Rechtspraak
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2025-02-13
ECLI:NL:OGEAC:2025:128
Civiel recht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,091 tokens
Inleiding
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
zaaknummer: CUR202301356
Beschikking van 13 februari 2025
inzake:
[de moeder],
wonend in Curaçao,
verzoekster, hierna te noemen: de moeder,
hierna te noemen: de man,
gemachtigde: mr. A.M. Perigault Monte,
tegen
[de vader],
wonend in [woonplaats],verweerder, hierna te noemen: de vader,
thans procederend in persoon, voorheen gemachtigde: mr. J.D.C. Sintjago,
betreffende de minderjarige:
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: de minderjarige.
1Het verdere verloop van de procedure
1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:
de beschikking van 22 februari 2024;
de evaluatiezitting op 17 januari 2025, waarbij de moeder, bijgestaan door haar gemachtigde, de vader en een vertegenwoordiger van de Voogdijraad aanwezig waren.
1.2.
De uitspraak is bepaald op heden.
2De verdere beoordeling
2.1.
Bij beschikking van 22 februari 2024 heeft het gerecht onder meer de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder bepaald en een bedrag aan kinderalimentatie van NAf 300 per maand vastgesteld. Tevens is door het gerecht bepaald dat de vader de kosten van de opvang, de ziektekostenverzekering en de verblijfsvergunning van de minderjarige voor zijn rekening neemt en rechtstreeks aan de desbetreffende instantie zal betalen. Daarnaast heeft het gerecht een voorlopige zorgregeling bepaald waarbij de minderjarige bij de vader verblijft:
de ene week van donderdag uit de opvang tot maandag naar de opvang;
de andere week van woensdag uit de opvang tot vrijdag naar de opvang;
de helft van de vakanties en feestdagen in onderling overleg te bepalen;
Ook is bepaald dat er dagelijks telefonisch contact is tussen de minderjarige en de ouder waar de minderjarige op dat moment niet verblijft op een tijdstip tussen 18.00 en 19.00 uur.
De zaak werd verwezen naar een evaluatiezitting over een jaar om de uitvoering van de zorgregeling te evalueren.
Zorgregeling
2.2.
Beide ouders hebben ter zitting hun standpunten ten aanzien van het verloop van de voorlopige zorgregeling uiteengezet. Beiden hebben te kennen gegeven dat de minderjarige gewend is aan de zorgregeling en het wisselmoment en dat het goed verloopt. Ook passen ze de zorgregeling in goed onderling overleg aan afhankelijk van de wensen van de minderjarige. De vader heeft ter zitting de nadruk gelegd op het behouden van structuur in het belang van de minderjarige. Met name dat het belangrijk is dat de minderjarige tijdig naar school en andere naschoolse activiteiten gebracht dient te worden. In dat kader is hij bereid om de minderjarige naar school te brengen indien de moeder de minderjarige niet op tijd naar school kan brengen.
2.3.
Voorts is ter zitting gebleken dat beide partijen moeite hebben met de belmomenten. De ouders betichten elkaar over en weer dat zij niet op de vastgestelde belmomenten bellen. De moeder heeft te kennen gegeven dat de vader niet altijd opneemt waardoor de minderjarige verdrietig wordt.
2.4.
Het gerecht overweegt als volgt. Nu beide ouders hebben aangeven dat de zorgregeling goed verloopt en de Voogdijraad geen bezwaren daartegen heeft geuit zal het gerecht de zorgregeling definitief vaststellen, met dien verstande dat de minderjarige naar school (en niet meer naar de opvang) zal worden gebracht. Voor wat betreft de belmomenten benadrukt het gerecht, en dit werd ter zitting ook door de Voogdijraad onderschreven, dat partijen de minderjarige duidelijk dienen proberen te maken van het feit dat zij dagelijks tussen 18.00 en 19.00 uur belmomenten heeft met de andere ouder. De ouders dienen zich aan deze regeling te houden. Dit voorkomt ook teleurstelling bij de minderjarige en is derhalve in haar belang. Ook de belmomenten zullen, in het belang van de minderjarige, definitief worden vastgesteld.
2.5.
Het gerecht benadrukt ook dat er een verschil is tussen voormelde belmomenten tussen de minderjarige en een ouder en contactmomenten tussen de ouders omtrent zaken aangaande de minderjarige. Het is van belang dat de ouders flexibiliteit tonen in het kader van deze contactmomenten. Zo kunnen de ouders gedurende werktijden, in plaats van bellen, een whatsapp-bericht versturen omtrent dringende zaken aangaande de minderjarige.
Verblijfsvergunning van de minderjarige
2.6. Bij de beschikking van 22 februari 2024 heeft het gerecht, op advies van de Voogdijraad, de hoofdverblijfplaats van de minderjarige bij de moeder bepaald. Het gerecht heeft de ouders evenwel in overweging gegeven om de feitelijke inschrijving bij Kranshi op het adres van de vader te handhaven totdat de moeder over een geldige verblijfstitel beschikt.
2.7.
Ter zitting is gebleken dat zowel de moeder als de vader thans over een geldige verblijfstitel beschikken, maar dat de minderjarige, ondanks eerdere afspraken, nog niet over een geldige verblijfstitel beschikt. Ze heeft wel een zorgverzekering via de vader. Ten overvloede overweegt het gerecht dat alleen een zorgverzekering voor de minderjarige geregeld hebben niet voldoende is. Het is van hoogste prioriteit en in het belang van de minderjarige dat zij ook over een geldige verblijfstitel beschikt. Beide ouders zijn hier verantwoordelijk voor en dienen er op korte termijn voor te zorgen dat de minderjarige een verblijfsvergunning zal krijgen. Ook de Voogdijraad beklemtoont hoe belangrijk het is dat de minderjarige, net zoals de ouders, een geldige verblijftitel heeft en dat dit door tijdsverloop moeilijker zal worden om te bewerkstelligen. Het gerecht drukt de ouders dan ook op het hart om zo snel mogelijk hier werk van te maken.
Kinderalimentatie
2.8.
Bij de beschikking van 22 februari 2024 heeft het gerecht bepaald dat de vader, naast de kosten van de opvang, ziekteverzekeringskosten en vergunningskosten van de minderjarige ook NAf 300 aan de moeder zal betalen als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige. Er is geen verzoek tot wijziging van deze beslissingen gedaan en ook overigens ziet het gerecht daartoe geen aanleiding.
Proceskosten
2.9.
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal het gerecht de proceskosten compenseren.
Dictum
Het gerecht:
3.1.
stelt een zorgregeling vast waarbij de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats], bij de vader verblijft:
de ene week van donderdag uit de naschoolse opvang tot maandag naar school;
de andere week van woensdag uit de naschoolse opvang tot vrijdag naar school;
de helft van de vakanties en feestdagen in onderling overleg te bepalen;
3.2.
bepaalt dat er dagelijks telefonisch contact is tussen de minderjarige en de ouder waar de minderjarige op dat moment niet verblijft op een tijdstip tussen de 18.00 en 19.00 uur;
3.3.
compenseert de proceskosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.4.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door mr. I.J.C. Wilson, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2025.