Rechtspraak 2026-01-09
ECLI:NL:OGEAM:2026:3
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN Zaaknummer: SXM202501251-KG 127/2025 Vonnisdatum: 9 januari 2026 in de zaak van 1 de naamloze vennootschap [naam] ASSOCIATES N.V.,2. de stichting particulier fonds STICHTING PARTICULIER FONDS TRITON, 3. de naamloze vennootschap SEMPER AVANTI N.V., 4. de naamloze vennootschap DYNAMAN ENTERPRISES N.V., alle gevestigd in Sint Maarten, eisers, gemachtigden: mr. P.P. Soons en mr. C. Fiévez, tegen 1 DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN NIJVERHEID, 2. DE SECRETARIS VAN DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN NIJVERHEID, gevestigd in Sint Maarten, gedaagden, gemachtigde: mr. B.B. Brooks. Partijen zullen hierna “Eisers”, “de Kamer” en “de Secretaris” worden genoemd. De zaak in het kort Van bedrijven moeten in het register van de Kamer de gegevens van de UBO worden ingeschreven. Daarvoor heeft de Kamer een formulier ontwikkeld dat moet worden ingevuld. Eisers stellen dat bepaalde gevraagde gegevens niet op de wet zijn gebaseerd en stellen daarom dat die gegevens niet hoeven te worden opgegeven en eisen dat hun formulier ook zonder die gegevens door de Kamer moet worden ingeschreven. Het Gerecht geeft eisers grotendeels gelijk. Er zal nadere wetgeving moeten komen om de bevoegdheden van de Kamer uit te breiden. The case in brief Companies must register the details of their ultimate beneficial owners in the Chamber's register. The Chamber has developed a form that must be completed for this purpose. The plaintiffs argue that certain details requested are not based on the law and therefore claim that these details do not need to be provided and demand that their form be registered by the Chamber even without these details. The Court largely agrees with the plaintiffs. Further legislation will be required to extend the powers of the Chamber. 1 Het verloop van de procedure 1.1. Eisers hebben op 26 november 2025 een verzoekschrift ingediend. Op 11 december 2025 hebben beide partijen producties in het geding gebracht. Vervolgens heeft op 12 december 2025 de mondelinge behandeling plaatsgevonden, waarbij partijen en de gemachtigden zijn verschenen en het woord hebben gevoerd. De gemachtigden hebben een pleitnota voorgedragen en aan het Gerecht overgelegd. 1.2. Vonnis is bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Inschrijving van UBO’s geschiedt door het online invullen van het I-F formulier, deze digitaal in te zenden aan de Kamer door middel van het Digitial Portal, en vervolgens de ingevulde pdf te printen, te ondertekenen en in te leveren bij de Kamer. 2.2. Eisers hebben de ondertekende formulieren op 4 november 2025 aan de Kamer aangeboden, maar niet alle gegevens verstrekt. De Kamer heeft de stukken geweigerd, en heeft een overzicht van de volgens de Kamer nog vereiste stukken teruggestuurd. 3 Het geschil 3.1. Eisers vorderen voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: gedaagden te bevelen om de door eisers ingevulde en ondertekende I-F formulieren in ontvangst te nemen, te verwerken en in te schrijven in het handelsregister, zonder enige nadere eisen te stellen, op straffe van een dwangsom van USD 100.000,-- per keer dat gedaagden geheel of gedeeltelijk weigeren om deze opdracht uit te voeren, met een maximum van USD 10.000.000,--; De Kamer te veroordelen in de kosten van dit geding, onder bepaling dat, indien deze niet binnen veertien dagen na de dag waarop dit vonnis zal zijn gewezen, aan eisers is voldaan, daarover vanaf die veertiende dag de wettelijke rente verschuldigd is. 3.2. Eisers leggen aan hun vordering ten grondslag zij niet gehouden zijn om meer informatie te geven dan het Handelsregisterbesluit (Hrb) vereist. Zij zijn enkel gehouden om de persoonlijke gegevens te verstrekken zoals gedefinieerd in artikel 1 lid a Hrb en dat betreft niet meer dan de namen, adres, geboorteplaats, nationaliteit en handtekening en paraaf. 3.3. Gedaagden voeren tot hun verweer dat de vordering niet voldoet aan de vereisten voor toewijzing in kort geding. Een daadwerkelijk spoedeisend belang ontbreekt, omdat eisers op elk moment De relevante bepalingen van het Hrb luiden als volgt: “Artikel 1 In dit landsbesluit wordt verstaan onder a. persoonlijke gegevens: de naam en voornamen, de geslachtsaanduiding, het woonadres, de datum, de plaats en, indien deze plaats is gelegen buiten Sint Maarten, het land van geboorte, de nationaliteit, alsmede de handtekening en paraaf van een natuurlijk persoon; (…) d. uiteindelijk begunstigde: uiteindelijk begunstigde als bedoeld in artikel 1, onder ee, van de Landsverordening bestrijding witwassen en terrorismefinanciering. De opgave ter inschrijving Artikel 2 Voor het doen van de voorgeschreven opgaven ter inschrijving in het handelsregister wordt gebruikgemaakt van door de Kamer vastgestelde formulieren die kosteloos verkrijgbaar zijn. De secretaris kan bepalen dat een opgave op andere door hem te bepalen wijze geschiedt dan in het eerste lid bepaald. De secretaris verstrekt de belanghebbende op verzoek een bevestiging van de opgave, met vermelding van de dag waarop deze is gedaan. Artikel 3 Indien de secretaris er niet van overtuigd is dat de opgave afkomstig is van hem of haar die tot het doen van de opgave verplicht is, kan hij weigeren de opgave in behandeling te nemen. Hij kan om nadere bewijsstukken van de bevoegdheid vragen. (…) Indien naar zijn oordeel de verstrekte bewijsstukken onvoldoende zijn voor de beoordeling van de verplichting tot het doen van opgave door hem of haar van wie de opgave afkomstig is, is de secretaris bevoegd de opgave te weigeren. Artikel 4 Nadat de opgave in behandeling is genomen, onderzoekt de secretaris summierlijk of deze juist is. De secretaris kan daarbij om nadere bewijsstukken van de vermelde gegevens vragen. Indien de secretaris van oordeel is dat de opgave niet juist is, geeft hij de belanghebbende in overweging de opgave te wijzigen of in te trekken. Daartoe stelt hij de opgave onverwijld weer ter beschikking van de belanghebbende en geeft hij de aanwijzingen die hij in het belang van het handelsregister dienstig oordeelt. Artikel 5 Indien de secretaris van oordeel is dat de opgave juist is, gaat hij over tot inschrijving. De secretaris gaat eveneens over tot inschrijving, indien naar zijn oordeel, nadat toepassing is gegeven aan artikel 4, tweede lid, uit de nieuwe opgave blijkt dat de belanghebbende niet aan de gegeven aanwijzingen heeft voldaan. (…) Artikel 13 1. Van iedere onderneming, hoofdvestiging en in Sint Maarten gelegen nevenvestiging wordt opgegeven: a. de handelsnaam of -namen; b. het adres en, voor zover van toepassing, het correspondentieadres; c. het telefoonnummer alsmede, voor zover van toepassing, het faxnummer, het e-mail adres en het internet adres; (…) Artikel 18 Van een naamloze vennootschap en een besloten vennootschap worden opgegeven: (…) g. de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven, dan wel de plaats waar het register, bedoeld in artikel 109 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, kan worden ingezien voor zover het uiteindelijk begunstigden betreft die in dat register zijn ingeschreven . Bij het handelsregister wordt gedeponeerd een authentiek afschrift van de oprichtingsakte van de vennootschap en van de statuten, indien deze in een afzonderlijke akte zijn opgenomen. (…) Artikel 21 1. Van een stichting en een stichting particulier fonds worden opgegeven: (…) f. de persoonlijke gegevens van de uiteindelijk begunstigden indien deze niet reeds op grond van de overige voorschriften van dit artikel dienen te worden ingeschreven.” De positie van de secretaris 4.4. Aan de secretaris zijn in de Hrvo en het Hrb verschillende taken toebedeeld. Die worden uitgeoefend in zijn functie als secretaris van de Kamer, maar dat zijn geen zelfstandige verplichtingen. Voor zover de vorderingen zich richten tegen de secretaris zijn eisers daarom niet-ontvankelijk. Geen anticipatie op komende wetgeving 4.5. De Kamer heeft verwezen naar het ontwerp-