Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-12-02
ECLI:NL:OGHACMB:2024:304
Strafrecht
Hoger beroep
1,872 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H-42/24
Parketnummer: 300.02414/23 (P-2023/02414)
Uitspraak: 2 december 2024 Tegenspraak
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 12 april 2024 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats],
thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting].
Hoger beroep
Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest. Voorts heeft het Gerecht beslissingen genomen over het in beslag genomen voorwerp en de gevangenneming van de verdachte bevolen.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het Hof in Aruba op 12 november 2024.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. D.L. Emerencia, die occupeerde voor mr. D.G. Croes, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen, behoudens de opgelegde straf en, in zoverre opnieuw rechtdoende, de verdachte voor het bewezenverklaarde zal veroordelen tot een gevangenisstraf van éénentwintig maanden, met aftrek van voorarrest.
De raadsvrouw heeft bepleit dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een bewezenverklaring van het ten laste gelegde.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot een andere beslissing komt.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd:
dat hij op of omstreeks de periode van 13 augustus tot en met 16 september 2023 in Aruba, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een pistool (van het merk Fabrique National D’Armes De Guerre Herstal-Belgique, model Hi Power BHP, kaliber 9 mm Luger) en/of een of meer meer scherpe patro(o)n(en) (van het kaliber 9 mm Luger), in elk geval een vuurwapen en/of munitie als bedoeld in artikel 3 eerste lid van de Vuurwapenverordening, voorhanden heeft gehad.
Vrijspraak
Het Hof is van oordeel dat voor het ten laste gelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Het Hof overweegt daartoe als volgt.
Met betrekking tot een veroordeling wegens het voorhanden hebben van wapens en munitie heeft de Hoge Raad het volgende overwogen.
Voor een veroordeling voor het – als pleger – voorhanden hebben van een wapen of munitie is vereist dat de verdachte het wapen of de munitie bewust aanwezig had. De in de rechtspraak van de Hoge Raad in dit verband gebruikte aanduiding van “een meerdere of mindere mate” van bewustheid geeft aan dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Voor het bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in een geval dat het niet anders kan dan dat de verdachte zulke bewustheid heeft gehad.
Daarnaast vergt het aanwezig hebben van een wapen of munitie dat de verdachte feitelijke macht over het wapen of de munitie kan uitoefenen in de zin dat hij daarover kan beschikken. Daarvoor hoeft het wapen of de munitie zich niet noodzakelijkerwijs in de directe nabijheid van de verdachte te bevinden. In bijzondere gevallen volstaat de enkele mogelijkheid tot het uitoefenen van feitelijke macht over het wapen of de munitie niet voor het oordeel dat de verdachte dat wapen of die munitie voorhanden had in de zin van artikel 3 lid 1 van de Vuurwapenverordening. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer iemand onverhoeds of ongewild kortstondig een wapen of munitie van een ander in handen krijgt of wanneer iemand onverwacht kennis krijgt van de aanwezigheid in zijn nabijheid van een wapen of munitie van een ander, terwijl hij redelijkerwijs daarvan niet direct afstand kan nemen.
In het geval dat het medeplegen van het voorhanden hebben van een wapen of munitie is tenlastegelegd, moet komen vast te staan dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met een of meer anderen die was gericht op het voorhanden hebben van een wapen of munitie. Ook dan is vereist dat de verdachte zich bewust was van de (waarschijnlijke) aanwezigheid van het wapen of de munitie, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot de specifieke eigenschappen en kenmerken van het wapen of de munitie of tot de exacte locatie van dat wapen of die munitie. Daarnaast moet vaststaan dat de verdachte tezamen met de mededader(s) feitelijke macht over het wapen of de munitie heeft kunnen uitoefenen in de hiervoor weergegeven zin.
Uit het dossier blijkt dat de verdachte zich in de ten laste gelegde periode meermalen heeft bevonden in de nabijheid van een vuurwapen en tevens bevat het dossier aanwijzingen dat de verdachte zich in deze periode minst genomen heeft begeven in een omgeving waarin in ieder geval een of meer anderen zich met (een) vuurwapen(s) of munitie bezig hielden. Een en ander is echter onvoldoende om buiten redelijke twijfel vast te stellen dat de verdachte het/de in de tenlastelegging genoemde wapen en/of munitie (als pleger of medepleger) voorhanden heeft gehad, in de betekenis die de Hoge Raad daaraan geeft.
De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
In beslag genomen voorwerpen
Aan de orde is voorts de onder de verdachte in beslag genomen en nog niet teruggegeven zwartkleurige mobiele telefoon van het merk Apple iPhone 12 Pro Max. Dit voorwerpen behoort toe aan de verdachte. Aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastelegging zal het Hof de teruggave aan de verdachte gelasten.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van 12 april 2024 van het Gerecht en doet opnieuw recht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
gelast de teruggave van de zwartkleurige mobiele telefoon van het merk Apple iPhone 12 Pro Max aan de verdachte
heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden en beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling;
Dit vonnis is gewezen door mrs. F.V.L.M. Wannyn, M.L.A. Angela, en
H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, (zittings)griffier, en vervolgens op 2 december 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.
uitspraakgriffier: