Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-09-03
ECLI:NL:OGEAC:2025:200
Civiel recht
Kort geding
714 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202503540
Vonnis in kort geding van 3 september 2025
in de zaak van
[EISER],
te Curaçao,
eiseres,
gemachtigde: mr. J.H. Schmitz,
tegen
[GEDAAGDE],
te Curaçao,
gedaagde,
gemachtigde: mr. R.B.K. Polsbroek.
1Het procesverloop
Op 2 september 2025 heeft eisende partij een verzoekschrift in kort geding ingediend. De behandeling van het kort geding heeft vandaag plaatsgehad. De rechter heeft aangezegd heden uitspraak te doen.
Geschil
2.2.
Ter zitting hebben partijen een regeling getroffen. De afspraken zijn de volgende:
Het door eiser aan gedaagde te betalen bedrag uit hoofde van de vonnissen en de in april 2025 gesloten vaststellingsovereenkomst wordt, inclusief rente en kosten, gedurende de maand september 2025 gefixeerd op het bedrag van Cg 119.250,46 conform de saldobrief van gedaagde van 3 september 2025. De verschuldigdheid van dat bedrag is door eiser erkend.
Partijen streven ernaar dat de onderhandse koop en overdracht nog deze maand zullen plaatsvinden. Volgens eiser is wat de koper betreft alles in gereedheid.
Gedaagde werkt eraan mee de onderhandse verkoop mogelijk te maken en zal de notaris verzoeken de voor vrijdag a.s. geplande veiling aan te houden tot een in overleg met de notaris te bepalen datum. Het beslag van gedaagde zal gehandhaafd blijven, met machtiging aan de notaris om deze ten behoeve van de overdracht door te halen tegen betaling door eiser via de notaris van het onder a) genoemde bedrag van Cg 119.250,46.
Partijen zullen [de notaris] terstond in kennis stellen van deze afspraken.
Na uitvoering van deze afspraken zijn partijen jegens elkaar finaal gekweten terzake bedoelde vonnissen en vaststellingsovereenkomst.
2.3.
Partijen hebben ermee ingestemd dat de oorspronkelijke vordering wordt gewijzigd conform de gemaakte afspraken en dat dienovereenkomstig wordt beslist. Daarbij past een compensatie van proceskosten.
Dictum
3.1.
veroordeelt partijen de onder 2.2 opgenomen afspraken na te komen;
3.2.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.3.
verstaat dat niet langer behoeft te worden beslist op hetgeen meer of anders is gevorderd;
3.4.
compenseert de proceskosten in die zin dat partijen de eigen kosten dragen.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.E. de Kort en in het openbaar uitgesproken 3 september 2025.