Rechtspraak Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius e 2022-12-13
ECLI:NL:OGHACMB:2022:163
Civiel recht
Burgerlijke zaken over 2022 Registratienummer: AUA2020H00099 Uitspraak: 13 december 2022 GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba H E R S T E L V O N N I S in de zaak van: 1. de stichting FUNDACION ORGUYO ARUBA, gevestigd in Aruba, 2. [APPELLANTE 2], wonende in Aruba, 3. [APPELLANTE 3], wonende in Aruba, oorspronkelijk eiseressen, thans appellanten, gemachtigde: mr. E.A.D.M.E.J. Wever, tegen de openbare rechtspersoon HET LAND ARUBA, zetelend in Aruba, oorspronkelijk gedaagde, thans geïntimeerde, gemachtigde: mr. M.P. Jansen. 1. Het vonnis in dit geding 1.1 Het Hof heeft in deze zaak op 6 december 2022 een vonnis uitgesproken. In het dictum staat onder meer: verklaart voor recht dat artikel 31 lid 1 en artikel 33 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, wegens onverenigbaarheid met de artikelen 3 en 12 lid 1 van de Staatsregeling van Aruba, geen toepassing vinden, voor zover door die toepassing het huwelijk tussen twee personen van gelijk geslacht zou worden uitgesloten; Dit moet luiden: verklaart voor recht dat artikel 31 lid 1 en artikel 33 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, wegens onverenigbaarheid met de artikelen I.1 en I.16 lid 1 van de Staatsregeling van Aruba, geen toepassing vinden, voor zover door die toepassing het huwelijk tussen twee personen van gelijk geslacht zou worden uitgesloten; 1.2 Dit is een kennelijke fout die zich leent voor eenvoudig herstel als bedoeld in art. 66 lid 1 Rv. Het Hof zal het vonnis ambtshalve verbeteren. B E S L I S S I N G Het Hof: verbetert het op 6 december 2022 in deze zaak uitgesproken vonnis op de wijze zoals hiervoor in 1.1 is vermeld; stelt de verbetering op de minuut van dat vonnis. Dit vonnis is gewezen door mrs. G.C.C. Lewin, S. Verheijen en J. de Boer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba en ter openbare terechtzitting van het Hof in Aruba uitgesproken op 13 december 2022 in tegenwoordigheid van de griffier.