Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-07-28
ECLI:NL:OGEAC:2025:205
Strafrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,938 tokens
Inleiding
Parketnummer: 555.00102/24
Uitspraak : 28 juli 2025 Tegenspraak
Vonnis van dit Gerecht
in de strafzaak tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats],
wonende in [woonplaats], [adres].
Onderzoek van de zaak
Het onderzoek ter openbare terechtzitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2025. De verdachte is verschenen, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.N. Sulvaran.
De benadeelde partij [benadeelde partij] , moeder van het overleden slachtoffer, heeft zich ter terechtzitting gevoegd in het strafproces met een vordering tot schadevergoeding.
De officieren van justitie, mrs. D. van Zetten en S.M. Scheer, hebben ter terechtzitting gevorderd dat het Gerecht het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een taakstraf voor de duur van 180 uren, subsidiair 90 dagen vervangende hechtenis.
Hun vordering behelst voorts de volledige toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de oplegging van een daarbij behorende schadevergoedingsmaatregel aan de verdachte.
De raadsvrouw heeft primair bepleit dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het ten laste gelegde, subsidiair dat de verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging, en als meer subsidiair heeft zij een strafmaatverweer gevoerd. Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij heeft zij zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 2 april 2023 te Curaçao als bestuurder van een motorrijtuig, te weten een [motorvoertuig], daarmee rijdend op en/of vanaf een weg en/of een (race) baan, te weten de dragstrip International Raceway Curaçao (pista ronde klip) roekeloos en/of grovelijk, althans hoogst, althans zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend, onachtzaam en/of nalatig heeft gehandeld, hieruit bestaande dat hij, verdachte, als bestuurder van die [motorvoertuig], op /of vanaf die weg en/of (race)baan en/of dragstrip
heeft nagelaten voldoende te controleren of het door hem bestuurde motorrijtuig en/of het gaspedaal van dat motorrijtuig veilig genoeg was/ waren voor het rijden op /of vanaf die weg en/of (race)baan en/of dragstrip en/of dat motorrijtuig en/of dat gaspedaal geen gebrek(en) (meer) vertoonde(n) en/of
heeft nagelaten nadat hij langs de kant van die weg en/of (race)baan en/of dragstrip kwam te staan te wachten op toestemming van (een) medewerker(s) van de organisatie om die weg en/of (race)baan en/of dragstrip weer op te gaan en/of
met volle vaart althans met onverantwoord hoge snelheid althans met verhoogde en/of behoorlijke snelheid verder heeft gereden en/of (heeft) gedrift en/of gefeverd en/of gestunt en/of geslingerd en/of gas gegeven met dat motorrijtuig zonder zich er in voldoende mate van te vergewissen of die weg en/of (race)baan en/of dragstrip vrij was en/of er op of in de nabijheid van die weg en/of (race)baan en/of dragstrip geen perso(o)n(en) (meer) aanwezig was/waren en/of
( (aldus doende) het door hem bestuurde motorrijtuig niet volledig onder controle heeft gehouden en/of gekregen en/of niet (maximaal) heeft geremd en/of dat motorrijtuig heeft doen stoppen en/of
niet in staat is geweest om zijn motorrijtuig op tijd tot stilstand te brengen binnen een afstand waarover hij die weg en/of (race)baan en/of dragstrip en/of de directe omgeving en/of uitgang ervan kon overzien en waarover deze vrij was en/of
niet heeft uitgeweken en/of het door hem bestuurde motorrijtuig niet volledig in een andere richting heeft gebracht en/of heeft gereden en/of heeft gestuurd dan de richting en/of plek/plaats waar de op de weg en/of (race)baan en/of dragstrip en/of in de directe nabijheid daarvan aanwezige perso(o)n(en) zich bevond(en) en/of
niet de/alle voorzorgsmaatregelen en/of (geldende) regels in acht heeft genomen die door de omstandigheden waarin hij als bestuurder van dat motorrijtuig zich bevond waren geboden, (mede) ten einde te voorkomen dat het leven van (een) perso(o)n(en) in gevaar werd(en) gebracht en/of
vervolgens is aangereden en/of heeft geslingerd en/of heeft gefeverd en/of heeft gedrift tegen een op en/of in de directe omgeving van die weg en/of (race)baan en/of dragstrip aanwezig persoon, te weten [slachtoffer]
waardoor het aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is dat het door hem bestuurde motorrijtuig is aangereden tegen die [verdachte], waardoor die [verdachte] door dat motorrijtuig werd gelanceerd en/of door de lucht vloog en/of enkele meters verder op die weg en/of (race)baan en/of dragstrip terecht is gekomen ten gevolge waarvan die [verdachte] is overleden;
(artikel 2:282 Wetboek van Strafrecht)
Formele voorvragen
Het Gerecht stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat het bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat het openbaar ministerie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.
Vrijspraak
Het Gerecht is van oordeel dat voor het ten laste gelegde onvoldoende wettig bewijs voorhanden is. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
Standpunt van de officieren van justitie
De officieren van justitie hebben overeenkomstig de door hen op schrift gestelde aantekeningen gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zij hebben daartoe – kort en samengevat – geconcludeerd dat de verdachte, gelet op de samenloop van omstandigheden, aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend heeft gehandeld door na stilstand van zijn voertuig met pech en nadat hij eerder bijna een botsing had veroorzaakt, door te gaan met feveren en met verhoogde snelheid in de richting van het slachtoffer is gereden zonder dat hij voldoende snelheid heeft geminderd, niet maximaal heeft geremd en (ook) niet is uitgeweken, althans niet eens heeft geprobeerd om uit te wijken, terwijl uitwijkingsmogelijkheden wel beschikbaar waren. Omdat de verdachte een ervaren driver is, kunnen aan hem hogere zorgvuldigheidseisen worden gesteld dan aan een gemiddelde burger om levensgevaar voor personen te voorkomen.
In de gegeven omstandigheden heeft de verdachte een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van anderen mogelijk op de baan aanwezigen genomen. Als gevolg daarvan is het slachtoffer [verdachte] overleden, aldus nog steeds de officieren van justitie.
Standpunt van de raadsvrouw
De raadsvrouw heeft overeenkomstig haar pleitnota primair vrijspraak bepleit van het ten laste gelegde feit. Zij heeft daartoe – kort en samengevat – aangevoerd dat de verdachte niet verwijtbaar heeft gehandeld en dat de dood van het slachtoffer niet aan zijn schuld in de zin van artikel 2:282 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) is te wijten.
Ten processe is het volgende aannemelijk geworden
Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting acht het Gerecht het volgende aannemelijk geworden.
Op 2 april 2023 heeft een zogeheten fever-/drift-evenement plaatsgevonden. De verdachte had zich hiervoor ingeschreven voor het onderdeel ‘wild fever’ en nam als coureur deel aan het evenement. Op de bewuste dag kregen de deelnemende coureurs de gelegenheid hun voertuigen op de racebaan te testen en tegelijkertijd het aanwezige publiek te vermaken. De gele poort tussen de staging lane en de racebaan werd weggehaald.
Beoordeling
Vaststaat dat de verdachte zich had ingeschreven voor deelname aan een stuntevenement in de vorm van feveren dan wel driften. Ten aanzien van beide onderdelen is tijdens het voorbereidend onderzoek en het onderzoek ter terechtzitting niet duidelijk geworden welke specifieke regels op het moment van het incident van toepassing waren en of deze kenbaar waren voor de verdachte. Wel staat vast dat de verdachte voldeed aan de veiligheidsvoorschriften zoals deze door de veiligheidsorganisatie ‘Safety Safari’ naar voren is gebracht, te weten het dragen van een helm, veiligheidsgordel, lange broek en gesloten schoeisel. Voor het overige was onduidelijk of en zo ja welke aanvullende gedragsregels golden tijdens het feveren en/of driften. Deze onduidelijkheid werd versterkt doordat de ‘gele poort’, die normaal gesproken een fysieke scheiding vormt tussen de staging lane en de racebaan, was verwijderd. Voorts is komen vast te staan dat zich bij de uitgang van de staging lane naar de racebaan een trailer bevond, met als doel de snelheid van voertuigen die vanuit de racebaan de staging lane binnenreden, te beperken. Op verzoek van het latere slachtoffer, zonder enig overleg met de organisator, is deze trailer verplaatst naar de VIP-sectie. Deze wijziging in de opstelling heeft, mede gezien de reeds bestaande onduidelijkheid omtrent de geldende regels, ertoe geleid dat de staging lane feitelijk een verlengde van de racebaan werd. Hierdoor ontstond het beeld dat deze twee delen één geheel vormden. In die context konden deelnemers er redelijkerwijs van uitgaan dat ook in, in ieder geval, bezien vanuit de racebaan, de in-/uitgang van de staging lane gestunt mocht worden. Dit wordt ondersteund door de ter terechtzitting getoonde videobeelden, waarop te zien was hoe een witte [voertuig] in die in-/ uitgang van de staging lane aan het stunten c.q. feveren was.
Het Gerecht heeft niet kunnen vaststellen dat de regels zoals deze door de organisator op een later moment zijn overgelegd, ook op het moment van het evenement golden. Integendeel, op basis van het dossier en de bevindingen ter terechtzitting moet worden geconcludeerd dat er destijds sprake was van aanzienlijke onduidelijkheid omtrent de toepasselijke regels.
De onduidelijkheid ziet ook op de toepasselijke regels voor het handelen door een coureur in het geval zich een technisch defect aan het voertuig voordoet. Toen de verdachte constateerde dat het gaspedaal van zijn voertuig niet functioneerde, heeft hij zijn auto geparkeerd op een onverhard gedeelte aan het einde van de racebaan. Gelet op het feit dat zich op dat moment meerdere andere voertuigen op de baan bevonden die aan het feveren waren, is voor het Gerecht niet duidelijk op welke wijze de verdachte op dat moment redelijkerwijs contact had kunnen zoeken met de organisatie. Bovendien is niet gebleken dat hij door iemand van de organisatie is benaderd of dat hem instructies zijn gegeven. Evenmin is komen vast te staan dat het voertuig, nadat het defect was verholpen, niet geschikt was om de racebaan weer op verantwoorde wijze te betreden.
Het Gerecht stelt voorop dat in de gegeven omstandigheden – waarin de verdachte zich had ingeschreven om als coureur deel te nemen aan een zogenoemd fever- dan wel driftevenement – de verwachting gerechtvaardigd was dat hij, zodra hem toestemming werd gegeven om via de staging lane de racebaan te betreden, er redelijkerwijs niet op bedacht hoefde te zijn dat zich personen op de racebaan zouden bevinden tijdens het uitvoeren van zijn stunt. Deze gang van zaken wordt ook door de organisator bevestigd. Of dit duidelijk was voor het slachtoffer is ook maar de vraag. Immers op de videobeelden is te zien dat toen de eerder genoemde [voertuig] aan het feveren was, het latere slachtoffer en een andere man zich op de baan in de nabije omgeving van de [voertuig] bevonden.
Het Gerecht stelt eveneens voorop dat van een coureur die deelneemt aan een fever- of driftevenement op een racebaan mag worden verwacht dat hij zich bezighoudt met risicovol rijgedrag dat onder normale verkeersomstandigheden als onvoorzichtig of zelfs roekeloos zou hebben te gelden. Een dergelijke gedragslijn ligt in de aard van het evenement besloten en is daarmee, mede gelet op het ontbreken van duidelijkheid omtrent de toepasselijke regels, binnen de context als aanvaardbaar te beschouwen.
Het Gerecht volgt de raadsvrouw in haar betoog dat zodra een coureur de racebaan betreedt, er dan andere normen, regels en zorgplichten gelden dan die van toepassing zijn in het reguliere verkeer. De verdachte heeft, binnen de context van het evenement, zijn voertuig bestuurd op een wijze die niet als uitzonderlijk of buitensporig kan worden aangemerkt.
Zelfs indien de verdachte – zoals door de officieren van justitie is gesuggereerd – op een andere wijze had gehandeld, valt niet uit te sluiten dat dit tot andere (mogelijk fatale) gevolgen voor derden had geleid. Anders dan de officieren van justitie is het Gerecht van oordeel dat in de omstandigheden van het geval niet kan worden bewezen dat de verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en oplettend heeft gehandeld.
Gelet op het voorgaande concludeert het Gerecht dat sprake is geweest van een zeer noodlottige samenloop van omstandigheden, die het slachtoffer spijtig genoeg uiteindelijk fataal is geworden. Het Gerecht acht het van belang te benadrukken dat hiermee geenszins afbreuk wordt gedaan aan de ernstige en diep verdrietige gevolgen van het ongeval voor de nabestaanden. Het Gerecht onderkent ten volle de ingrijpende impact die het overlijden van het slachtoffer onder deze omstandigheden op hen heeft gehad en nog steeds heeft. Tegelijkertijd geldt dat niet ieder tragisch ongeval, hoe schrijnend ook, juridisch als schuld in de zin van het Wetboek van Strafrecht kan worden aangemerkt.
Dit betekent dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte schuld heeft gehad aan het ongeval in de zin van artikel 2:282 Sr.
De verdachte zal daarom van het ten laste gelegde feit worden vrijgesproken.
Schadevergoeding
De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van Cg 25.839,86.
De gevorderde schade bestaat uit de volgende posten:
Kosten in verband met de begrafenis Cg 5.839,86
Immateriële schade Cg 20.000,00
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan het oordeel van het Gerecht.
Nu aan de verdachte ter zake van het ten laste gelegde handelen waardoor de gestelde schade veroorzaakt zou zijn, geen straf of maatregel zal worden opgelegd en evenmin een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel zal worden uitgesproken, kan de benadeelde partij niet in de vordering worden ontvangen.
Dictum
Het Gerecht:
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte ten laste is gelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat deze de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.
Dit vonnis is gewezen door de rechter mr. S.A. Carmelia, bijgestaan door mr. O.H.M. Leito, (zittingsgriffier), en op 28 juli 2025 in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van het Gerecht in Curaçao.
De zittingsgriffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
uitspraakgriffier: