Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-02-06
ECLI:NL:OGEAC:2025:138
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,822 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202404652
Vonnis in kort geding van 6 februari 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap PROJECTA B.V.,
gevestigd in Curaçao,opposante,gemachtigde: mr. M.F. Murray,
tegen
[Geopposeerde],
wonend in [woonplaats],geopposeerde,gemachtigde: mr. J.H. Schmitz.
Partijen worden hierna Projecta en [geopposeerde] genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
Het procesverloop blijkt uit:
het vonnis in kort geding van dit gerecht van 4 december 2024 (zaaknummer CUR202403991) gewezen tussen [geopposeerde] en Projecta;
het verzetschrift van 11 december 2024;
de producties van Projecta van 20 januari 2025;
de mondelinge behandeling van 23 januari 2025, waarbij namens Projecta zijn verschenen haar gemachtigde en [betrokkene 1], [betrokkene 2] en [betrokkene 3], en namens [geopposeerde] haar gemachtigde en [betrokkene 4];
de pleitnotities van partijen.
1.2.
Vonnis is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Op 11 april 2022 heeft Projecta 23 percelen gekocht die deel uitmaken van een gebied bekend als [locatie A], met als doel een ommuurd woonproject (‘gated community’) te realiseren. De levering heeft plaatsgevonden op 22 april 2022. In artikel 5 lid 2 van de leveringsakte staat:
“Het verkochte wordt overgedragen vrij van huur/pacht en/of van andere aanspraken en ongevorderd. Het verkochte is evenmin zonder recht of titel in gebruik bij derden.”
2.2.
De eerdere eigenaren van de door Projecta gekochte percelen hebben op het terrein een ontsluitingsweg aangelegd, die uitkomt op de openbare weg. De ontsluitingsweg wordt in de akte van levering vermeld onder [kavel a], kadastraal bekend als [adres a].
2.4. [
Geopposeerde] is sinds 15 juli 2022 eigenares van een aangelegen perceel, kadastraal bekend als [adres b] met het daarop gebouwde, plaatselijk bekend als [adres c]. In artikel 5 lid 10 van de leveringsakte staat:
“dat het verkochte onbeperkte uitgang op de openbare weg heeft op de wijze als ter plaatse blijkt.”
2.5
Eind 2024 heeft Projecta haar percelen ommuurd. Eiseres kan daardoor de openbare weg die zich bevindt aan de achterzijde van haar perceel niet meer bereiken via de ontsluitingsweg op het terrein van Projecta.
2.6.
Bij vonnis in kort geding van 4 december 2024 (met zaaknummer CUR20243991) is aan Projecta verstek verleend. Verder heeft het gerecht het bepaald, voor zover relevant:
“Het gerecht:
3.1.
beveelt Projecta om binnen een week na betekening van het vonnis de door haar gebouwde muur die de toegang tot het perceel van [geopposeerde] onmogelijk maakt te slopen;
3.2
veroordeelt Projecta om aan [geopposeerde] een dwangsom te betalen van NAf 1.000 per dag dat zij niet aan het in 3.1. bepaalde voldoet, tot een maximum van NAf 25.000;
3.3.
beveelt Projecta verkeersbewegingen van en naar het perceel van [geopposeerde] over de semi-verharde weg binnen [locatie a] toe te staan; (…)”
2.8.
Projecta heeft begin 2025 de begroeiing aan de voorzijde van het perceel van [geopposeerde] gesnoeid, waardoor een onverharde weg naar de openbare weg is vrijgemaakt.
2.9.
Door ROP (Ruimtelijke Ordening en Planning) en Domeinbeheer is aan de ontsluitingsweg de aanduiding ‘[locatie b]’ gegeven. Aan het perceel van [geopposeerde] is, op haar verzoek, in januari 2025 het adres ‘[adres d]’ toegekend.
3De vordering en de standpunten van partijen
3.1.
Projecta vordert om haar tot verzet toe te laten en tot goed opposant te verklaren en dat het gerecht bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, het verstekvonnis vernietigt en opnieuw rechtdoende:
alle vorderingen van [geopposeerde] in het verzoekschrift in de procedure met zaaknummer CUR20243991 integraal afwijst;
bepaalt dat het doorlopen van de dwangsommen wordt gestaakt c.q. geschorst en [geopposeerde] veroordeelt om binnen vijf dagen na het ten deze te wijze vonnis alle eventuele gelden die [geopposeerde] uit hoofde van verbeurde dwangsommen en anderszins uit hoofde van de executie van het vonnis heeft ontvangen integraal aan Projecta terug te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente indien terugbetaling binnen de genoemde termijn van vijf dagen uitblijft (berekend tot en met de dag van integrale terugbetaling);
[Geopposeerde] veroordeelt in de proceskosten en nakosten van deze procedure met inbegrip van de wettelijke rente;
Het verzoek van de Projecta tot plaatsopneming en bezichtiging toewijst.
3.2. [
Geopposeerde] voert gemotiveerd verweer en concludeert tot
ongegrondverklaring van het verzet, met veroordeling van Projecta in de
proceskosten.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, ingegaan.
Beoordeling
4.1.
Het gerecht stelt allereerst vast dat Projecta tijdig in verzet is gekomen tegen het verstekvonnis in kort geding, waardoor zij in het verzet kan worden ontvangen.
4.2.
Met de stelling van [geopposeerde] dat haar perceel door de bouw van de muur rondom de percelen van Projecta geheel wordt afgesloten van de openbare weg, is naar het oordeel van het gerecht het spoedeisend belang in beginsel gegeven.
4.3. [
Geopposeerde] beroept zich erop dat zij recht heeft op een noodweg in de zin van artikel 5:57 BW. In dat artikel staat dat de eigenaar van een erf dat geen behoorlijke toegang heeft tot een openbare weg van de eigenaars van naburige erven te allen tijde aanwijzing van een noodweg ten dienste van zijn erf kan vorderen.
4.4.
Het beroep op artikel 5:57 BW kan naar het oordeel van het gerecht niet slagen, nu gebleken is dat [geopposeerde] een behoorlijke toegang heeft tot de openbare weg, via de – door Projecta vrijgemaakte – weg aan de voorzijde van haar perceel. Deze weg is blijkens de door Projecta overgelegde dronebeelden voldoende breed en toegankelijk. Dat [geopposeerde], zoals zij stelt, wegens de eigendomsverhoudingen binnen het achterliggende gebied niet van de weg gebruik kan maken is door Projecta betwist en niet nader onderbouwd, zodat hiervan niet is gebleken.
4.5.
Gezien de overgelegde dronebeelden acht het gerecht een plaatsopneming niet nodig. Dit verzoek zal worden afgewezen.
4.6. [
Geopposeerde] heeft voorts een beroep gedaan op artikel 5 lid 10 van haar leveringsakte, waarin staat dat ‘het verkochte onbeperkte uitgang op de openbare weg heeft op de wijze als ter plaatse blijkt.’ Naar het oordeel van het gerecht kan hieruit niet reeds worden afgeleid dat daarmee specifiek een toegang tot de openbare weg via het terrein van Projecta wordt bedoeld. Op grond van de dronebeelden kan evengoed worden aangenomen dat artikel 5 lid 10 ziet op de toegangsweg aan de voorzijde van het perceel van [geopposeerde], die daar blijkens de dronebeelden al langere tijd ligt.
4.7.
Gelet op het voorgaande behoeft de vraag of de ontsluitingsweg een openbare weg is geen nadere bespreking. De (declaratoire) vaststelling of sprake is van een openbare weg leent zich bovendien niet voor een beoordeling in kort geding. Ten overvloede wordt in dit verband nog wel overwogen dat onbetwist door Projecta is gesteld dat de ontsluitingsweg door de vorige eigenaars is aangelegd, dat deze was overwoekerd toen Projecta de eigendom kreeg en dat van de weg geen gebruik werd gemaakt, hetgeen niet duidt op een openbare weg. De omstandigheid dat het perceel van [geopposeerde] sinds kort door ROP en Domeinbeheer een adres ([adres d]) heeft gekregen doet hieraan niet af, nu dit op zich niet de weg als openbaar kwalificeert of een recht op toegang tot de ontsluitingsweg doet ontstaan. Daarbij slaat het gerecht tevens acht op de leveringsakte van Projecta waarin is opgenomen dat de percelen onbezwaard zijn geleverd.
4.8.
Niet is derhalve gebleken dat Projecta een inbreuk heeft gemaakt op enig recht van [geopposeerde]. De muur is gebouwd op het terrein dat eigendom is van Projecta, terwijl nergens uit blijkt dat er (sindsdien) rechten zijn ontstaan of gevestigd ten behoeve van de aangrenzende percelen. De bouwwerkzaamheden kunnen dan ook niet als onrechtmatig worden aangemerkt.
4.9.
Het verzet zal daarom gegrond worden verklaard.
4.10.
Omdat [geopposeerde] in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten van Projecta worden tot aan deze uitspraak begroot op NAf 456,64 aan oproepingskosten en NAf 1.500 aan gemachtigdensalaris, in totaal NAf 1.956,64.
4.12.
De gevorderde wettelijke rente en de nakosten worden toegewezen zoals hierna onder de beslissing vermeld.
Dictum
Het gerecht, rechtdoende in kort geding:
5.1.
verklaart het verzet gegrond en Projecta tot goed opposant;
5.2
vernietigt het verstekvonnis waartegen verzet;
en opnieuw rechtdoende:
5.3
wijst alle vorderingen van [geopposeerde] in het verzoekschrift in de procedure met zaaknummer CUR20243991 af;
5.4
veroordeelt [geopposeerde] om binnen vijf dagen na dit vonnis alle eventuele gelden die [geopposeerde] uit hoofde van verbeurde dwangsommen en anderszins uit hoofde van de executie van het vonnis heeft ontvangen aan Projecta terug te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente indien terugbetaling binnen de genoemde termijn van vijf dagen uitblijft tot aan de dag van volledige betaling;
5.5
veroordeelt [geopposeerde] in de proceskosten van Projecta tot op heden begroot op NAf 1.956,64, te vermeerderen met de nakosten, begroot op NAf 250 zonder betekening en NAf 400 in geval van betekening, alles bij niet-tijdige voldoening te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na het vonnis tot aan de dag van volledige betaling;
5.6
verklaart dit vonnis voor wat betreft 5.4 en 5.5. uitvoerbaar bij voorraad;
5.7.
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.W.J. Vinkes, rechter, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken.