Rechtspraak 2026-08-18
ECLI:NL:OGHACMB:2026:233
Bonaire. Heffing en betaling van griffierecht in hoger beroep in zaken die met een beschikking eindigen. Burgerlijke zaken over 2026 Zaaknummers: BON202500240 – BON2025H00047 Uitspraak: 18 augustus 2026 (in Curaçao) GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba B E S C H I K K I N G in de zaak van: [APPELLANT], gevestigd op Bonaire, in eerste aanleg verweerster, thans appellante, gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas, tegen [GEÏNTIMEERDE], wonende op Bonaire, in eerste aanleg verzoeker, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. R.J. Tromp. 1 De zaak in het kort Deze beschikking heeft betrekking op de heffing en betaling van griffierecht in hoger beroep in zaken die met een beschikking eindigen. 2 Het verloop van de procedure 2.1 Op 15 september 2025 is een “pro forma beroepschrift” ingekomen bij de griffie van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (hierna: het Gerecht). Hierbij is appellante in hoger beroep gekomen van de uitspraak van het Gerecht van 8 augustus 2025 (aangeduid als “vonnis in kort geding”, zoals verbeterd bij uitspraak van 20 augustus 2025 (aangeduid als “(herstel)beschikking”). Bij dit gedingstuk is geen opgave gedaan van het geldelijke belang van het verzoek. 2.2 Op 17 juli 2026 is een “aanvullende beroepschrift” ingekomen bij de griffie van het Gerecht. Ook bij dit gedingstuk is geen opgave gedaan van het geldelijke belang van het verzoek. 2.3 Bij e-mail van 24 juli 2026 heeft de griffie van het Gerecht aan mr. Nicolaas bericht dat het griffierecht niet is betaald en dat het hoger beroep daarom is vervallen. 2.4 Bij e-mail van 11 augustus 2026 heeft mr. Nicolaas het Hof verzocht om appellante op grond van art. 5 Procesreglement 2023 een nadere termijn te geven om het griffierecht te voldoen en het hoger beroep niet als vervallen te beschouwen. 2.5 Beschikking is bepaald op vandaag. 3 De beoordeling 3.1 Het volgende rechtskader is van belang. 3.2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES: Art. 270 lid 5. Vindt binnen de voor indiening van de memorie gestelde termijn geen vooruitbetaling plaats (...) van het verschuldigde vast recht, dan vervalt het beroep (...). Art. 429o lid 1. Hoger beroep wordt ingesteld door indiening van een verzoekschrift ter griffie van de rechter in eerste aanleg die de beschikking heeft gegeven. Artikel 270 is van overeenkomstige toepassing. (...) 2. De griffier verzendt dit verzoekschrift (...) onverwijld aan de griffier van het Hof. Art. 429q lid 1. Het Hof van Justitie bepaalt dag en uur waarop de behandeling aanvangt. (...) 3.3 Landsbesluit tarieven in burgerlijke zaken: Art. 20 lid 1. Voor de indiening van een verzoekschrift bij het Gerecht of het Hof wordt van elke eisende partij een vast recht geheven, onverminderd de voorschotten. 3.4 Procesreglement 2023 (voetnoten weggelaten): Art. 5. Afwijking reglement De rechter kan, zo mogelijk na partijen hierover te hebben gehoord, in alle gevallen van de voorschriften van dit reglement afwijken, indien de rechter dit geboden acht op grond van enig wettelijk voorschrift, de eisen van een goede procesorde, de eisen van een behoorlijke procesvoering, of ter voorkoming van onredelijke vertraging van het geding. Art. 7. Opgave geldelijk belang voor heffing griffierecht Bij de indiening van het processtuk dat de instantie inleidt wordt het bedrag waarop het direct geldelijk belang van de indiener bij de zaak kan worden gewaardeerd schriftelijk vermeld, tenzij de eis strekt tot betaling van een bepaalde geldsom of een forfaitair bedrag geldt op de voet van artikel 20 lid 2, aanhef en sub a, b of c van het (Lands)besluit tarieven in burgerlijke zaken. Hetzelfde geldt voor het processtuk waarbij de eis wordt vermeerderd. Art. 121. Hoger beroep in EJ-zaken 1. In hoger beroep in EJ-zaken moet het griffierecht worden betaald gelijktijdig met het beroepschrift, dus binnen zes weken na de bestreden beschikking. Hier bestaat dus een groot verschil met AR-zaken. In AR-zaken heeft men na indiening van de akte van appel binnen zes weken na het bestreden vonnis, nog eens zes weken voor de memorie van grieven en de betaling van het griffierecht. Dit is belangrijk, omdat te late betaling van het griffierecht leidt tot verval van het hoger beroep, met als gevolg dat de bestreden uitspraak onherroepelijk wordt, hetgeen in de meeste gevallen niet kan worden hersteld. 2. Wordt ten onrechte in een EJ-zaak een ‘akte van appel’ ingediend en pas binnen zes weken daarna een ‘memorie van grieven’ en pas bij die gelegenheid het griffierecht betaald, dan is het hoger beroep vervallen, uitzonderlijke omstandigheden daargelaten, ook al heeft de griffie op de ‘akte van appel’ het getaxeerde griffierecht genoteerd. Een advocaat moet beter weten dan de griffie, omdat de advocaat gemakkelijker kan zien of de bestreden uitspraak een vonnis of een beschikking is en omdat van de advocaat mag worden verwacht dat de advocaat de regels kent inzake de termijn van betaling van griffierecht in hoger beroep. Art. 131. Memorie van grieven per e-mail of fax ingediend op de laatste dag 1. Het is geoorloofd in een AR-zaak een memorie van grieven per fax in te dienen. Uiterlijk op de volgende werkdag dient het griffierecht betaald te worden. Voor een indiening per e-mail geldt hetzelfde. De griffie op Bonaire staat toe dat de volgende werkdag een cheque wordt verzonden per Fedex e.d. 2. Het voorgaande geldt ook voor een beroepschrift in een EJ-zaak; de ‘laatste dag’ is hier echter zes weken na de bestreden beschikking: zie artikel 121. 3.5 Mede gelet op voorgaande bepalingen oordeelt het Hof dat in zaken die met een beschikking eindigen de juiste gang van zaken als volgt is: - de appellant dient het beroepschrift in bij de griffie van het Gerecht waar de beschikking is uitgesproken. Hierbij doet de appellant opgave van het geldelijk belang van het verzoek, om de griffie daarmee in staat te stellen te bepalen welk bedrag aan griffierecht moet worden geheven; - de griffie van het Gerecht is verantwoordelijk voor heffing van het griffierecht in hoger beroep. Desgewenst kan de griffie hierover overleg voeren met de griffie van het Hof, maar dat laat onverlet dat het formeel de griffie van het Gerecht is die het griffierecht heft; - bij indiening van het beroepschrift bij de front office dient het griffierecht op de dag van indiening geheven en betaald te worden; - bij indiening van het beroepschrift per e-mail of fax op de laatste dag van de appeltermijn dient het griffierecht op de eerstvolgende werkdag na de dag van indiening geheven en betaald te worden; - onverwijld nadat de griffie van het Gerecht het griffierecht heeft geheven, zendt die griffie het beroepschrift naar de griffie van het Hof. Dit geldt ook als het beroepschrift is aangeduid als “pro forma beroepschrift” of als “akte van hoger beroep”. De griffie van het Gerecht wacht dus niet op een aanvullend beroepschrift of een memorie van grieven; - na ontvangst van het beroepschrift bepaalt de griffie van het Hof dag en uur van de mondelinge behandeling in hoger beroep. Dit geldt ook als het beroepschrift is aangeduid als “pro forma beroepschrift” of als “akte van hoger beroep”. De griffie van het Hof wacht dus evenmin op een aanvullend beroepschrift of een memorie van grieven; - indien het beroepschrift wordt ingediend door een advocaat, dient de advocaat de griffie er onmiddellijk op te wijzen als van het voorgaande dreigt te worden afgeweken; eventuele fouten van de griffie rechtvaardigen niet zonder meer de conclusie dat het hoger beroep niet als vervallen kan worden beschouwd. 3.6 Het geval als beschreven in art. 121 lid 2 Procesreglement 2023 doet zich in deze zaak niet voor. Weliswaar heeft mr. Nicolaas een “pro forma beroepschrift”en een “aanvullende beroepschrift” ingediend, hetgeen kan doen denken aan een akte van hoger beroep en een memorie van grieven, maar niettemin geven de door hem ingediende stukken geen aanleiding om te veronderstellen dat het hier niet gaat om een zaak die met een beschikking eindigt. 3.7 Aan mr.