Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-03-19
ECLI:NL:OGHACMB:2024:38
Civiel recht
Hoger beroep
1,827 tokens
=== VOLLEDIG ===
Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummers: CUR201901163 – CUR2021H00083
Uitspraak: 19 maart 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
SCALTECH INTERNATIONAL LLC,
gevestigd in Houston, Texas, Verenigde Staten van Amerika,
in eerste aanleg eiseres in conventie,
verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,
thans appellante,
gemachtigden: mrs. M.F. Murray en K.A. Doekhi,
tegen
1. de besloten vennootschap
[GEÏNTIMEERDE 1] CONSULTING B.V.,
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. A. Huizing en E.J.J. Huizing,
2. [GEÏNTIMEERDE 2],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. A. Huizing en E.J.J. Huizing,
3. [GEÏNTIMEERDE 3],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde in conventie,
eiser in voorwaardelijke reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. B.M. Nagelmakers,
4. [GEÏNTIMEERDE 4],
wonende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde in conventie,
eiser in reconventie,
thans geïntimeerde,
gemachtigde: mr. L.F. Herben,
5. [GEÏNTIMEERDE 5],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde,
niet verschenen,
6. [GEÏNTIMEERDE 6],
zonder bekende woon- of verblijfplaats in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde,
niet verschenen.
Partijen worden hierna weer Scaltech, [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3], [geïntimeerde 4], [geïntimeerde 5] en [geïntimeerde 6] genoemd.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1
Bij vonnis van 6 december 2022 (hierna: het tussenvonnis) heeft het Hof een bevel aan de deurwaarder gegeven en iedere verdere beslissing aangehouden.
1.2
Het Hof heeft een kopie van een Spaanstalige akte van 15 december 2020 ontvangen, inhoudende dat [vermoedelijk geïntimeerde 5] op 14 december 2020 is overleden in Valencia, Venezuela. Vermoedelijk is dit [geïntimeerde 5] (geïntimeerde 5).
1.3
Verder heeft het Hof een e-mail van deurwaarder P.E. Kirindongo van 5 oktober 2023 ontvangen, inhoudende dat noch de advocaat van Scaltech, noch de deurwaarder het adres van [geïntimeerde 5] of dat van [geïntimeerde 6] heeft kunnen achterhalen.
1.4
Bij e-mail van 9 november 2023 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor akten.
1.5
Op de rol van 12 december 2023 heeft Scaltech bij akte geconcludeerd dat [geïntimeerde 5] en [geïntimeerde 6] door middel van aankondiging in het Publicatieblad van Curaçao worden opgeroepen of dat een vonnis op tegenspraak wordt gewezen zonder verdere inspanningen. Op dezelfde rol hebben [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] verzocht om vonnis.
1.6
Vonnis is nader bepaald op vandaag.
2De verdere beoordeling
2.1
Het Hof zal de vorderingen tegen [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] afwijzen op de gronden als vermeld in het tussenvonnis. Scaltech zal in de proceskosten worden veroordeeld.
2.2
Het Hof acht het in het licht van de eisen van art. 6 EVRM niet verantwoord om de vordering tegen [geïntimeerde 5] (of tegen de erven [geïntimeerde 5]) of tegen [geïntimeerde 6] toe te wijzen. Het betreft een vordering van USD 16 miljoen, met rente vanaf 2012. Het Hof is de laatste feitelijke instantie. Verzet staat niet open. [geïntimeerde 6] is een natuurlijke persoon en [geïntimeerde 5] is of was eveneens een natuurlijke persoon. Niet is toegelicht welke inspanningen Scaltech heeft gedaan om hun adressen te achterhalen, of waarom de omstandigheid dat ze bij Isla hebben gewerkt geen voldoende aanknopingspunten biedt om die adressen te achterhalen. Niet kan worden aangenomen dat enig stuk in verband met deze procedure [geïntimeerde 5], de erven [geïntimeerde 5] of [geïntimeerde 6] heeft bereikt. Voorshands is aannemelijk dat de afwijzingsgrond die voor de verschenen gedaagden geldt (nl. Scaltech heeft bij vaststellingsovereenkomst afstand gedaan van het recht om de vorderingen in te stellen), ook voor [geïntimeerde 5] en [geïntimeerde 6] geldt en dat zij (of hun erfgenamen) dit met succes zouden aanvoeren als zij bereikt zouden worden en zouden verschijnen. Daarom zal het Hof de zaak doorhalen voorzover de vorderingen tegen hen zijn gericht. Indien Scaltech de zaak tegen (de erfgenamen van) [geïntimeerde 5] en/of tegen [geïntimeerde 6] wenst te vervolgen, kan zij zich tot de Hofgriffie wenden met het verzoek dat het Hof de deurwaarder opdracht geeft tot betekening op een adres. Hierbij dient zij hetzij voldoende informatie te verschaffen voor betekening op een adres, hetzij een voldoende overtuigende toelichting te verschaffen waarom zij die informatie niet heeft kunnen verkrijgen, met een specificatie van de inspanningen die zij heeft gedaan. Als het de zaak tegen [geïntimeerde 5] betreft, dient Scaltech ook in te gaan op de gevolgen van het overlijden van [geïntimeerde 5] in het licht van art. 185, aanhef en onder a, in verbinding met art. 187 Rv.
B E S L I S S I N G
Het Hof:
in het geding tussen Scaltech enerzijds en [geïntimeerde 1], [geïntimeerde 2], [geïntimeerde 3] en [geïntimeerde 4] anderzijds:
bevestigt het vonnis waarvan beroep;
veroordeelt Scaltech in de kosten van het hoger beroep,
aan de zijde van [geïntimeerde 1] en [geïntimeerde 2] gevallen en tot op heden begroot op NAf 322,93 aan verschotten en NAf 27.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
aan de zijde van [geïntimeerde 3] gevallen en tot op heden begroot op NAf 322,93 aan verschotten en NAf 27.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
aan de zijde van [geïntimeerde 4] gevallen en tot op heden begroot op NAf 322,93 aan verschotten en NAf 27.000,00 aan salaris voor de gemachtigde;
verklaart de proceskostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
in het geding tussen Scaltech enerzijds en [geïntimeerde 5] en [geïntimeerde 6] anderzijds:
haalt de zaak door.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.A. Saleh, G.C.C. Lewin en C.J.H.G. Bronzwaer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao uitgesproken op 19 maart 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.