Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-02-14
ECLI:NL:OGHACMB:2025:28
Bestuursrecht
Hoger beroep
4,786 tokens
Inleiding
SXM2024H00117, SXM2024H00118, SXM2024H00119, SXM2024H00120 en SXM2024H00121
Datum uitspraak: 14 februari 2025
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
Elements 5 Productions N.V., gevestigd in Sint Maarten (hierna: Elements),
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 5 augustus 2024 in zaken nrs. SXM202300469, SXM202300470, SXM202300471, SXM202300472 en SXM202300473, in het geding tussen:
appellante,
en
het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekeringen (hierna: USZV)
Procesverloop
Bij vijf afzonderlijke beschikkingen van 17 december 2018 en 28 augustus 2019 heeft USZV aan Elements naheffingsaanslagen premie ziekteverzekering en ongevallenverzekering voor de jaren 2013 tot en met 2017 opgelegd.
Bij beschikking van 15 maart 2021 heeft USZV de door Elements daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard en beslist dat de naheffingsaanslagen worden verminderd tot de daarin vermelde bedragen (hierna: beschikking op bezwaar).
Bij brieven van 24 december 2021 en 24 maart 2023, door het Gerecht aangeduid als: verminderingsaanslagen, heeft USZV medegedeeld dat de naheffingsaanslagen voor de jaren 2013 tot en met 2017 worden verminderd tot de daarin vermelde bedragen.
Bij uitspraak van 5 augustus 2024 (ECLI:NL:OGEAM:2024:51) heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van de door Elements ingestelde beroepen tegen de verminderingsaanslagen voor de jaren 2015, 2016 en 2017. Het beroep tegen de verminderingsaanslag voor 2014 is nietontvankelijk verklaard en het beroep tegen de verminderingsaanslag voor 2013 is gegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Elements hoger beroep ingesteld.
USZV heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaken gevoegd op een zitting behandeld op 21 januari 2025. Elements werd vertegenwoordigd door mr. Q.N. Lont, rechtsbijstandverlener, en USZV werd vertegenwoordigd door mr. M.M. HofmanRuigrok, advocaat.
Overwegingen
Inleiding
1. Elements exploiteert een restaurant in Sint Maarten. Er zijn ongeveer 53 werknemers in dienst. USZV heeft over de jaren 2013 tot en met 2017 een looncontrole gedaan bij Elements ter bepaling van de loonsommen voor de heffing van premie op grond van de Landsverordening ziekteverzekering (hierna: Lzv), de Landsverordening ongevallenverzekering (hierna: Lov) en de Cessantialandsverordening. Om de termijn voor naheffing zeker te stellen, heeft USZV op 17 december 2018 voor het jaar 2013 alvast een (voorlopige) naheffingsaanslag opgelegd van NAf 31.366,52. Van de controle is een conceptlooncontrolerapport vastgesteld waarop Elements op 6 augustus 2018 schriftelijk heeft gereageerd. Daarna is op 26 augustus 2019 een definitief looncontrolerapport vastgesteld. Op basis daarvan zijn de naheffingsaanslagen opgelegd. De naheffing voor het jaar 2013 is gelijk gebleven. Voor het jaar 2014 is een naheffingsaanslag van NAf 41.075,81 opgelegd, voor het jaar 2015 van NAf 45.033,57,-, voor het jaar 2016 van NAf 39.144,64,- en voor het jaar 2017 van NAf 40.710,95.
1.1.
Naar aanleiding van de gemaakte bezwaren heeft USZV de naheffingsaanslagen voor alle controlejaren als volgt verminderd wegens een correctie van de loonsommen na herberekening:- voor het jaar 2013 met NAf 2.718,- verminderd tot NAf 17.141,-;- voor het jaar 2014 met NAf 1.501,- verminderd tot NAf 39.575,-;- voor het jaar 2015 met NAf 1.558,- verminderd tot NAf 43.475,-;- voor het jaar 2016 met NAf 1.441,- verminderd tot NAf 37.704,-, en- voor het jaar 2017 met NAf 5.132,- verminderd tot NAf 35.579,-.Vervolgens zijn op 24 december 2021 voor de jaren 2014 tot en met 2017 verminderingsaanslagen opgelegd. Voor het jaar 2014 is eerst de naheffingsaanslag van NAf 41.075,81 met NAf 1.348,79 verminderd tot NAf 39.726,84. Bij een tweede aanslag is het bedrag met NAf 314,61 verminderd tot NAf 39.412,23. De overige verminderingsaanslagen komen overeen met de in de beschikking op bezwaar opgenomen verminderingsbedragen. Ten slotte is op 24 maart 2023 voor het jaar 2013 een verminderingsaanslag opgelegd waarin de naheffing van NAf 31.366,52 is verminderd met NAf 2.718,23 tot een bedrag van NAf 28.648,29,-.
Aangevallen uitspraak
2. Het Gerecht heeft ambtshalve beoordeeld of het bevoegd is kennis te nemen van de beroepen tegen de verminderingsaanslagen. Onder verwijzing naar de uitspraak van het Hof van 12 juni 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:87, heeft het Gerecht overwogen dat een beslissing geen rechtsgevolg heeft indien de essentialia van de verminderingsaanslagen reeds onderdeel uitmaakten van een eerdere beschikking waartegen een rechtsmiddel kon worden aangewend, in dit geval de beschikking op bezwaar. Voor de jaren 2015, 2016 en 2017 heeft het Gerecht vastgesteld dat in de beschikking op bezwaar alle essentiële onderdelen van de vermindering zijn opgenomen. Die verminderingsaanslagen zijn daarom niet gericht op zelfstandig rechtsgevolg en daarmee zijn het geen beschikkingen in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: Lar). Dat ligt anders voor de jaren 2013 en 2014, omdat de beschikking op bezwaar en de verminderingsaanslagen voor die jaren van elkaar afwijken. Voor 2013 geldt dat USZV weliswaar fouten heeft gemaakt in de bedragen in de beschikking op bezwaar, maar het gaat niet om een kennelijke vergissing die voor Elements direct duidelijk had kunnen en moeten zijn. Die verminderingsaanslag wordt daarom aangemerkt als beschikking. Elements mocht uitgaan van de vermindering zoals vastgelegd in de beschikking op bezwaar van NAf 17.141,-. USZV handelt in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel door daar twee jaar later ten nadele van Elements van terug te komen door de naheffing vast te stellen op NAf 28.648,-. Deze verminderingsaanslag moet worden vernietigd. Nu Elements niet is opgekomen tegen de beschikking op bezwaar en deze dus in rechte onaantastbaar is, is Elements gehouden NAf 17.141,- te betalen als naheffing voor het jaar 2013. Voor het jaar 2014 geldt ook dat USZV fouten heeft gemaakt die niet als kennelijke vergissing duidelijk had kunnen en moeten zijn. Ook die verminderingsaanslag wordt daarom aangemerkt als beschikking. Elements is door de verminderingsaanslag 2014 echter niet in een slechtere positie gekomen, omdat die aanslag lager is (NAf 39.412,-) dan het volgens de beschikking op bezwaar te betalen bedrag (NAf 39.575,-). Elements heeft daarom geen procesbelang bij een uitspraak over de rechtmatigheid van de verminderingsaanslag voor het jaar 2014.
Hoger beroep
3. Het hoger beroep van Elements is erop gericht dat de beschikking op bezwaar alsnog inhoudelijk door de bestuursrechter wordt getoetst. Volgens Elements heeft USZV daarin geen rekening gehouden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Uit de beschikking op bezwaar volgt niet duidelijk op welke punten de bezwaargronden van Elements worden verworpen. De beschikking bevat ook geen duidelijke conclusie. Het heeft ook ruim twee jaar geduurd voordat USZV met verminderingsaanslagen uitvoering heeft gegeven aan de beschikking op bezwaar. Die handelwijze van USZV heeft ertoe geleid dat in Sint Maarten een praktijk is ontstaan waarbij premieplichtigen pas beroep instelden nadat niet alleen de beschikking op bezwaar maar ook de bijbehorende verminderingsaanslag was ontvangen. Ook Elements heeft dat zo gedaan.
3.1.
Het Hof onderschrijft de uitspraak van het Gerecht en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In wat in hoger beroep is aangevoerd ziet het Hof geen aanleiding om, ondanks de in de uitspraak van 12 juni 2024 uitgezette lijn, over te gaan tot een inhoudelijke toetsing van de beschikking op bezwaar. Zelfs als het zo zou zijn dat de praktijk vóór de uitspraak van 12 juni 2024 zo was dat (in een aantal gevallen) pas beroep werd ingesteld wanneer niet alleen de beschikking op bezwaar maar ook de bijbehorende verminderingsaanslag was ontvangen, neemt dat niet weg dat onder de beschikking op bezwaar een duidelijke en juiste rechtsmiddelclausule is opgenomen. Het betoog slaagt niet.
Conclusie
4. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht moet worden bevestigd voor zover deze in hoger beroep is aangevallen.
5. USZV hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de uitspraak van het Gerecht voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025.
Inleiding
SXM2024H00117, SXM2024H00118, SXM2024H00119, SXM2024H00120 en SXM2024H00121
Datum uitspraak: 14 februari 2025
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
Elements 5 Productions N.V., gevestigd in Sint Maarten (hierna: Elements),
appellante,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht) van 5 augustus 2024 in zaken nrs. SXM202300469, SXM202300470, SXM202300471, SXM202300472 en SXM202300473, in het geding tussen:
appellante,
en
het Uitvoeringsorgaan Sociale en Ziektekostenverzekeringen (hierna: USZV)
Procesverloop
Bij vijf afzonderlijke beschikkingen van 17 december 2018 en 28 augustus 2019 heeft USZV aan Elements naheffingsaanslagen premie ziekteverzekering en ongevallenverzekering voor de jaren 2013 tot en met 2017 opgelegd.
Bij beschikking van 15 maart 2021 heeft USZV de door Elements daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard en beslist dat de naheffingsaanslagen worden verminderd tot de daarin vermelde bedragen (hierna: beschikking op bezwaar).
Bij brieven van 24 december 2021 en 24 maart 2023, door het Gerecht aangeduid als: verminderingsaanslagen, heeft USZV medegedeeld dat de naheffingsaanslagen voor de jaren 2013 tot en met 2017 worden verminderd tot de daarin vermelde bedragen.
Bij uitspraak van 5 augustus 2024 (ECLI:NL:OGEAM:2024:51) heeft het Gerecht zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van de door Elements ingestelde beroepen tegen de verminderingsaanslagen voor de jaren 2015, 2016 en 2017. Het beroep tegen de verminderingsaanslag voor 2014 is nietontvankelijk verklaard en het beroep tegen de verminderingsaanslag voor 2013 is gegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft Elements hoger beroep ingesteld.
USZV heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaken gevoegd op een zitting behandeld op 21 januari 2025. Elements werd vertegenwoordigd door mr. Q.N. Lont, rechtsbijstandverlener, en USZV werd vertegenwoordigd door mr. M.M. HofmanRuigrok, advocaat.
Overwegingen
Inleiding
1. Elements exploiteert een restaurant in Sint Maarten. Er zijn ongeveer 53 werknemers in dienst. USZV heeft over de jaren 2013 tot en met 2017 een looncontrole gedaan bij Elements ter bepaling van de loonsommen voor de heffing van premie op grond van de Landsverordening ziekteverzekering (hierna: Lzv), de Landsverordening ongevallenverzekering (hierna: Lov) en de Cessantialandsverordening. Om de termijn voor naheffing zeker te stellen, heeft USZV op 17 december 2018 voor het jaar 2013 alvast een (voorlopige) naheffingsaanslag opgelegd van NAf 31.366,52. Van de controle is een conceptlooncontrolerapport vastgesteld waarop Elements op 6 augustus 2018 schriftelijk heeft gereageerd. Daarna is op 26 augustus 2019 een definitief looncontrolerapport vastgesteld. Op basis daarvan zijn de naheffingsaanslagen opgelegd. De naheffing voor het jaar 2013 is gelijk gebleven. Voor het jaar 2014 is een naheffingsaanslag van NAf 41.075,81 opgelegd, voor het jaar 2015 van NAf 45.033,57,-, voor het jaar 2016 van NAf 39.144,64,- en voor het jaar 2017 van NAf 40.710,95.
1.1.
Naar aanleiding van de gemaakte bezwaren heeft USZV de naheffingsaanslagen voor alle controlejaren als volgt verminderd wegens een correctie van de loonsommen na herberekening:- voor het jaar 2013 met NAf 2.718,- verminderd tot NAf 17.141,-;- voor het jaar 2014 met NAf 1.501,- verminderd tot NAf 39.575,-;- voor het jaar 2015 met NAf 1.558,- verminderd tot NAf 43.475,-;- voor het jaar 2016 met NAf 1.441,- verminderd tot NAf 37.704,-, en- voor het jaar 2017 met NAf 5.132,- verminderd tot NAf 35.579,-.Vervolgens zijn op 24 december 2021 voor de jaren 2014 tot en met 2017 verminderingsaanslagen opgelegd. Voor het jaar 2014 is eerst de naheffingsaanslag van NAf 41.075,81 met NAf 1.348,79 verminderd tot NAf 39.726,84. Bij een tweede aanslag is het bedrag met NAf 314,61 verminderd tot NAf 39.412,23. De overige verminderingsaanslagen komen overeen met de in de beschikking op bezwaar opgenomen verminderingsbedragen. Ten slotte is op 24 maart 2023 voor het jaar 2013 een verminderingsaanslag opgelegd waarin de naheffing van NAf 31.366,52 is verminderd met NAf 2.718,23 tot een bedrag van NAf 28.648,29,-.
Aangevallen uitspraak
2. Het Gerecht heeft ambtshalve beoordeeld of het bevoegd is kennis te nemen van de beroepen tegen de verminderingsaanslagen. Onder verwijzing naar de uitspraak van het Hof van 12 juni 2024, ECLI:NL:OGHACMB:2024:87, heeft het Gerecht overwogen dat een beslissing geen rechtsgevolg heeft indien de essentialia van de verminderingsaanslagen reeds onderdeel uitmaakten van een eerdere beschikking waartegen een rechtsmiddel kon worden aangewend, in dit geval de beschikking op bezwaar. Voor de jaren 2015, 2016 en 2017 heeft het Gerecht vastgesteld dat in de beschikking op bezwaar alle essentiële onderdelen van de vermindering zijn opgenomen. Die verminderingsaanslagen zijn daarom niet gericht op zelfstandig rechtsgevolg en daarmee zijn het geen beschikkingen in de zin van artikel 3, eerste lid, van de Landsverordening administratieve rechtspraak (hierna: Lar). Dat ligt anders voor de jaren 2013 en 2014, omdat de beschikking op bezwaar en de verminderingsaanslagen voor die jaren van elkaar afwijken. Voor 2013 geldt dat USZV weliswaar fouten heeft gemaakt in de bedragen in de beschikking op bezwaar, maar het gaat niet om een kennelijke vergissing die voor Elements direct duidelijk had kunnen en moeten zijn. Die verminderingsaanslag wordt daarom aangemerkt als beschikking. Elements mocht uitgaan van de vermindering zoals vastgelegd in de beschikking op bezwaar van NAf 17.141,-. USZV handelt in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel door daar twee jaar later ten nadele van Elements van terug te komen door de naheffing vast te stellen op NAf 28.648,-. Deze verminderingsaanslag moet worden vernietigd. Nu Elements niet is opgekomen tegen de beschikking op bezwaar en deze dus in rechte onaantastbaar is, is Elements gehouden NAf 17.141,- te betalen als naheffing voor het jaar 2013. Voor het jaar 2014 geldt ook dat USZV fouten heeft gemaakt die niet als kennelijke vergissing duidelijk had kunnen en moeten zijn. Ook die verminderingsaanslag wordt daarom aangemerkt als beschikking. Elements is door de verminderingsaanslag 2014 echter niet in een slechtere positie gekomen, omdat die aanslag lager is (NAf 39.412,-) dan het volgens de beschikking op bezwaar te betalen bedrag (NAf 39.575,-). Elements heeft daarom geen procesbelang bij een uitspraak over de rechtmatigheid van de verminderingsaanslag voor het jaar 2014.
Hoger beroep
3. Het hoger beroep van Elements is erop gericht dat de beschikking op bezwaar alsnog inhoudelijk door de bestuursrechter wordt getoetst. Volgens Elements heeft USZV daarin geen rekening gehouden met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Uit de beschikking op bezwaar volgt niet duidelijk op welke punten de bezwaargronden van Elements worden verworpen. De beschikking bevat ook geen duidelijke conclusie. Het heeft ook ruim twee jaar geduurd voordat USZV met verminderingsaanslagen uitvoering heeft gegeven aan de beschikking op bezwaar. Die handelwijze van USZV heeft ertoe geleid dat in Sint Maarten een praktijk is ontstaan waarbij premieplichtigen pas beroep instelden nadat niet alleen de beschikking op bezwaar maar ook de bijbehorende verminderingsaanslag was ontvangen. Ook Elements heeft dat zo gedaan.
3.1.
Het Hof onderschrijft de uitspraak van het Gerecht en de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. In wat in hoger beroep is aangevoerd ziet het Hof geen aanleiding om, ondanks de in de uitspraak van 12 juni 2024 uitgezette lijn, over te gaan tot een inhoudelijke toetsing van de beschikking op bezwaar. Zelfs als het zo zou zijn dat de praktijk vóór de uitspraak van 12 juni 2024 zo was dat (in een aantal gevallen) pas beroep werd ingesteld wanneer niet alleen de beschikking op bezwaar maar ook de bijbehorende verminderingsaanslag was ontvangen, neemt dat niet weg dat onder de beschikking op bezwaar een duidelijke en juiste rechtsmiddelclausule is opgenomen. Het betoog slaagt niet.
Conclusie
4. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van het Gerecht moet worden bevestigd voor zover deze in hoger beroep is aangevallen.
5. USZV hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de uitspraak van het Gerecht voor zover aangevallen.
Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025.