (die na het bestreden vonnis een PDF-downloadlink heeft toegevoegd en een vermelding van de laatste wijzigingsdatum van de algemene voorwaarden, zo heeft zij gesteld). Een depot ter griffie, afzonderlijke waarmerking, een tijdstempel of toezending per e-mail is hiernaast niet vereist. Zelfs indien, zoals in enkele bij het Hof aanhangige onlinegokzaken aan de orde lijkt te zijn, de algemene voorwaarden in de desbetreffende periode slechts via ‘knip en plakwerk’ kunnen worden opgeslagen, leidt dat enkele feit niet tot vernietigbaarheid. 2.15. De stelling van SBGOK dat de speler bij het aanmaken van zijn account enkel hoefde te klikken op het hokje dat hij akkoord ging met de ‘terms and conditions’ en vervolgens kon gokken, zonder dat het online casino heeft geverifieerd of hij deze voorwaarden heeft bekeken, is niet relevant. De wet verlangt immers niet dat de gebruiker bewijst dat de wederpartij de voorwaarden daadwerkelijk heeft geopend, gelezen of begrepen (zie artikel 6:232 BW). 2.16. De slotsom is dat de algemene voorwaarden in deze zaak toepasselijk zijn. Twee bedingen 2.17. In de bij het Hof aangebrachte zaken wordt bijna steevast onder meer beroep gedaan op twee bedingen uit de algemene voorwaarden: het cessieverbod en het verbod van ‘duplicate accounts’. Volgens GSP zijn het standaardbedingen die bij de exploitatie van onlinecasino’s gehanteerd worden ter bescherming van het casino, de speler en andere spelers, om valsspelen en fraude tegen te gaan en om criminele activiteiten waaronder witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen. Niet kennelijk onredelijk 2.18. Het risico van witwassen (onder meer door middel van handel in vorderingen van deelnemers) is ook door de Curaçaose wetgever genoemd als ratio voor het wettelijk cessieverbod in artikel 1.3 van de in deze zaak niet toepasselijke nieuwe Landsverordening op de kansspelen (LOK); zie het tussenvonnis van het Hof van 24 maart 2026, rov. 3.13-3.14. 2.19. Het Hof onderkent dat het risico van witwassen prominent aanwezig is in het online gokwezen en dat dit vraagt om strenge regels. Hetzelfde geldt voor het risico van terrorismefinanciering. Daarnaast geldt als feit van algemene bekendheid dat een groot deel van de spelers het risico loopt verslaafd te raken of al verslaafd is, met als gevolg dat zij alles zullen doen om door te kunnen spelen en daarbij niet terugdeinzen voor valsspelen. 2.20. Al met al acht het Hof deze twee bedingen, gelet op de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden zijn tot stand gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval niet onredelijk bezwarend voor de speler. Geen sprake is van een aanzienlijke verstoring van het evenwicht in strijd met de redelijkheid en billijkheid, veronderstellenderwijs aangenomen dat deze EU-toets moet worden aangelegd. Het casino kon redelijkerwijs ervan uitgaan dat de spelers een dergelijk beding zouden aanvaarden indien daarover op eerlijke en billijke wijze afzonderlijk was onderhandeld. Goederenrechtelijke werking van cessieverbod 2.21. Voor zover de algemene voorwaarden een cessieverbod bevatten heeft deze goederenrechtelijke werking. Het Hof is van oordeel dat uit de naar objectieve maatstaven uit te leggen formulering van het cessieverbod en in het licht van de context van de online kansspelsector, waarin de overdraagbaarheid van vorderingen ongewenst en risicovol is (kans op fraude, witwassen, terrorismefinanciering, account trading), volgt – met inachtneming van de Haviltexmaatstaf – dat het onderhavige cessieverbod goederenrechtelijke werking heeft. Spelersaccounts- en KYC-regels (ID-verificatie, anti-witwasregels, leeftijdscontrole) zijn alle persoonsgebonden en uitbetalingsrechten hangen nauw samen met die identiteit van de spelers. Overdraagbaarheid zou ertoe leiden dat het stelsel van identificatie- en controleverplichtingen (middels toezicht van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten op de trustsector, welke ook voor de inwerkingtreding van de LOK in de online kansspelsector van toepassing was), eenvoudig kan worden omzeild. Een goederenrechtelijke werking is het meest aannemelijk. 2.22. Overigens zou bij verbintenisrechtelijke werking GSP wegens de wanprestatie van de speler ook uitbetaling aan SBGOK kunnen weigeren. Geen lastgeving ter incasso 2.23. SBGOK heeft tevergeefs betoogd dat zij subsidiair moet worden aangemerkt als een lasthebber ter incasso. Een lastgeving tot inning op eigen naam beoogt materieel hetzelfde resultaat te bereiken als de verboden cessie: een derde treedt in plaats van de speler op en maakt de spelersvordering voor eigen rekening of eigen belang te gelde. Het zou het cessieverbod zinledig maken. Een contractueel verbod dat mede strekt tot bescherming van KYC-, AML- en fraudepreventiebelangen zou dan eenvoudig kunnen worden omzeild door in iedere cessieakte een subsidiaire last tot inning op te nemen. Niet alleen de contractuele positie van GSP zou worden gefrustreerd, maar ook haar positie jegens autoriteiten onder wiens toezicht zij staat. Kortom, mede gelet op de algemene belangen die op het spel staan, wordt een cessieverbod ruim uitgelegd. Een cessieverbod aldus uitgelegd, is niet onredelijk bezwarend. Systematiek van de vergunning 2.24. GSP (memorie van grieven onder 6.1 e.v. en akte 21 april 2026, onder 23 e.v.) doet een beroep op de door het Land Curaçao bij landsbesluit vastgestelde vergunningsvoorwaarden (productie 6 bij akte van 6 mei 2025). Daaruit volgt volgens GSP een cessieverbod. 2.25. Door GSP zijn artikel 14 leden 4, 5 en 6 en artikel 17 leden 1 en 4 van de vergunningsvoorwaarden ingeroepen, luidende: Artikel 14 (…). 4. Tot de verplichtingen, bedoeld in het derde lid, onderdeel d [d.i. ‘welke verplichtingen de speler heeft alvorens hij kan deelnemen’; Hof ] , behoren in ieder geval de vermelding van de naam en de leeftijd van de speler alsmede van de voor deelname aan een of meer hazardspelen door de speler aangewezen en door de vergunninghouder geaccepteerde internationaal gerenommeerde of lokaal gevestigde bank. Tot deze verplichtingen behoort voorts in ieder geval de storting van een door de vergunninghouder bepaald minimum bedrag op de rekening van vergunninghouder bij een in de voorgaande volzin bedoelde bank. 5. Toegang tot een hazardspel is slechts mogelijk door middel van tenminste een door de vergunninghouder aan de speler toegekend persoonlijk identificatienummer. Dit identificatienummer wordt slechts toegekend aan degene die verklaard heeft de voorwaarden te aanvaarden. 6. De vergunninghouder houdt een overzicht bij van de uitgegeven identificatienummers. (…). Artikel 17 1. De vergunninghouder draagt zorg dat bekend is aan de speler: a. hoe hij te weten komt dat hij heeft gewonnen; b. hoeveel hij heeft gewonnen; c. binnen hoeveel tijd na afloop van het spel het prijzengeld beschikbaar is; en d. gedurende hoeveel tijd het prijzengeld beschikbaar blijft. (…) 4. Indien het prijzengeld niet binnen de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde periode is opgevraagd, draagt de vergunninghouder dit prijzengeld over aan een door hem daartoe aan te wijzen notaris die het geld overmaakt ten behoeve van een door de vergunninghouder aan te wijzen charitatief doel. 2.26. Deze vergunningsvoorwaarde is niet doorgevoerd in de algemene voorwaarden (ondanks artikel 14 leden 1 en 2: ‘1. De vergunninghouder maakt de voorwaarden bekend, waaronder deelname aan de door hem geëxploiteerde hazardspelen mogelijk is. 2. De vergunninghouder laat een speler niet toe dan nadat deze heeft verklaard de voorwaarden te kennen en te aanvaarden.’).