Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-11-26
ECLI:NL:OGHACMB:2024:235
Civiel recht
Hoger beroep
1,705 tokens
=== VOLLEDIG ===
Burgerlijke zaken over 2024
Registratienummers: CUR202003669 – CUR2021H00302
Uitspraak: 26 november 2024
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de stichting
KORPORASHON PA DESAROYO DI KORSOU (KORPODEKO),
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg eiseres,
thans appellante in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
gemachtigden: mrs. R.M. Bottse en M.H.M. Janssen,
tegen
1. mr. R.F. VAN DEN HEUVEL
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap
INSEL AIR INTERNATIONAL B.V.,
kantoorhoudende in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde in principaal hoger beroep,
appellant in incidenteel hoger beroep,
gemachtigde: mr. D.C. Narvaez,
2. de naamloze vennootschap
MADURO & CURIEL’S BANK N.V.,
gevestigd in Curaçao,
in eerste aanleg gedaagde,
thans geïntimeerde in principaal hoger beroep,
gemachtigde in eerste aanleg: mr. Z. Metry, in hoger beroep niet verschenen.
Partijen worden hierna Korpodeko, de curator en MCB genoemd.
Insel Air International B.V. wordt hierna Insel Air genoemd.
1De zaak in het kort
Korpodeko heeft financiering verstrekt aan Insel Air. Insel Air is in staat van faillissement verklaard. Korpodeko stelt zich op het standpunt dat zij bij wijze van zekerheid een gestelde vordering van Insel Air, door partijen aangeduid als de Venezuela-claim, rechtsgeldig gecedeerd heeft gekregen. De curator stelt zich primair op het standpunt dat geen rechtsgeldige cessie tot stand is gekomen en subsidiair dat de cessie rechtsgeldig buitengerechtelijk is vernietigd, omdat die paulianeus is. Na een tussenvonnis van 23 april 2024, waarin het Hof het primaire standpunt van de curator verworpen heeft, spreekt het Hof vandaag een eindvonnis uit.
2Het verdere verloop van de procedure
Bij tussenvonnis van 23 april 2024 heeft het Hof de zaak naar de rol verwezen voor aktewisseling.
Op 18 juni 2024 heeft Korpodeko een akte na tussenvonnis ingediend, met een productie.
Op 8 oktober 2024 heeft de curator een antwoordakte ingediend.
Vonnis is gevraagd en bepaald op vandaag.
3De verdere beoordeling
3.1
Het Hof ziet geen aanleiding om terug te komen van zijn eerdere oordelen. Anders dan de curator in zijn antwoordakte heeft aangevoerd, vloeit de Venezuela-claim rechtstreeks voort uit een vóór de akte van 24 november 2006 reeds bestaande rechtsverhouding tussen Insel Air enerzijds en het land Venezuela of een overheidsdienst van dat land anderzijds. Hieraan doet niet af dat de Venezuela-claim (deels) ziet op vliegtickets die Insel Air in 2006 nog niet had verkocht, dus op overeenkomsten met passagiers die zij toen nog niet had gesloten.
Anders dan de curator verder heeft aangevoerd, dient de attachment bij de e-mail van 15 juli 2016 te worden aangemerkt als een updated list en als een rechtsgeldige cessielijst die voldoet aan de daaraan te stellen eisen.
Zoals eerder overwogen, staat de omstandigheid dat Insel Air een factorovereenkomst had gesloten niet in de weg aan het oordeel van het Hof.
3.2
Bij pleitnota in eerste aanleg heeft Korpodeko aangevoerd dat de cessie niet onverplicht was, omdat de verplichting van Insel Air om de helft van de Venezuela-claim aan Korpodeko te cederen, voortvloeit uit de akte van 24 november 2006. In de akte na tussenvonnis in hoger beroep heeft Korpodeko dit betoog verder uitgewerkt (en verdere verweren gevoerd).
3.3
Zoals het Hof heeft overwogen in 3.9 van het vonnis van 23 april 2023, moet worden aangenomen dat Insel Air in juli 2016 de helft van de Venezuela-claim zoals die toen begroot werd, aan Korpodeko heeft gecedeerd. In het licht van de omstandigheden die het Hof in diezelfde overweging heeft opgesomd, moet verder worden aangenomen dat Insel Air daarmee uitvoering gaf aan een verplichting uit de akte van 24 november 2006, gelet op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. De bewoordingen ‘renewed, restated or re-invested’ in Schedule 3 laten ook voor dit laatste oordeel ruimte. De curator heeft aangevoerd dat deze bewoordingen duidelijk maken dat het volgens partijen nodig was om een nieuwe cessie te laten plaatsvinden. Als dat al zo is, is dat goed verenigbaar met het oordeel dat partijen ervan uitgingen en redelijkerwijs ervan moesten/mochten uitgaan dat Insel Air zich in 2006 verplicht had om die nieuwe cessie te laten plaatsvinden.
3.4
Het kan dus niet worden aangenomen dat de cessie onverplicht tot stand is gekomen. Daarom kan de cessie niet als paulianeus worden aangemerkt. Het subsidiaire verweer van de curator faalt dus. In het midden kan blijven of het beroep op de faillissementspauliana voldoet aan de verdere eisen die daaraan dienen te worden gesteld.
3.5
De vermeerderde eis is wat de gevorderde verklaring voor recht betreft niet te vaag of te algemeen. De verklaring voor recht zal dus worden toegewezen. Daarbij zal het Hof zich beperken tot de rechten van Korpodeko. De rechten van MCB zal het Hof in het midden laten. Ook vordering 2 zal worden toegewezen, voor zover die betrekking heeft op de rechten van Korpodeko en aanstonds duidelijk is dat Korpodeko recht heeft op afgifte zoals gevorderd. De vorderingen zijn echter voor het overige te vaag. Zij zullen daarom voor het overige worden afgewezen.
3.6
Het hoger beroep slaagt grotendeels. Het vonnis waarvan beroep dient te worden vernietigd. De curator zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van beide instanties van het geding tussen Korpodeko en de curator (tarief 11). Voor het incidenteel appel zal het Hof geen afzonderlijk bedrag begroten. Nu MCB in beide instanties geen verweer heeft gevoerd en Korpodeko ook niets ten laste van MCB gevorderd heeft, zullen de proceskosten tussen Korpodeko en MCB in beide instanties worden gecompenseerd.
3.7
Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van dit vonnis herhaalt het Hof hieronder rov.