Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2023-11-15
ECLI:NL:OGHACMB:2023:221
Bestuursrecht
Hoger beroep
1,733 tokens
Inleiding
AUA2023H00050
Datum uitspraak: 15 november 2023
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het hoger beroep van:
1. appellant 1],
2. [ appellant 2],
3. [ appellant 3],
4. [ appellant 4],
5. [ appellant 5],
6. [ appellant 6],
7. [ appellant 7],
8. [ appellant 8],
9. [ appellant 9],
10. M.B. Boyce,
allen wonend in Aruba,
appellanten,
tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Aruba (hierna: het Gerecht) van 16 februari 2023 in zaken nrs. AUA202202073 en AUA202202075 in het geding tussen:
[appellanten]
en
de minister van Algemene Zaken, Innovatie, Overheidsorganisatie, Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening (hierna: de minister)
Procesverloop
Bij beschikking van 30 oktober 2019, kenmerk BA-0899-219, aangevuld bij beschikkingen van 28 mei 2020, kenmerk BA-0853-2019 en kenmerk BA 0994-2019, heeft de minister aan Three Rivers een bouwvergunning verleend voor de bouw van een hotel in Sero Colorado.
Bij beschikking van 17 maart 2022 heeft de minister het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard (hierna: bestreden beschikking).
Bij uitspraak van 16 februari 2023 heeft het Gerecht het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.
De minister heeft een verweerschrift ingediend.
Het Hof heeft de zaak ter zitting behandeld op 6 oktober 2023. Namens [appellanten] is mr. M.B. Boyce, advocaat, vergezeld door mr. N. Esquivel en L. Ponson, verschenen. De minister werd vertegenwoordigd door mr. V.M. Emerencia, werkzaam bij de Directie Wetgeving en Juridische Zaken. Three Rivers werd vertegenwoordigd door mr. M.R.M. Reinkemeyer en mr. A.A. Ruiz, beiden advocaat.
Overwegingen
Three Rivers beoogt in Sero Colorado in de omgeving van Baby Beach een hotel te bouwen met in totaal 900 kamers. Het hotel zal in twee fases worden gebouwd. De eerste fase is reeds aangevangen en bestaat uit de bouw van 600 'all-inclusive' hotelkamers en centrale hotelfaciliteiten zoals een lobby en een restaurant. Ten behoeve van de eerstesteenlegging op 15 november 2019 heeft Three Rivers op 22 oktober 2019 een eerste bouwvergunning aangevraagd. Deze is verleend op 30 oktober 2019 met kenmerk 0899-2019. Op 14 november 2019 heeft Three Rivers de minister verzocht om bouwvergunningen voor fase 1. Bij beschikkingen van 28 mei 2020 zijn de door Three Rivers aangevraagde bouwvergunningen met kenmerken 09942019 en 0853-2019 verleend. De eerdere bouwvergunning met kenmerk 0899-2019 is samengevoegd met de bouwvergunning met kenmerk 0853-2019. Three Rivers heeft dus twee bouwvergunningen voor het realiseren van fase 1 (hierna gezamenlijk: de bouwvergunning).
[appellanten] wonen in de directe omgeving van het te bouwen hotel en vrezen dat hun woon- en leefklimaat onaanvaardbaar wordt aangetast. Zij hebben op 25 februari 2022 een bezwaarschrift ingediend tegen de bouwvergunning. De minister heeft het bezwaarschrift voor zover het is ingediend door [appellant 1] en Boyce nietontvankelijk verklaard omdat zij eerder op 21 oktober 2020 een bezwaarschrift tegen de bouwvergunning hadden ingediend. De aanvullende gronden van dat bezwaarschrift zijn dezelfde als die van het bezwaarschrift van 25 februari 2022. Daardoor wordt dit gezien als een herhaling van het reeds ingediende bezwaarschrift. Voor zover het bezwaarschrift is ingediend door de overige acht omwonenden geldt dat het niet-ontvankelijk is wegens termijnoverschrijding.
Het Gerecht heeft vastgesteld dat het bezwaarschrift is gericht tegen de bouwvergunning en dat dit na de bezwaartermijn is ingediend. Voor zover [appellanten] hebben willen betogen dat er nieuwe omstandigheden zijn op grond waarvan de termijnoverschrijding verschoonbaar is, hebben zij die nieuwe omstandigheden niet aannemelijk gemaakt, aldus het Gerecht.
[appellanten] betogen in hoger beroep dat er sprake is van nieuwe omstandigheden die pas bekend waren omstreeks 26 januari 2022 en 2 februari 2022, en niet ten tijde van de uitgifte van de bouwvergunning. Uit nieuw overgelegde foto's van Three Rivers is namelijk gebleken dat er in strijd met de verleende bouwvergunning wordt gebouwd. Het gebouw is niet alleen anders gesitueerd, maar het is ook veel te hoog.
4.1.
Het Hof stelt vast dat [appellanten] op 25 februari 2022 onder verwijzing naar productie 1 een bezwaarschrift hebben ingediend tegen de bouwvergunning voor de bouw van hotelkamers en een garage in Sero Colorado gelijk aan de bouwplannen zoals bekendgemaakt op 26 januari 2022 en 2 februari 2022. Bij het bezwaarschrift is als productie 1 de bouwvergunning gevoegd. Gelet hierop heeft de minister het bezwaarschrift terecht aangemerkt als gericht tegen de bouwvergunning en het bezwaar op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. Het Gerecht is terecht tot diezelfde conclusie gekomen.
4.2. [
[appellanten] hebben ter zitting in hoger beroep de grondslag van het geschil gewijzigd door te stellen dat zij bezwaar hebben willen maken tegen een eventueel nieuw verleende bouwvergunning. Daargelaten dat de grondslag van het geschil niet mag worden gewijzigd, is ter zitting van het Hof vastgesteld dat de minister aan Three Rivers geen andere bouwvergunning heeft verleend dan de in de rubriek Procesverloop vermelde bouwvergunning. Voor zover [appellanten] zich niet kunnen vinden in de wijze waarop er wordt gebouwd, geldt dat zij de minister kunnen verzoeken om handhavend op te treden. Het op 25 februari 2022 ingediende bezwaarschrift kan niet worden aangemerkt als een dergelijk verzoek.
5. De conclusie is dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. J.Th. Drop en mr. T.G.M. Simons, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 15 november 2023.