Rechtspraak 2026-04-22
ECLI:NL:OGEAC:2026:131
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO Zaaknummer: CUR202502911 Vonnis in kort geding van 22 april 2026 in de zaak van ARCO IRIS SUPERMARKET N.V., gevestigd in Curaçao, eiseres, gemachtigde: mr. F da Costa Gomez, tegen DE ONTVANGER DER BELASTINGEN, gevestigd in Curaçao, gedaagde, gemachtigde: mr. R.L. Rosaria. Partijen worden hierna Arco Iris en de Ontvanger genoemd. 1 Het procesverloop 1.1. Het procesverloop blijkt uit: het verzoekschrift van 1 augustus 2025, de producties van de Ontvanger, de nadere producties van Arco Iris, de mondelinge behandeling van 15 augustus 2025, de pleitnotities van partijen, de akten uitlating voortprocederen van beide partijen. 1.2. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen te kennen gegeven een minnelijke regeling te willen beproeven en het gerecht daarover binnen een maand te berichten bij een akte uitlating voortprocederen. Voor het dienen van deze akten heeft Arco Iris het gerecht vervolgens diverse malen om uitstel gevraagd, waarbij de Ontvanger te kennen heeft gegeven daartegen geen bezwaar te hebben. Bij e-mailbericht van 7 april 2026 heeft de Ontvanger te kennen gegeven tegen een verdere aanhouding bezwaar te hebben. Daarop heeft het gerecht Arco Iris in de gelegenheid gesteld te kennen te geven of zij persisteert in haar vordering. Daarop heeft Arco Iris het gerecht bevestigend bericht. Vonnis is daarna bepaald op vandaag. 2 De feiten 2.1. Arco Iris exploiteerde een supermarkt. 2.2. Op 4 maart 2025 heeft de Stichting Belastingaccountantsbureau (SBAB) een rapport uitgebracht bevattende bevindingen van een boekenonderzoek bij Arco Iris. Het rapport betreft winst-, loon en omzetbelasting over de jaren 2019 tot en met 2023. In het rapport wordt de Inspecteur voorgesteld om de volgende naheffingsaanslagen op te leggen: winstbelasting over de jaren 2021 tot en met 2023, naar de in het rapport gecorrigeerde bedragen, loonbelasting, premies AOV/AWW, AVBZ en BVZ over de jaren 2020, 2022 en 2023, en omzetbelasting over de jaren 2019, 2021, 2022 en 2023. 2.3. Op 6 juni 2025 heeft Arco Iris publiekelijk bekend gemaakt haar bedrijfsactiviteiten te zullen beëindigen. 2.4. Op 20 juni 2025 heeft de Ontvanger ten laste van Arco Iris een dwangschrift uitgevaardigd en dat doen betekenen op dezelfde dag. Het dwangschrift strekt tot onmiddellijke betaling van openstaande belastingschulden, tot een totaalbedrag van Cg 335.833. Blijkens de aan het dwangschrift gehechte aanslagenlijst ziet het dwangschrift op betaling van de (naheffings)aanslagen premie BVZ, AVBZ en AOV/AWW, en op loon-, omzet- en winstbelasting, met dagtekening 25 juni 2025. 2.5. Op 20 juni 2025 heeft de Ontvanger executoriaal beslag gelegd ten laste van Arco Iris op roerende goederen uit kracht van voormeld dwangschrift. De openbare verkoopdatum is bepaald op 23 juli 2025. 2.6. Bij e-mailbericht van 1 juli 2025 heeft Arco Iris bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslagen en daarbij de Ontvanger verzocht om uitstel van betaling hangende de bezwaren. 2.7. Arco Iris is bij een verzetschrift betekend aan de Ontvanger op 4 juli 2025 in verzet gekomen tegen het dwangschrift. 2.8. Bij onderscheiden uitstelbeschikkingen van juli en augustus 2025 heeft de Ontvanger de verzoeken om uitstel van betaling ingewilligd, en uitstel van betaling verleend tot in die beschikkingen vermelde data in februari en in juli 2026 of zoveel eerder als op het desbetreffende bezwaarschrift is beslist. 2.9. Op 2 april 2026 heeft de Inspecteur te kennen gegeven dat de door Arco Iris gemaakte bezwaren ongegrond zijn verklaard, welke beslissingen zullen worden neergelegd in uitspraken op bezwaar. 3 De vordering en de standpunten van partijen 3.1. Arco Iris vordert dat het gerecht het executoriaal beslag opheft dan wel de Ontvanger beveelt dit te doen binnen 24 uur na betekening van het te wijzen vonnis, op straffe van verbeurte van een dwangsom van Cg 1.000 per dag of gedeelte van een dag dat de Ontvanger aan dat bevel geen gevolg geeft, met veroordeling van de Ontvange