Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2024-08-20
ECLI:NL:OGEAM:2024:115
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,462 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202200297
Vonnis d.d. 20 augustus 2024
inzake
[naam], hierna: [eiseres],
wonende in Sint Maarten,
erfgenaam van wijlen [naam], hierna: [erflater],
eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. N.C. DE LA ROSA,
tegen
[naam], hierna: [gedaagde],
wonende in Sint Maarten,
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
gemachtigde: dhr. R.E. DUNCAN en mr. C.M. GIBBES.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het inleidend verzoekschrift met producties, op 11 maart 2022 ter griffie ingediend;
de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie met producties;
de brief d.d. 12 september 2022 met producties zijdens [erflater];
de conclusie van repliek in conventie, tevens houdende akte wijziging eis, tevens conclusie van antwoord in reconventie met producties
de brief d.d. 12 december 2022 met producties zijdens [gedaagde];
de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie met producties;
de brief d.d. 4 april 2023 zijdens [erflater] tot schorsing rechtsgeding ex artikel 185 sub a Rv in verband met haar overlijden;
de e-mail van de rechter aan partijen d.d. 4 april 2023;
de akte uitlating en overlegging productie zijdens [erflater] d.d. 16 mei 2023;
de akte uitlating tot hervatting rechtsgeding en overlegging producties zijdens [erflater] d.d. 8 augustus 2023;
de conclusie van dupliek in reconventie;
het comparitievonnis d.d. 17 oktober 2023;
de brief d.d. 24 november 2023 met producties zijdens [gedaagde];
de mondelinge behandeling gehouden op 29 november 2023, waarvan aantekening is gehouden door de griffier;
de e-mail van de rechter aan partijen d.d. 29 november 2023;
de akte uitlating en overlegging producties zijdens [eiseres] d.d.
5 maart 2024;
de akte uitlating en overlegging producties zijdens [gedaagde] d.d. 5 maart 2024;
de akte uitlating producties zijdens [eiseres] d.d. 2 april 2024;
de akte uitlating zijdens [gedaagde] d.d. 2 april 2024.
1.2.
De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.
Feiten
2.1. [
erflater] en [gedaagde] zijn op 12 oktober 1973 in Puerto Rico in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.
2.2.
In 1982 heeft [gedaagde] het recht van erfpacht verkregen op een perceel grond gelegen in Simpson Bay [kadastraal nummer]. De (voormalige) echtelijke woning van partijen is op dit perceel gebouwd.
2.3.
In 1984 is bovengenoemd perceel bezwaard met een hypotheek ten behoeve van de Postspaarbank van de Nederlandse Antillen voor een bedrag van
NAf 50.000,00.
2.4.
Bij beschikking van 9 januari 2006 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. Deze beschikking is op 2 augustus 2006 ingeschreven in het daarvoor bestemde register.
2.5.
Op 11 maart 2022 heeft [erflater] een verzoek ingediend, strekkende tot scheiding en deling van de ontbonden huwelijksgemeenschap.
2.6.
Op 29 maart 2023 is [erflater] overleden in Curaçao. Haar dochter, [eiseres], heeft hierop aangegeven het rechtsgeding op haar naam te willen hervatten. De zaak is vervolgens hervat in de stand waarin het zich bij de schorsing bevond.
Geschil
In conventie
3.1. [
eiseres] vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
Primair
de veroordeling van [gedaagde] tot het afleggen van rekening en verantwoording aan [eiseres] ten aanzien van zijn beheer over het onroerend goed genoemd onder sub 3 van het verzoekschrift en alle binnen het huwelijksgemeenschap vallende goederen inclusief banksaldi en pensioenrechten, en wel binnen een week na het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van USD 1,000.00 voor iedere dag dat [gedaagde] nalaat aan de veroordeling te voldoen;
de scheiding en deling van de huwelijksgemeenschap van partijen vast te stellen met dien verstande dat het recht van erfpacht op het onroerend goed gelegen te Simpson Bay op Sint Maarten, welk perceel nader omschreven is in meetbrief nummer [kadastraal nummer] met het daarop staande gebouw aan een der partijen wordt toebedeeld (de verkrijger), waarbij de verkrijger van het onroerend goed aan de andere partij (de vervreemder) een geldelijke vergoeding zal betalen wegens overbedeling gelijk aan het aandeel van de vervreemder zijnde 50% van het saldo van de recente marktwaarde van het onroerend goed, zulks vermeerderd met de wettelijke rente gerekend vanaf 2 augustus 2006, subsidiair, voor het geval geen van partijen in staat is om de ander uit te kopen, om te bepalen dat [eiseres] bevoegd is om het onroerend goed te koop aan te bieden in de lokale krant, via de media of via een makelaar tegen de vastgestelde marktwaarde van het onroerend goed en waarbij partijen de opbrengst voor de helft zullen verdelen;
[gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen de helft van het totaal netto aan [gedaagde] reeds uitbetaalde pensioen te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der eerste uitbetaling tot de dag der algehele voldoening;
[gedaagde] te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres] te betalen de helft van het totaal netto uit te keren pensioen vanaf de dag der scheiding en deling van de boedel tot de dag der algehele voldoening;
te bepalen dat, indien [gedaagde] nalaat zijn medewerking te verlenen aan de scheiding en deling zoals gevorderd, deze uitspraak in de plaats treedt van de handtekening van [gedaagde] die vereist is voor alle rechtshandelingen ter verwezenlijking van de scheiding en deling zoals bepaald;
Subsidiair
6. te bepalen dat indien [gedaagde] nalaat zijn medewerking te verlenen aan de scheiding en deling zoals gevorderd, hem te bevelen om zijn medewerking te verlenen, in dier voege dat [gedaagde] binnen veertien dagen na de uitspraak in deze zaak gehoor zal geven aan het bevel, zulks onder verbeurte van een dwangsom van NAf 10.000,00 per dag voor iedere dag dat hij in strijd handelt met dit bevel;
in alle gevallen de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
3.2. [
eiseres] legt, kort samengevat, aan haar vordering ten grondslag dat zij verdeling wenst van de tussen [erflater] en [gedaagde] bestaande ontbonden huwelijksgemeenschap.
3.3. [
gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres]. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.
In reconventie
3.4. [
gedaagde] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
de veroordeling van [eiseres] om haar medewerking te verlenen om de omvang van de ontbonden huwelijksgemeenschap tussen [erflater] en [gedaagde] vast te stellen;
de veroordeling van [eiseres] om rekening en verantwoording af te leggen over het beheer van de gemeenschap van 2 augustus 2006 tot en met juni 2017;
de veroordeling van [eiseres] om 50% van de schulden van de ontbonden huwelijksgemeenschap aan [gedaagde] te betalen, te weten een bedrag van in totaal USD 66.565,55, vermeerderd met de wettelijke rente;
de veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.
3.5. [
gedaagde] legt, kort samengevat, aan zijn vordering ten grondslag dat hij verdeling wenst van de tussen hem en [erflater] bestaande ontbonden huwelijksgemeenschap.
3.6. [
eiseres] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van[gedaagde]. Op de inhoud van het verweer zal hierna, waar nodig, nader worden ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie zullen deze gezamenlijk worden beoordeeld. Uitgangspunt daarbij zijn de afspraken die partijen ter zitting d.d. 29 november 2023 hebben gemaakt, zoals die zijn vastgelegd in de mail van dezelfde datum van de rechter:
“Hierbij de opsomming van de vanmiddag ter zitting gemaakte afspraken:
Partijen zullen gezamenlijk John Baker van IXI Design verzoeken om het perceel [ kadastraal nummer] met daarop de voormalige echtelijke woning te taxeren (marktwaarde per taxatiedatum. Daarbij dient de taxateur zich ook te buigen over de vraag of de appartementen deel uitmaken van dat perceel en zo ja, wat de marktwaarde van die appartementen per de taxatiedatum is. De kosten van deze taxatie zullen door partijen bij helfte worden verdeeld.
Uitgangspunt is dat het perceel met daarop de voormalige echtelijke woning (en eventueel ook de appartementen, zie hierboven) aan de man worden toegedeeld, mits hij het uiteindelijk aan partij [erflater] te betalen bedrag kan financieren. Lukt hem dat niet dan dient het onroerend goed verkocht te worden en zal de netto-opbrengst gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld.
Partij [gedaagde] dient te bewijzen dat hij de hypotheek na de echtscheiding heeft afgelost en welk bedrag hij toen ter aflossing heeft betaald.
Partij [gedaagde] dient de kosten van de door hem gestelde reparaties aan de woning (na orkaan Irma) nader te onderbouwen.
Partij [gedaagde] zal navraag doen bij Pehna, de oud-werkgever van wijlen [erflater], of zij een bedrijfspensioen had opgebouwd en zo ja, wat er na de echtscheiding aan haar is uitbetaald. Partij [erflater] zal partij [gedaagde] een volmacht verstrekken om de benodigde informatie bij Penha op te vragen. De door partijen opgebouwde pensioenen dienen bij helfte te worden verdeeld.
Partijen hebben afgesproken dat zij ervan afzien om over en weer gebruiksvergoedingen te vorderen.
Partij [gedaagde] dient te bewijzen dat hij USD 50.000,00 in de vorm van een cheque of in contanten aan wijlen [erflater] heeft betaald en wanneer hij dat heeft gedaan.
Partij [erflater] dient te achterhalen op welke datum haar oom is overleden, wanneer de uitkering uit diens nalatenschap is verkregen en hoe hoog die uitkering was.
Partijen spreken af dat de betaalde erfpachtcanon (Naf 348,80 per jaar) door ieder bij helfte wordt gedragen.
Partijen zullen trachten alsnog tot een vergelijk te komen.”
4.2.
Aan de orde is de omvang en (de wijze van) de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap van partijen.
De voormalige echtelijke woning
4.3.
Tussen partijen staat vast dat het recht van erfpacht op het perceel [kasastraal nummer] en de daarop gebouwde voormalige echtelijke woning in Simpson Bay (hierna tezamen aan te duiden als: de woning) tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behoren. Als peildatum voor de waardering van de tot de ontbonden huwelijksgemeenschap behorende goederen geldt als hoofdregel het tijdstip van de verdeling, tenzij uit een overeenkomst tussen partijen of de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat hiervan moet worden afgeweken. Ter zitting hebben partijen afgesproken dat zij een taxateur de opdracht zouden verstrekken om de woning te taxeren en dat zij de kosten daarvan bij helfte zouden dragen. Partijen hebben daarop John Baker van IXI Design verzocht om de marktwaarde van de woning per taxatiedatum te bepalen.[gedaagde] heeft in dat verband zijn deel van de taxatiekosten voldaan aan de taxateur en heeft aanvankelijk geen bezwaar gemaakt tegen de in het rapport van de taxateur vastgestelde waarde en de gehanteerde peildatum. Eerst uit de akte van
5 maart 2024 blijkt dat [gedaagde] zich verzet tegen de door de taxateur gehanteerde taxatiedatum als peildatum. Het Gerecht overweegt dat deze gang van zaken in de weg staan aan het door [gedaagde] gedane beroep op de redelijkheid en billijkheid, wat er van dat beroep verder ook zij. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om bij de verstrekking van de opdracht tot taxatie kenbaar te maken dat hij uitging van de taxatiewaarde per 2008. Nu hij dat niet heeft gedaan kan een beroep op de redelijkheid en billijkheid hem niet baten. De stellingen van [gedaagde] op dit punt zullen dan ook worden verworpen.
4.4.
Uit het door de taxateur uitgebrachte taxatierapport volgt dat de woning op de taxatiedatum een marktwaarde vertegenwoordigde van USD 270.000,00. [gedaagde] heeft ter zitting aangegeven dat hij de woning toebedeelt wenst te krijgen en [eiseres] heeft zich daar niet tegen verzet. De woning zal dan ook aan [gedaagde] worden toebedeeld, onder de voorwaarde dat hij het aan [eiseres] te betalen bedrag van USD 135.000,00 ten titel van overbedeling kan financieren. Indien hij dat bedrag niet kan financieren zal de woning dienen te worden verkocht en zal de netto-verkoopopbrengst gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld. [gedaagde] dient zich hierover uit te laten.
De hypotheek op de woning
4.5. [
gedaagde] stelt dat hij de hypotheek op de woning na de echtscheiding heeft afgelost. Hij stelt enerzijds dat hij de hypotheek op de woning na de ontbinding van het huwelijk ineens heeft afgelost, zijnde een bedrag van NAf 19.049,80 en dat hij daarvan de helft vergoed wenst te zien door [eiseres]. Anderzijds stelt [gedaagde] dat hij de hypotheek na de ontbinding van het huwelijk vierentwintig maanden lang à NAf 497,00 heeft doorbetaald. Ter zitting is besproken dat [gedaagde] zijn standpunt nader diende te onderbouwen, maar [gedaagde] heeft dat, tegenover de betwisting zijdens [eiseres], nagelaten. Zijn vordering zal op dit punt dan ook als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.
Reparatiekosten woning
4.6. [
gedaagde] heeft voorts gesteld dat hij, na orkaan Irma, reparaties heeft verricht aan de woning. Ter zitting is besproken dat [gedaagde] ook op dit punt zijn stellingen nader dient te onderbouwen.[gedaagde] heeft in dat verband een overzicht in het geding gebracht waaruit volgt welke bedragen hij aan materiaal en arbeid heeft besteed. Ook heeft [gedaagde] een offerte in het geding gebracht waaruit volgt dat de herstelkosten van het dak van de woning worden geraamd op USD 80.565,00. Het Gerecht overweegt dat [gedaagde] met de overlegging van voornoemde stukken niet heeft onderbouwd dat die materialen en arbeidsuren in de woning zijn gestoken. Het had, gelet op de gemotiveerde betwisting zijdens [eiseres], op de weg van [gedaagde] gelegen om onderbouwd te stellen dat de door hem genoemde bedragen daadwerkelijk zijn aangewend voor de reparatie van de woning. Voldoende onderbouwing daarvoor ontbreekt echter. Ook deze vordering zal daarom wegens een gebrekkige onderbouwing worden afgewezen.
Erfpachtcanon voormalige echtelijke woning
4.7.
Ter zitting hebben partijen afgesproken dat zij beiden de helft van de betaalde erfpachtcanon ad NAf 348,80 per jaar voor hun rekening nemen. Dat maakt dat [eiseres] zal worden veroordeeld tot betaling van een bedrag van
NAf 2.790,40 ((16 jaar x NAf 348,80) : 2).
4.8. [
gedaagde] heeft voorts gesteld dat partijen ten tijde van het huwelijk een bedrag van USD 50.000,00 hebben gespaard ten behoeve van een verzekeringspolis dat was afgesloten bij de Bank of Canada. [gedaagde] zou dit bedrag in cash aan [erflater] hebben gegeven en [gedaagde] zou recht hebben op de helft van dit bedrag.
Dictum
Het Gerecht:
In conventie en in reconventie
5.1.
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 3 september 2024 te 8.30 uur voor
1) uitlating door [gedaagde] als bedoeld in r.o. 4.4. (P1);
2) gelijktijdige uitlating door partijen als bedoeld in r.o. 4.8. (P1);
5.2.
verwijst de zaak naar de rol van dinsdag 17 september 2024 te 8.30 uur voor antwoordakten van beide partijen (P1);
5.3.
houdt iedere verdere beslissing aan
Dit vonnis is gewezen door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, bijgestaan door
mr. M.E. Diri, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 20 augustus 2024.