Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
2023-11-01
ECLI:NL:OGEAM:2023:103
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,043 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Zaaknummer: SXM202301075
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak van 1 november 2023
inzake
[naam], hierna: [naam], te Sint Maarten, verzoeker, gemachtigde: mr. C.H.J. MERX,
tegen
BOSS B.V., hierna: Boss, te Sint Maarten, verweerster, gemachtigde: mr. N. DE LA ROSA,
1Het procesverloop
1.1.
Verzoeker heeft op 29 september 2023 een verzoekschrift met producties ingediend. Verweerster heeft op 31 oktober 2023 een verweerschrift met producties ingediend. Het verzoek is behandeld op 1 november 2023. Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling hebben de gemachtigden het woord gevoerd aan de hand van door hen overgelegde spreekaantekeningen. Van het overige is door de griffier aantekening gehouden. Boss heeft overgelegd een salarisstrook, die – zoals door hem erkend – op 28 april 2023 door [verzoeker] is ontvangen. Een kopie daarvan is aan dit proces-verbaal gehecht.
1.2.
Aan het einde van de zitting heeft de rechter onmiddellijk de volgende uitspraak gedaan.
Dictum
het Gerecht
2.1.
wijst de verzoeken van [verzoeker], als weergegeven in het petitum van het verzoekschrift, met betrekking tot de onderdelen I (met uitzondering van het gedeelte dat ziet op niet-betaalde overuren en vakantiedagen), II en III af,
2.2.
verwijst de zaak naar de rol van 22 november 2023 voor akte uitlating als bedoeld in r.o. 3.3. aan de zijde van [verzoeker] (P1) en naar de rol van 13 december 2023 voor antwoordakte aan de zijde van Boss (P1);
2.3.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Beoordeling
3.1.
Het Gerecht geeft hiervoor de volgende motivering.
Is er op en na 10 april 2023 nog sprake van een arbeidsovereenkomst tussen partijen?
3.2.
Vast staat dat Boss, na de eerste arbeidsovereenkomst van 6 maanden, een tweede arbeidsovereenkomst voor de duur van 12 maanden heeft voorgelegd aan [verzoeker] en hem bij herhaling heeft verzocht die tweede overeenkomst te tekenen. [verzoeker] heeft de overeenkomst niet ondertekend, naar zijn zeggen omdat hij vragen had die onbeantwoord bleven. Tegen de duur van de nieuwe overeenkomst had hij echter geen bezwaar. [verzoeker] mocht er, gelet op het vorenstaande, dan ook niet gerechtvaardigd op vertrouwen dat Boss de eerste arbeidsovereenkomst stilzwijgend met 6 maanden en daarna nog eens met 6 maanden wilde verlengen. Daarom is er, ondanks het feit dat [verzoeker] de tweede arbeidsovereenkomst niet heeft ondertekend, tussen partijen aansluitend op de eerste arbeidsovereenkomst een nieuwe arbeidsovereenkomst gaan lopen voor de duur van 12 maanden. Deze is op 10 april 2023 geëindigd zonder dat sprake was van een nieuwe verlenging. [verzoeker] kan zich derhalve niet beroepen op artikel 7:668a BW, hetgeen tot gevolg heeft dat hij geen recht heeft op loon en andere emolumenten vanaf 10 april 2023. De onderdelen I (met uitzondering van het gedeelte dat ziet op niet-betaalde overuren en vakantiedagen), II en III van het petitum als weergegeven in het verzoekschrift worden daarom afgewezen.
Kan [verzoeker] aanspraak maken op betaling van overuren/vakantiedagen en zo ja, in welke mate?
3.3.
Partijen verschillen hierover van mening. De standpunten van partijen zijn tijdens de zitting niet voldoende duidelijk over het voetlicht gekomen. Partijen zal daarom de mogelijkheid worden geboden om zich hierover bij akte, met inachtneming van de hiervoor gegeven beslissing, uit te laten. De beurt zal eerst aan [verzoeker] worden gegeven en daarna aan Boss.
3.4.
Iedere verdere beslissing zal intussen worden aangehouden.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. G.A.F.M. Wouters, rechter, in het openbaar uitgesproken op 1 november 2023 en vastgelegd op 3 november 2023.