Rechtspraak 2025-12-16
ECLI:NL:OGHACMB:2025:362
Burgerlijke zaken over 2025 Registratienummer: CUR202203227 – CUR2024H00081 Uitspraak: 16 december 2025 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba VONNIS In de zaak van: de naamloze vennootschap DELTA PETROLEUM N.V., gevestigd in Curaçao, oorspronkelijk gedaagde, thans appellante, gemachtigden: mrs. R.F. van den Heuvel en N.R.C. Soeltaansingh, tegen de vennootschap naar Panamees recht HISHAM OVERSEAS S.A., gevestigd in Panama, oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. S.H. Barten. De partijen worden hierna Delta respectievelijk Hisham genoemd. De zaak in het kort Hisham heeft een bedrag van US$ 15.000.000,- overgemaakt naar Delta en stelt dat aan deze transactie een geldleningsovereenkomst ten grondslag ligt. In deze procedure vordert Hisham dat Delta wordt veroordeeld tot betaling van voornoemd bedrag. Delta betwist de gestelde geldleningsovereenkomst. Het Hof laat Hisham toe tot bewijs van haar stelling. 1 Het verloop van de procedure 1.1 Voor het procesverloop in eerste aanleg wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis van 19 februari 2024 door het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (verder: het Gerecht) uitgesproken. 1.2 Bij akte van hoger beroep, op 28 maart 2024 ingediend ter griffie, is Delta in hoger beroep gekomen van voormeld vonnis. 1.3 Bij op 10 mei 2024 via e-mail en op 13 mei 2024 in hardcopy ingekomen memorie van grieven met producties heeft Delta drie grieven tegen het bestreden vonnis aangevoerd en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal vernietigen en Hisham zal veroordelen tot terugbetaling van hetgeen Delta heeft betaald ter voldoening van het bestreden vonnis, met veroordeling van Hisham in de proceskosten in beide instanties, vermeerderd met wettelijke rente met ingang van twee weken na datum vonnis. 1.4 Hisham heeft op 19 juli 2024 een memorie van antwoord met producties ingediend en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bekrachtigen, met veroordeling van Delta in de proceskosten in hoger beroep, te vermeerderen met wettelijke rente met ingang van 14 dagen na betekening van dit vonnis. 1.5 Op 4 november 2025 hebben partijen mondeling gepleit conform door hen overgelegde pleitnotities. Beide partijen hebben op voorhand producties naar het Hof en de tegenpartij gestuurd. Delta heeft op 4 juni 2025 producties 9 t/m 11 ingediend, op 5 juni 2025 productie 12, op 28 oktober 2025 productie 13, op 30 oktober 2025 producties 14 en 15, op 31 oktober 2025 productie 16 en op 3 november 2025 producties 17-21. Hisham heeft op 30 oktober 2025 producties 26-29 ingediend, op 30 oktober 2025 producties 30—32 en op 3 november 2025 productie 33. 1.6 Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1 Hisham is een internationale investeerder, waarvan wijlen de heer [persoon 1](hierna: [persoon 1]) tot zijn overlijden op [overlijdensdatum] 2020 via een truststructuur de uiteindelijk belanghebbende partij (UBO) was. Hisham heeft een Global Limit Credit Facility Agreement met J.P. Morgan S.A. gesloten op basis waarvan in december 2016 de totale beschikbare kredietfaciliteit US$ 190.000.000,- was. 2.2 Delta is een Curaçaose holdingmaatschappij. [persoon 1] was de meerderheidsaandeelhouder van Delta met een belang van 91.841632%. De overige aandelen in Delta zijn in eigendom van de Curaçaose SPF Elemento Oil and Gas Private Foundation. Deze heeft de aandelen verpand aan de Curaçaose SPF D. Petroleum Private Foundation. 2.3 Op 29 maart 2017 is vanaf de bankrekening van Hisham bij J.P. Morgan S.A. een bedrag van US$ 15.000.000,- overgeboekt naar de bankrekening van Delta. Hiervoor heeft Hisham eenzelfde bedrag van US$ 15.000.000,- van de beschikbare kredietfaciliteit bij J.P. Morgan S.A. gebruikt. 2.4 Ten tijde van voormelde overboeking was Ax Management N.V. (hierna: Ax) bestuurder van Delta. 2.5 Delta heeft het bedrag van US$ 15.000.000,- aangewend om aandelen te verkrijgen in een Nederlandse beheerven Two (2) copies are made to the same tenor and to the same effect on the 29th day of the month of March, 2017. 2.14 De Source of Funds waarnaar wordt verwezen in voormelde e-mail van 6 februari 2019 luidt als volgt: (…) 2-) that the funds totaling USD 15.000.000,00 3-) hat have been deposited by the undersigned on the account of HISHAM (…) in the client company named: DELTA (…) represents funds obtained by the undersigned from the UBO (…) [persoon 1] (…)All the funds invested in the structured are obtained from Mr. [persoon 1] active businesses as owner of (…) 2.15 In de jaarrekening van Delta over 2017 is het overgemaakte bedrag van US$ 15.000.000,- verwerkt als: CA payable to shareholder . 3 De procedure in eerste aanleg 3.1 In eerste aanleg heeft Hisham – na wijzigingen van eis - gevorderd - samengevat- dat het Gerecht Delta veroordeelt tot betaling aan haar van US$ 15.000.000,-, te vermeerderen met de contractuele dan wel de Curaçaose wettelijke rente vanaf 29 maart 2017. 3.2 Het Gerecht heeft Delta veroordeeld tot betaling aan Hisham van een bedrag van US$ 15.000.000,-vermeerderd met wettelijke rente en Delta veroordeeld in de proceskosten. 3.3 Het Gerecht heeft onder meer het volgende overwogen. Op de rechtsverhouding tussen partijen is Panamees recht van toepassing. Partijen zijn het erover eens dat het hier gaat om een zakelijke overeenkomst. Deze wordt beheerst door het Panamese Wetboek van Koophandel. De totstandkoming van de overeenkomst kan vormvrij geschieden en de totstandkoming en inhoud daarvan kunnen worden bewezen door alle middelen (artikel 194 en 195 WvKP). Dit kan naast schriftelijke stukken dus ook door getuigenverklaringen (4.7). [persoon 1] heeft voor zijn overlijden schriftelijk namens Hisham verklaard dat Hisham aan Delta een renteloze lening heeft verstrekt (4.8). Uit een verklaring van de voormalige (middellijk) bestuurder van Delta volgt dat zij, na aanvankelijk in het ongewisse te hebben verkeerd over de herkomst van het bedrag, na onderzoek en ontvangst van deze verklaring in februari 2019 in overleg met de legal counsel van Hisham heeft bevestigd dat de betalingstransactie een geldlening betreft (4.8). Onvoldoende gemotiveerd gesteld is dat vermogensrechtelijke verschuivingen (zonder titel), waarvoor in de administratie ook verantwoording moet worden afgelegd, gebruikelijk waren binnen de groep (4.9). 4 De beoordeling De memorie van grieven is tijdig ingediend 4.1 Hisham stelt dat de memorie van grieven buiten beschouwing moet worden gelaten omdat deze niet tijdig is ingediend. Hisham gaat er vanuit dat ook het griffierecht te laat is betaald. Bij gebreke van tijdige betaling is er sprake van verval van het hoger beroep. Hisham verzoekt het Hof vast te stellen of daarvan sprake is. 4.2 Op grond van art. 271 Rv is de termijn voor het indienen van de memorie van grieven zes weken vanaf de dag van instelling van het hoger beroep. Die termijn eindigde, zoals Hisham stelt, op 9 mei 2024. Dat was een officiële vrije dag op Curaçao (Hemelvaartsdag), waarop de griffie van het Hof was gesloten. Ook op 10 mei 2024 was de griffie van het Hof gesloten (ATV-dag). De beroepstermijn is daarom verlengd tot de eerstvolgende dag die niet een zaterdag, zondag of algemeen erkende feestdag is. Dat was 13 mei 2024. Op 13 mei 2024 is de akte van appel in hardcopy (nadat deze op 10 mei 2024 al per e-mail was verstuurd) bij de griffie van het Hof ingediend. Dat is tijdig, zodat de memorie van grieven bij de beoordeling zal worden betrokken. Nu ook het griffierecht op 13 mei 2024 en dus tijdig is betaald, is het hoger beroep niet vervallen. Toepasselijk recht 4.3 Tegen de overwegingen van het Gerecht in r.o.v. 3.7 over de toepasselijkheid van Panamees recht zoals hiervoor weergegeven onder 3.3 zijn geen bezwaren aangevoerd. Het Hof heeft ambtshalve geen bezwaren tegen deze overwegingen en neemt deze over. Hisham wordt toegelaten tot bewijslevering 4.4 Hisham stelt dat het bedrag van US$ 15.000.000,- aan Delta is verstrek