Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2023-05-29
ECLI:NL:OGEAM:2023:63
Bestuursrecht
Eerste aanleg - meervoudig
1,324 tokens
Inleiding
Landsverordening administratieve rechtspraak
Uitspraak: 29 mei 2023
Zaaknummer: SXM202200811 - LAR00197/2022
SXM202200812 – LAR00198/2022
SXM202200813 – LAR00199/2022
SXM202200814 – LAR00200/2022
SXM202200815 – LAR00201/2022
HET GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
LUCKY ENTERPRISES N.V.,
eiseres,
gevolmachtigde: de heer R. PALM,
tegen
HET UITVOERINGSORGAAN SOCIALE EN ZIEKTEKOSTEN VERZEKERINGEN,
verweerder,
gemachtigden: mrs. B.G. HOFMAN en M. HOFMAN-RUIGROK.
1Aanduiding bestreden beschikking
De beschikkingen van verweerder van 31 mei 2022, waarbij de bezwaarschriften van eiseres van 9 november 2020, gericht tegen verweerders beschikkingen van 15 december 2018, inhoudende de oplegging van naheffingsaanslagen Ziekteverzekering en Ongevallenverzekering voor de premieperiode 2013 tot en met 2017, ongegrond zijn verklaard.
Procesverloop
Namens eiseres is op 14 juli 2022 ter Griffie van het Gerecht in eerste aanleg alhier een pro-forma beroepschrift ingediend ingevolge de Landsverordening administratieve rechtspraak (Lar). Op 8 augustus 2022 zijn de gronden ingediend.
Op 5 september 2022 heeft verweerder een verweerschrift (met producties) ingediend.
Mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden ter zitting van 17 april 2023. Namens eiseres is de heer [naam directeur] verschenen, bijgestaan door gemachtigde voornoemd. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd.
Uitspraak is bepaald op heden.
Beoordeling
In artikel 16, eerste lid van de Lar is bepaald dat het beroepschrift wordt ingediend binnen zes weken na de dag waarop de beschikking is gegeven, of geldt als te zijn geweigerd. In het tweede lid van hetzelfde artikel is bepaald dat de dag waarop de beschikking is verzonden of uitgereikt, geldt als de dag waarop deze is gegeven. In het derde lid is bepaald dat wanneer een beroepschrift na afloop van de daarvoor gestelde termijn is ingediend, niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft, indien de indiener aantoont dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan hem toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat hij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden.
De thans eerst te beantwoorden vraag is of de beroepschriften tijdig zijn ingediend. De bestreden beslissingen zijn gedagtekend 31 mei 2022. Onweersproken is dat dat de bestreden beschikkingen op 31 mei 2022 zijn ontvangen. De termijn voor het indienen van beroep verstreek derhalve op 12 juli 2022, zes weken na de dag waarop de beschikkingen zijn gegeven. Het (pro-forma) beroepschrift is vervolgens op 14 juli 2022 ingediend. Dit is twee dagen na het verstrijken van de beroepstermijn.
Niet-ontvankelijkverklaring van het beroep blijft evenwel achterwege indien er redenen zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
Eiseres beroept zich op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding. Eiseres betoogt in dit kader dat de termijnoverschrijding niet aan haar is toe te rekenen, omdat sprake is van overmacht. Zij voert daartoe aan dat de heer [naam directeur], directeur van het vennootschap, wegens medisch verblijf in het buitenland, niet in staat was tijdig de beroepschriften in te dienen.
Verweerder verweert zich hiertegen. Verweerder voert aan dat er geen medische stukken in het geding zijn overgelegd.
Het Gerecht is van oordeel dat de aangevoerde medische toestand van haar directeur geen aanleiding is om de termijn overschrijding verschoonbaar te achten. Eiseres heeft zich door een gemachtigde laten bijstaan in de bezwaarprocedure. Voorts wordt eiseres in de beroepsprocedure bijgestaan door een gemachtigde. Deze gemachtigde was kennelijk in staat om op 14 juli 2022 pro forma beroepschriften in te dienen. Niet valt in de zien dat deze gemachtigde niet in staat was om tijdig voor het verstrijken van de beroepstermijn beroep in te stellen.
Om die reden ziet het Gerecht geen aanleiding voor het oordeel dat de termijnoverschrijding het gevolg is van niet aan eiseres toe te rekenen bijzondere omstandigheden en dat zij het beroep heeft ingesteld zo spoedig als dit redelijkerwijs verlangd kon worden. Het Gerecht oordeelt dan ook dat het beroepschrift te laat is ingediend.
Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat de beroepen van eiseres niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard.
Dictum
Het Gerecht in eerste aanleg:
verklaart de beroepen niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, mr. J. Sybesma en mevrouw M. Lopez-de Weever, bijzondere rechters in het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 29 mei 2023.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open binnen zes weken na de dag van kennisgeving van deze uitspraak. Zie hoofdstuk 5 van de Landsverordening Administratieve Rechtspraak.