Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-02-17
ECLI:NL:OGEAC:2025:140
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,130 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202304014
Vonnis van 17 februari 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap CURACAO BROTHER PAINTING B.V., gevestigd in Curaçao, eiseres in conventie, gedaagde in reconventie, gemachtigde: mr. A.V.G. Rooijer,
tegen
de naamloze vennootschap Q-CON QUALITY CONSTRUCTORS N.V.,
gevestigd in Curaçao, gedaagde in conventie, eisers in reconventie, gemachtigde: mr. T.L.H. Peeters.
Partijen worden hierna CBP en Q-Con genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het verzoekschrift van 14 december 2023,
de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie,
de producties van CBP van 6 januari 2025,
de mondelinge behandeling van 7 januari 2025,
de pleitnotities van mr. Rooijer.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
CBP heeft als onderaannemer in 2022 en 2023 stuc-, schuur- en schilderwerkzaamheden verricht voor Q-Con in het project “The Wharf Curaçao” (hierna: het project). De werkzaamheden zijn uitgevoerd op verschillende dagen, in meerdere appartementen, in verscheidene gebouwen (aangeduid met A,B en C). Partijen hebben steeds mondelinge afspraken gemaakt. Op 25 november 2021 zijn via e-mail enkele prijsafspraken gemaakt.
2.2.
Op 28 november 2022 vindt er een mailwisseling plaats tussen CBP en
Q-Con. Eerstgenoemde vraagt aandacht voor drie openstaande facturen. Laatstgenoemde reageert hierop als volgt:
“(…) Aworaki tin un procedure prome ku manda faktura. Mester kana kontrola prome ku [betrokkene] of [betrokkene], nos tin un formulario pa jena hoeveelheden i kommentario lokual ta kla of mester drecha. Mi ta mail e formulario konserni pabo (…)”.
2.3.
CBP heeft Q-Con meerdere facturen gestuurd, onder andere twee facturen met nummers 1145 d.d. 13 juni 2023 en 1148 d.d. 26 juni 2023. Factuur 1145 ten bedrage van NAf 5.339,22 ziet op werkzaamheden in gebouw A, 3e, 4e en 5e verdieping. Factuur 1148 ten bedrage van NAf 6.299,06 ziet op werkzaamheden in gebouw C en een elektra ruimte. Deze twee facturen (hierna: de facturen) zijn niet (geheel) door Q-Con betaald. Een bedrag van NAf 8.339,23 staat open.
2.4.
Op 6 juni 2023 heeft CBP aan Q-Con via e-mail getiteld ‘kontrolle formulier gebouw A’ bericht:
“(…) Ata e kontrolle fromulier lastu man verdiep 3,4,5. Si ta posibel mi por hanjele pa diabeine pa mi manda mi facture.”
2.5.
Op 12 juni 2023 heeft Q-Con aan CBP via e-mail bericht:
“(…) Aki mi ta manda e kontrolle formulier pabo akorda. Na 3e veerdieping mi ta mira 2 kos chikitu. 1. Bouw di un balki kaminda nan a kita un stempels no ta di ferf; 2. E plafond den un di e kambernan ta sombra rondo di e lus. (…)”
2.6.
Op een bij laatstgenoemde e-mail gevoegd document genaamd ‘Kontrolle formulier’ staat in de 4e kolom onder ‘kontrolle m2’ steeds: ‘een vinkje’, in de vijfde kolom bij elk status onderdeel steeds: ‘gereed’ en in de laatste kolom met titel ‘Akkoord ja/nee’ achter elk onderdeel steeds: “j”.
2.7.
Op 20 juni 2023 heeft CBP aan Q-Con via e-mail getiteld ‘kontrole formulier Wharf punda’ bericht:“(…) Ata mi kontrolle formulier di gebouw c I electra ruimte. Porfabor ku ta posibel mi por hanja e aprobashon mas pronto posibel. (…)”
2.8.
Op 26 juni 2023 heeft Q-Con aan CBP via e-mail getiteld ‘Kontrolle formulier’ bericht:
“(…) Zie att”
2.9.
Op een bij laatstgenoemde e-mail gevoegd document genaamd ‘Kontrolle formulier’ staat in de vijfde kolom bij elk status onderdeel steeds: ‘gereed’ en in de laatste kolom met titel ‘Akkoord ja/nee’ achter elk onderdeel steeds: “ja”.
2.10.
Op 14 juni 2023 heeft CBP aan Q-Con via e-mail bericht:
“Ata e factuur di Gebouw A. Mi ta partisipa na Q-Con ku pa djabierne aki (16 juni 23) e factura inv 1119 fecha 10-11-2022 no wordu paga. Dailuna (19 juni23) tur trabouw ku CBP ta hasiendo na Wharf punda ta wordu para. Te ora nos risibi e pago ariba menshona. Nos lota bek.”
2.11.
Op 19 juni 2023 heeft CBP aan Q-Con via e-mail bericht:
“(…) bou di e sirkunstansia aktual e ta imposibel pa mi por sigui den e proyekto. Na mas ku un okashon mi mester a usa preshon pa mi por haña e material nesesario i of pago di mi fakturanan. (…) Aki mi ta manda informashon di e ultimo trabou pa kua, segun e prosedura actual, mi ta warda e aprobashon pa mi por faktura. Ku e konfiansa ku den 14 dia bo ta likida tur debe habri. (…)”
2.12.
Q-Con heeft hierop op dezelfde dag via e-mail gereageerd als volgt:
“(…) Awor ku awe bo a risibi pago pa e faktura ku ba kondishona pa sigui traha bo ta manda e karta aki. Mi ta spera ku bo ta rekonsidera i asepta un sita pa papia, sino nos lo laga un tersero hasi tur punto restante di bo trabou ku konforme opname di opdrachtgever mester drecha i manda un faktura pabo pa esakinan (…)”
2.13.
Op 19 juni 2023 heeft CBP aan Q-Con via e-mail bericht:
“(…) mi no ta bai traha mas riba e proyekto aki. (…) Por fabor tene na mente ku e forma di asigna trabou tabata “ad hoc”, segun progreso di e proyekto i sin planifikashon/asignashon previo. Di e otro un banda mi a kumpli debidamente (segun aprobashon di sr Carlos Ignacius) ku e trabounan asigna na mi. (…)”
2.14.
CBP heeft de incasso van de facturen in handen gesteld van een incassobureau. Dit bureau heeft Q-Con op 30 november 2023 in gebreke gesteld ter zake de betaling van de facturen en Q-Con gesommeerd te betalen binnen vijf werkdagen.
3De vordering en de standpunten van partijen in conventie en reconventie
3.1.
CBP vordert – samengevat – dat het gerecht Q-Con veroordeelt tot betaling van NAf 8.339,23 vermeerderd met incassokosten en de wettelijke rente vanaf 30 november 2023, met veroordeling van Q-Con in de proceskosten.
3.2.
CBP legt aan de vordering ten grondslag dat de facturen onbetaald zijn gebleven, terwijl de werkzaamheden waarop de facturen zien door CBP zijn verricht en door Q-Con zijn goedgekeurd.
3.3.
Q-Con beroept zich op verrekening. Zij legt daaraan ten grondslag dat CBP andere werkzaamheden in het project niet naar behoren heeft verricht. Die werkzaamheden heeft zij moeten laten herstellen door een derde, met kosten tot gevolg en die kosten wil zij verrekenen met het bedrag van de facturen.
3.4.
In reconventie vordert Q-Con deze herstelkosten minus het bedrag van de facturen hetgeen neerkomt op een bedrag van NAf 18.228, met veroordeling van CBP in de proceskosten.
Beoordeling
4.1.
Vaststaat tussen partijen dat CBP de werkzaamheden waarop de facturen zien (gebouw A, C en een elektra ruimte) naar behoren heeft verricht. Dit blijkt niet alleen uit hetgeen partijen daarover ter terechtzitting desgevraagd hebben verklaard, maar ook uit de mailwisseling aangaande beide facturen (opgenomen onder de feiten in 2.4. t/m 2.9) waaruit volgt dat - conform een door Q-Con geïntroduceerde werkwijze - door Q-Con op de betreffende controle formulieren een akkoord is gegeven na afronding van het werk door CBP, waarna CBP tot facturering is overgegaan. Dit betekent dat Q-Con tot betaling van het openstaande bedrag van de facturen gehouden is, tenzij haar beroep op verrekening slaagt.
4.2.
Q-Con stelt in dit verband een tegenvordering te hebben op CBP, bestaande uit kosten van herstel voor schilderwerkzaamheden die CBP niet naar behoren heeft verricht in gebouw B. Q-Con heeft gesteld dat zij CBP op 19 juni 2023 (zij verwijst naar productie 6 bij haar conclusie van antwoord) op de hoogte heeft gesteld van diverse onvolkomenheden in de uitvoering van werkzaamheden in appartementen 13 t/m 22 en de lounge area in gebouw B. Q-Con heeft CBP gevraagd dit te herstellen, maar CBP heeft dit geweigerd. Q-Con heeft daarop aangegeven een derde te zullen inschakelen om de herstelpunten in het werk van CBP op te pakken. Dit betrof ook herstelwerk in de appartementen 19 t/m 22. Zij heeft een andere onderaannemer (hierna: Real Finish and Touch) ingeschakeld om het werk van CBP te herstellen, aldus nog steeds Q-Con.
4.3.
CBP heeft gesteld dat al het werk dat zij in 2022 heeft verricht in gebouw B door Q-Con is goedgekeurd, betaald en als opgeleverd moet worden beschouwd. Zij verwijst in dit verband naar productie V, gevoegd bij haar pleitaantekeningen. Daarnaast was voor haar onduidelijk welke werkzaamheden desondanks niet naar behoren waren verricht en heeft zij geen duidelijk verzoek, laat staan een termijn, gekregen om eventuele gebreken te herstellen. Tenslotte heeft zij aangegeven dat de werkzaamheden die door Real Finish and Touch zijn verricht andere werkzaamheden betreffen dan die CBP in 2022 gehouden was te verrichten (en heeft verricht) in gebouw B.
4.4.
Bij gebreke van een op schrift gestelde overeenkomst is het gerecht voor wat betreft het vaststellen van wat tussen partijen is afgesproken, aangewezen op hetgeen zij over en weer aan facturen en correspondentie in het geding hebben gebracht. Vastgesteld kan worden dat er tussen partijen een (door Q-Con geïnitieerde) vaste werkwijze bestond met betrekking tot het door CBP aangenomen werk (verwezen wordt naar de mail van 28 november 2022 van de zijde van Q-Con en de vastgestelde feitelijke gang van zaken onder 2.4. t/m 2.9.). Deze werkwijze hield in dat alvorens CBP mocht overgaan tot factureren, het werk moest worden gekeurd en geaccordeerd op een zogenaamd controle formulier door Q-Con. Na accordering door Q-Con werd de factuur door CBP opgemaakt en door
Q-Con betaald.
4.5.
Vaststaat ook – dit volgt uit productie V van CBP maar ook uit het als productie 3 overgelegde betaaloverzicht van de zijde van Q-Con - dat voor alle werkzaamheden die CBP heeft verricht in gebouw B door Q-Con is betaald aan CBP, conform de facturen van CBP met nummers 1097, 1112, 1118 en 1134. Er moet dan ook vanuit worden gegaan dat – gelet op de genoemde werkwijze – sprake was van voorafgaande keuring en accordering van het werk door Q-Con, dat daarmee als opgeleverd kan worden beschouwd op de voet van artikel 7:758 lid 1 Burgerlijk Wetboek, hierna: BW.
4.6.
Q-Con heeft gesteld dat - in weerwil van deze gang van zaken - het werk van CBP pas opgeleverd zou worden tegelijk met de oplevering van het project door
Q-Con aan haar opdrachtgever. Er was en is dus (nog) geen sprake van door CBP opgeleverd werk in gebouw B of elders, nu het project nog niet door Q-Con is opgeleverd aan haar opdrachtgever. Dit is echter naar het oordeel van het gerecht niet vast komen te staan. CBP heeft deze stelling van Q-Con gemotiveerd betwist door te verwijzen naar voornoemde feitelijke gang van zaken die op grond van het aangehaalde wetsartikel leidt tot de conclusie dat (steeds) sprake is van (tussentijdse) oplevering van werk elke keer als dit was afgerond en vervolgens door Q-Con gekeurd, geaccordeerd (en daarmee aanvaard) en betaald werd. Q-Con heeft haar stellingen in het licht hiervan onvoldoende nader onderbouwd. Zij heeft slechts verwezen naar een volgens haar bestaande, maar niet op schrift gestelde aannemingsovereenkomst en naar het wettelijk systeem in zijn algemeenheid.
Het gerecht gaat er anders dan Q-Con op grond van het voorgaande vanuit dat het werk in gebouw B als opgeleverd moet worden beschouwd.
4.7.
In artikel 7:759 lid 1 BW is, voor zover hier van belang, bepaald dat indien het werk na oplevering gebreken vertoont waarvoor de aannemer aansprakelijk is, de opdrachtgever, tenzij zulks in verband met de omstandigheden niet van hem kan worden gevergd, de aannemer in de gelegenheid moet stellen de gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen.
4.8.
De wetgever heeft in dit artikel voor de (onder)aannemer in feite een recht gecreëerd om in de gelegenheid te worden gesteld gebreken binnen een redelijke termijn weg te nemen door deze te herstellen. De gedachte hierachter is dat het in het algemeen wenselijk is dat de aannemer het betalen van vervangende (en aanvullende) schadevergoeding zoveel mogelijk kan voorkomen door de gebreken binnen een redelijke termijn zelf te herstellen. Indien de aannemer echter geen gebruik maakt van de hem geboden gelegenheid of weigert de gebreken te herstellen, kan de opdrachtgever de gebreken door een derde laten herstellen.
4.9.
Met het sturen van de e-mail van 19 juni 2023 van 6:44 uur PM waarnaar
Q-Con in dit verband heeft verwezen (productie 6 conclusie van antwoord) heeft
Q-Con aan CBP een dergelijke gelegenheid niet geboden. Immers, in deze mail is niet aangegeven om welke gebreken in welk deel van het werk het precies gaat en wordt evenmin een termijn geboden aan CBP voor het wegnemen daarvan. Er staat slechts in de e-mail dat het gaat om “restante di bo trabou ku konforme opname di opdrachtgever mester drecha”. Daaruit kan niet worden opgemaakt welke van de (vele) door CBP verrichte werkzaamheden het betreft en wat daaraan hersteld moet worden.
4.10.
Nu CBP dus niet op de juiste wijze door Q-Con in de gelegenheid is gesteld vermeende gebreken in het opgeleverde werk in gebouw B weg te nemen en niet gesteld of gebleken is dat dit niet van Q-Con kon worden gevergd, kunnen de kosten die Q-Con in verband met werkzaamheden door Real Finish and Touch heeft gemaakt, niet ten laste van CBP komen.
4.11.
De tegenvordering strandt reeds hierop, zodat het beroep op verrekening in conventie niet slaagt. Dit leidt tot toewijzing van de vordering in conventie. In reconventie leidt dit tot afwijzing van de vordering.
4.12.
Omdat Q-Con in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van CBP worden tot aan deze uitspraak in conventie en reconventie begroot op NAf 450 aan griffierecht, NAf 311,50 aan oproepingskosten en NAf 1.250 aan gemachtigdensalaris (2,5 punt x tarief 3), in totaal: NAf 2.011,50.
4.13.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten acht het gerecht conform het Procesreglement toewijsbaar tot 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief. Dit komt neer op een bedrag van NAf 750.
4.14.
De gevorderde wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 8 december 2023 nu blijkens de ingebrekestelling van 30 november 2023 op die datum het verzuim is ingetreden.
Dictum
Het gerecht:
In conventie
5.1.
veroordeelt Q-Con tot betaling aan CBP van een bedrag van NAf 8.339,23, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 8 december 2023 tot aan de dag van betaling;
5.2.
veroordeelt Q-Con om aan CBP te voldoen NAf 750 aan buitengerechtelijke incassokosten;
In reconventie
5.3.
wijst de vordering af;
In conventie en reconventie
5.4.
veroordeelt Q-Con in de proceskosten van CBP van NAf 2.011,50;
5.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.6.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.C.B. Hubben, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken.