Rechtspraak 2025-12-18
ECLI:NL:OGHACMB:2025:342
Zaaknummer: H-83/24 Parketnummers: 500.00188/23 en 500.00042/24 Uitspraak: 18 december 2025 Tegenspraak Vonnis gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: het Gerecht) van 7 juni 2024 in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteland], thans [verblijfplaats] gedetineerd. Hoger beroep Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het onder 1 en 2 van parketnummer 500.00188/23 en het onder parketnummer 500.00042/24 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren met aftrek van voorarrest. De verdachte heeft hoger beroep ingesteld. Onderzoek van de zaak Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting. Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. S. Verheijen, en van wat door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.C. Vaders, naar voren is gebracht. De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen. De raadsvrouw heeft ter zake alle feiten de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie in de vervolging van de verdachte bepleit. Subsidiair heeft zij algehele vrijspraak bepleit en meer subsidiair heeft de raadsvrouw een strafmaatverweer gevoerd. Vonnis waarvan beroep Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof (deels) tot andere beslissingen komt. Geldigheid van de inleidende dagvaarding De raadsvrouw heeft, net als in eerste aanleg, bepleit dat de inleidende dagvaarding ten aanzien van het in zaaksdossier SKY [naam verdachte] (tenlastelegging met parketnummer 500.00188/23) ten laste gelegde nietig zal worden verklaard. Zij hebben daartoe aangevoerd dat de tenlastelegging niet voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 285, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (Sv). De transporten c.q. handelingen zijn niet gespecificeerd naar plaats en datum. Dit maakt de tenlastelegging onvoldoende duidelijk en onbegrijpelijk en is het voor de verdachte onmogelijk zich daartegen te verweren. Het Hof is van oordeel dat dit verweer niet kan slagen en overweegt daartoe als volgt. Artikel 285 Sv vereist dat de opgave van het feit dusdanig moet zijn dat de verdachte daaruit redelijkerwijs kan begrijpen waarvan hij wordt verdacht. Hierbij moet ook worden vermeld omstreeks welke tijd en waar het feit begaan zou zijn. Uit vaste rechtspraak blijkt dat dit vereiste moet worden bezien in de context van het onderliggende strafdossier. Van belang is derhalve dat er bij de verdachte bij kennisneming van de feiten en omstandigheden uit het strafdossier redelijkerwijs geen twijfel kan bestaan welke specifieke gedragingen hem worden verweten. Hierbij dient ten aanzien van voorbereidingshandelingen in het kader van de Opiumlandsverordening te worden opgemerkt dat niet vereist is dat reeds bekend is ter voorbereiding of bevordering van welk concreet misdrijf deze handelingen dienen. In de tenlastelegging is voldoende specifiek beschreven tegen welke voorbereidingshandelingen de verdachte zich moet verdedigen. De tenlastelegging bevat de handelingen die de verdachte ter voorbereiding van de delicten uit de Opiumlandsverordening 1960 heeft gepleegd. Deze zijn in hoger beroep – mede in het kader van de transporten van 300 (SKY [naam verdachte]) en 350 kilo (Crow ZD-02) die in de aanhef van dit tenlastegelegde feit zijn genoemd - met de verdachte besproken en hij gaf er blijk van te begrijpen waarvan hij werd verdacht. Het Hof acht de tenlastelegging voldoende gespecificeerd. Normschendingsverweren (mede) strekkend tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie Standpunt verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte, dan wel dat alle SKY ECC-berichten, althans een aantal bevindingen dienaangaande dienen te worden uitgesloten van het bewijs. Samengevat en zakelijk we Het Hof is van oordeel dat op grond van de hiervoor weergegeven feitelijke context moet worden geconcludeerd dat de interceptie van de SKY ECC-gegevens plaatsvond onder de verantwoordelijkheid van de Franse autoriteiten, hetgeen maakt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel met zich brengt dat beslissingen van die Franse autoriteiten die aan het verrichte onderzoek ten grondslag liggen worden gerespecteerd en dat er (ook in de onderhavige zaak) van wordt uitgegaan dat het onderzoek rechtmatig is verricht, nu immers niet is gesteld of gebleken dat in Frankrijk onherroepelijk is komen vast te staan dat dat onderzoek niet in overeenstemming met daarvoor geldende rechtsregels is verricht (vgl. HR 13 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:913). Ook zijn er geen aanwijzingen dat de wijze van verkrijging van de SKY ECC-gegevens afbreuk doet aan de ‘overall fairness’ van de Curaçaose strafprocedure. Verkrijging data SKY ECC-[account] en [account] Curaçaose autoriteiten Uit het dossier leidt het Hof het volgende af. In oktober 2021 stuurden de Curaçaose autoriteiten in onderzoek Themis een rechtshulpverzoek aan de Franse autoriteiten teneinde data te verkrijgen van contacten van de in dat rechtshulpverzoek genoemde SKY ECC-accounts. Het rechtshulpverzoek ging vergezeld van een beschikking van een Curaçaose rechter-commissaris, op vordering van de officier van justitie gegeven. Op 24 januari 2022 besliste een Franse onderzoeksrechter dat data konden worden verstrekt en gebruikt. De data zijn aan het onderzoeksteam Themis toegezonden. Van beperkende voorwaarden ten aanzien van het gebruik van de uit Frankrijk verkregen dataset is niet gebleken. De officier van justitie die de leiding had over onderzoek Themis, heeft op grond van artikel 177kc Sv, de officier van justitie die de leiding had over onderzoek Crow toestemming gegeven om data, waaronder data van SKY-account [account], verkregen in onderzoek Themis, te gebruiken. Ook data behorende bij account [account] bleken zich in de uit Frankrijk verkregen en aan onderzoeksteam Themis verstrekte dataset te bevinden. De officier van justitie van onderzoeksteam Themis gaf toestemming aan onderzoeksteam Crow om de data te gebruiken. Het Hof stelt voorop dat de Curaçaose wet niet als vereiste stelt dat voor het gebruik in een strafzaak in Curaçao van de resultaten van een onderzoek dat op initiatief en onder verantwoordelijkheid van de buitenlandse (in dit geval Franse) autoriteit is verricht, een machtiging van de Curaçaose rechter-commissaris is afgegeven. In dit geval heeft de officier van justitie (in onderzoek Themis) voorafgaand aan het rechtshulpverzoek aan de Franse autoriteiten (wellicht uit het oogpunt van zorgvuldigheid) desgevorderd een beschikking verkregen van de Curaçaose rechter-commissaris op grond van artikel 219 Sv. Gelet op het voorgaande, treft het verweer geen doel. Het Hof is van oordeel dat de voorgaande gang van zaken voldoet aan de vereisten die op grond van de wetgeving van Curaçao en de jurisprudentie daaraan worden gesteld. Van een normschending als bedoeld in artikel 413 Sv is geen sprake. Betrouwbaarheid data Ten aanzien van de betrouwbaarheid van de door de Franse autoriteiten verstrekte gegevens heeft te gelden dat onderzoek dat onder verantwoordelijkheid van buitenlandse autoriteiten is uitgevoerd, op zodanige wijze is verricht dat de resultaten ervan betrouwbaar zijn. De Curaçaose rechter is alleen gehouden de betrouwbaarheid te onderzoeken indien er concrete aanwijzingen bestaan voor het tegendeel. In hetgeen de verdediging naar voren heeft gebracht, ziet het Hof dergelijke concrete aanknopingspunten niet en ook overigens is hiervan niet gebleken. Wel zal het Hof met de nodige behoedzaamheid de beschikbare data beoordelen. Foute vertalingen Het Hof stelt voorop dat de SKY-gesprekken zijn vertaald door beëdigde tolken. Bij het vertalen is altijd discussie mogelijk over de betekenis van de brontaal en de juiste vertaling van die betekenis in de doeltaal. Een vertaling De verdenking komt er – kort en zakelijk weergegeven– op neer dat de verdachte: 500.00042/24 zich in de periode van 23 januari 2020 tot en met 21 februari 2020 in Curaçao als medepleger (opzettelijk) schuldig heeft gemaakt aan de uitvoer uit Curaçao van ongeveer 300 kilo cocaïne ( zaaksdossier SKY[naam verdachte] ); Feit 1 500.00188/23 zich in de periode van 1 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 in Curaçao als medepleger (opzettelijk) schuldig heeft gemaakt aan de uitvoer uit Curaçao van ongeveer 350 kilo cocaïne ( zaaksdossier Crow ZD-02 ); Feit 2 500.00188/23 in de periode van 24 december 2019 tot en met 4 maart 2021 in Curaçao met anderen voorbereidingshandelingen heeft gepleegd voor de (opzettelijke) uitvoer uit Curaçao van verdovende middelen ( zaaksdossier SKY [naam verdachte] ); Bewezenverklaring Het Hof acht – op grond van de inhoud van de (in het geval van cassatie) in een bijlage II bij dit vonnis op te nemen bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 500.00042/24 hij in de periode van 23 januari 2020 tot 21 februari 2020 te Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960, een hoeveelheid van ongeveer 300.000 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960; Feit 1 500.00188/23 hij in de periode van 1 februari 2021 tot en met 4 maart 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft uitgevoerd in de zin van artikel 1 lid 3 van de Opiumlandsverordening 1960, een hoeveelheid van ongeveer 350.000 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde een middel als bedoeld in artikel 1 Opiumlandsverordening 1960; Feit 2 500.00188/23 hij op meer tijdstippen in de periode van 24 december 2019 tot en met 4 maart 2021 te Curaçao, tezamen en in vereniging met anderen, telkens om een feit bedoeld in artikel 3 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten: - het opzettelijk in-, uit- of doorvoeren van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 3 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen en artikel 4 eerste lid onderdeel A van de Opiumlandsverordening 1960, te weten: het opzettelijk in-, uit- of doorvoeren van verdovende middelen zoals genoemd in artikel 4 eerste lid voor te bereiden en/of te bevorderen, zich en een of meer ander(en) gelegenheid, middelen en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen, en voorwerpen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en zijn mededader(s) wisten of ernstige reden hadden om te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van die feiten, hebbende hij, verdachte, en/of zijn mededaders: telefoon(s) voorhanden gehad en al dan niet met die telefoon(s) contacten onderhouden en informatie uitgewisseld en afspraken gemaakt en besprekingen gehad met mededaders over het invoeren en/of uitvoeren van verdovende middelen, en verdovende middelen in een of meer zeecontainer(s) in- en/of uitgeladen, en een of meerdere personen benaderd en/of opdracht gegeven om containerzegels te dupliceren en/of te regelen, en inlichtingen verschaft en/of uitgewisseld met mededader(s) over locaties en/of planning en/of route, en een of meerdere (zee)containers op de juiste positie geplaatst en/of doen plaatsen. Het Hof acht niet bewezen wat de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd; omwille van de leesbaarheid zijn ook wijzigingen aangebracht in de bewezenverklaring ( cursief ). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging. Bewijsoverwegingen en bespreking van verweren Identificatie SKYECC-accounts [account] en [account] De raadsvrouw heeft betoogd dat de verdachte ontkent de gebruiker te Op 24 januari 2020 bericht de verdachte – opnieuw aan SKY-account [account] – dat de container er al is en dat hij die kerel heeft gezegd kleinere tassen te gebruiken. De kerel zei dat het gaat om 14 a 15 zakken. Dus dat is precies goed. De verdachte heeft hem gezegd in elke tas 20 te zetten. Dan is 14 of 15 tassen 300. Op 27 januari 2020 laat de verdachte aan SKY-account [account] weten dat hij – dat is opnieuw degene achter SKY-account [account] – het heeft gehad over driehonderd en als hij meer wil sturen de verdachte moet kijken of dat ding niet te zwaar wordt. Op 28 januari 2020 geeft SKY-account [account] de verdachte opdracht om te beginnen aan het werk aan de zegel. Op 29 januari 2020 bericht de verdachte dat hij het in de nacht van zondag 2 op 3 wil doen. Dit account schrijft op 2 februari 2020 dat de verdachte duidelijke foto’s moet maken van de container en de zegel als zij de deur dicht doen, plus foto’s van de tassen. In vroege ochtend van maandag 3 februari 2020 ontvangt de verdachte van een derde een foto waarop vierkante blokken te zien zijn. Later die ochtend bericht dit contact de verdachte dat de kerels hard gewerkt hebben. Op 5 februari 2020 bericht de verdachte dat hij het afgelopen maandag heeft gedaan, maar het nog niet vertrokken is. Het Hof oordeelt op grond van de bewijsmiddelen dat de verdachte in overleg met degene achter SKY-account [account] 300 kilo cocaïne – de vierkante blokken op de genoemde foto – heeft laten plaatsen in een container die (naar het Hof begrijpt) moet vertrekken uit Curaçao. Daarmee heeft de verdachte samen met anderen zich schuldig gemaakt aan de uitvoer van cocaïne. Crow ZD 02 – uitvoer 350 kilo cocaïne Uit de in de bewijsmiddelen opgenomen SKY-berichten met SKY-account [account] volgt dat de verdachte zegels heeft laten maken en dat hij zich op 2 februari 2021 op de hoogte heeft gesteld van de hoeveelheid tassen die getransporteerd gaan worden. Hieruit kan worden afgeleid dat een transport van verdovende middelen per container zal plaatsvinden. Verder kan worden vastgesteld dat de verdachte die avond dienst had als beveiliger van het haventerrein. Hij stuurt dezelfde avond een bericht aan SKY-account [account] dat hij om 9:30 uur precies wil beginnen. Vervolgens stuurt de verdachte berichten over de te volgen route en benadrukt hij dat de gebruiker van SKY-account [account] het licht uit moet doen. Om 22:18 uur bericht de verdachte dat de auto de spullen heeft gebracht, waarop de verdachte om geld vraagt voor de betaling van de zegels. Vervolgens stuurt SKY-account [account] in een groepschat foto’s van een container, een verbroken zegel, een op de container geplaatst zegel en sporttassen in de container. Hierop is een containernummer gezien waarvan is vastgesteld dat deze op 4 maart 2021 in Rotterdam van boord is gegaan. Dat het om een transport van cocaïne ging volgt reeds uit de hier gevolgde en blijkens het onderzoek Crow veel vaker gebruikte smokkelmethode op de route Curaçao – Rotterdam waarbij de cocaïne in sportassen wordt geplaats achter de deuren van een zeecontainer die van een nieuw zegel zijn voorzien – gemakkelijk bereikbaar voor de uithalers in Rotterdam die op het haventerrein geregeld worden betrapt met sporttassen met cocaïne en niet met andere smokkelwaar. Het Hof concludeert dat de verdachte tezamen met anderen (ongeveer) 350 kilo cocaïne heeft uitgevoerd uit Curaçao. Het Hof gebruikt de processen-verbaal van bevindingen ten aanzien van de camerabeelden niet voor het bewijs evenmin als de verklaringen van (destijds) medeverdachte [medeverdachte 1]. De verweren die daarop betrekking hebben blijven verder onbesproken. Voorbereidingshandelingen Het Hof overweegt dat geen rechtsregel zich verzet tegen het ten laste leggen van voorbereidingshandeling van – kort gezegd - drugstransporten indien daarnaast concrete drugstransporten in dezelfde ten laste gelegde periode als voltooid delict zijn tenlastegelegd (HR 29 april 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0697). Het standp De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde. Oplegging van straf Bij de bepaling van de op te leggen straffen wordt gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder dat is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezenverklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten door de rechter worden opgelegd. Ook heeft het Hof acht geslagen op de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijke rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de Gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor drugsbezit tot 25 kilo als indicatie de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden gegeven. Voor de hoeveelheden als in de zaak van de verdachte bewezen verklaard, zijn geen oriëntatiepunten voorhanden. Het gaat hier (meermalen) om de uitvoer van honderden kilo’s in georganiseerd verband. Het Hof neemt met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde het volgende in beschouwing. De verdachte heeft samen met anderen opzettelijk in twee transporten in een container in totaal 650 kilo cocaïne uit Curaçao uitgevoerd. Daarnaast heeft hij met anderen voorbereidingshandelingen gepleegd voor grootschalige handel (met name export) in verdovende middelen. Dergelijke hoeveelheden zijn van dien aard, dat moet worden aangenomen dat deze hoeveelheden bestemd waren voor verdere verspreiding en handel. De verdachte heeft hiermee een belangrijke bijdrage geleverd aan de instandhouding van het internationale drugscircuit dat gepaard pleegt te gaan met ernstige vormen van geweld en criminaliteit en waarvan een ondermijnend en corrumperend effect uitgaat, waartegen krachtig moet worden opgetreden. Het gebruik van harddrugs is bovendien verslavend en zeer schadelijk voor de volksgezondheid en daar heeft de verdachte aan bijgedragen. De verdachte heeft in ernstige mate misbruik gemaakt van zijn positie als medewerker in de containerhaven. Door zijn handelen heeft de verdachte daardoor het vertrouwen geschaad dat het havenbedrijf in zijn medewerkers pleegt te (mogen) hebben. Uit het onderzoek is voorts aannemelijk geworden dat de verdachte zich heeft laten betalen voor zijn (organiserend) aandeel in de drugssmokkel. Het Hof weegt deze omstandigheden in verzwarende zin mee bij de straftoemeting. Zoals is overwogen heeft het Hof ermee rekening houden dat deze delicten – de transporten van 300 en 350 kilo enerzijds en de voorbereidingshandelingen daartoe anderzijds – (deels) in eendaadse samenloop zijn gepleegd. Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere straf dan een die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt. Het Hof heeft tot slot acht geslagen op hetgeen de verdachte en zijn raadsvrouw naar voren hebben gebracht over zijn persoonlijke omstandigheden. De verdediging heeft benadrukt dat [naam verdachte] first offender is, dat hij financiële verplichtingen heeft die blijven doorlopen en dat zijn gezin door zijn detentie onder grote druk staat, waarbij vooral zijn studerende dochter zwaar wordt belast. Het Hof heeft begrip voor deze omstandigheden. De detentie is evenwel een direct gevolg van de door het Hof bewezenverklaarde ernstige strafbare feiten waaraan de verdachte zich schuldig heeft gemaakt. De gevolgen daarvan komen dan ook geheel voor zijn rekening. De raadsvrouw heeft voorts betoogd dat de in eerste aanleg opgelegde straf te hoog is in vergelijking met straffen elders binnen het Koninkrijk, waarbij zij ter vergelijking enkele Nederlandse strafzaken heeft genoemd. Het Hof overweegt hieromtrent dat