Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2023-12-12
ECLI:NL:OGHACMB:2023:286
Civiel recht
Hoger beroep
2,859 tokens
Inleiding
Burgerlijke zaken over 2023
Registratienummers: CUR202001107 – CUR2022H00120
Uitspraak: 12 december 2023
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
V O N N I S
in de zaak van:
de naamloze vennootschap
SOUTH AMERICAN INTERNATIONAL BANK CURACAO N.V.,
gevestigd in Curaçao,
gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, thans appellante,
gemachtigde: mr. H.W. Braam,
tegen
1. de rechtspersoon naar het recht van Zwitserland
C.S.A. (CONSULTING & SERVICES ASSOCIATE) S.A,
2. de rechtspersoon naar het recht van de Britse Maagdeneilanden
CONSULTING & SERVICES ASSOCIATE LTD,
3. de heer JEAN PIERRE [GEÏNTIMEERDE 3],
wonende te Venezuela,
eisers in conventie tevens gedaagden in reconventie, thans geïntimeerden,
gemachtigden: mrs. M. Th. Aanstoot, N.E. Soon en G.D. Maria.
Partijen worden hierna SAI Bank en CSA SA, CSA Ltd, en [geïntimeerde 3] (dan wel CSA c.s.) genoemd.
1De zaak in het kort
Deze zaak gaat over de afwikkeling van een bankrelatie tussen CSA c.s. en SAI Bank. Partijen strijden over saldi van bankrekeningen bij een correspondentbank die zijn geblokkeerd wegens internationale sancties op zakendoen met Venezolaanse staatsbedrijven. De eerste rechter heeft de vorderingen van CSA c.s. toegewezen en de gepretendeerde tegenvorderingen van SAI Bank afgewezen.
In dit hoger beroep beoordeelt het Hof de vorderingen opnieuw.
2Het verloop van de procedure
2.1
Bij op 16 mei 2022 ingekomen akte van appel is SAI Bank in hoger beroep gekomen van het tussen partijen gewezen en op 4 april 2022 uitgesproken vonnis van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao (hierna: de eerste rechter).
2.2
Bij op 27 juni 2022 ingekomen memorie van grieven, met productie, heeft SAI Bank grieven tegen het vonnis aangevoerd en toegelicht. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het vonnis zal vernietigen en opnieuw rechtdoende (a) primair de vorderingen van CSA c.s. alsnog zal afwijzen, en subsidiair zal bepalen dat CSA c.s. aanspraak maken en recht hebben op hun saldi (zonder rente) onder voorwaarde dat de blokkering van de bankrekening van SAI Bank bij Italbank zal zijn opgeheven en deze gelden zullen zijn vrijgegeven, en (b) de reconventionele vorderingen alsnog zal toewijzen, met veroordeling van CSA c.s. – uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van beide instanties.
2.3
Bij op 30 augustus 2022 ingekomen memorie van antwoord heeft CSA c.s. de grieven bestreden. Haar conclusie strekt ertoe dat het Hof het bestreden vonnis zal bevestigen, al dan niet onder verbetering van gronden, met veroordeling van SAI Bank in de proceskosten in hoger beroep.
2.4
Op de daarvoor nader bepaalde dag hebben de gemachtigden van partijen pleitnotities ingediend, CSA c.s. onder overlegging van producties.
2.5
Vonnis is gevraagd en nader bepaald op vandaag.
Beoordeling
3.1
Het Hof gaat uit van de feiten zoals vastgesteld door de eerste rechter in rechtsoverweging 2 van het bestreden vonnis:
3.1.1
CSA SA heeft sinds 2015 een consultancy-overeenkomst gesloten met Tipco Asphalt Public Company Ltd. te Thailand, hierna: Tipco. CSA SA assisteert Tipco onder meer bij de onderhandelingen over en de aanschaf van olie van het Venezolaanse staatsbedrijf PDVSA. Deze overeenkomst is in 2018 verlengd.
3.1.2 [
[geïntimeerde 3] is de uiteindelijke belanghebbende van CSA SA en CSA Ltd.
3.1.3
CSA c.s. hebben in 2018 rekeningen geopend bij SAI Bank.
3.1.4
Op 28 januari 2019 heeft een bespreking plaatsgevonden tussen [geïntimeerde 3] en SAI Bank over Executive Order no. 13850 van de President van de Verenigde Staten van 1 november 2018 houdende sanctiemaatregelen tegen Venezuela (hierna: de Executive Order).
3.1.5
Bij brief van 9 februari 2019 heeft [geïntimeerde 3] SAI Bank als volgt bericht:
Subject: January 28, 2019 sanction (“Orden Ejacutive (E.O.) 13850)
Following our last meeting, I would like to confirm hereby that:
CSA (Consulting and Services Associate) SA is a 100% private Switzerland company
CSA SA is not conducting any direct or indirect business relation with Venezuelan government bodies of Venezulean companies of Venezulean bodies or Venezulean mixed companies.
3.1.6
In de periode april 2019 – juni 2019 zijn, met vertraging en na reclamatie door CSA c.s. bij SAI Bank, de rekeningen van CSA c.s. bij SAI Bank gecrediteerd met zes van Tipco afkomstige betalingen van in totaal ruim NAf 4,3 miljoen. Dit bedrag is door CSA SA deels overgemaakt op rekeningen elders van CSA Ltd. en [geïntimeerde 3].
3.1.7
De betalingen door Tipco aan CSA SA verliepen door tussenkomst van SAI Bank’s Puerto Ricaanse correspondent-bank Italbank.
3.1.8
Nadat de overboekingen van Tipco naar CSA SA waren voltooid, heeft Italbank SAI Bank om nadere gegevens gevraagd over de onderliggende transacties.
3.1.9
In juni 2019 hebben CSA c.s. hun rekeningen bij SAI Bank opgezegd en hebben zij SAI Bank opgedragen de nog aanwezige saldi aan CSA c.s. af te dragen. SAI Bank heeft geen gevolg gegeven aan deze opdrachten.
3.1.10
Bij email van 10 juli 2019 heeft Italbank SAI Bank bericht dat volgens Italbank sprake was van ongebruikelijke transacties en dat het bovendien ging om activiteiten waarbij de Venezolaanse entiteit PDVSA was betrokken. Italbank stelt de Executive Order strikt te willen naleven en dat “los 4.359.746,92 d’olares ser’an puestos a disposici’ on de OFAC a partir de esta momento, y ser’a este organismo el que determine la viabilidad de que esta ‘ultima pueda acceder a dicho dinero”. Het komt erop neer dat Italbank achteraf alsnog tot blokkering is overgegaan van tegoeden van SAI Bank bij Italbank ter hoogte van de eerder door Italbank en SAI Bank verwerkte Tipco-betalingen.
3.1.11
Door advocatenkantoor Holland & Knight te Miami is namens SAI Bank op 9 september 2020 bij OFAC (OFFice of Foreign Assets Control) een “Application for a Specific License for the Release of Blocked Funds” ingediend, met de strekking dat de door Italbank geblokkeerde fondsen van SAI Bank moeten worden vrijgegeven.
3.2
CSA c.s. vorderen in conventie veroordeling van SAI Bank tot betaling van de ten tijde van de opzegging door CSA c.s. van de tussen hen en SAI Bank bestaande bankrelatie op de bankrekening van CSA c.s. aanwezige saldi. Die saldi bedroegen per 5 juli 2019 voor CSA SA USD 879.844,91 en EUR 436.539,56, voor CSA Ltd. USD 54.724, 76 en een onbekend saldo op rekeningnummer 4120580100102 en voor [geïntimeerde 3] USD. 3.906,80 en EUR 26.016,97.
3.3
De eerste rechter heeft vastgesteld dat noch over de hoogte van deze saldi, noch over de bevoegdheid van CSA c.s. hun rekeningen bij SAI Bank op te zeggen, verschil van mening bestaat. SAI Bank is daarom in beginsel gehouden tot afdracht van de saldi van de rekeningen van CSA c.s. (zie rechtsoverwegingen 4.1 en 4.2). Tegen deze oordelen is niet gegriefd en het Hof kan zich ook met deze oordelen verenigen en maakt ze tot de zijne.
3.4
SAI Bank verzet zich tegen betaling van de door haar verschuldigde bedragen op de grond dat zij deze vordering kan compenseren, althans dat zij gerechtigd is tot opschorting van betaling, ter verrekening met de schade die zij zal lijden bij verbeurdverklaring van haar geblokkeerde tegoeden bij Italbank, voor welke schade zij CSA c.s. aansprakelijk houdt. SAI Bank baseert die claim op bedrog, althans wanprestatie, althans onrechtmatig handelen zijdens CSA c.s. De eerste rechter heeft dit verweer verworpen en geoordeeld dat van bedrog, wanprestatie, of onrechtmatig handelen zijdens CSA c.s. geen sprake is. Tegen dat oordeel zijn de grieven 1 en 2 gericht.
3.5
SAI Bank beroept zich ter staving van haar beroep op bedrog, wanprestatie, althans onrechtmatige daad, nu in hoger beroep (alleen nog) op de gang van zaken rond de brief van [geïntimeerde 3] namens CSA SA aan SAI Bank van 9 februari 2019. Volgens SAI Bank is de in die brief vervatte passage dat “CSA S.A. is not conducting any direct or indirect business relation with Venezuelan government bodies of Venezuelan companies or Venezuelan ventures or Venezuelan mixed companies” onjuist, omdat CSA SA (wel degelijk) zaken deed met het Venezolaanse staatsbedrijf PdVSA.
De eerste rechter heeft – hoewel hij de aangehaalde passage op zijn minst dubieus en versluierend acht - geoordeeld dat dit geen bedrog, wanprestatie, of onrechtmatige daad oplevert jegens SAI Bank omdat de bank bekend was met de activiteiten van CSA SA uit hoofde van de consultancy-overeenkomst met Tipco en dus door deze brief niet is misleid.
3.6
Het Hof neemt dat oordeel over en maakt het tot het zijne. CSA SA heeft zich op het standpunt gesteld dat SAI Bank van meet af aan betrokken is geweest bij haar bedrijfsactiviteiten uit hoofde van de consultancy-overeenkomst en als kredietinstelling een actieve rol heeft gespeeld bij het binnenhalen van betalingen. Ter adstructie van die laatste stelling heeft CSA c.s. een emailwisseling tussen [geïntimeerde 3] en SAI Bank overgelegd over een betaling van Tipco aan CSA c.s. (inleidend verzoekschrift, productie 6), waaruit blijkt dat partijen verschillende mogelijkheden hebben verkend om de transacties met Venezolaanse staatsbedrijven en daaruit voortvloeiende betalingen ongehinderd door te laten gaan (onder meer betaling in euro’s in plaats van in US dollars). In dat kader heeft SAI Bank zèlf – volledig op de hoogte van de uit de consultancy-overeenkomst voortvloeiende verplichtingen - de brief van [geïntimeerde 3] van 9 februari 2019 geїnstigeerd. Uit deze gang van zaken – door CSA c.s. gesteld en door SAI Bank niet gemotiveerd betwist – volgt dat SAI Bank op de hoogte was van de relevante achtergrond van de brief van [geïntimeerde 3] van 9 februari 2019, zodat van bedrog of misleiding door middel van die brief – en daarmee van wanprestatie of onrechtmatige daad - geen sprake is.
3.7
In haar toelichting op de in hoger beroep aangevoerde grieven 1 en 2 erkent SAI Bank inmiddels dat zij [geïntimeerde 3] heeft verzocht voornoemde brief van 9 februari 2019 te schrijven. Voor zover het Hof begrijpt voert SAI Bank thans aan dat die brief de indruk moest wekken dat CSA c.s.