Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2024-10-23
ECLI:NL:OGHACMB:2024:205
Civiel recht
Hoger beroep
3,661 tokens
Inleiding
BURGERLIJKE ZAKEN OVER 2024
UITSPRAAK: 23 oktober 2024
ZAAKNR: SXM202201062 – SXM2023H00155
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Vonnis in de zaak van:
de naamloze vennootschap
SEAVIEW HOTEL N.V.,
gevestigd in Sint Maarten,
in eerste aanleg eiseres, thans appellante,
gemachtigde: mr. J.G. Bloem,
-tegen-
de openbare rechtspersoon
het LAND SINT MAARTEN,
zetelend in Sint Maarten,
in eerste aanleg gedaagde, thans geïntimeerde,
gemachtigden: mrs. R.F. Gibson en D.I. Schram.
Partijen worden hierna aangeduid als Seaview en het Land.
De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de intrekking ruim 40 jaar geleden van de casinovergunning van een hotel, die volgens de exploitant van dat hotel onrechtmatig handelen van het Land oplevert. Het Gerecht heeft de vordering afgewezen. Het Hof beoordeelt in het hoger beroep de zaak opnieuw.
1Het verloop van de procedure
1.1
Voor hetgeen in eerste aanleg is gesteld en gevorderd, voor de procesgang aldaar en voor de overwegingen en beslissingen van het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (hierna: het Gerecht), wordt verwezen naar het tussen partijen gewezen vonnis van 19 september 2023.
1.2
Seaview is in hoger beroep gekomen van dat vonnis door indiening op 31 oktober 2023 van een daartoe strekkende akte ter griffie van het Gerecht. Bij een op 12 december 2023 ter griffie ingediende memorie van grieven heeft zij zes grieven aangevoerd, deze toegelicht en geconcludeerd dat het Hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en haar vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van het Land in de kosten.
1.3
Het Land heeft op 14 februari 2024 een memorie van antwoord ingediend. Daarbij heeft het Land de grieven heeft bestreden en geconcludeerd dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, al dan niet met verbetering van gronden, met veroordeling van Seaview in de kosten.
1.4
Op de zitting van 20 augustus 2024 heeft mondeling pleidooi plaatsgevonden. Namens Seaview zijn via videoverbinding verschenen [Persoonsnaam 1] en [Persoonsnaam 2], bestuurders, bijgestaan door de gemachtigde van Seaview die zich ter zitting bij het Hof bevond. Namens het Land zijn verschenen mr. Schram voornoemd en R.J. Essed, vertegenwoordiger van de Minister van Economische Zaken. De gemachtigden hebben gepleit aan de hand van hun overgelegde pleitaantekeningen en er zijn vragen van het Hof beantwoord.
1.5
Uitspraak is bepaald op heden.
Feiten
2.1
Het Hof gaat uit van de volgende feiten, zoals die al door het Gerecht zijn vastgesteld (zie rov. 2.1. tot en met 2.12. van het bestreden vonnis).
2.1.1
Seaview is eigenaar van het perceel, meetbrief 63/1975, met de daarop gebouwde onroerende zaak. Op het perceel staat een hotelbedrijf en stond tot medio 2019 ook een casino.
2.1.2
Seaview heeft bij besluit van 14 augustus 1980 krachtens de Landsverordening Hazardspelen een casinovergunning gekregen. De vergunning is voor een periode van 5 jaar verleend en kon telkens verlengd worden. In de casinovergunning is, voor zover van belang, het volgende bepaald:
Artikel 2
De vergunning is persoonlijk en niet voor overdracht vatbaar.
Artikel 3
1. De feitelijke exploitatie der hazardspelen moet geschieden door een naar het oordeel van het Bestuurscollege te goeder naam en faam bekend staande natuurlijke persoon, nader te noemen "casino-operator", die in het bezit moet zijn van een schriftelijke toestemming van het Bestuurscollege om als zodanig te kunnen optreden.
(…)
Artikel 4
1. De vergunninghoudster is verantwoordelijk voor het nakomen van de voorwaarden en waarborgen aan deze vergunning verbonden.
2. De vergunninghoudster blijft te allen tijde volledig aansprakelijk ingeval van niet naleving van de uit de vergunning voortspruitende verplichtingen, zomede voor de voldoening van het
speelvergunningsrecht, als bedoeld in de geldende of eventueel te wijzigen, aan te vullen of te vervangen bepalingen van de Landsverordening Speelvergunningsrecht Hazardspelen 1957.
(…)
Artikel 20
Het Bestuurscollege kan, na overleg met de vergunninghoudster, de bepalingen van de vergunning wijzigen bij met redenen omkleed besluit.
Een wijziging in de geldigheidsduur der vergunning kan slechts worden aangebracht met wederzijds goedvinden.
2.1.3
Seaview verhuurde het perceel en het hotel aan Funtime N.V. (hierna: Funtime). Funtime is opgericht op 15 maart 1982. De schriftelijke huurovereenkomst dateert van 22 april 1982. De huurovereenkomst is voor tien jaar gesloten, met een
mogelijkheid tot verlenging.
2.1.4
Funtime beheerde met toestemming van Seaview ook het casino. Artt. 8 en 25 van de huurovereenkomst bepalen, voor zover van belang:
8. The premises included in this agreement are part of the premises mentioned under article 3 of this agreement and are the premises needed for the operation of a casino and are indicated in red on the attached map signed by both parties (...).
25. In case the license for the casino to be operated on the premises as indicated in red color on the attached map might be revoked by the Authority issuing said casino license for reasons not beyond control of Funtime then the present agreement will be cancelled automatically as per the date of the revocation of said casino license.
2.1.5
In een brief van 19 juli 1982 van mr. C.A. Richardson, met daarop de naam van mr. E.R. Meijers met een handtekening, aan de Executive Council of the Island Territory of the Windward Islands, Section Sint Maarten, Administration Building, staat:
I am writing you for and on behalf of my client FUNTIME N.V., established on Sint Maarten.
Client intends to operate a casino in a locality of "SEA VIEW HOTEL" and has presently engaged the construction work to that effect.
Client has understood that "SEA VIEW HOTEL" is in possession of a casino-permit, but has never exploited a casino nor intends to exploit a casino in the near future.
Client would appreciate your Council transferring said casino-permit, now in hands of SEA VIEW HOTEL N.V., to client. The casino to be operated will be in the same locality as originally intended by SEA VIEW HOTEL N.V.
As proof of its conformity with the above SEA VIEW HOTEL N.V. has caused this letter to be co-
signed by its representative by power of attorney, Mr. E.R. MEIJERS."
2.1.6
Het besluit van 14 december 1982 van het bestuur van het eilandgebied de bovenwindse eilanden, afdeling Sint Maarten, bepaalt, voor zover relevant:
Gelezen:
het verzoek van 19 juli 1982 (...) namens zijn client Funtime N.V. ter verkrijging van een vergunning tot het exploiteren van hazardspelen;
Overwegende:
dat Funtime N.V. bij eilandsbesluit van 9 december 1982 No. 393 een vestigingsvergunning werd verleend o.a. voor de exploitatie van casino's;
dat Funtime N.V. het plan heeft om een casino te openen in voor de exploitatie van hazardspelen ingerichte lokaliteiten in het Sea View Hotel;
dat de vergunning tot exploitatie van hazardspelen in lokaliteiten in het Sea View Hotel, destijds verleend aan Sea View Hotel N.V. bij eilandsbesluit van 14-8-1980 met ingang van 15 december 1982 werd ingetrokken.
(…)
HEEFT BESLOTEN
Aan de Naamloze Vennootschap FUNTIME N.V. met toepassing van artikel 1 van de
Landsverordening Hazardspelen 1948 vergunning te verlenen tot het exploiteren van hazardspelen in daarvoor volgens de bestaande of alsnog in het leven te roepen voorschriften ingerichte lokaliteiten in het Sea Vie(w) Hotel, onder de voorwaarden en bepalingen opgenomen in de Landsverordening Hazardspelen 1948 en voorts onder de navolgende voorwaarden en waarborgen.
2.1.7
Bij besluit van 14 december 1982 heeft het bestuur van het eilandgebied de
bovenwindse eilanden, afdeling Sint Maarten, besloten:
Overwegende:
dat bij eilandsbesluit van 16 augustus 1980 No. 944 met ingang van 1 augustus 1980 aan Sea View Hotel N.V. met toepassing van artikel 1 van de Landsverordening Hazardspelen 1948 vergunning werd verleend tot het exploiteren van hazardspelen in daarvoor volgens bestaande of alsnog in het leven te roepen voorschriften ingerichte lokaliteiten in het Sea View Hotel;
dat Sea View Hotel nimmer gebruik heeft kunnen maken van haar vergunning daar in het Sea View Hotel nog geen lokaliteiten voor de exploitatie van hazardspelen zijn ingericht;
dat Sea View Hotel N.V. inmiddels heeft verzocht om haar vergunning over te dragen aan Funtime N.V. hetgeen blijkt uit de brief van 19 juli 1982 van (...), namens zijn client, welke brief geco-signeerd werd door de vertegenwoordiger van Sea View Hotel N.V.
(…)
HEEFT BESLOTEN
Met ingang van 15 december 1982 de vergunning tot het exploiteren van hazardspelen, als bedoeld in considerans van dit besluit, van Sea View Hotel N.V.
Beoordeling
2.4
Het hoger beroep is tevergeefs voorgesteld. De vordering is namelijk verjaard. Ter toelichting dient het volgende.
2.5
Het Land heeft een beroep op verjaring gedaan, onder meer op de “absolute” verjaringstermijn van twintig jaar, als bedoeld in art. 3:310 lid 1 BW, laatste bijzin (CvD, onder 1.9 e.v.). Dit beroep is gehandhaafd in hoger beroep en (uitgebreid) aan de orde geweest ter gelegenheid van het pleidooi in hoger beroep. Dat beroep slaagt.
2.6
De schadeveroorzakende gebeurtenis, te weten de intrekking van de casinovergunning van Seaview en de uitgifte van een casinovergunning aan Funtime, is te herleiden tot één moment, zijnde 14 december 1982, de datum dat het bestuur van het eilandgebied de gewraakte besluiten heeft genomen. Onbekendheid van Seaview met deze gebeurtenis of de identiteit van de veroorzaker of de schade, is voor (de aanvang van) de twintigjarige termijn niet van belang (vgl. ECLI:NL:HR:1999:ZC2934, NJ 2000/16). Op 14 december 1982 is de verjaringstermijn dus gaan lopen. Ten tijde van de indiening van het inleidend verzoekschrift, op 19 september 2022, was deze verjaringstermijn (bijna tweemaal) vervuld.
2.7
Ter afwering van het verjaringsverweer heeft Seaview ter terechtzitting in hoger beroep betoogd dat dit verweer naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Dit beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid faalt bij gebrek aan deugdelijke onderbouwing. Haar betoog dat Seaview niet wist of kon weten van de intrekking van haar vergunning, gaat niet op. In de eerste plaats geldt dat de aanvang van de twintigjarige verjaringstermijn niet afhankelijk is van Seaview persoonlijk betreffende omstandigheden (vgl. wederom ECLI:NL:HR:1999:ZC2934, NJ 2000/16). Dit geldt te minder nu Seaview als vergunninghoudende onderneming geacht moet worden met enige regelmaat haar zaken en papieren te controleren, zoals terecht gesteld door het Land. In dit licht is van belang dat blijkens het intrekkingsbesluit dit aan “de belanghebbende” is gezonden (zie prod. 9b inleidend verzoekschrift). Het is minst genomen merkwaardig dat 40 jaar onopgemerkt zou zijn gebleven dat een vergunning zo’n twee jaar na de verlening ervan is ingetrokken, maar in ieder geval komt dat voor rekening en risico van Seaview.
2.8
Op het bovenstaande stuit het beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en de billijkheid af.
2.9
Seaview heeft ook betoogd dat het Land misbruik maakt van de bevoegdheid om het verjaringsverweer te voeren. Op overeenkomstige gronden als hiervoor vermeld, wordt ook dit betoog verworpen.
2.10
Nu het meest verstrekkende verweer van het Land opgaat en dat al moet leiden tot afwijzing van de vordering, hoeven de overige verweren en ook de grieven niet meer besproken te worden.
2.11
De slotsom luidt dat het Gerecht de vordering terecht heeft afgewezen. Het bestreden vonnis wordt bevestigd en Seaview wordt, als de in het ongelijk gestelde partij, in de proceskosten in hoger beroep van het Land veroordeeld.
Dictum
Het Hof:
bevestigt het bestreden vonnis;
veroordeelt Seaview in de proceskosten in hoger beroep aan de zijde van het Land, tot op heden begroot op NAf 240,50 aan betekeningskosten en NAf 6.000,- (3 x tarief 5) aan gemachtigdensalaris.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, G.C.C. Lewin en E.W.A. Vonk, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Sint Maarten op 23 oktober 2024 uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier.