Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-03-20
ECLI:NL:OGEAC:2025:131
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,438 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
Zaaknummer: CUR202500212
Beschikking van 20 maart 2025
op het verzoek van:
de stichting
MF Foundation (‘MF’),
statutair gevestigd te Curaçao,
verzoekster,
gevolmachtigden: E.A. Nelissen en F.T. Vogel.
1Het verzoek
1.1.
Bij verzoekschrift met bijlagen, op 22 januari 2025 ter griffie ingediend, verzoekt MF het gerecht voor recht te verklaren dat zij het op 19 december 2023 de door het bestuur van MF genomen ontbindingsbesluit geldig heeft herroepen.
1.2.
Uit het verzoekschrift volgt dat MF sinds 19 december 2023 niet meer actief is, maar niet is opgehouden te bestaan. MF verkeert in liquidatie. Het bestuur heeft uiteindelijk geen doorgang gegeven aan haar voornemen de activiteiten van MF voort te zetten in een nieuw daartoe op te richten stichting. Bij nader inzien wenst het bestuur de activiteiten toch voort te zetten in de huidige stichting. Reden waarom wordt verzocht MF juridisch te activeren.
Beoordeling
Herroeping van een ontbindingsbesluit
2.1.
De herroeping van een ontbindingsbesluit is niet bij wet geregeld. Een verzoek hierover moet - naar Nederlands recht - dan ook worden beoordeeld aan de hand van de in de jurisprudentie ontwikkelde criteria. Volgens het arrest van de Hoge Raad van 19 december 2014 (ECLI:NL:HR:2014:3677) is herroeping mogelijk, mits wordt voldaan aan de voorwaarde dat daardoor geen afbreuk wordt gedaan aan de eisen van rechtszekerheid en de rechten en belangen van derden.
2.2.
Voor herroeping van een ontbindingsbesluit moet in ieder geval aan de volgende eisen worden voldaan:
i) de rechtspersoon is nog niet opgehouden te bestaan;
ii) het herroepingsbesluit is rechtsgeldig genomen;
iii) er dient inzicht te bestaan in de vermogenstoestand van de rechtspersoon op de datum van ontbinding en de datum van herroeping, alsmede in de ontwikkelingen in haar vermogenstoestand in de tussenliggende periode; en
iv) derden mogen geen nadeel ondervinden van de herroeping.
Rechterlijke verklaring naar Nederlands recht
2.3.
Verder geldt volgens het arrest van de Hoge Raad dat een herroepingsbesluit eerst rechtsgevolg heeft wanneer de rechter overeenkomstig artikel 2:19 lid 2 van het Nederlands Burgerlijk Wetboek (hierna: BW NL) op verzoek van de betreffende rechtspersoon een daartoe strekkende verklaring heeft gegeven en de in kracht van gewijsde gegane uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 2:19 lid 2 BW NL door de zorg van de griffier is ingeschreven in de registers waar de betreffende rechtspersoon is ingeschreven.
2.4.
Het is aan de partij die herroeping verzoekt om de informatie te verschaffen die nodig is om te beoordelen of aan bovengenoemde vereisten is voldaan. Tot de informatie die door de verzoekende partij moet worden overgelegd, behoort ten minste het ontbindingsbesluit, het herroepingsbesluit, een beschrijving van hetgeen in de tussenliggende periode met betrekking tot de rechtspersoon is geschied, en de opgave van de vermogenstoestand van de vennootschap op de datum van ontbinding en de datum van herroeping, alsmede in de ontwikkelingen in haar vermogenstoestand in de tussenliggende periode.
Geen wettelijke grondslag voor verzochte verklaring
2.5.
Bij het verzoekschrift van 22 januari 2025 ontbrak informatie als bedoeld in het arrest van de Hoge Raad waaruit zou moeten blijken dat en zo ja, op welke wijze bij de herroeping is voldaan aan de formele en materiële vereisten, alsmede met welke derden rekening moet worden gehouden en in hoeverre na ontbinding vereffeningshandelingen zijn verricht. MF is bij tussenbeschikking van 11 februari 2025 in de gelegenheid gesteld het verzoek nader te onderbouwen.
2.6.
Daarnaast is MF bij die beschikking in de gelegenheid gesteld de grondslag voor het verzoek nader toe te lichten nu een met artikel 2:19 lid 2 BW NL vergelijkbare bepaling in het Curaçaose Burgerlijk Wetboek (BW CUR) ontbreekt.
2.7.
Bij akte ingediend op 11 maart 2025 heeft MF de nadere stukken ingediend. Ter onderbouwing van de grondslag heeft MF verwezen naar artikel 2:21 BW CUR. Dat artikel biedt MF geen uitkomst, nu het hier geen verzoek tot vernietiging van een ontbindingsbesluit betreft en evenmin aan de voorwaarden daartoe is voldaan. Een beroep op vernietiging wegens dwaling slaagt om die reden evenmin. Daar komt bij dat de vernietiging van een besluit ex artikel 2:21 BW CUR volgens lid 4 een vervaltermijn heeft van zes maanden en aan de eisen voor verlenging van die termijn niet is voldaan.
2.8.
Nu het gerecht ex artikel 429b Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering alleen een beschikking kan geven op verzoeken die hun grondslag vinden in de wet, een wettelijke grondslag ontbreekt en het gerecht geen aansluiting kan zoeken bij met artikel 2:19 lid 2 BW NL vergelijkbare bepaling, wordt het verzoek van MF afgewezen.
2.9.
Het gerecht merkt nog op dat bij beschikking van heden op een vergelijkbaar verzoek (CUR202500118) waarin aansluiting werd gezocht bij artikel 3:302 BW CUR eveneens afwijzend is beslist.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.M. Christiaan, en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2025.