Rechtspraak 2026-07-28
ECLI:NL:OGHACMB:2026:231
Erkenning in Curaçao van Duits vonnis.Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken.Strijd met openbare orde in Curaçao.Geen révision au fond en geen beoordeling van de innerlijke waarde of billijkheid van de wet. Art. 13 Algemeene bepalingen der wetgeving van Curaçao. GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA VONNIS in de zaak van: de naamloze vennootschap NGAME N.V., gevestigd in Curaçao, hierna te noemen: Ngame, oorspronkelijk eiseres, thans appellante, gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel, N.G. Blokland en R.L. Mogen, tegen [DE SPELER], wonende in [woonplaats], hierna te noemen: de speler, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. E. Bokkes. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Bij op 17 oktober 2025 ingekomen akte van appel is Ngame in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 8 september 2025 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht). 1.2. Bij op 28 november 2025 ingekomen memorie van grieven, met producties, heeft Ngame zes grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en, uitvoerbaar bij voorraad, de vorderingen van Ngame zal toewijzen, met veroordeling van de speler in de kosten, met de bepaling dat over de kostenveroordeling de wettelijke rente loopt met ingang van twee weken na het vonnis. 1.3. Een memorie van antwoord is niet ingediend. 1.4. Op 26 mei 2026 hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend. Bij die van de speler is een concept-memorie van antwoord gevoegd. 1.5. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De beoordeling 2.1. Het Gerecht heeft onder 2 van het bestreden vonnis de volgende feiten vastgesteld, die niet zijn weersproken. 2.1. Ngame exploiteert online casino's op basis van een licentie verkregen van een vergunninghouder op Curaçao. 2.2. [ de speler] heeft in Duitsland in een online casino van Ngame gespeeld. Nadat hem is gebleken dat het casino in Duitsland niet over de voor het aanbieden van online-gokdiensten benodigde vergunning beschikte, is [de speler] in Duitsland een procedure gestart tegen Ngame om het geld dat hij had verloren terug te vorderen. 2.3 Bij vonnis van het Landgericht Baden-Baden van 24 oktober 2023 is de vordering van [de speler] toegewezen en is NGame veroordeeld om aan [de speler] zijn verliezen te betalen van in totaal € 94.999,83 met rente en kosten. Het Landgericht heeft overwogen dat de met de speler gesloten kansspelovereenkomsten nietig zijn omdat NGame niet over de benodigde vergunning beschikt en de betalingen door de speler daarom aan de speler moeten worden terugbetaald. 2.4 Het Oberlandesgericht Karlsruhe heeft het door NGame daartegen ingestelde hoger beroep op 17 april 2024 verworpen en NGame veroordeeld in de proceskosten van [de speler]. 2.2. Ngame vordert dat voor recht verklaard wordt dat het vonnis van het Oberlandesgericht Karlsruhe van 17 april 2024 zich hier te lande niet voor erkenning leent. 2.3. Het Gerecht heeft de vordering van Ngame afgewezen. 2.4. Hiertegen richt zich het hoger beroep van Ngame. 2.5. De artikelen 7A:1807-1810 BWC luiden: Artikel 1807 De wet staat geen rechtsvordering toe ter zake van een schuld uit spel of uit weddingschap voortgesproten. Artikel 1808 1. Onder de hierboven staande bepaling zijn echter niet begrepen die spelen, welke geschikt zijn tot lichaamsoefening, als het schermen, wedlopen en dergelijke. 2. Niettemin kan de rechter de eis ontzeggen of verminderen, wanneer hem de som overmatig toeschijnt. Artikel 1809 Van de vorige twee artikelen kan op generlei wijze worden afgeweken. Artikel 1810 In geen geval kan hij, die het verlorene vrijwillig betaald heeft, hetzelve terugeisen, tenware van de kant van degene, die gewonnen heeft, bedrog, list of oplichting hebbe plaatsgehad. 2.6. Het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken (hierna: het Verdrag) heeft medegelding voor Curaçao. De artikelen 1 en 2 van dit verdrag luiden, voor zover hier van belang: Artikel 1 (1) De in burgerlijke zaken door de gerechten van een der Staten gegeven beslissingen, waarbij in eigenlijke of oneigenlijke rechtspraak uitspraak is gedaan over rechten van partijen, worden in de andere Staat erkend, ook al zijn zij nog niet in kracht van gewijsde gegaan. Door de erkenning wordt aan de beslissingen het gezag toegekend, dat hun toekomt in de Staat waar zij zijn gegeven. (2) Onder beslissingen in de zin van dit Verdrag worden verstaan alle beslissingen, welke naam zij ook dragen (vonnissen en arresten, Urteile; beschikkingen, Beschlüsse; dwangbevelen, Vollstreckungsbefehle; voorlopige maatregelen, Arreste en einstweilige Verfügungen), daaronder begrepen die waarbij het bedrag der proceskosten later wordt vastgesteld. (3) Dit Verdrag is niet van toepassing a) op beslissingen die in een strafrechtelijk geding zijn gegeven over vorderingen voortvloeiende uit een burgerrechtelijke rechtsbetrekking; b) op beslissingen inzake huwelijk en echtscheiding en in andere zaken betreffende de staat van personen; c) op beslissingen waarbij een failliet-verklaring is uitgesproken, een procedure omtrent een akkoord ter afwending van een faillissement (Vergleichsverfahren zur Abwendung des Konkurses) is geopend of surséance van betaling is verleend, noch op andere beslissingen in deze procedures, voor zover zij uitsluitend voor deze procedures betekenis hebben. Artikel 2 De erkenning mag slechts worden geweigerd, a) indien zij in strijd is met de openbare orde van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan; of (…) 2.7. Bij de beoordeling of is voldaan aan de voorwaarde van strijd met de openbare orde (artikel 2, aanhef en onder a, van het Verdrag) gaat het niet erom of de buitenlandse beslissing juist is (er is geen plaats voor een révision au fond ). Dit brengt mee dat ook een rechterlijke beslissing die binnen de Curaçaose rechtsorde als onjuist wordt aangemerkt, kan worden erkend. 2.8. Dat is anders indien erkenning, gelet op de totstandkoming of inhoud van de desbetreffende beslissing, in strijd komt met beginselen en waarden die in de Curaçaose rechtsorde als fundamenteel worden aangemerkt. De rechter, die bij de beoordeling of van zodanige strijd sprake is, de totstandkoming en de inhoud van de buitenlandse beslissing betrekt, verricht geen révision au fond . 2.9. Naar het oordeel van het Hof levert erkenning van het Duitse vonnis geen strijd op met beginselen en waarden die in de Curaçaose rechtsorde als fundamenteel worden aangemerkt. Het gaat hier om toetsing aan hedendaagse beginselen en waarden en niet, zoals Ngame kennelijk voorstaat, aan beginselen uit de 19e en eerste driekwart van de 20e eeuw. 2.10. Dat, zoals gesteld door Ngame, in andere landen over strijd met de openbare orde mogelijk anders gedacht wordt, doet aan het voorgaande niet af, al is wat betreft bedoelde fundamentele beginselen en waarden een wederzijdse beïnvloeding tussen landen niet uitgesloten. Daarvan is hier echter geen sprake. 2.11. In het midden kan blijven of de (dwingendrechtelijke) Curaçaose artikelen 7A:1807-1810 BW toepasselijk zijn op online gaming zoals bedoeld in de Landsverordening buitengaatse hazardspelen (tot 24 december 2024) en de Landsverordening op de kansspelen (LOK). Ook als die artikelen toepasselijk zouden zijn op online gaming, betekent dit enkele feit niet dat daarmee sprake is van strijd met de Curaçaose openbare orde. Het Hof sluit zich aan bij het betoog van de Advocaat-Generaal G. Snijders op dit punt in ECLI:NL:PHR:2024:36 onder 3.28-3.31. 2.12.