Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-01-21
ECLI:NL:OGHACMB:2025:84
Civiel recht
Hoger beroep
5,828 tokens
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers: BON202400038 - BON2024H00020 en BON2024H00022
Uitspraak: 21 januari 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in zaak BON2024H00020 van:
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
appellant,
in eerste aanleg verzoeker,
procederende zonder gemachtigde,
tegen
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
geïntimeerde,
in eerste aanleg verweerster,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
en
in zaak BON2024H00022 van:
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
appellante,
in eerste aanleg verweerster,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
geïntimeerde,
in eerste aanleg verzoeker,
procederende zonder gemachtigde.
1Het verloop van de procedure
in zaak BON2024H00020 (appel man)
1.1
Bij op 30 mei 2024 ingekomen beroepschrift (“Notice of Appeal”) met producties, is de man in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen en op 2 mei 2024 uitgesproken beschikking (de bestreden beschikking) van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (het Gerecht). Hierbij heeft de man bezwaren tegen de beschikking aangevoerd en toegelicht.
in zaak BON2024H00022 (appel vrouw)
1.2
Bij op 5 juni 2024 ingekomen beroepschrift, met producties, is de vrouw in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking van het Gerecht. Hierbij heeft de vrouw bezwaren tegen de beschikking aangevoerd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen voor zover het de nihilstelling van de kinderalimentatie betreft, met afwijzing van de verzoeken van de man op dit punt.
voorts in beide zaken
1.3
Op 10 december 2024 heeft in beide zaken een mondelinge behandeling door het Hof plaatsgevonden in het gerechtsgebouw in Bonaire. Aldaar zijn partijen beiden verschenen, , de vrouw bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad waren [medewerker Voogdijraad 1] en [medewerker Voogdijraad 2] aanwezig.. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de man vijf mailberichten verstuurd aan het Hof en aan de wederpartij (verzonden op 1 november 2024 om 6.27 uur, 7.13 uur en 7.51 uur, op 7 november 2024 en op 25 november 2024). Tijdens de zitting heeft de man nog een stuk overgelegd met als opschrift “Discovery Application 843a Code civil Procedures”, gericht aan het Gerecht.
1.4
Beschikking is aangezegd en bepaald op vandaag.
Feiten
2.1
Partijen zijn in Bonaire op 19 december 2008 met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk is op [geboortedatum] 2009 geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige).
2.2
Bij beschikking van 21 januari 2015 (2014: E28, hierna: de echtscheidingsbeschikking) heeft het Gerecht de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de man (onder meer) veroordeeld tot betaling van USD 1.000 per maand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de minderjarige (kinderalimentatie) en USD 2.000 per maand als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw (partneralimentatie voor de vrouw). Deze beschikking is op 12 maart 2015 ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.
2.3
In 2015 heeft de man gedurende een aantal maanden alimentatie betaald ten behoeve van de minderjarige. In de loop van dat jaar is hij daarmee gestopt. De man heeft daarna meerdere verzoeken ingediend tot nihilstelling van de kinderalimentatie (opgesomd in de bestreden beschikking, onder 2), maar die zijn steeds afgewezen. Dat gebeurde voor het laatst door het Hof in een beschikking van 15 december 2020 (BON2019H00034).
2.4
De man heeft nooit alimentatie betaald ten behoeve van de vrouw. Bij beschikking van 22 september 2017 (EJ 64) heeft het Gerecht het verzoek van de man tot nihilstelling van de partneralimentatie toegewezen met ingang van 1 september 2017. Bij beschikking van dit Hof van 20 maart 2018 (BON2017H00026) heeft het Hof deze beschikking bevestigd, met dien verstande dat de nihilstelling van de partneralimentatie ingaat per 1 februari 2016.
Procesverloop
3.1
De man heeft verzocht, zo heeft het Gerecht geconstateerd, dat zowel de kinderalimentatie als partneralimentatie voor de vrouw op nihil wordt gesteld met terugwerkende kracht. Daarnaast heeft hij gevorderd dat de vrouw aan hem alimentatie moet betalen.
3.2
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht de verzoeken van de man toegewezen in die zin dat zowel de kinderalimentatie als de partneralimentatie voor de vrouw vanaf 12 maart 2015 (de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking) op nihil worden gesteld, met als motivering dat de vrouw hiermee heeft ingestemd ter zitting. Het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen aan hem alimentatie te betalen heeft het Gerecht afgewezen.
Beoordeling
omvang hoger beroep
4.1
De gemachtigde van de vrouw heeft op de zitting in hoger beroep toegelicht dat de vrouw tijdens de zitting bij het Gerecht inderdaad akkoord is gegaan met nihilstelling van de partneralimentatie per datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en dat zij de beslissing hierover in hoger beroep niet wil aanvechten. Dat betekent dat dit onderdeel van de bestreden beschikking niet voorligt in hoger beroep.
4.2
Het verzoek inzake nihilstelling van de kinderalimentatie zal het Hof opnieuw beoordelen. De gemachtigde van de vrouw heeft betwist dat de vrouw tijdens de zitting bij het Gerecht ook akkoord is gegaan met nihilstelling van de kinderalimentatie. Zij blijft dit verzoek van de man betwisten, ook in hoger beroep.
4.3
Het Hof zal ook het verzoek van de man opnieuw beoordelen om de vrouw te veroordelen aan hem partneralimentatie te betalen.
4.4
Het stuk dat de man tijdens de zitting in hoger beroep heeft overgelegd (met als opschrift “Discovery Application 843a Code civil Procedures”) is aan het Gerecht gericht en neemt het Hof voor kennisgeving aan.
huidige feitelijke omstandigheden partijen
4.5
Ter mondelinge behandeling heeft het Hof vragen gesteld over de huidige feitelijke omstandigheden van partijen en is het volgende gebleken.
4.6
De man is op 10 januari 2024 65 jaar geworden en heeft per die datum recht op een AOV-uitkering. Aangevuld met een onderstand-uitkering beschikt hij in totaal over een inkomen van USD 1.200 per maand. De man woont nog steeds in de voormalige echtelijke woning. Die woning viel in de gemeenschap van goederen van partijen. De verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen is al wel vastgesteld, maar nog niet uitgevoerd. De man betaalt geen gebruiksvergoeding aan de vrouw en heeft geen andere woonlasten dan de gebruikelijke energiekosten.
4.7
De vrouw is zelfstandig ondernemer en verkoopt maaltijden die zij zelf maakt. Haar inkomen daaruit is volgens haar verklaring ter zitting gemiddeld USD 1.000 per maand. Zij huurt een woning waarvoor zij USD 650 per maand (exclusief utiliteiten) betaalt. [de minderjarige] woont bij haar en gaat naar klas 3 VMBO. De vrouw ontvangt voor [de minderjarige] kinderbijslag van USD 225 per maand. Per 1 januari 2025 wordt dit USD 231 per maand.
kinderalimentatie
4.8
Het feit dat de man sinds 10 januari 2024 een pensioenuitkering ontvangt is een relevante wijziging van omstandigheden. Het Hof zal vanaf die datum beoordelen of de kinderalimentatie vanaf die datum aan de wettelijke maatstaven voldoet. De man heeft onvoldoende feitelijke gegevens aangevoerd om aan te nemen dat er voor die datum sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden. Het Hof heeft dit ook al geconstateerd in de beschikking van 15 december 2020(BON2019H00034).
4.9
Het Hof gaat uit van een behoefte van de minderjarige van USD 500. Dit is gebaseerd op de leeftijd van de minderjarige (15 jaar) en de geschatte kosten van levensonderhoud in Bonaire, zoals die gebruikelijk worden gehanteerd bij het maken van alimentatieberekeningen.
4.10
Gelet op de inkomsten en lasten van de vrouw, zoals hiervoor weergegeven, heeft zij geen draagkracht om bij te dragen in deze behoefte, mede gelet op het feit dat de minderjarige fulltime bij haar woont en door haar wordt verzorgd en opgevoed.
4.11
Het Hof gaat er vanuit dat de man wel draagkracht heeft om dit bedrag te betalen, aangezien hij geen woonlasten heeft. Gelet op zijn huidige inkomen van USD 1.200 en de kinderalimentatie die hij zal moeten betalen heeft de man geen draagkracht om meer dan dat te betalen. De vrouw heeft ook geen feiten aangevoerd waaruit dat blijkt.
4.12
Het Hof zal de kinderalimentatie dus wijzigen met ingang van 10 januari 2024 en vaststellen op USD 500.
partneralimentatie voor de man
4.13
Gelet op het voorgaande beschikt de vrouw niet over draagkracht om alimentatie aan de man te betalen. Het verzoek van de man wordt daarom afgewezen.
Conclusie
4.14
De beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd, maar alleen wat betreft dictumonderdeel 4.1. ter zake de kinderalimentatie, die zal worden vastgesteld zoals hierna te melden. De overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep, alleen voor wat betreft rov. 4.1. van het dictum, en doet opnieuw recht als volgt:
wijzigt de tussen partijen gewezen beschikking van het Gerecht in Bonaire van 21 januari 2015 uitsluitend voor wat betreft de door de man te betalen kinderalimentatie en stelt de bijdrage in het onderhoud van de minderjarige met ingang van 10 januari 2024 vast op USD 500 per maand;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bevestigt de beschikking voor het overige;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.A. Saleh en E.M. van der Bunt leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 21 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2025
Registratienummers: BON202400038 - BON2024H00020 en BON2024H00022
Uitspraak: 21 januari 2025
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
B E S C H I K K I N G
in zaak BON2024H00020 van:
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
appellant,
in eerste aanleg verzoeker,
procederende zonder gemachtigde,
tegen
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
geïntimeerde,
in eerste aanleg verweerster,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
en
in zaak BON2024H00022 van:
[de vrouw],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de vrouw,
appellante,
in eerste aanleg verweerster,
gemachtigde: mr. M.M.A. van Lieshout,
tegen
[de man],
wonende in [woonplaats],
hierna te noemen: de man,
geïntimeerde,
in eerste aanleg verzoeker,
procederende zonder gemachtigde.
1Het verloop van de procedure
in zaak BON2024H00020 (appel man)
1.1
Bij op 30 mei 2024 ingekomen beroepschrift (“Notice of Appeal”) met producties, is de man in hoger beroep gekomen van de tussen partijen gewezen en op 2 mei 2024 uitgesproken beschikking (de bestreden beschikking) van het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, zittingsplaats Bonaire (het Gerecht). Hierbij heeft de man bezwaren tegen de beschikking aangevoerd en toegelicht.
in zaak BON2024H00022 (appel vrouw)
1.2
Bij op 5 juni 2024 ingekomen beroepschrift, met producties, is de vrouw in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking van het Gerecht. Hierbij heeft de vrouw bezwaren tegen de beschikking aangevoerd. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof de bestreden beschikking zal vernietigen voor zover het de nihilstelling van de kinderalimentatie betreft, met afwijzing van de verzoeken van de man op dit punt.
voorts in beide zaken
1.3
Op 10 december 2024 heeft in beide zaken een mondelinge behandeling door het Hof plaatsgevonden in het gerechtsgebouw in Bonaire. Aldaar zijn partijen beiden verschenen, , de vrouw bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Voogdijraad waren [medewerker Voogdijraad 1] en [medewerker Voogdijraad 2] aanwezig.. Voorafgaand aan de mondelinge behandeling heeft de man vijf mailberichten verstuurd aan het Hof en aan de wederpartij (verzonden op 1 november 2024 om 6.27 uur, 7.13 uur en 7.51 uur, op 7 november 2024 en op 25 november 2024). Tijdens de zitting heeft de man nog een stuk overgelegd met als opschrift “Discovery Application 843a Code civil Procedures”, gericht aan het Gerecht.
1.4
Beschikking is aangezegd en bepaald op vandaag.
Feiten
2.1
Partijen zijn in Bonaire op 19 december 2008 met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen. Uit het huwelijk is op [geboortedatum] 2009 geboren [de minderjarige] (hierna: de minderjarige).
2.2
Bij beschikking van 21 januari 2015 (2014: E28, hierna: de echtscheidingsbeschikking) heeft het Gerecht de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is de man (onder meer) veroordeeld tot betaling van USD 1.000 per maand als bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de minderjarige (kinderalimentatie) en USD 2.000 per maand als bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw (partneralimentatie voor de vrouw). Deze beschikking is op 12 maart 2015 ingeschreven in de registers van de Burgerlijke Stand.
2.3
In 2015 heeft de man gedurende een aantal maanden alimentatie betaald ten behoeve van de minderjarige. In de loop van dat jaar is hij daarmee gestopt. De man heeft daarna meerdere verzoeken ingediend tot nihilstelling van de kinderalimentatie (opgesomd in de bestreden beschikking, onder 2), maar die zijn steeds afgewezen. Dat gebeurde voor het laatst door het Hof in een beschikking van 15 december 2020 (BON2019H00034).
2.4
De man heeft nooit alimentatie betaald ten behoeve van de vrouw. Bij beschikking van 22 september 2017 (EJ 64) heeft het Gerecht het verzoek van de man tot nihilstelling van de partneralimentatie toegewezen met ingang van 1 september 2017. Bij beschikking van dit Hof van 20 maart 2018 (BON2017H00026) heeft het Hof deze beschikking bevestigd, met dien verstande dat de nihilstelling van de partneralimentatie ingaat per 1 februari 2016.
Procesverloop
3.1
De man heeft verzocht, zo heeft het Gerecht geconstateerd, dat zowel de kinderalimentatie als partneralimentatie voor de vrouw op nihil wordt gesteld met terugwerkende kracht. Daarnaast heeft hij gevorderd dat de vrouw aan hem alimentatie moet betalen.
3.2
Bij de bestreden beschikking heeft het Gerecht de verzoeken van de man toegewezen in die zin dat zowel de kinderalimentatie als de partneralimentatie voor de vrouw vanaf 12 maart 2015 (de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking) op nihil worden gesteld, met als motivering dat de vrouw hiermee heeft ingestemd ter zitting. Het verzoek van de man om de vrouw te veroordelen aan hem alimentatie te betalen heeft het Gerecht afgewezen.
Beoordeling
omvang hoger beroep
4.1
De gemachtigde van de vrouw heeft op de zitting in hoger beroep toegelicht dat de vrouw tijdens de zitting bij het Gerecht inderdaad akkoord is gegaan met nihilstelling van de partneralimentatie per datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking en dat zij de beslissing hierover in hoger beroep niet wil aanvechten. Dat betekent dat dit onderdeel van de bestreden beschikking niet voorligt in hoger beroep.
4.2
Het verzoek inzake nihilstelling van de kinderalimentatie zal het Hof opnieuw beoordelen. De gemachtigde van de vrouw heeft betwist dat de vrouw tijdens de zitting bij het Gerecht ook akkoord is gegaan met nihilstelling van de kinderalimentatie. Zij blijft dit verzoek van de man betwisten, ook in hoger beroep.
4.3
Het Hof zal ook het verzoek van de man opnieuw beoordelen om de vrouw te veroordelen aan hem partneralimentatie te betalen.
4.4
Het stuk dat de man tijdens de zitting in hoger beroep heeft overgelegd (met als opschrift “Discovery Application 843a Code civil Procedures”) is aan het Gerecht gericht en neemt het Hof voor kennisgeving aan.
huidige feitelijke omstandigheden partijen
4.5
Ter mondelinge behandeling heeft het Hof vragen gesteld over de huidige feitelijke omstandigheden van partijen en is het volgende gebleken.
4.6
De man is op 10 januari 2024 65 jaar geworden en heeft per die datum recht op een AOV-uitkering. Aangevuld met een onderstand-uitkering beschikt hij in totaal over een inkomen van USD 1.200 per maand. De man woont nog steeds in de voormalige echtelijke woning. Die woning viel in de gemeenschap van goederen van partijen. De verdeling van de ontbonden gemeenschap van goederen is al wel vastgesteld, maar nog niet uitgevoerd. De man betaalt geen gebruiksvergoeding aan de vrouw en heeft geen andere woonlasten dan de gebruikelijke energiekosten.
4.7
De vrouw is zelfstandig ondernemer en verkoopt maaltijden die zij zelf maakt. Haar inkomen daaruit is volgens haar verklaring ter zitting gemiddeld USD 1.000 per maand. Zij huurt een woning waarvoor zij USD 650 per maand (exclusief utiliteiten) betaalt. [de minderjarige] woont bij haar en gaat naar klas 3 VMBO. De vrouw ontvangt voor [de minderjarige] kinderbijslag van USD 225 per maand. Per 1 januari 2025 wordt dit USD 231 per maand.
kinderalimentatie
4.8
Het feit dat de man sinds 10 januari 2024 een pensioenuitkering ontvangt is een relevante wijziging van omstandigheden. Het Hof zal vanaf die datum beoordelen of de kinderalimentatie vanaf die datum aan de wettelijke maatstaven voldoet. De man heeft onvoldoende feitelijke gegevens aangevoerd om aan te nemen dat er voor die datum sprake was van een relevante wijziging van omstandigheden. Het Hof heeft dit ook al geconstateerd in de beschikking van 15 december 2020(BON2019H00034).
4.9
Het Hof gaat uit van een behoefte van de minderjarige van USD 500. Dit is gebaseerd op de leeftijd van de minderjarige (15 jaar) en de geschatte kosten van levensonderhoud in Bonaire, zoals die gebruikelijk worden gehanteerd bij het maken van alimentatieberekeningen.
4.10
Gelet op de inkomsten en lasten van de vrouw, zoals hiervoor weergegeven, heeft zij geen draagkracht om bij te dragen in deze behoefte, mede gelet op het feit dat de minderjarige fulltime bij haar woont en door haar wordt verzorgd en opgevoed.
4.11
Het Hof gaat er vanuit dat de man wel draagkracht heeft om dit bedrag te betalen, aangezien hij geen woonlasten heeft. Gelet op zijn huidige inkomen van USD 1.200 en de kinderalimentatie die hij zal moeten betalen heeft de man geen draagkracht om meer dan dat te betalen. De vrouw heeft ook geen feiten aangevoerd waaruit dat blijkt.
4.12
Het Hof zal de kinderalimentatie dus wijzigen met ingang van 10 januari 2024 en vaststellen op USD 500.
partneralimentatie voor de man
4.13
Gelet op het voorgaande beschikt de vrouw niet over draagkracht om alimentatie aan de man te betalen. Het verzoek van de man wordt daarom afgewezen.
Conclusie
4.14
De beschikking waarvan beroep zal worden vernietigd, maar alleen wat betreft dictumonderdeel 4.1. ter zake de kinderalimentatie, die zal worden vastgesteld zoals hierna te melden. De overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking. Voor een proceskostenveroordeling ziet het Hof geen aanleiding.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
vernietigt de beschikking waarvan beroep, alleen voor wat betreft rov. 4.1. van het dictum, en doet opnieuw recht als volgt:
wijzigt de tussen partijen gewezen beschikking van het Gerecht in Bonaire van 21 januari 2015 uitsluitend voor wat betreft de door de man te betalen kinderalimentatie en stelt de bijdrage in het onderhoud van de minderjarige met ingang van 10 januari 2024 vast op USD 500 per maand;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bevestigt de beschikking voor het overige;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. C.G. ter Veer, E.A. Saleh en E.M. van der Bunt leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 21 januari 2025 in tegenwoordigheid van de griffier.