Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-06-12
ECLI:NL:OGHACMB:2024:79
Bestuursrecht
Hoger beroep
1,027 tokens
Inleiding
CUR2023H00296
Datum uitspraak: 12 juni 2024
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak van de voorzitter van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (hierna: de voorzitter) na vereenvoudigde behandeling (artikel 79 van de Landsverordening administratieve rechtspraak; hierna: Lar) op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in Curaçao,
verzoeker,
om herziening (artikel 96 van de Lar) van de uitspraak van het Hof van 24 mei 2023 in zaak nr. CUR2022H00241, ECLI:NL:OGHACMB:2023:74.
Procesverloop
Bij uitspraak van 24 mei 2023, ECLI:NL:OGHACMB:2023:74 (hierna: de uitspraak) heeft het Hof het hoger beroep van [verzoeker] ongegrond verklaard.
[verzoeker] heeft het Hof verzocht de uitspraak te herzien.
De minister van Sociale Zaken, Arbeid en Welzijn (hierna: de minister) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.
Overwegingen
In de uitspraak lag een beschikking van de minister van 23 augustus 2021 voor waarin het verzoek van [verzoeker] om verhoging van zijn onderstandsuitkering is afgewezen. Het Hof heeft in de uitspraak onder meer overwogen dat [verzoeker], naast zijn onderstand, geld verdient met het venten van pinda's en dat deze extra inkomsten van belang zijn voor de vaststelling van de hoogte van de onderstand. De minister heeft in verband met het verzoek gevraagd naar de gemiddelde extra inkomsten, maar [verzoeker] heeft deze informatie niet willen geven. Van [verzoeker] mag worden verwacht dat hij laat zien hoeveel hij gemiddeld verkoopt. Omdat [verzoeker] blijft weigeren deze gegevens te verstrekken, heeft de minister het verzoek terecht afgewezen. Er is ter zitting geprobeerd tot een schatting te komen, maar [verzoeker] heeft niet voldoende bereidheid laten zien om daaraan mee te werken, aldus het Hof in de uitspraak.
[verzoeker] wil dat de uitspraak wordt herzien. Hij voert aan dat hij ter zitting heeft gezegd dat hij de afgelopen zes maanden ongeveer NAf 600,- heeft verdiend, maar dat de gemachtigde van de minister ter zitting heeft gezegd dat zij dit niet gelooft. Volgens [verzoeker] worden zijn grondrechten geschonden door de uitspraak omdat hij als gevolg daarvan geen hogere onderstandsuitkering ontvangt.
Op grond van artikel 79, eerste en vierde lid, in samenhang gelezen met artikel 96, tweede lid, van de Lar kan de voorzitter van het Hof onmiddellijk uitspraak doen indien verdere behandeling van het verzoek hem niet nodig voorkomt omdat onder meer het verzoek kennelijk ongegrond is. Op grond van artikel 96 van de Lar kan het Hof op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nader gebleken feiten of omstandigheden die:a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;b. de verzoekende partij redelijkerwijs niet bekend konden zijn, enc. waren zij bij het Hof eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
Feiten
Het verzoek om herziening van de uitspraak moet als kennelijk ongegrond worden afgewezen.
De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 12 juni 2024.