Rechtspraak
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e
2023-06-28
ECLI:NL:OGHACMB:2023:125
Bestuursrecht
Herziening
1,364 tokens
Inleiding
CUR2022H00348
Datum uitspraak: 28 juni 2023
gemeenschappelijk hof van jusTitie
van aruba, CURAÇAO, SINT MAARTEN
EN VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker], wonend in Curaçao,
verzoeker,
om herziening (artikel 96 van de Landsverordening administratieve rechtspraak; hierna: de Lar) van de uitspraak van het Hof van 30 november 2022 in zaak nr. CUR2022H00126 (ECLI:NL:OGHACMB:2022:154)
Procesverloop
Bij uitspraak van 30 november 2022, ECLI:NL:OGHACMB:2022:154, heeft het Hof in het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao van 12 april 2022 in zaak nr. CUR202100745, die uitspraak bevestigd.
[verzoeker] heeft het Hof verzocht de uitspraak van 30 november 2022 te herzien.
De korpschef van het Korps Politie Curaçao (hierna: de korpschef) heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het Hof heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 maart 2023. [verzoeker], bijgestaan door mr. C.A. Peterson, advocaat, en de korpschef, vertegenwoordigd door mr. P. Tweeboom, advocaat, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. In de zaak die in hoger beroep heeft geleid tot de uitspraak van 30 november 2022 lag een beschikking van de korpschef van 22 januari 2021 voor waarin het verzoek van [verzoeker] om teruggave van zijn in administratiefrechtelijke bewaring gegeven vuurwapen is afgewezen. Het Hof heeft in de uitspraak van 30 november 2022 onder meer overwogen dat vaststaat dat [verzoeker] ervan wordt verdacht op 18 juni 2020 twee mannen met het vuurwapen te hebben bedreigd en dat het Hof er op voorhand op grond van de gedingstukken niet van overtuigd is dat [verzoeker] zonder meer een geslaagd beroep op noodweer kan doen. Daarbij is in aanmerking genomen dat het strafrechtelijk onderzoek nog steeds gaande is en het openbaar ministerie (hierna: het OM) vooralsnog geen aanleiding heeft gezien de zaak te seponeren omdat er sprake is van noodweer. De korpschef heeft zich dan ook redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het vuurwapen niet teruggegeven wordt omdat [verzoeker] de uitgangspunten ten aanzien van noodweer niet grondig heeft nageleefd en dus de aan de machtiging voor het vuurwapen verbonden voorwaarden heeft overtreden.
1.1. [
[verzoeker] wil dat de uitspraak wordt herzien omdat uit een brief van 22 oktober 2022 blijkt dat het OM de zaak al wel had geseponeerd.
Beoordeling
2. Op grond van artikel 96 van de Lar kan het Hof op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van nader gebleken feiten of omstandigheden die:a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak;b. de verzoekende partij redelijkerwijs niet bekend konden zijn, enc. waren zij bij het Hof eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
2.1.
Feiten
Zijn er nova?
3. [verzoeker] heeft naar aanleiding van het onderzoek ter zitting bij het Hof op 19 oktober 2022 de hoofdofficier van justitie gevraagd of er nog een strafrechtelijk onderzoek tegen hem loopt. Bij de brief van 22 oktober 2022 heeft de hoofdofficier van justitie aan [verzoeker] bevestigd dat al enige tijd geleden, na beoordeling van het proces-verbaal, is besloten om, op gronden aan het algemeen belang ontleend, van vervolging af te zien. [verzoeker] is ten onrechte als verdachte aangemerkt, aldus de brief van 22 oktober 2022.
3.1.
Het Hof overweegt dat dit weliswaar een nader gebleken feit betreft dat heeft plaatsgevonden vóór de uitspraak van 30 november 2022, zodat aan de voorwaarde onder a is voldaan, maar dat dit feit al vóór de uitspraak van 30 november 2022 bij [verzoeker] bekend was. Hij is immers met de brief van 22 oktober 2022 op de hoogte gesteld van het sepot. Daarom is niet voldaan aan de voorwaarde onder b. Het verzoek om herziening moet daarom worden afgewezen. De korpschef hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Ten overvloede
4. Ten overvloede overweegt het Hof ten eerste dat indien [verzoeker] de brief van 22 oktober 2022 vóór de uitspraak had overgelegd, dat niet tot een andere uitkomst had geleid omdat uit die brief niet blijkt dat het OM ten tijde van de beschikking van de korpschef van 22 januari 2021 al had besloten om van strafrechtelijke vervolging af te zien. En ten tweede dat de korpschef met de kennis van nu een nieuw verzoek van [verzoeker] om teruggave van het vuurwapen niet zal mogen afwijzen.
Dictum
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba:
wijst het verzoek om herziening af.
Aldus vastgesteld door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. T.G.M. Simons en mr. E.J. Daalder, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.M.C.S. van der Heide, griffier.
w.g. Bel
voorzitter
w.g. Van der Heide
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 28 juni 2023.