Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-02-17
ECLI:NL:OGEAC:2025:91
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,765 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202402309
Vonnis van 17 februari 2025
in de zaak van
[Eiser],
wonende in [woonplaats], eiser in conventie,
verweerder in reconventie,
tegen
[Gedaagde],
wonende in [woonplaats], gedaagde in conventie,
eiser in reconventie. Partijen worden hierna [eiser] en [gedaagde] genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 19 juni 2024, met producties;
de conclusie van antwoord met eis in reconventie, met producties;
de mondelinge behandeling van 7 januari 2025.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1. [
eiser] was tot 25 mei 2021 eigenaar van de woning [woning 1]. [gedaagde] is eigenaar van de woning [woning 2]. Zij waren buren van elkaar.
2.2.
In 2020 hebben [eiser] en [gedaagde] afgesproken de scheidingsmuur tussen de percelen te verlengen. [eiser] zou zorgen voor de bouw van de muur en ieder zou de helft van de kosten betalen.
3De vordering en de standpunten van partijen
in conventie
3.1. [
eiser] vordert – samengevat – dat het gerecht:
- [ gedaagde] veroordeelt tot NAf 3.339,43, vermeerderd met wettelijke rente en een bedrag van NAf 500,01 aan buitengerechtelijke kosten;
- [ gedaagde] veroordeelt in de kosten van de procedure.
3.2. [
eiser] baseert de vordering op het volgende. De totale kosten voor de bouw van de muur bedragen NAf 8.678,86. De helft van dit bedrag, NAf 4.339,43, komt volgens afspraak voor rekening van [gedaagde]. Hij heeft slechts NAf 1.000 betaald. Ondanks aanmaning en ingebrekstelling is [gedaagde] niet tot betaling van het restant overgegaan. Naast het restantbedrag van NAf 3.339,43 is [gedaagde] wettelijke rente en buitengerechtelijke kosten verschuldigd.
3.3. [
gedaagde] voert verweer.
in reconventie
3.4. [
gedaagde] vordert – samengevat – dat het gerecht:
- de overeenkomst tussen partijen ontbindt;
- bepaalt dat het betaalde bedrag van NAf 1.000 zal gelden als vervangende schadevergoeding;
- bepaalt dat [gedaagde] zal worden bevrijd van zijn verplichting tot betaling van het restantbedrag van NAf 3.339,43;
- [ eiser] veroordeelt in de kosten van de procedure.
3.4. [
gedaagde] baseert de vordering op het volgende. Er zitten scheuren in de scheidingsmuur en de muur is niet af. Hij wil dat de overeenkomst wordt ontbonden en dat hij het restantbedrag niet hoeft te betalen. Het betaalde bedrag van NAf 1.000 kan gelden als vergoeding voor de door [eiser] geleverde prestatie.
3.5. [
eiser] voert verweer.
Beoordeling
in conventie en in reconventie
Ontvankelijkheid
4.1.
In de eerste plaats voert [gedaagde] aan dat [eiser] niet ontvankelijk is in zijn vordering omdat [eiser] geen eigenaar meer is van het perceel. Dit slaagt niet. [eiser] baseert zich op een overeenkomst tussen partijen over betaling van een te bouwen muur. Dat [eiser] inmiddels geen eigenaar meer is van het perceel, en daarmee de muur, betekent niet dat hij geen beroep meer kan doen op nakoming van die overeenkomst.
Niet tijdig geprotesteerd
4.2. [
gedaagde] heeft verschillende redenen aangevoerd waarom hij niet heeft betaald. De muur is niet gepleisterd en er zitten scheuren in de muur. Verder vindt hij de kosten van de muur veel te hoog. Tijdens de zitting heeft [gedaagde] verklaard dat hij zich twee à drie weken nadat de muur was geplaatst (in 2020) afvroeg waarom de kosten zo hoog waren en waarom de muur op dat moment al niet meer goed was. Er blijkt echter niet dat [gedaagde] dat toen, of binnen bekwame tijd daarna, aan [eiser] heeft laten weten. [eiser] heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] zijn bezwaren pas in een whatsapp bericht van maart 2024, vier jaar later, aan hem kenbaar heeft gemaakt terwijl er wel verschillende keren contact is geweest tussen partijen over de overeenkomst. [gedaagde] heeft toen alleen betalingstoezeggingen gedaan.
Conclusie
4.3.
De conclusie is dat [gedaagde] te laat heeft geprotesteerd over de gebreken en de hoogte van de factuur. Dat betekent dat hij geen beroep kan doen op een tekortkoming aan de kant van [eiser] wegens de gestelde gebreken en dat wordt uitgegaan van de juistheid van de door [eiser] opgegeven kosten. De vordering in reconventie wordt afgewezen. Het in conventie gevorderde bedrag van
NAf 3.339,43 wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag wordt toegewezen.
4.4.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van NAf 375.
Proceskosten
4.5.
Omdat [gedaagde] in het ongelijk wordt gesteld, wordt hij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van [eiser] zowel in conventie als in reconventie worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 304,50 aan oproepingskosten en NAf 500 (2 punten à NAf 250) aan gemachtigdensalaris.
Uitvoerbaar bij voorraad
4.6.
De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van de partijen deze beslissing voorlegt aan het Hof.
Dictum
Het gerecht:
in conventie
5.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van
NAf 3.339,43, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 juni 2024 tot aan de dag van betaling;
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te voldoen NAf 375 aan buitengerechtelijke incassokosten;
in reconventie
5.3.
wijst de vordering van [gedaagde] af;
in conventie en in reconventie
5.4.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiser] van NAf 1.254,50;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door
mr. A.F. Lipman, griffier, en in het openbaar uitgesproken.