Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-12-02
ECLI:NL:OGHACMB:2024:302
Strafrecht
Hoger beroep
2,207 tokens
Inleiding
Zaaknummer: H-54/23
Parketnummer: 300.00522/21 (P-2021/00522)
Uitspraak: 2 december 2024 Tegenspraak
(art. 306 Sv)
Vonnis
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 9 maart 2023 in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1976 in [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].
Hoger beroep
Aan de verdachte is – kort gezegd – primair ten laste gelegd verduistering in dienstbetrekking van onder meer twee laptops en subsidiair het wissen van gegevens op die laptops. Het Gerecht heeft de verdachte bij zijn vonnis van het primair ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een geldboete van Afl. 400,-, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door acht dagen hechtenis en met aftrek van Afl 50,- per dag voorarrest.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld.
Onderzoek van de zaak
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het Hof in Aruba op 12 november 2024.
Het Hof heeft kennisgenomen van de vordering van de procureur-generaal, mr. B.S. van Unnik, en van hetgeen namens de verdachte door zijn uitdrukkelijk daartoe gemachtigde raadsman, mr. V.A.V. Carlo, naar voren is gebracht.
De procureur-generaal heeft gevorderd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.
De raadsman heeft primair zijn beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, zoals gevoerd in eerste aanleg, herhaald. Subsidiair heeft hij bepleit dat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bevat voor een veroordeling voor het ten laste gelegde en het Hof verzocht de verdachte integraal vrij te spreken.
Vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het Hof tot een andere beslissing komt.
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
De raadsman heeft – onder verwijzing naar zijn pleidooi bij het Gerecht – aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, wegens – kort gezegd - vormfouten gemaakt tijdens de opsporingfase. Gelet op de in het navolgende door het Hof te nemen beslissing, behoeft dit verweer geen bespreking, omdat de verdachte daarbij geen belang meer heeft.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, na een wijziging van de tenlastelegging in eerste aanleg, ten laste gelegd:
dat hij in of omstreeks de periode van 23 oktober 2020 tot en met 16 januari 2021 te Aruba, opzettelijk een laptop van het merk Apple (model Macbook Pro A1278), een laptop van het merk HP (model ProBook 450 G6) en een plastic potje inhoudende 7 schroeven, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan Dienst Brandweer Aruba, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als Hoofd Bedrijfsvoering in elk geval anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;
althans, indien het bovenstaande feit niet bewezen wordt verklaard:
dat hij op of omstreeks de periode van 23 oktober 2020 tot en met 16 januari 2021 te Aruba opzettelijk en wederrechtelijk gegevens die door middel van een of meer geautomatiseerde werken (een Apple Macbook Pro A1278 en een HP ProBook 450 G6) waren opgeslagen, heeft veranderd en/of gewist en/of ontoegankelijk heeft gemaakt.
Vrijspraak
Het Hof is met het Gerecht, de procureur-generaal en de raadsman van oordeel dat de verdachte van het primair ten laste gelegde vrijgesproken dient te worden en neemt daartoe onderstaaande overwegingen van het Gerecht over.
Het Gerecht is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde verduistering, en overweegt daartoe als volgt.
Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen kan niet worden vastgesteld dat de verdachte opzet had op het verduisteren van de twee laptops. De verdachte heeft ter terechtzitting -onweersproken- verklaard dat hij van plan was de laptops op maandag 19 januari 2021 in te leveren, maar dat hij de vrijdag daarvoor werd aangehouden, waarbij de laptops door de politic in beslag zijn genomen. De verdachte heeft weliswaar gedraald met het inleveren van bedoelde laptops, nu hij reeds bij brief van 6 januari 2021 van de voorzitter van het managementteam van de DBA is aangemaand de laptops de volgende dag in te leveren en hij op 16 januari 2021 is aangehouden, maar dat brengt niet zonder meer met zich mee, dat hij zich die laptops wederrechtelijk heeft toegeëigend. Het Gerecht is op grond van het vorenstaande van oordeel, dat het primair ten laste gelegde niet kan worden bewezen verklaard. De verdachte zal daarom worden vrijgesproken.
Voorts is het Hof van oordeel dat voor een bewezenverklaring van het subsidiair ten laste gelegde evenmin voldoende bewijs voorhanden is. Het Hof overweegt daartoe als volgt.
De verdachte, die werkzaam was bij de Dienst Brandweer Aruba, had een laptop van het merk HP van zijn werkgever in zijn bezit. De verdachte had deze laptop naar eigen zeggen ‘nieuw en leeg’, hetgeen – naar het Hof begrijpt – inhoudt ‘met een besturingssysteem, maar zonder bestanden van de Dienst Brandweer Aruba’, ontvangen. De verdachte gebruikte de laptop om thuis en op dienstreizen voor de Dienst Brandweer te kunnen werken. Daarbij was zijn werkwijze – zoals hij herhaaldelijk heeft verklaard – dat hij op de laptop thuis bestanden ten behoeve van zijn werk aanmaakte, maar dat hij deze bestanden hier niet op bewaarde. Hij bewaarde het gemaakte werk op een USB-stick, die hij meenam naar zijn werk om het daar vervolgens op de server van de Dienst Brandweer op te slaan en uit te werken. Dat dit ook in het algemeen de gebruikelijke werkwijze was, blijkt uit de verklaring van de getuige [getuige], die ter terechtzitting van het Gerecht is gehoord. De verdachte mocht de HP laptop ook voor privé doeleinden gebruiken en daarop ook privégegevens opslaan.
In verband met een arbeidsconflict moest de verdachte op een gegeven moment de HP laptop teruggeven aan de Dienst Brandweer Aruba. Alvorens dat te doen heeft hij – naar eigen zeggen om alle persoonlijke informatie te verwijderen – alle gegevens van de laptop verwijderd door het verrichten van een zogenoemde factory reset. Mogelijk heeft hij daarbij ook het (Windows) besturingssysteem van de laptop verwijderd.
Het Hof kan op basis van het dossier en het verhandelde ter zitting niet vaststellen of zich en zo ja, welke, gegevens van – en dus toebehorende aan – de Dienst Brandweer Aruba op de laptop bevonden op het moment dat de verdachte de factory reset uitvoerde. Volgens de verdachte ging het alleen om “wat foto’s die werk gerelateerd zijn”. De getuige [getuige], die bij het Gerecht is gehoord, verklaarde weliswaar dat “op de laptop overhevelingsbrieven, begrotingen en andere projecten” zullen hebben gestaan, maar verklaarde vervolgens: “Ik weet niet of die informatie nog in de laptop zat”.
Nu niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de verdachte gegevens heeft gewist die aan de Brandweer toebehoorden, acht het Hof niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte door het uitvoeren van een factory reset wederrechtelijk heeft gehandeld.
Dictum
Het Hof:
vernietigt het vonnis van 9 maart 2023 van het Gerecht en doet opnieuw recht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mrs. M.L.A. Angela, F.V.L.M. Wannyn en
H.M.E. Tebbenhoff Rijnenberg, leden van het Hof, bijgestaan door mr. B.G. Scheepbouwer, (zittings)griffier, en vervolgens op 2 december 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba.
Mr. F.V.L.M. Wannyn is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
uitspraakgriffier: