Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-12-02
ECLI:NL:OGHACMB:2024:306
Strafrecht
Hoger beroep
731 tokens
Inleiding
vonnis
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
VAN ARUBA, CURAcAO, SINT MAARTEN EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Zaaknummer: H-208/ 23
Parketnummer: 300.02358/23; (P-2023/ 02358)
Uitspraak: 2 december 2024 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 15 december 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[Verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1982 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in het Korrektie Instituut Aruba (KIA).
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden met aftrek van voorarrest, de verdovende middelen onttrokken aan het verkeer en een aantal drugsattributen verbeurd verklaard.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het Hof in Aruba op 12 november 2024.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C.S. Edwards, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het onder 1 ten laste gelegde zal worden vrijgesproken aangezien hij niet wist dat het postpakket verdovende middelen bevatte en er evenmin gronden zijn om te stellen dat hij dit had moeten weten. De verdachte heeft zijn betrokkenheid bij het onder 2 en 3 ten laste gelegde bekend. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat bij een veroordeling voor alleen deze laatste twee feiten de op te leggen gevangenisstraf gelijk zou moeten zijn aan de tijd die de verdachte in voorarrest heeft doorgebracht en verzoekt om onmiddellijke invrijheidsstelling.
Vonnis waarvan beroep
Het Hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en met de redengeving waarop dit berust. Het vonnis zal daarom worden bevestigd. Hetgeen de verdediging daartegen in hoger beroep heeft ingebracht, kan niet tot een ander oordeel leiden. De behandeling in hoger beroep het Hof niet tot een andere beoordeling heeft gebracht.
Dictum
Het Hof:
bevestigt het vonnis van 15 december 2023 van het Gerecht.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L.A. Angela, F.V.L.M. Wannyn en
H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, (zittings)griffier, en vervolgens op 2 december 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.
Mr. F.V.L.M. Wannyn is buiten staat dit vonnis mede to ondertekenen.