Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2026-03-03
ECLI:NL:OGEAM:2026:43
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,002 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:OGEAM:2026:43 text/xml public 2026-03-27T10:50:05 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten 2026-03-03 SXM202500132 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Civiel recht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAM:2026:43 text/html public 2026-03-27T10:49:29 2026-03-27 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:OGEAM:2026:43 Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten , 03-03-2026 / SXM202500132 Erfgrens tussen percelen van zussen op Sint Maarten. Gerecht stelt grens vast. GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202500132 Vonnisdatum: d.d. 3 maart 2026 in de zaak van [eiseres], wonende in Sint Maarten, eiseres, gemachtigde: mr. J.G. Snow, tegen [gedaagde], wonende in Sint Maarten, gedaagde, gemachtigde: mr. R.E. Duncan. Partijen worden hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd. De zaak in het kort Partijen zijn zussen van elkaar. Zij bezitten beiden een perceel grond. Deze zaak gaat over de vraag waar de grens loopt tussen deze twee percelen. Het Gerecht stelt die vast en veroordeelt gedaagde de grensoverschrijding ongedaan te maken. Summary of the case The parties are sisters. They both own a plot of land. This case concerns the question of where the boundary between these two plots lies. The court determines this and orders the defendant to undo the boundary violation. 1 Het procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit: het inleidend verzoekschrift met producties, op 4 februari 2025 ter griffie ingediend; de conclusie van antwoord van 29 april 2025, tevens eis in reconventie, met producties de mondelinge behandeling op 4 september 2025, direct gevolgd door een descente ter plaatse, waarvan proces-verbaal is opgemaakt; de akte van 2 december 2025, houdende uitlating producties van [eiseres]; de antwoord-akte van 20 januari 2026 van [gedaagde]. 1.2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. [ eiseres] en [gedaagde] zijn zussen en hebben allebei een aan elkaar grenzend perceel grond in eigendom op Sint Maarten, gelegen in Cay Bay, respectievelijk met de meetbriefnummers [../….] en [../….]. Zij hebben deze even grote percelen van 610 m2 verkregen na een met hun andere broers en zussen overeengekomen scheiding en deling. Het betreft dus verdeelde familiegrond, zoals vastgelegd in een notariële akte van 24 februari 1987. 2.2. Het kadaster heeft op 22 februari 1985 meetbrieven opgemaakt van onder meer deze percelen. De grenzen zijn toen aangewezen door [naam zus], de oudere zus van partijen. De grenspunten waren aangeduid met ijzeren pijpen die in de grond zijn gezet. 2.3. Op verzoek van [eiseres] heeft het kadaster op 7 december 2022 opnieuw de grenzen uitgezet, volgens de meetbrieven uit 1985. 3 Het geschil 3.1. [ eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te bevelen om binnen vierentwintig (24) uur na betekening van het in deze te wijzen vonnis over te gaan tot het volledig verwijderen van het hekwerk dat [gedaagde] heeft geplaatst op het perceel van [eiseres] met meetbriefnummer [../….] en dat verwijderd te houden, althans niet terug te plaatsen, en in het vervolg af te zien van het opnieuw plaatsen van een dergelijk hekwerk op het perceel van [eiseres], op straffe van de verbeurte van een dwangsom van USD 1.000,- voor iedere keer, dag of een gedeelte van een dag dat [gedaagde] mocht weigeren c. q. nalaten om dit door het Gerecht te geven bevel op te volgen, althans een zodanige voorziening te treffen met betrekking tot het voorgaande zoals het Gerecht in goede justitie zal vermenen te behoren, en [gedaagde] in de kosten van de procedure te veroordelen. 3.2. [ eiseres] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiseres] is doende haar perceel grond te verkopen heeft er daarom belang bij dat er zo spoedig mogelijk duidelijkheid komt over de grenzen van haar perceel. [gedaagde] heeft echter palen en een hekwerk op het perceel van [eiseres] geplaatst. Dat is een onrechtmatige inbezitneming/grensoverschrijding. 3.3. [ gedaagde] heeft het volgende tot verweer gevoerd. [gedaagde] heeft jegens [eiseres] een uitdrukkelijk beroep gedaan op verkrijgende verjaring, voor zoveel nodig. Zij heeft immers haar perceel — afgegrensd door ijzeren staven/palen (iron tubes) in een lage funderende muur — gedurende meer dan 35 jaar, openbaar en ondubbelzinnig bezeten en als haar eigendom gebruikt. Er is ook geen sprake van grensoverschrijding. Om de werkelijke ligging van de grenzen te bepalen dient op professionele en deskundige wijze de grenspunt bevestigd te worden. [gedaagde] heeft aan haar verweer een tegenvordering gekoppeld. 3.4. [ gedaagde] eist bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [eiseres] te verbieden - persoonlijk of middels anderen - de grenspalen geplaatst door [gedaagde] te verwijderen of de grenzen van het perceel van [gedaagde] te verwijderen or verstoren, op straffe van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van XCG 5.000,- per keer of dag dat zij in gebreke blijft aan de door het Gerecht in deze te geven beslissing te voldoen. 3.5. [ gedaagde] legt aan de vordering ten grondslag dat zij in de uitoefening van haar eigendom wordt verstoord, iedere keer dat de aanstaande kopers (de familie [achternaam]) - namens [eiseres] - een of meer grenspalen weghalen. Dit handelen is onrechtmatig en levert schade voor [gedaagde] op. 3.5. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4 De beoordeling in conventie en reconventie 4.1. Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag waar de kadastrale grens tussen de percelen van [eiseres] ([.../….]) en [gedaagde] ([.../….]) feitelijk loopt. Met partijen werd daarom ter zitting afgesproken om ter plaatse te gaan en de situatie daar op te nemen. plaatsopneming 4.2. De rechter is daarbij eerst op zoek gegaan naar aanwezige kadastrale aanduidingen. Volgens de aanwezigen (waaronder de aanstaande kopers en ook de oudere zus [naam]) waren de kadastrale pijpjes aan de ‘straatzijde’ al lang niet meer aanwezig. [gedaagde] heeft de rechter meegenomen naar een nog wel aanwezig ijzeren kadasterpijpje, dat volgens haar de grens tussen de percelen aangaf. Dat pijpje was echter geslagen direct tegen bebouwing van de grens tussen de percelen [../….] en [../….]. De situatie wordt hieronder aangegeven in een tekening van het kadaster uit 2016. Het vet omrande perceel geeft de kadastrale grenzen van het perceel van [eiseres] aan. Het pijltje naar links duidt de plaats aan, waar het pijpje tijdens de plaatsopneming door [gedaagde] werd aangewezen. 4.3. De door [gedaagde] aangeduide plaats markeert dus niet de grens tussen het perceel van [eiseres] en haar perceel, maar de grens tussen twee andere percelen. Het verklaart wel de – dus onjuiste gebleken – stelling van [gedaagde] dat de grens loopt op de plaats waar zij de ijzeren staven/palen en een hekwerk heeft geplaatst, namelijk enkele meters op het perceel van [eiseres]. Dat is door het kadaster gearceerd aangeduid op een recent vervaardigde tekening. opnieuw grensbepaling 4.4. Hoe het ook zij, na overleg tussen partijen en hun gemachtigden hebben zij gezamenlijk opdracht gegeven aan het kadaster om opnieuw de grens tussen de beide percelen aan te duiden. Dat is op 27 oktober 2025 gebeurd. Uit de overgelegde stukken is naar het oordeel van het Gerecht voldoende af te leiden dat het kadaster de eerder uitgezette grenzen heeft bevestigd. Het komt ook overeen met de grenzen, die zus [naam] in 1987 aan het kadaster heeft aangewezen. Dat houdt in dat de door [gedaagde] geplaatste ijzeren staven/palen en het hekwerk die zich op het perceel van [eiseres] bevinden door [gedaagde] zullen moeten worden verwijderd. het beroep op verjaring slaagt niet 4.5. [ [gedaagde] heeft haar standpunt dat de ijzeren staven/palen er al meer dan 35 jaar staan onvoldoende onderbouwd. Ter plaatse is dat in ieder geval niet duidelijk geworden. De nu aanwezige staven/palen zagen er niet uit, alsof die er al die tijd hebben gestaan en dat geldt ook voor de nog aanwezige bouwstenen.