Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2025-06-11
ECLI:NL:OGHACMB:2025:229
Strafrecht
Hoger beroep
16,666 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H -82/24
Parketnummer: 300.02835/23
Uitspraak: 11 juni 2025 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 7 juni 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in Aruba.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1 en 2, telkens primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 mei 2025.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. P.M.E. Mohamed, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van het Hof. Subsidiair heeft hij een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van doelmatigheid zal het Hof het vonnis in zijn geheel vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007 heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte,
- het zoenen en/of betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in en/of tegen de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en /of gehouden,
welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte
- die [slachtoffer] heeft uitgekleed en/of
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis heeft gepenetreerd en/of
- misbruik en/of gebruik maakt van zijn fysieke overwicht en/of diens ouderlijke gezagsverhouding en/of afhankelijkheidsrelatie:;
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen, subsidiair,
dat hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007 heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit
- het zoenen en/of betasten van bet lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in en/of tegen de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] brengen en/of duwen en/of houden
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid uit
- die [slachtoffer] uitkleden en/of
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis penetreren en/of
- misbruik en/of gebruik maken van zijn fysieke overwicht en/of diens ouderlijke gezagsverhouding en/of afhankelijkheidsrelatie;
2
hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, met [slachtoffer], geboren op 16 december 2007, die de leeftijd van twaalfjaren maar nog met die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte.
- het zoenen en/of betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of gehouden;
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen, subsidiair,
dat hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 Aruba, opzettelijk met [slachtoffer], geboren op 16 december 2007 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit
- het zoenen en/of betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] brengen en/of duwen en/of houden.
Bewezenverklaring
Het Hof acht – op grond van de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:
1primair
hij meermalen in de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, (steeds) door geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte (steeds),
- het lichaam van die [slachtoffer] gezoend en betast en
- zijn penis in de vagina of anus of mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden,
welk geweld of welke andere feitelijkheid (steeds) hierin heeft bestaan dat hij, verdachte,
- die [slachtoffer] heeft uitgekleed en
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis heeft gepenetreerd en
- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en afhankelijkheidsrelatie
2primair
hij meermalen in de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, (steeds) met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte (steeds):
- het lichaam van die [slachtoffer] gezoend en betast en
- zijn penis in de vagina of anus of mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden.
Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.
1.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht van 7 juni 2024 en doet opnieuw recht;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 telkens primair ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L.A. Angela, J.A.W. van ’t Westeinde en H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittings)griffier, en op 11 juni 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Aruba.
Hierna zal, tenzij anders vermeld, telkens worden verwezen naar ambtsedige – en door de desbetreffende verbalisant(en) in de wettelijke vorm opgemaakte – processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Centrale Recherche, Sectie Jeugd- en Zedenpolitie) van 6 februari 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer] en de onderzoeksnaam “Zaak [onderzoeksnaam]”.
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2025, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.
Proces-verbaal van aangifte [aangeefster] d.d. 23 oktober 2023, Bijlage No. 1 van het proces-verbaal.
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 8 augustus 2023, Bijlage No. 2 van het proces-verbaal.
Proces-verbaal bevinding en vertaling Whatsapp d.d. 17 november 2023, Bijlage 14 van het proces-verbaal.
Inleiding
Zaaknummer: H -82/24
Parketnummer: 300.02835/23
Uitspraak: 11 juni 2025 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 7 juni 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in Aruba.
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1 en 2, telkens primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 mei 2025.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman, mr. P.M.E. Mohamed, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde feit. Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van het Hof. Subsidiair heeft hij een strafmaatverweer gevoerd.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof kan zich op onderdelen niet met het vonnis waarvan beroep verenigen. Om redenen van doelmatigheid zal het Hof het vonnis in zijn geheel vernietigen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
1hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007 heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte,
- het zoenen en/of betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in en/of tegen de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en /of gehouden,
welk geweld of die andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat hij, verdachte
- die [slachtoffer] heeft uitgekleed en/of
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis heeft gepenetreerd en/of
- misbruik en/of gebruik maakt van zijn fysieke overwicht en/of diens ouderlijke gezagsverhouding en/of afhankelijkheidsrelatie:;
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen, subsidiair,
dat hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba,
door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007 heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit
- het zoenen en/of betasten van bet lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in en/of tegen de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] brengen en/of duwen en/of houden
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheid uit
- die [slachtoffer] uitkleden en/of
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis penetreren en/of
- misbruik en/of gebruik maken van zijn fysieke overwicht en/of diens ouderlijke gezagsverhouding en/of afhankelijkheidsrelatie;
2
hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, met [slachtoffer], geboren op 16 december 2007, die de leeftijd van twaalfjaren maar nog met die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte.
- het zoenen en/of betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] gebracht en/of geduwd en/of gehouden;
althans indien ten aanzien van het vorenstaande geen veroordeling mocht (kunnen) volgen, subsidiair,
dat hij meermalen in of omstreeks de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 Aruba, opzettelijk met [slachtoffer], geboren op 16 december 2007 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit
- het zoenen en/of betasten van het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- zijn penis in de vagina en/of anus en/of mond van die [slachtoffer] brengen en/of duwen en/of houden.
Bewezenverklaring
Het Hof acht – op grond van de bewijsmiddelen en de nadere bewijsoverwegingen – wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 primair ten laste heeft begaan, met dien verstande dat:
1primair
hij meermalen in de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, (steeds) door geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte (steeds),
- het lichaam van die [slachtoffer] gezoend en betast en
- zijn penis in de vagina of anus of mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden,
welk geweld of welke andere feitelijkheid (steeds) hierin heeft bestaan dat hij, verdachte,
- die [slachtoffer] heeft uitgekleed en
- onverhoeds het (ontblote) lichaam van die [slachtoffer] met zijn penis heeft gepenetreerd en
- misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht en afhankelijkheidsrelatie
2primair
hij meermalen in de maand februari 2023 tot en met de maand oktober 2023 in Aruba, (steeds) met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 2007, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende hij, verdachte (steeds):
- het lichaam van die [slachtoffer] gezoend en betast en
- zijn penis in de vagina of anus of mond van die [slachtoffer] gebracht en gehouden.
Het Hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Bewijsmiddelen
Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, op de feiten en omstandigheden die in de hierna volgende bewijsmiddelen zijn vervat en redengevend zijn voor de bewezenverklaring.
Voorts wordt opgemerkt dat in de bewijsmiddelen geen (expliciete) landsaanduiding is opgenomen, maar dat algemeen bekend is dat de in die bewijsmiddelen wel opgenomen plaatsen zijn gelegen in Aruba.
1.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van het Gerecht van 7 juni 2024 en doet opnieuw recht;
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 en 2 telkens primair ten laste gelegde feiten heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij;
kwalificeert het bewezen verklaarde als hiervoor omschreven;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) jaren;
beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L.A. Angela, J.A.W. van ’t Westeinde en H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. T.M.A.D. de Lanoy, (zittings)griffier, en op 11 juni 2025 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao met een directe beeld- en geluidsverbinding met het gerechtsgebouw in Aruba.
Hierna zal, tenzij anders vermeld, telkens worden verwezen naar ambtsedige – en door de desbetreffende verbalisant(en) in de wettelijke vorm opgemaakte – processen-verbaal en overige geschriften, die als bijlagen zijn opgenomen in het eindproces-verbaal van het Korps Politie Aruba (Divisie Centrale Recherche, Sectie Jeugd- en Zedenpolitie) van 6 februari 2024, geregistreerd onder proces-verbaalnummer [proces-verbaalnummer] en de onderzoeksnaam “Zaak [onderzoeksnaam]”.
Verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2025, zoals die eventueel later – indien tegen dit vonnis beroep in cassatie wordt ingesteld – in het proces-verbaal van die terechtzitting zal worden weergegeven.
Proces-verbaal van aangifte [aangeefster] d.d. 23 oktober 2023, Bijlage No. 1 van het proces-verbaal.
Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] d.d. 8 augustus 2023, Bijlage No. 2 van het proces-verbaal.
Proces-verbaal bevinding en vertaling Whatsapp d.d. 17 november 2023, Bijlage 14 van het proces-verbaal.
Inleiding
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op 21 mei 2025, voor zover inhoudende:
“Het klopt dat ik in de tenlastegelegde periode meerdere keren ontucht heb gepleegd met [slachtoffer]. De ontuchtige handelingen bestonden uit het zoenen, het betasten van haar lichaam, het brengen van mijn penis in haar mond en het hebben van zowel vaginale als anale seks.“
2. Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] d.d. 23 oktober 2023, voor zover inhoudende, haar verklaring, zakelijk weergegeven:
“Vandaag, 21 oktober 2023, doe ik aangifte van seksueel misbruik van mijn dochter, [slachtoffer], tegen haar peetvader [de verdachte] (het Hof begrijpt: de verdachte). Mijn broer, [broer van de aangeefster], gebruikt elke middag de laptop van [slachtoffer] voor zijn online schooling. De echtgenote van mijn broer, [de echtgenote van de broer van de aangeefster], zag enkele Whatsappberichten op de laptop afkomstig van een contact, genaamd [de verdachte] (het Hof begrijpt: de verdachte), aan [slachtoffer]. [de echtgenote van de broer van de aangeefster] merkte dat er iets niet goed was met die berichten en heeft het aan [de broer van de aangeefster] gezegd. Toen [slachtoffer] thuiskwam vroeg [broer van de aangeefster] aan haar wat er gaande was tussen haar peetvader en haar. Zij boog haar hoofd naar beneden en begon te huilen. Zij vertelde dat zij vanmorgen (het Hof begrijpt: 21 oktober 2023) nog seksuele relatie met haar peetvader heeft gehad. [de verdachte] woont in [wijk]. Mijn dochter gaat elke vrijdag tot zondag naar [de verdachte] om op zijn twee dochters, van 10 en 1 jaar oud, te passen. De woning van [de verdachte] heeft twee slaapkamers. Mijn dochter is een meisje en [de verdachte] is een man.“
3. Een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 21 oktober 2023, voor zover inhoudende, haar verklaring, zakelijk weergegeven:
“Ik overnacht elke vrijdag tot zondag bij het huis van mijn peetvader en zijn echtgenote. Ik pas op hun twee dochters. Het huis heeft twee slaapkamers. Ik slaap in een slaapkamer samen met de oudste dochter, en de jongste dochter slaapt in de slaapkamer met haar ouders. De echtgenote zei altijd tegen mij om naar de slaapkamer waar de baby slaapt te gaan wanneer ik opsta, zodat ik haar kan horen wanneer ze huilt. Vandaag (het Hof begrijpt: 21 oktober 2023), toen ik in de slaapkamer van de baby was, kreeg ik een bericht van mijn peetvader waarin hij vroeg of zijn kinderen wakker waren. Ik antwoordde dat ze nog niet wakker waren. Hierna berichtte hij me dat ik naar de keuken moest komen. Ik antwoordde “nee”. Daarna was hij in de slaapkamer gekomen. Ik lag op mijn rug op het bed en hij trok mij aan mijn hand om me te laten zitten. Ik liep toen met hem naar de keuken. Eerst begon hij met mij te praten. Daarna is het gebeurd. Ik had mijn pyjama nog aan. Hij pakte mijn hand en liet mij tegen de muur staan, met mijn gezicht naar de muur toe. Hij deed mijn broek naar beneden. Hij ging toen bij de deur van de slaapkamer van zijn oudste dochter staan om te kijken of zij wakker was. Daarna keerde hij terug in de keuken en deed zijn spijkerbroek naar beneden. Ik draaide mijn hoofd om en zei “nee”. Hij bleef stil en zei niets tegen me. Ik had mijn handen tegen de muur en hij stond achter mij. Hierna begon hij mij anaal te penetreren, terwijl hij mij aan mijn heup vasthield. Het duurde een of twee minuten en hij kwam klaar. Hij kwam buiten mijn anus op mijn achterwerk klaar. Hij zei toen dat ik mijn broek omhoog moest trekken. Ik ging hierna eerst mijn achterwerk schoonmaken en daarna ben ik gaan baden. Ik heb zijn penis niet gezien, maar hij heeft geen condoom gebruikt.
Hij heeft meer dan vijf keren seks met mij gehad. Het gebeurde in de keuken, in de slaapkamer van zijn dochter of in zijn slaapkamer. Bijna nooit wilde ik dat gaan doen, maar hij drong altijd aan. Ik heb dit tegen niemand gezegd.
De eerste keer dat hij seks met mij hield was in februari van dit jaar (het Hof begrijpt: 2023). Het is gebeurd in de slaapkamer van zijn dochter. Volgens mij waren mijn peetvader, zijn dochters en ik in de slaapkamer van zijn dochter. De dochter is op een gegeven moment naar een vriendin gegaan en mijn peetvader is de baby in de wieg in zijn slaapkamer gaan leggen. Hij pakte toen mijn hand en had mij naar de slaapkamer van zijn dochter gebracht. Daar heeft hij mij gezegd om mijn broek uit te trekken. Dat heb ik niet gedaan. Hij liet mij op het bed op mijn rug gaan liggen. Hij heeft toen mijn broek uitgetrokken en daarna zijn eigen broek. Hij kwam op mij liggen. Ik had beide handen gebald en hij forceerde mijn twee handen open en hield mijn twee handen vast op het bed. Daarna penetreerde hij mij met zijn penis in mijn vagina. Ik voelde een beetje pijn. Ik heb niks tegen hem gezegd. Toen ik wilde schreeuwen zei hij om mijn mond dicht te houden en niet te schreeuwen, zodat niemand erachter zou komen. Ik was toen bang. Ik had niet om hulp geschreeuwd. Ik wilde de baby ook niet laten schrikken. Hij stopte nadat ik had gezegd “Ja, stop.” Ik kan me niet herinneren of hij toen was klaargekomen. Hierna zei hij tegen mij om te gaan baden.
De tweede keer is het volgens mij in zijn slaapkamer gebeurd. Hij liet mij op mijn rechterzij op zijn bed liggen en hij ging achter mij liggen. Hij deed de deken over ons, trok mijn broek naar beneden en penetreerde mij. De baby, die toen vijf maanden oud was, sliep op dat moment op het bed en mijn peetvader pakte mijn hand en bracht mij naar de badkamer. Daar heeft mij me in mijn anus gepenetreerd. Volgens mij duurde dat 1 minuut. Hij stopte omdat hij moest gaan werken.
De laatste keer heeft de meeste impact op mij gehad, omdat hij mij toen heel hard heeft gepenetreerd en ik meer pijn heb gevoeld. Het is niet goed wat hij met mij deed.“
4. Een proces-verbaal van bevinding en vertaling van Whatsappberichten d.d. 17 november 2023, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
In het lopend onderzoek tegen de verdachte werd op 15 november 2023 een mobiele telefoon, merk Galaxy a02s, inbeslaggenomen. Op 17 november 2023 werd door mij, verbalisant, onderzoek gedaan naar de inhoud van die telefoon (vastgelegd op een USB-stick). Daarbij werden Whatsappgesprekken (in het Spaans) tussen de verdachte met telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] en het slachtoffer met telefoonnummer [telefoonnummer slachtoffer] aangetroffen.
Inleiding
De verklaring van de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep op 21 mei 2025, voor zover inhoudende:
“Het klopt dat ik in de tenlastegelegde periode meerdere keren ontucht heb gepleegd met [slachtoffer]. De ontuchtige handelingen bestonden uit het zoenen, het betasten van haar lichaam, het brengen van mijn penis in haar mond en het hebben van zowel vaginale als anale seks.“
2. Een proces-verbaal van aangifte van [aangeefster] d.d. 23 oktober 2023, voor zover inhoudende, haar verklaring, zakelijk weergegeven:
“Vandaag, 21 oktober 2023, doe ik aangifte van seksueel misbruik van mijn dochter, [slachtoffer], tegen haar peetvader [de verdachte] (het Hof begrijpt: de verdachte). Mijn broer, [broer van de aangeefster], gebruikt elke middag de laptop van [slachtoffer] voor zijn online schooling. De echtgenote van mijn broer, [de echtgenote van de broer van de aangeefster], zag enkele Whatsappberichten op de laptop afkomstig van een contact, genaamd [de verdachte] (het Hof begrijpt: de verdachte), aan [slachtoffer]. [de echtgenote van de broer van de aangeefster] merkte dat er iets niet goed was met die berichten en heeft het aan [de broer van de aangeefster] gezegd. Toen [slachtoffer] thuiskwam vroeg [broer van de aangeefster] aan haar wat er gaande was tussen haar peetvader en haar. Zij boog haar hoofd naar beneden en begon te huilen. Zij vertelde dat zij vanmorgen (het Hof begrijpt: 21 oktober 2023) nog seksuele relatie met haar peetvader heeft gehad. [de verdachte] woont in [wijk]. Mijn dochter gaat elke vrijdag tot zondag naar [de verdachte] om op zijn twee dochters, van 10 en 1 jaar oud, te passen. De woning van [de verdachte] heeft twee slaapkamers. Mijn dochter is een meisje en [de verdachte] is een man.“
3. Een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer] d.d. 21 oktober 2023, voor zover inhoudende, haar verklaring, zakelijk weergegeven:
“Ik overnacht elke vrijdag tot zondag bij het huis van mijn peetvader en zijn echtgenote. Ik pas op hun twee dochters. Het huis heeft twee slaapkamers. Ik slaap in een slaapkamer samen met de oudste dochter, en de jongste dochter slaapt in de slaapkamer met haar ouders. De echtgenote zei altijd tegen mij om naar de slaapkamer waar de baby slaapt te gaan wanneer ik opsta, zodat ik haar kan horen wanneer ze huilt. Vandaag (het Hof begrijpt: 21 oktober 2023), toen ik in de slaapkamer van de baby was, kreeg ik een bericht van mijn peetvader waarin hij vroeg of zijn kinderen wakker waren. Ik antwoordde dat ze nog niet wakker waren. Hierna berichtte hij me dat ik naar de keuken moest komen. Ik antwoordde “nee”. Daarna was hij in de slaapkamer gekomen. Ik lag op mijn rug op het bed en hij trok mij aan mijn hand om me te laten zitten. Ik liep toen met hem naar de keuken. Eerst begon hij met mij te praten. Daarna is het gebeurd. Ik had mijn pyjama nog aan. Hij pakte mijn hand en liet mij tegen de muur staan, met mijn gezicht naar de muur toe. Hij deed mijn broek naar beneden. Hij ging toen bij de deur van de slaapkamer van zijn oudste dochter staan om te kijken of zij wakker was. Daarna keerde hij terug in de keuken en deed zijn spijkerbroek naar beneden. Ik draaide mijn hoofd om en zei “nee”. Hij bleef stil en zei niets tegen me. Ik had mijn handen tegen de muur en hij stond achter mij. Hierna begon hij mij anaal te penetreren, terwijl hij mij aan mijn heup vasthield. Het duurde een of twee minuten en hij kwam klaar. Hij kwam buiten mijn anus op mijn achterwerk klaar. Hij zei toen dat ik mijn broek omhoog moest trekken. Ik ging hierna eerst mijn achterwerk schoonmaken en daarna ben ik gaan baden. Ik heb zijn penis niet gezien, maar hij heeft geen condoom gebruikt.
Hij heeft meer dan vijf keren seks met mij gehad. Het gebeurde in de keuken, in de slaapkamer van zijn dochter of in zijn slaapkamer. Bijna nooit wilde ik dat gaan doen, maar hij drong altijd aan. Ik heb dit tegen niemand gezegd.
De eerste keer dat hij seks met mij hield was in februari van dit jaar (het Hof begrijpt: 2023). Het is gebeurd in de slaapkamer van zijn dochter. Volgens mij waren mijn peetvader, zijn dochters en ik in de slaapkamer van zijn dochter. De dochter is op een gegeven moment naar een vriendin gegaan en mijn peetvader is de baby in de wieg in zijn slaapkamer gaan leggen. Hij pakte toen mijn hand en had mij naar de slaapkamer van zijn dochter gebracht. Daar heeft hij mij gezegd om mijn broek uit te trekken. Dat heb ik niet gedaan. Hij liet mij op het bed op mijn rug gaan liggen. Hij heeft toen mijn broek uitgetrokken en daarna zijn eigen broek. Hij kwam op mij liggen. Ik had beide handen gebald en hij forceerde mijn twee handen open en hield mijn twee handen vast op het bed. Daarna penetreerde hij mij met zijn penis in mijn vagina. Ik voelde een beetje pijn. Ik heb niks tegen hem gezegd. Toen ik wilde schreeuwen zei hij om mijn mond dicht te houden en niet te schreeuwen, zodat niemand erachter zou komen. Ik was toen bang. Ik had niet om hulp geschreeuwd. Ik wilde de baby ook niet laten schrikken. Hij stopte nadat ik had gezegd “Ja, stop.” Ik kan me niet herinneren of hij toen was klaargekomen. Hierna zei hij tegen mij om te gaan baden.
De tweede keer is het volgens mij in zijn slaapkamer gebeurd. Hij liet mij op mijn rechterzij op zijn bed liggen en hij ging achter mij liggen. Hij deed de deken over ons, trok mijn broek naar beneden en penetreerde mij. De baby, die toen vijf maanden oud was, sliep op dat moment op het bed en mijn peetvader pakte mijn hand en bracht mij naar de badkamer. Daar heeft mij me in mijn anus gepenetreerd. Volgens mij duurde dat 1 minuut. Hij stopte omdat hij moest gaan werken.
De laatste keer heeft de meeste impact op mij gehad, omdat hij mij toen heel hard heeft gepenetreerd en ik meer pijn heb gevoeld. Het is niet goed wat hij met mij deed.“
4. Een proces-verbaal van bevinding en vertaling van Whatsappberichten d.d. 17 november 2023, voor zover inhoudende het relaas van de verbalisant, zakelijk weergegeven:
In het lopend onderzoek tegen de verdachte werd op 15 november 2023 een mobiele telefoon, merk Galaxy a02s, inbeslaggenomen. Op 17 november 2023 werd door mij, verbalisant, onderzoek gedaan naar de inhoud van die telefoon (vastgelegd op een USB-stick). Daarbij werden Whatsappgesprekken (in het Spaans) tussen de verdachte met telefoonnummer [telefoonnummer verdachte] en het slachtoffer met telefoonnummer [telefoonnummer slachtoffer] aangetroffen.
Inleiding
De gesprekken zijn hieronder (in het Nederlands) vermeld:
“
20 juli 2023
[verdachte] (het Hof: in het vervolg verdachte): Stuur me een foto
[slachtoffer] (het Hof: in het vervolg slachtoffer): Nee
verdachte: Daar
slachtoffer: Ik kan niet
verdachte: Waarom niet
slachtoffer: Het is dat ik met bloed ben (bloed Emoji)
verdachte: Echt waar
slachtoffer: Ik had het je gisteren al gezegd
verdachte: Maar jouw borsten
slachtoffer: Nee
verdachte: Ik wil dat je me pijpt zoals je het doet
slachtoffer: Nee
verdachte: Je doet het heel lekker
verdachte: Jouw kleine mond is erg heet
slachtoffer: Nee
verdachte: Vijf minuten
slachtoffer: Vijf niet
slachtoffer: Een
verdachte: Drie
slachtoffer: Een
verdachte: Maar ik eet jouw hele lichaampje op
verdachte: Die twee heerlijke kuiltjes
slachtoffer: Nee
verdachte: Je houdt er van
slachtoffer: Nee
19 oktober 2023
verdachte: Ik heb zin
slachtoffer: Mmm
verdachte: Serieus
slachtoffer: Mmm
verdachte: Serieus zeg ik
slachtoffer: Ik zeg het ook serieus
verdachte: Je hebt er ook zin in
slachtoffer: Nee
verdachte: Ja
verdachte: Morgen zullen we het doen
slachtoffer: Nee
verdachte: Daar
slachtoffer: Nee
verdachte: Ja
verdachte: Alsjeblieft
slachtoffer: Nee
“
Bewijsoverwegingen
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde, verkrachting, dient te worden vrijgesproken, omdat hij het slachtoffer niet heeft gedwongen tot het ondergaan van de daarin beschreven seksuele handelingen.
De vraag die dus aan het Hof voorligt, is of het slachtoffer is gedwongen tot het ondergaan van voormelde seksuele handelingen. De verklaring van het slachtoffer wijkt op dit punt af van de verklaring van de verdachte. Volgens de verdachte vond de seks namelijk plaats uit vrije wil van het slachtoffer. Er was sprake van een mooie relatie, aldus de verdachte.
Ter beantwoording van de vraag of sprake is geweest van dwang stelt het Hof voorop dat sprake moet zijn geweest van (bedreiging met) geweld dan wel een andere feitelijkheid.
Van door een ‘feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’ van het slachtoffer als bedoeld in art. 2:197 Sr kan slechts sprake zijn als de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn of haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen als hiervoor bedoeld kan sprake zijn als de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in zijn algemeenheid beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval (o.a. HR 14-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:865).
Verder is van belang dat op grond van artikel 385, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Met het oog op de waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, mag de rechter daarom niet tot een bewezenverklaring komen als de feiten en omstandigheden waarover die ene getuige heeft verklaard op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
Daarnaast is het zo, dat niet aan elk onderdeel van de tenlastelegging twee bewijsmiddelen ten grondslag hoeven te worden gelegd.
Het slachtoffer heeft een gedetailleerde en authentieke verklaring afgelegd, zowel over de door de verdachte verrichte seksuele handelingen, als over de door haar ervaren dwang.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard de seksuele handelingen bij het slachtoffer te hebben verricht. In zoverre ondersteunt hij dus zelf op belangrijke onderdelen de verklaring van het slachtoffer. Daarnaast wordt haar verklaring dat zij de seks niet wilde, in belangrijke mate ondersteund door de hiervoor aangehaalde en voor het bewijs gebezigde whatsapp-gesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer.
De verdediging heeft in de kern genomen de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer niet betwist. Enkel heeft de verdachte verklaard dat het slachtoffer (in zijn beleving) instemde met de seksuele handelingen. Desgevraagd ter zitting in hoger beroep heeft hij dat niet nader kunnen onderbouwen. Het dossier biedt daar ook geen steun voor.
In tegendeel. Uit de verklaring van het slachtoffer volgt dat de verdachte haar benaderde, bij de hand nam naar een ruimte waar hij seks met haar wilde hebben, haar – de eerste keer – op het bed heeft gehouden door haar handen te spreiden en op het bed te drukken en haar onverhoeds te penetreren. Over het laatste geval heeft zij verklaard dat de verdachte haar vanuit de slaapkamer naar de keuken heeft geleid, dat zij met haar handen tegen de muur moest staan, dat hij haar broek naar beneden trok terwijl zij met haar gezicht naar de muur stond en penetreerde, dat dit heel pijnlijk was omdat het zo hard was. Het Hof beoordeelt deze gevallen als het verrichten van seksuele handelingen met geweld (waardoor zij die handelingen heeft (moeten) ondergaan).
Daarnaast stelt het Hof vast dat (steeds) sprake is geweest van meerdere feiten en omstandigheden die maken dat geen sprake was van een gelijkwaardige verhouding. Het slachtoffer zag de verdachte als haar ‘padrino’, ze verbleef wekelijks meerdere dagen in zijn woning als oppas, het leeftijdsverschil is 23 jaar en, zo blijkt bijvoorbeeld uit haar verklaring over het eerste voorval, ze wilde schreeuwen, maar dat mocht niet, want dan zou de baby wakker worden. Ze was bang, maar wilde de baby ook niet wakker maken. Er was gezien deze feiten en omstandigheden naar het oordeel van het Hof sprake van overwicht van de verdachte op het slachtoffer. Hij heeft daar misbruik van gemaakt.
Ook uit de whatsapp-gesprekken heeft de verdachte klip en klaar kunnen en ook moeten afleiden dat het slachtoffer niet instemde met de door hem gewenste en verrichte seksuele handelingen.
Naar het oordeel van het Hof heeft de verdachte door (gebruik van) genoemde feitelijkheden opzettelijk veroorzaakt dat het slachtoffer de seksuele handelingen heeft ondergaan. Het slachtoffer bevond zich gezien alle omstandigheden van het geval in een zodanige door de verdachte veroorzaakte (bedreigende) situatie dat zij zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken.
Inleiding
De gesprekken zijn hieronder (in het Nederlands) vermeld:
“
20 juli 2023
[verdachte] (het Hof: in het vervolg verdachte): Stuur me een foto
[slachtoffer] (het Hof: in het vervolg slachtoffer): Nee
verdachte: Daar
slachtoffer: Ik kan niet
verdachte: Waarom niet
slachtoffer: Het is dat ik met bloed ben (bloed Emoji)
verdachte: Echt waar
slachtoffer: Ik had het je gisteren al gezegd
verdachte: Maar jouw borsten
slachtoffer: Nee
verdachte: Ik wil dat je me pijpt zoals je het doet
slachtoffer: Nee
verdachte: Je doet het heel lekker
verdachte: Jouw kleine mond is erg heet
slachtoffer: Nee
verdachte: Vijf minuten
slachtoffer: Vijf niet
slachtoffer: Een
verdachte: Drie
slachtoffer: Een
verdachte: Maar ik eet jouw hele lichaampje op
verdachte: Die twee heerlijke kuiltjes
slachtoffer: Nee
verdachte: Je houdt er van
slachtoffer: Nee
19 oktober 2023
verdachte: Ik heb zin
slachtoffer: Mmm
verdachte: Serieus
slachtoffer: Mmm
verdachte: Serieus zeg ik
slachtoffer: Ik zeg het ook serieus
verdachte: Je hebt er ook zin in
slachtoffer: Nee
verdachte: Ja
verdachte: Morgen zullen we het doen
slachtoffer: Nee
verdachte: Daar
slachtoffer: Nee
verdachte: Ja
verdachte: Alsjeblieft
slachtoffer: Nee
“
Bewijsoverwegingen
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde, verkrachting, dient te worden vrijgesproken, omdat hij het slachtoffer niet heeft gedwongen tot het ondergaan van de daarin beschreven seksuele handelingen.
De vraag die dus aan het Hof voorligt, is of het slachtoffer is gedwongen tot het ondergaan van voormelde seksuele handelingen. De verklaring van het slachtoffer wijkt op dit punt af van de verklaring van de verdachte. Volgens de verdachte vond de seks namelijk plaats uit vrije wil van het slachtoffer. Er was sprake van een mooie relatie, aldus de verdachte.
Ter beantwoording van de vraag of sprake is geweest van dwang stelt het Hof voorop dat sprake moet zijn geweest van (bedreiging met) geweld dan wel een andere feitelijkheid.
Van door een ‘feitelijkheid dwingen tot het ondergaan van handelingen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam’ van het slachtoffer als bedoeld in art. 2:197 Sr kan slechts sprake zijn als de verdachte door die feitelijkheid opzettelijk heeft veroorzaakt dat het slachtoffer die handelingen tegen zijn of haar wil heeft ondergaan. Van door een feitelijkheid dwingen als hiervoor bedoeld kan sprake zijn als de verdachte opzettelijk een zodanige psychische druk heeft uitgeoefend of het slachtoffer in een zodanige afhankelijkheidssituatie heeft gebracht dat het slachtoffer zich daardoor naar redelijke verwachting niet tegen die handelingen heeft kunnen verzetten, of dat de verdachte het slachtoffer heeft gebracht in een zodanige door hem veroorzaakte (bedreigende) situatie dat het slachtoffer zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken. Of die dwang zich heeft voorgedaan, laat zich niet in zijn algemeenheid beantwoorden, maar hangt af van de concrete omstandigheden van het geval (o.a. HR 14-06-2022, ECLI:NL:HR:2022:865).
Verder is van belang dat op grond van artikel 385, derde lid van het Wetboek van Strafvordering, het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend kan worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Met het oog op de waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, mag de rechter daarom niet tot een bewezenverklaring komen als de feiten en omstandigheden waarover die ene getuige heeft verklaard op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.
Daarnaast is het zo, dat niet aan elk onderdeel van de tenlastelegging twee bewijsmiddelen ten grondslag hoeven te worden gelegd.
Het slachtoffer heeft een gedetailleerde en authentieke verklaring afgelegd, zowel over de door de verdachte verrichte seksuele handelingen, als over de door haar ervaren dwang.
De verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard de seksuele handelingen bij het slachtoffer te hebben verricht. In zoverre ondersteunt hij dus zelf op belangrijke onderdelen de verklaring van het slachtoffer. Daarnaast wordt haar verklaring dat zij de seks niet wilde, in belangrijke mate ondersteund door de hiervoor aangehaalde en voor het bewijs gebezigde whatsapp-gesprekken tussen de verdachte en het slachtoffer.
De verdediging heeft in de kern genomen de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer niet betwist. Enkel heeft de verdachte verklaard dat het slachtoffer (in zijn beleving) instemde met de seksuele handelingen. Desgevraagd ter zitting in hoger beroep heeft hij dat niet nader kunnen onderbouwen. Het dossier biedt daar ook geen steun voor.
In tegendeel. Uit de verklaring van het slachtoffer volgt dat de verdachte haar benaderde, bij de hand nam naar een ruimte waar hij seks met haar wilde hebben, haar – de eerste keer – op het bed heeft gehouden door haar handen te spreiden en op het bed te drukken en haar onverhoeds te penetreren. Over het laatste geval heeft zij verklaard dat de verdachte haar vanuit de slaapkamer naar de keuken heeft geleid, dat zij met haar handen tegen de muur moest staan, dat hij haar broek naar beneden trok terwijl zij met haar gezicht naar de muur stond en penetreerde, dat dit heel pijnlijk was omdat het zo hard was. Het Hof beoordeelt deze gevallen als het verrichten van seksuele handelingen met geweld (waardoor zij die handelingen heeft (moeten) ondergaan).
Daarnaast stelt het Hof vast dat (steeds) sprake is geweest van meerdere feiten en omstandigheden die maken dat geen sprake was van een gelijkwaardige verhouding. Het slachtoffer zag de verdachte als haar ‘padrino’, ze verbleef wekelijks meerdere dagen in zijn woning als oppas, het leeftijdsverschil is 23 jaar en, zo blijkt bijvoorbeeld uit haar verklaring over het eerste voorval, ze wilde schreeuwen, maar dat mocht niet, want dan zou de baby wakker worden. Ze was bang, maar wilde de baby ook niet wakker maken. Er was gezien deze feiten en omstandigheden naar het oordeel van het Hof sprake van overwicht van de verdachte op het slachtoffer. Hij heeft daar misbruik van gemaakt.
Ook uit de whatsapp-gesprekken heeft de verdachte klip en klaar kunnen en ook moeten afleiden dat het slachtoffer niet instemde met de door hem gewenste en verrichte seksuele handelingen.
Naar het oordeel van het Hof heeft de verdachte door (gebruik van) genoemde feitelijkheden opzettelijk veroorzaakt dat het slachtoffer de seksuele handelingen heeft ondergaan. Het slachtoffer bevond zich gezien alle omstandigheden van het geval in een zodanige door de verdachte veroorzaakte (bedreigende) situatie dat zij zich naar redelijke verwachting niet aan die handelingen heeft kunnen onttrekken.
Inleiding
Het Hof concludeert dat de verdachte het slachtoffer niet alleen met geweld maar ook met andere feitelijkheden meermalen heeft gedwongen seksuele handelingen te ondergaan.
Het verweer wordt verworpen.
Het Hof acht ook feit 1 wettig en overtuigend bewezen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba en het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:200 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het Hof stelt vast dat deze bewezen verklaarde feiten in eendaadse samenloop zijn begaan.
Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde wordt daarom als volgt gekwalificeerd:
De eendaadse samenloop van
verkrachting, meermalen gepleegd
en
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde
wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft gedurende een periode van acht maanden ontuchtige handelingen gepleegd met het minderjarige slachtoffer, een destijds vijftienjarig meisje dat elk weekend naar zijn woning kwam om op zijn twee jonge dochters te passen en dat hem als haar peetvader zag. De ontuchtige handelingen bestonden mede uit het seksueel binnendringen bij het slachtoffer.
De verdachte heeft absoluut geen rekening gehouden met de belangen, de gevoelens en het welzijn van het slachtoffer en uitsluitend gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het vertrouwen dat zij in hem als ‘peetvader’ mocht hebben, heeft hij ook ernstig geschaad. Het valt de verdachte vooral te verwijten dat hij zijn positie heeft misbruikt om zijn wil aan het slachtoffer op te leggen en zo een situatie te creëren waaraan zij zich niet kon onttrekken en onder dwang van de verdachte heeft moeten dulden dat hij verregaande seksuele handelingen met haar pleegde.
Het behoeft geen betoog dat deze handelwijze van de verdachte als uiterst verwerpelijk moet worden gekwalificeerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Ook bij het slachtoffer is dit het geval. Uit de ter terechtzitting gegeven toelichting door de moeder van het slachtoffer en een familievriendin blijkt dat het handelen van de verdachte een zeer grote impact op het slachtoffer heeft en dat zij nog steeds de nadelige gevolgen van het misbruik ondervindt en met zich mee draagt. Ook voor de ouders van het slachtoffer zijn de gevolgen van het handelen van de verdachte groot.
Het Hof rekent de verdachte dit alles zeer zwaar aan.
Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Bij de bepaling van de hoogte van de straf zoekt het Hof aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijk rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor verkrachting waarbij eenmaal vaginaal is gepenetreerd als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren gegeven. Daarbij is in die oriëntatiepunten aangegeven dat onder meer de jonge leeftijd van slachtoffers, bedreigende of vernederende setting en het meermalen plegen strafverhogend zijn. Het Hof stelt vast dat in dit geval van deze strafverhogende factoren sprake is en houdt daar in belangrijke mate rekening mee.
De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het Hof houdt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf ten nadele van de verdachte rekening met zijn proceshouding. Alhoewel de verdachte grotendeels bekent, ziet het Hof daarin geen aanwijzing dat hij de volledige verantwoordelijkheid neemt voor wat hij het slachtoffer heeft aangedaan en wat de impact van zijn handelen is geweest. Integendeel, op de zitting heeft de verdachte aangevoerd dat hij het slachtoffer niet heeft gedwongen en dat alle seksuele handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden. Het Hof vindt dit zeer zorgelijk. Het dossier wijst juist op het tegendeel en de verdachte laat hiermee zien het kwalijke van zijn handelen niet in te zien.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het Hof bij de straftoemeting ook acht geslagen op de door en namens de verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden, mede blijkend uit het over hem uitgebrachte psychologisch rapport van 6 februari 2025. Uit het rapport blijkt dat de verdachte op meerdere leefgebieden problemen heeft. De verdachte is licht verstandelijk beperkt en er zijn aanwijzingen voor borderline en antisociale persoonlijkheidstrekken. Hij heeft een verminderd vermogen om op zijn eigen handelen te reflecteren. Dit betekent dat hij de gevolgen van zijn gedrag en handelen niet kan overzien. Daarnaast heeft hij geen adequate copingsmechanismen ontwikkeld, zodat hij niet weet hoe hij met zijn eigen trauma’s en emoties moet omgaan. Hij ontlaadt zijn spanningen via seksueel afwijkend gedrag. De verdachte heeft een seksuele deviatie. Zijn seksuele ontwikkeling is verstoord verlopen, waarbij seksueel misbruik in zijn jeugd een belangrijke rol heeft gespeeld. Als gevolg van dit seksueel misbruik en ook het huiselijk geweld dat hij heeft moeten doormaken, is bij de verdachte een posttraumatisch stressstoornis (PTSS) vastgesteld. De kans op herhaling wordt zonder adequate behandeling als matig tot hoog ingeschat. Dit recidiverisico kan alleen worden gereduceerd door een combinatie van interventies en hulpverlening. De psycholoog acht de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Het Hof neemt die conclusie over, acht de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar en zal daar in strafmatigende zin rekening mee houden.
Het Hof verenigt zich ook met het advies van de psycholoog omtrent de dringende noodzaak van een behandeling van de verdachte. Daarbij betrekt het Hof dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangegeven hulp nodig te hebben.
Inleiding
Het Hof concludeert dat de verdachte het slachtoffer niet alleen met geweld maar ook met andere feitelijkheden meermalen heeft gedwongen seksuele handelingen te ondergaan.
Het verweer wordt verworpen.
Het Hof acht ook feit 1 wettig en overtuigend bewezen.
Strafbaarheid en kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het onder 1 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:197 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba en het onder 2 bewezen verklaarde is voorzien bij en strafbaar gesteld in artikel 2:200 van het Wetboek van Strafrecht van Aruba. Het Hof stelt vast dat deze bewezen verklaarde feiten in eendaadse samenloop zijn begaan.
Het onder 1 en 2 bewezen verklaarde wordt daarom als volgt gekwalificeerd:
De eendaadse samenloop van
verkrachting, meermalen gepleegd
en
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten.
Strafbaarheid van de verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten.
De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Oplegging van straf
Bij de bepaling van de op te leggen straf wordt gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan, op de mate waarin de gedraging aan de verdachte te verwijten is en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarbij wordt rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals die onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde
wettelijke strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
Met betrekking tot de ernst van het bewezen verklaarde wordt het volgende in aanmerking genomen.
De verdachte heeft gedurende een periode van acht maanden ontuchtige handelingen gepleegd met het minderjarige slachtoffer, een destijds vijftienjarig meisje dat elk weekend naar zijn woning kwam om op zijn twee jonge dochters te passen en dat hem als haar peetvader zag. De ontuchtige handelingen bestonden mede uit het seksueel binnendringen bij het slachtoffer.
De verdachte heeft absoluut geen rekening gehouden met de belangen, de gevoelens en het welzijn van het slachtoffer en uitsluitend gehandeld ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens. Met zijn handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Het vertrouwen dat zij in hem als ‘peetvader’ mocht hebben, heeft hij ook ernstig geschaad. Het valt de verdachte vooral te verwijten dat hij zijn positie heeft misbruikt om zijn wil aan het slachtoffer op te leggen en zo een situatie te creëren waaraan zij zich niet kon onttrekken en onder dwang van de verdachte heeft moeten dulden dat hij verregaande seksuele handelingen met haar pleegde.
Het behoeft geen betoog dat deze handelwijze van de verdachte als uiterst verwerpelijk moet worden gekwalificeerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van seksueel misbruik gedurende langere tijd nadelige psychische gevolgen kunnen ondervinden. Ook bij het slachtoffer is dit het geval. Uit de ter terechtzitting gegeven toelichting door de moeder van het slachtoffer en een familievriendin blijkt dat het handelen van de verdachte een zeer grote impact op het slachtoffer heeft en dat zij nog steeds de nadelige gevolgen van het misbruik ondervindt en met zich mee draagt. Ook voor de ouders van het slachtoffer zijn de gevolgen van het handelen van de verdachte groot.
Het Hof rekent de verdachte dit alles zeer zwaar aan.
Naar het oordeel van het Hof kan gelet op de ernst van het bewezen verklaarde niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een straf die een langdurige onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
Bij de bepaling van de hoogte van de straf zoekt het Hof aansluiting bij de oriëntatiepunten straftoemeting, waarin het gebruikelijk rechterlijke straftoemetingsbeleid van het Hof en de gerechten in eerste aanleg zijn neerslag heeft gevonden. Daarin wordt voor verkrachting waarbij eenmaal vaginaal is gepenetreerd als indicatie een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren gegeven. Daarbij is in die oriëntatiepunten aangegeven dat onder meer de jonge leeftijd van slachtoffers, bedreigende of vernederende setting en het meermalen plegen strafverhogend zijn. Het Hof stelt vast dat in dit geval van deze strafverhogende factoren sprake is en houdt daar in belangrijke mate rekening mee.
De verdachte is, zo blijkt uit zijn strafkaart, niet eerder onherroepelijk veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.
Het Hof houdt bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf ten nadele van de verdachte rekening met zijn proceshouding. Alhoewel de verdachte grotendeels bekent, ziet het Hof daarin geen aanwijzing dat hij de volledige verantwoordelijkheid neemt voor wat hij het slachtoffer heeft aangedaan en wat de impact van zijn handelen is geweest. Integendeel, op de zitting heeft de verdachte aangevoerd dat hij het slachtoffer niet heeft gedwongen en dat alle seksuele handelingen met wederzijdse instemming plaatsvonden. Het Hof vindt dit zeer zorgelijk. Het dossier wijst juist op het tegendeel en de verdachte laat hiermee zien het kwalijke van zijn handelen niet in te zien.
Ten aanzien van de persoon van de verdachte heeft het Hof bij de straftoemeting ook acht geslagen op de door en namens de verdachte naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden, mede blijkend uit het over hem uitgebrachte psychologisch rapport van 6 februari 2025. Uit het rapport blijkt dat de verdachte op meerdere leefgebieden problemen heeft. De verdachte is licht verstandelijk beperkt en er zijn aanwijzingen voor borderline en antisociale persoonlijkheidstrekken. Hij heeft een verminderd vermogen om op zijn eigen handelen te reflecteren. Dit betekent dat hij de gevolgen van zijn gedrag en handelen niet kan overzien. Daarnaast heeft hij geen adequate copingsmechanismen ontwikkeld, zodat hij niet weet hoe hij met zijn eigen trauma’s en emoties moet omgaan. Hij ontlaadt zijn spanningen via seksueel afwijkend gedrag. De verdachte heeft een seksuele deviatie. Zijn seksuele ontwikkeling is verstoord verlopen, waarbij seksueel misbruik in zijn jeugd een belangrijke rol heeft gespeeld. Als gevolg van dit seksueel misbruik en ook het huiselijk geweld dat hij heeft moeten doormaken, is bij de verdachte een posttraumatisch stressstoornis (PTSS) vastgesteld. De kans op herhaling wordt zonder adequate behandeling als matig tot hoog ingeschat. Dit recidiverisico kan alleen worden gereduceerd door een combinatie van interventies en hulpverlening. De psycholoog acht de verdachte verminderd toerekeningsvatbaar. Het Hof neemt die conclusie over, acht de verdachte als verminderd toerekeningsvatbaar en zal daar in strafmatigende zin rekening mee houden.
Het Hof verenigt zich ook met het advies van de psycholoog omtrent de dringende noodzaak van een behandeling van de verdachte. Daarbij betrekt het Hof dat de verdachte ter terechtzitting in hoger beroep heeft aangegeven hulp nodig te hebben.